Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor juni, 2007

In groepen van ongeveer vijftig

zaterdag, 30 juni, 2007

Lucas 9:10-17

In het Evangelie van Lucas staan de dingen niet zomaar. De plaats waar dit verhaal zich afspeelt is het huis van vis, en vijf broden en twee vissen spelen een rol. Voor elke dag van de week is er iets te eten. Maar die grote menigte mensen die achter Jezus van Nazareth aangelopen waren, het verhaal spreekt van vijfduizend, leek wel op het volk in de woestijn. Toen had Mozes het volk verdeeld in groepen van vijftig en hen vertegenwoordigers laten kiezen om met hem te overleggen. Ook Jezus verdeeld de mensen in groepen van vijftig en gaf ze te eten. In een democratie hoort er dus altijd voor iedereen te eten te zijn. In het Koninkrijk waar Jezus van Nazareth over vertelde staat het delen met elkaar voorop. Alleen op die manier immers kom je de woestijn door met een grote groep mensen, alleen als je onvoorwaardelijk op elkaar kunt bouwen en bereid bent alles, zelfs jezelf, te delen met degenen die met je mee door de woestijn trekken. Dat is de kern van de Wet van de Woestijn die het volk op de berg Sinaï ontdekte. Het meest heilige, het meest complete en goede, dat een volk ooit kon krijgen. Die wet werd daarom eerst bewaard in de Heilige Tent die ze elke keer in de woestijn opbouwden en later, veel later, toen ze eenmaal in het beloofde land woonden bewaarden ze diezelfde wet in de Tempel in Jeruzalem. Het is daarom dat er twaalf manden vol brood overbleven, op de manier die door Jezus van Nazareth werd aangegeven kan er een heel volk van meeëten. Alle twaalf stammen van het volk kunnen gevoed worden. Waarom hebben wij dan nog voedselbanken nodig vraag je je af. Politiek komen partijen niet verder dan de wens de voedselbanken te halveren en in het programma dat na honderd dagen het land in is geschreven komen de voedselbanken niet meer voor. Het Samen Delen maakt geen deel uit van een regering met twee Christelijke partijen en een Solidaire partij. De topinkomens mogen nog steeds hun inkomen onbeperkt verhogen en de laagste inkomens moeten matigen om dat mogelijk te maken. Leningen mogen vrijuit verstrekt worden, of dat verantwoord is of niet, zolang er maar geconsumeerd wordt. Dat je met vijf broden en twee vissen een menigte mensen gelukkig zou kunnen maken, allen werden verzadigd staat er, gaat er bij ons niet meer in. Wie mee wil gaan op de weg van Jezus van Nazareth zal in onze dagen wel een hele ommekeer moeten maken. Een leven dat volledig breekt met de gewoonten van deze dagen wordt gevraagd, maar zo’n leven is wel zo vruchtbaar.

Geen brood en geen geld

vrijdag, 29 juni, 2007

Lucas 9:1-9

De volgelingen van Jezus van Nazareth werden later volgens het boek van de Handelingen de mensen van de Weg genoemd. Zij immers volgden die bijzondere weg van Jezus van Nazareth. De zendelingen die Jezus van Nazareth had uitgekozen moesten daar natuurlijk in oefenen. Apostel betekent zendeling en elk van ons kan geroepen zijn om de weg te gaan die Jezus van Nazareth gewezen heeft. Die oefening bleef niet ongemerkt. Zeker, als je zieken geneest, mensen weer een plaats in de samenleving geeft, dan blijft dat niet onopgemerkt, dat gaat als een lopend vuurtje rond. Wij hebben dokters en ziekenhuizen om mensen te genezen maar we vergeten maar al te vaak om mensen die ziek waren weer een plaats in ons midden te geven. Zo zijn er veel mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering die wel willen werken maar die toch buitengesloten zijn. En wie van ons volgt de weg van Jezus van Nazareth door naar de werkgever te stappen en te vragen om juist die buitengesloten mensen in dienst te nemen. Waar schudden de werknemers het stof van hun voeten als de werkgever weigert met hen een eindje de weg van Jezus van Nazareth te lopen en mensen die waren buitengesloten weer een plaats in de samenleving te geven. De zendelingen die Jezus had uitgezonden veroorzaakten rumoer. Was het één van de profeten, of was Johannes die had gedoopt bij de Jordaan weer tot leven gewekt? Terloops vermeldt het Evangelie van Lucas hier dat Herodes een manier zocht om Jezus van Nazareth te ontmoeten. Wij, die de afloop kennen, weten dat die ontmoeting ooit zou plaatsvinden. Rond het proces, dat uit zou lopen op de kruisiging, werd Jezus ook voor Herodes geleid. De onthoofding van Johannes wijst er niet op dat Herodes goede bedoelingen had, maar dat het optreden van die groep mensen van de weg diepe indruk had gemaakt is een boodschap die in het Evangelie van Lucas luid en duidelijk klinkt. Dat Evangelie van Lucas is geschreven voor de nieuwe gemeenten die in het Romeinse Rijk waren ontstaan. Ook zij worden hiermee op weg gestuurd, zonder geld, zonder brood, als mensen je willen ontvangen blijf daar,als mensen er niks van willen weten ga dan verder. Die opdracht is er nog steeds, dat Evangelie van Lucas is ook voor ons geschreven. Nog steeds zijn er mensen die langs de kant staan en in onze samenleving geen plaats hebben. Vandaag is het aan ons om op weg te gaan.

 

Ze lachten hem uit

donderdag, 28 juni, 2007

Lucas 8:49-56

We hebben dit verhaal al eens gelezen in de versie uit het Evangelie van Marcus. De Evangeliën van Marcus, Mattheus en Lucas hebben een aantal verhalen die bijna of helemaal hetzelfde zijn. Ze hebben uit dezelfde bron geput. Soms zijn er kleine verschillen die nieuw licht op de verhalen laten schijnen. Maar dat is hier niet het geval. Het verhaal volgt op het verhaal van de vrouw die bloedvloeingen had. Die vrouw was in elk geval volwassen maar daardoor ook een onaanraakbare. In het verhaal van vandaag was er een meisje dat kennelijk niet meer wilde eten. Met een modern woord noemen we dat annorexia. Daar kun je dood aan gaan, het is een vreselijke ziekte en als je er aan lijdt dan moet je weten dat er goede therapieën voor zijn om te genezen. In de psychologie wordt wel gezegd dat de ziekte ontstaat bij meisjes uit angst voor volwassenheid. De menstruatie blijft weg en ze blijven daardoor het kleine meisje dat ze waren. Dat je dat niet voor eeuwig kunt volhouden is duidelijk en naarmate de tijd verstrijkt wordt de schade groter. Waar komt die angst voor volwassenheid toch vandaan? Het kan zijn uit sexueel misbruik in de jeugd maar meestal is dat niet het geval. Angst voor een volwassen sexuele relatie kan ook komen door onbekendheid. Als er nooit over gesproken wordt, als je er niet op wordt voorbereid dan kan die maandelijkse bloeding als een schok komen. Dan ben je ineens niet meer die je was, zonder dat je weet hoe je zou kunnen zijn. De gewoonte om niet in het openbaar over sexualiteit te praten en zeker niet over menstruatie kan mensen in onze omgeving dus danig beschadigen. Jezus van Nazareth wijst een andere weg, hij beveelt het meisje op te staan, op te staan tegen haar meisje zijn, ze moet weer eten. Ook hier geeft Jezus iemand weer een eigen plaats in de samenleving. Na de bezeten vreemdeling met zijn vele demonen, de bloedvloeiende vrouw die niet mocht aanraken en aangeraakt worden, volgt nu het meisje dat vrouw mag worden. Voor haar ouders moet dit een danige schok geweest zijn. Ineens moeten ze dat lieve meisje niet meer als lieve meisje behandelen maar als volwassen jonge vrouw. Het kan ouders nog steeds schokken als ze zich moeten realiseren dat hun kleine meisje ineens een jonge vrouw is. Als je niet uitkijkt blijven ze thuis als klein meisje doen en buiten huis als jonge vrouw. Levensgevaarlijk kan dat zijn. We moeten dus in het spoor van Jezus van Nazareth ook onze kinderen de plaats in de samenleving geven die ze verdienen op grond van wat ze zijn, niet van hoe we ze zouden willen.

 

Uw geloof heeft u gered

woensdag, 27 juni, 2007

Lucas 8:40-48

Ook vandaag gaan de verhalen in het Evangelie van Lucas, die we volgens het rooster van het Nederlands Bijbelgenootschap lezen, over vertrouwen. Er is een man genaamd Jaïrus die vertrouwen heeft in het vermogen van Jezus van Nazareth om iets voor zijn dochterje te doen en er is het vertrouwen van een vrouw dat Jezus van Nazareth haar weer een plaats in de samenleving zou kunnen geven. Voor dat laatste moeten we weten wat die ziekte van bloedvloeing had te betekenen. Die vrouw was tot de onaanraakbaren gaan behoren. Hoewel ze overal kon gaan en staan waar ze wilde maakte haar ziekte dat het aan iedereen verboden was haar aan te raken. Ook zij mocht niemand aanraken. En daardoor was ze buiten de samenleving geplaatst. Jezus van Nazareth heft dat taboe op. Hij verklaart de vrouw genezen en haar vertrouwen maakt dat ze geen straf krijgt, Jezus van Nazareth niet in een positie brengt dat hij zich moet reinigen, maar dat ze gewoon weer mee mag doen. Een vrouw die in hetzelfde vertrouwen leeft en aan wie wij een voorbeeld mogen nemen was Ali Bosshardt, de luitenant kolonel van het Leger des Heils, die gewoon majoor was gebleven. In de chaos van armoede die de stichter van het Leger, William Booth, had aagetroffen kon alleen een militaire dicipline orde scheppen. Uniformen hieven het onderscheid tussen armen en rijken zichtbaar op en maakten de soldaten van het leger herkenbaar. Daar kwamen ook de militaire rangen bij die de functie en positie van heilssoldaten aangeven. Majoor Bosshardt was majoor omdat zij de leiding had over een zorgcentrum op de Amsterdamse Wallen. Zij straalde daarbij het vertrouwen uit dat iedereen geholpen kan worden en dat iedereen aan te spreken is met de bevrijdende boodschap van Jezus van Nazareth, iedereen verdient een volwaardige plaats in onze samenleving. Daarmee is de majoor haar hele leven doorgegaan, of het de kroonpinses of de jonge prostituee was, iedereen mocht meedelen in haar warmte en hartelijkheid, iedereen kon door haar aangeraakt worden. Haar overlijden heeft velen geraakt, bekende en onbekende Nederlanders spreken zich uit. Zelf zou ze gewezen hebben op haar grote voorbeeld, Jezus van Nazareth, zo te leven wilde zij en wilde zij voor iedereen. Niet uit zijn op rijkdom of aanzien maar slechts op liefde voor de minste onder ons, wetend dat wat wij de minste hebben gedaan voor Jezus van Nazareth werd gedaan. Dat vertrouwen, dat geloof, mogen ook wij doorgeven, en doorleven.
 

Hoe heet je?

dinsdag, 26 juni, 2007

Lucas 8:26-39

In veel Bijbelverhalen wordt met de naam ook iets over de persoon zelf verteld. Met de naam “Jezus” is dat het geval, het betekent iets als “God bevrijdt” en ook met het land van de Gerasenen is dat het geval, het is het buitenland maar de naam betekent iets als “de beloning ligt aan het einde”. Als Jezus vraagt naar de naam van de man die zo hard roept dat hij niks met Jezus te maken wil hebben dan krijgt hij dan ook een antwoord dat iets vertelt over de man zelf, Legioen, want zo vertelt het Evangelie van Lucas, er wonen veel demonen in de man. De ontmoeting vindt plaats buiten de gemeenschap, in het buitenland, aan de overkant van het meer. Veel verder buiten de gemeenschap lijkt niet echt mogelijk. Een man zonder huis, die in grotten slaapt, zonder kleren, een man die bij de varkens verblijft, eenzamer en meer verlaten lijkt niet mogelijk. De bezetenheid van de man mag volgens Jezus ook overgaan op de varkens, die mag je immers toch niet eten, die dienen nergens voor in Israel. In dat buitenland overigens wel, ook de Romeinen waren er dol op en het zou wellicht voedsel voor de bezetter zijn geweest dat nu de afgrond in geholpen wordt? Geen wonder dat de Geresenen bang werden en vroegen om het vertrek van die vreemde uit Israel die hen de man weer terug had gegeven. Want nu immers kon de man die bezeten was geweest door vele demonen weer deelnemen aan de samenleving. Delen met zijn samenleving wat hem was overkomen, dat eindelijk iemand naar zijn naam had gevraagd, had gevraagd wie hij eigenlijk was.Voor ons zeggen namen niet zoveel, wij kiezen geen namen meer bij de persoonlijkheid van de mens. Zelfs onze beroepsnamen zeggen meestal niet zo veel meer. Slechts bij enkele ambachten weten we nog wat mensen doen, maar de meeste mensen weten niet meer te vertellen dan dat ze op een fabriek, of een kantoor werken. Doorvragen naar wie je eigenlijk bent gebeurt maar weinig. Maar juist dat vragen naar wie iemand is, kan mensen van hun angsten voor de samenleving afhelpen. Wie is die moslim in onze buurt, wie is die hindoe die we tegenkwamen. Vragen we dat wel eens? Vragen we dat wel eens aan hen, of scharen wij ons achter vooroordelen van mensen die er belang hebben de angst aan te wakkeren in plaats van de angst weg te nemen en mensen een plaats in de samenleving te geven. Jezus vraag naar de naam, naar de persoon, is de inleiding tot een bevrijding van demonen. wij weten dat angst die demonen voedt, neem vandaag dus iets van die angst weg en doe mee aan de bevrijding door Jezus van Nazareth.

Waar is jullie geloof?

maandag, 25 juni, 2007

Lucas 8:22-25

Het Evangelie van Lucas rijgt de verhalen aaneen en doordat we ze dag in dag uit in stukjes lezen lijken ze zonder verband te zijn. Dat is niet zo. De verhalen horen bij elkaar. Zo hebben we een paar dagen geleden gelezen over stadvastigheid, over volhouden. Zaad dat in vruchtbare grond valt groeit niet zomaar op, maar moet vogels en distels weerstaan om vrucht te kunnen dragen. Vandaag gaat het er weer over. Hebben de volgelingen van Jezus van Nazareth goed geluisterd of dringt het nog steeds niet helemaal tot ze door. Het Griekse woord voor geloof wordt ook wel vertaald met vertrouwen. We moeten geloven dat het goed komt, we moeten er op vertrouwen dat dat Koninkrijk van God, van eerlijk delen en elkaar liefhebben, er komt en ook mogelijk is. Maar hoeveel vertrouwen moet je hebben. Wij zijn al eeuwen bezig met dit verhaal. Overal op de wereld wordt het gelezen, wordt er gebeden, helpen mensen elkaar en wat is er dan bereikt. Veel natuurlijk. Het grote Romeinse Rijk dat mensenlevens verspilde zoals wij energie verspillen verdween nadat het Christelijk was geworden. Onder druk van het verhaal van Jezus van Nazareth werden mensenlevens steeds belangrijker. De slavernij werd afgeschaft en wordt nu actief bestreden, beschaafde landen schaften de doodstraf af en brengen die steeds opnieuw ter discussie als landen die nog steeds toepassen en elke moord of doodslag in onze samenleving is nieuws. Dat laatste kan ook want op de 19 miljoen inwoners Nederland komt er zelden meer dan één moord per dag voor en meestal toch niet meer dan één per week. Maar toch, een kleine storm van tegenslag en we zijn weer uit het lood. Elke onrechtvaardigheid brengt net zoveel mensen tot wanhoop als tot protest. Wanhoop aan het leven dat maar wacht en wacht op dat Koninkrijk van God, en protest tegen de wereld die het Koninkrijk van God maar niet wil aanvaarden. En dat protest brengt steeds dat Koninkrijk weer een klein stapje dichterbij, dat protest doet de stormen van tegenslag verstommen, dat protest bedwingt uiteindelijk die stormen van tegenslag. Natuurlijk, het Europees wijzigingsverdrag van het afgelopen weekeinde slecht niet de tolmuren voor de armen uit Afrika, Azië en Latijns Amerika. Maar stel je eens voor dat we niet alleen Nederland maar heel Europa zo ver kregen dat ze de oneerlijke handelsverhoudingen om zouden keren in solidariteit met de armen. Dan doen we niet 1 maar 27 stappen voorwaarts. Dat is het meer dan waard om ook deze week aan te werken.
 

Let goed op hoe jullie luisteren

zondag, 24 juni, 2007

Lucas 8:16-21

Vandaag is het zondag en nog steeds gaan er mensen naar de Kerk. Waarom eigenlijk? De kerken lopen leeg en na al die eeuwen kerkgang lijkt de wereld er nog steeds niet veel beter op geworden. Nog veel erger is dat er zo veel kerken zijn. Was er nu maar één kerk voor elk dorp en elke wijk in elke stad, maar zelfs kleine dorpen kennen meer kerkgebouwen waar groepen gelovigen heen gaan die vooral niet samen naar de kerk willen. Allemaal hebben ze iets gemeen, ze luisteren naar een voorganger die vindt dat ze goed moeten luisteren. Daarin proberen die voorgangers te lijken op Jezus van Nazareth. Die riep dat immers ook, en hij dreigde zelfs de mensen af te nemen wat ze hadden als ze niet goed luisterden. Of lezen we het dan verkeerd. Het gevaar is altijd dat als je dat soort zinnetjes gaat gebruiken je het verhaal uit z’n verband trekt. Jezus van Nazareth had het over de goede boodschap, Evangelie genoemd, dat de armen en onderdrukten bevrijdt zouden worden, dat door een volledig andere manier van leven het leed geleden zou zijn, dat je daar zelfs tegen op zou mogen staan. De kunst was het brengen en het leven van die boodschap en door die boodschap het vol te houden tegen alles in. Dan zou dat nieuwe leven tot bloei komen, dat kon je immers niet verborgen houden. Als je het licht opsteekt verdwijnt het donker, zo zit dat in elkaar. Kunst was dus ook goed naar die boodschap te luisteren, die boodschap uitdragen is het mooiste wat er is, maar volhouden het moeilijkste. Ook voor Jezus van Nazareth overigens. Het Evangelie van Lucas vertelt het er maar even bij. Voor Jezus van Nazareth even geen tijd voor de famillie. Sommige voorgangers schilderen hem graag af als enig kind en gaan dan ook op de traditioneel heidense manier zijn moeder aanbidden. Maar Jezus van Nazareth had geen tijd voor famillie, zijn moeder en broers moesten maar buiten blijven. Enig kind was hij ook al niet dus. Hij voelde zich verwant aan de mensen die net als hij hun leven in dienst van het goede hadden gesteld. Familliebanden waren geen reden om voorrang te krijgen. Nu kwam het daarmee wel goed. Zijn moeder bleef hem achtervolgen tot bij het kruis toe en zijn broer Jacobus zou het hoofd van de gemeente in Jeruzalem worden. Maar vandaag moeten ook wij luisteren, en horen dat de eerste onder ons de minste tot dienaar wil zijn, dat voortrekken van je famillie er niet bij is maar dat al die gelovigen famillie zijn, naar welke kerk ze ook gaan, als ze aan het werk gaan om de armen te bevrijden, het evangelie te brengen dus.
 
 

Door standvastigheid vrucht dragen

zaterdag, 23 juni, 2007

Lucas 8:9-15

Het is niet altijd eenvoudig te snappen wat nu het Koninkrijk van God is. We worden dezer dagen overstelpt met nieuws over de Europeese Unie. Daar snappen we wat van. Daar gaat het over de vraag wie de macht heeft. Hebben de Polen wat meer macht, of de grote landen zoals Engeland en Frankrijk, of de parlementen zodat ook de Partij voor de Vrijheid zonder democratie er over mee kan praten, of het Europeese Parlement of de ambtenaren. Het zijn de vragen die in elke staat, elke natie en elke samenleving worden gesteld. Maar het zijn de vragen die in het Koninkrijk van God, waar Jezus van Nazareth ons voor oproept, totaal niet aan de orde zijn. Daar gaat het om wat je doet, wat je te betekenen hebt voor de armen, de zwakken en de zieken, de hongerigen, de naakten en de gevangenen, de kinderen met hiv, de ouders met aids. Groot in het Koninkrijk van God is wie groot is voor de kinderen van God, niet wie macht heeft en wetten kan uitvaardigen of oorlogen kan voeren. Daarover gaat het in Europa. Natuurlijk zijn er mensen die best mee willen doen met dat Koninkrijk van God. Die gegrepen worden door een TV uitzending van Ivo Niehe over kinderen met hiv, die dan een bedrag over maken, allemaal goed. Maar dan is dat bedrag overgemaakt dan vergeten ze het weer. Dan vergeten ze dat de armoede steeds weer kinderen in Afrika in gevaar brengt, dat de manier waarop medicijnen gemaakt worden en wie er aan verdient steeds weer geld nodig maakt om zieke kinderen midicijnen te geven, dat oneerlijke handelsverhoudingen de armoede in stand houdt en dat we dus de handelsverhoudingen eerder moeten veranderen dan geld moeten geven. Ook daar gaat Europa eigenlijk over, want in Europa worden de handelsmuren opgebouwd, daar wordt de oneerlijke concurentie in stand gehouden. Het medelijden door Ivo Niehe opgewekt verdwijnt weer als zaad door vogels van de weg gepikt. En ook als we vaker geven, misschien een automatische machtiging afgeven, dan komt de zomervakantie en de wintermode en dan verstikken onze goede voornemens als graan dat opgroeit tussen distels en dorens. Alleen wie dag in dag uit zonder ophouden jaren achtereen blijft vragen om een anders ingerichte wereld, anders globalist wil zijn, waar recht en rechtvaardigheid heerst en oneerlijke handelsverhoudingen zijn uitgebannen, heeft iets geproefd van het Koninkrijk van God waar die Jezus van Nazareth zo meeslepend over kon vertellen. Die vraagt ook om een ander Europa, een Europa waar ook Afrika en de armen van de wereld bij mogen horen.

 

En ook enkele vrouwen

vrijdag, 22 juni, 2007

Lucas 8:1-8

In tal van verhalen over Jezus van Nazareth wordt gedaan of hij rondtrok door het land Israel vergezeld door de twaalf mannen die hij had uitgekozen. Nog afgezien van het feit dat Jezus ook af en toe de grens over ging naar het buitenland vertelt het Evangelie van Lucas ons heel uitdrukkelijk dat niet alleen die 12 mannen meegingen maar ook een aantal zeer vooraanstaande bij name genoemde vrouwen. Maria, uit het vissersplaatsje  Magdala, Johanna de vrouw van een vooraanstaande hoveling en Susanna en nog anderen die zorgden dat het hele gezelschap in leven bleef. Dat waren geen armen want er staat uitdrukkelijk bij dat ze van hun eigen geld zorgden voor het gezelschap van Jezus. Het verhaal staat er niet voor niets en niet voor niets op deze manier. Het Evangelie van Lucas is geschreven na de brieven van Paulus, in een tijd dat de Tempel werd verwoest en overal gemeenten waren ontstaan. Nu had Paulus al geschreven dat er in Christus man noch vrouw was.In die nieuwe gemeenten moest worden voorkomen dat de mannen de eerste plaats voor zich zouden opeisen. Tevergeefs, zo weten we nu. De strijd om de macht en de pretentie van mannen dat zij de eerste plaats ook in de kerken, moeten innemen duurt tot op de dag van vandaag. Ja het lijkt er op dat die onbijbelse zogenaamd christelijke pretentie ook in de samenleving vrouwen verhindert hun plaats in te nemen. De gelijkenis van Jezus is ook in onze dagen actueel. De boodschap van bevrijding van de strijd tussen mensen, het aanbreken van de tijd van delen en liefde voor elkaar, is lang niet altijd vanzelfsprekend. Die boodschap lijkt soms in de lucht te verdwijnen als voer voor de vogels. Zich christelijk noemende groepen ontzeggen vrouwen zelfs een plaats in het bestuur van de samenleving alsof er in het Evangelie in het geheel geen vrouwen genoemd worden. Soms lijkt het of vrouwen wel een plaats als gelijke mogen innemen maar als het gaat om de werkelijke verdeling van functies dan schieten de mannelijke ambities als distels op en verstikken ze de mogelijkheden van vrouwen. Maar heel langzaam schiet het gezegde van Paulus, dat er man noch vrouw in het Koninkrijk te onderscheiden valt, wortel. De samenleving wordt er wel gelijk een heel stuk beter van, creatiever, zorgzamer. Niet van die enkele vrouw die mannen zo goed weet te imiteren, maar van vrouwen die werkelijk op grond van hun beeltenis zijn van God een eigen inbreng weten te hebben. Kijk vandaag maar eens om je heen en vraag je af of je op de weg loopt, tussen de distels zwoegt, of op vruchtbare grond bezig bent.

 

 

Ik sta in mijn recht!

donderdag, 21 juni, 2007

Job 35:1-16

De woorden van Elihu klinken zo logisch. Wat is de mens dat die zich verheft en zich beroept op recht en onrecht. Niemand is volmaakt immers. Hoevaak hebben we dat al moeten horen. Dat je niet volmaakt bent en daarom onrecht maar moet slikken. Van jongs af aan gebeurt dat. Als vader, moeder of je verzorgers zich vergissen en je ten onrechte straffen begint dat al. Als je nu niet fout bent geweest dan was je dat op een ander moment, jij bent immers niet volmaakt. Je hele leven gaat dat door, je baas, de overheid, de leverancier van slechte producten, allemaal roepen ze op hun beurt dat je pech hebt bij tegenslag en dat dat natuurlijk ook komt omdat je te laat was, niet goed had opgelet, niet volmaakt bent. Wie staat op en zegt: “Ik sta in mijn recht”, bijna niemand durft dat toch immers. Je krijgt dan opstanden en revoluties en die wil je toch niet. Zij die met het verhaal van Jezus van Nazareth en met het verhaal van Israel mee willen gaan willen die revoluties en opstanden overigens wel. Die willen deze wereld omgekeerd. Niet het onvolmaakte zal uit moeten maken wat er gebeurt maar het volmaakte. Het goede en niets dan het goede heet het daar. In dat verhaal gaat het er om de mens werkelijk recht te doen, God is immers rechtvaardig zoals niets anders rechtvaardig kan zijn. In dat verhaal is de mens die in zijn recht staat, mens zoals die wordt bedoeld. Vragen om in je recht te mogen staan, en je recht te krijgen is daarom meer een plicht dan hoogmoed. Mensen die vragen om recht te betrachten doen dat niet alleen voor zichzelf maar ook voor anderen. Straffen horen bij overtredingen en niet bij willekeur, of ze nu komen van vaders, moeders of verzorgers of van de overheid. Van jongs af aan hebben we het recht het zo te leren en te zien toepassen. Elke werkgever heeft de plicht de werknemers recht te doen en zorgvuldig met ze om te gaan, die werkgever vraagt immers van werknemers ook dat die gewetensvol en zorgvuldig hun werk doen. Ook de overheid zal zorgvuldig en rechtvaardig met haar burgers om moeten gaan, anders gaan die de overheid mijden en nemen ze het recht in eigen hand. Elihu heeft daarom weer ongelijk. Het is inderdaad juist om te zeggen dat je in je recht staat tegenover God. Eén van de grootste hervormers uit de kerkgeschiedenis zei het zo: “Hier sta ik, ik kan niet anders.”