Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor mei, 2007

Ze hebben mijn land verdeeld

donderdag, 31 mei, 2007

Joël 3:1-5
 
Wie de Nieuwe Bijbelvertaling wil vergelijken  met oudere vertalingen heeft het met dit gedeelte niet gemakkelijk. Door een andere verdeling van de hoofdtekst in de deelteksten heet dit nu hoofdstuk 3 de verzen 1 tot en met 5 maar vroeger heette het hoofdstuk 2 de verzen 28 tot en met 32. Als je gewoon meeleest is dat niet zo erg maar mensen die hun eigen gelijk willen bewijzen door het roepen van dit soort tekstverwijzingen moet je nu wel gaan wantrouwen. Welke tekstindeling gebruiken ze? Welke vertaling? En uit welke grondtekst? Het lezen van de Bijbel gaat om de boodschap en je moet dus niks letterlijk nemen maar je laten leiden door het verhaal zelf. Wat kan zo’n verhaal ons vandaag te vertellen hebben. Het wonderlijke is namelijk dat dit verhaal elke dag weer ook mensen van vandaag in beweging kan zetten. Vandaag gaat het over het strafhof en de tribunalen voor de misdaden in Joegoeslavië en Rwanda bijvoorbeeld. Misdaden tegen de volken blijven niet ongestraft. Wie de mensen liefheeft zorgt dat de misdaden vervolgt worden als de oorlogen voorbij zijn. Ook in het geweld van de oorlog is er de keus tussen de liefde voor het geweld zelf en de keus voor het geweld ter bescherming van de zwakken. Joël heeft het over het einde van het geweld tegen Israel. Omdat we niet precies meer weten wie Joël was strijden de geleerden tussen het einde van het geweld toen Sanherib het beleg voor Jeruzalem ophief en naar huis ging, of het einde van de balingschap in Babel. Er ligt een heleboel tijd tussen die twee gebeurtenissen maar elk van die gebeurtenissen kan bedoeld zijn. De boodschap blijft hetzelfde, wie de armen iets aangedaan heeft ten eigen bate dient bestraft te worden. Het land was verdeeld, jongens geruild voor hoeren, meisjes voor wijn. Het is alsof we lezen over de moorden, de verkrachtingen en de roofpartijen uit de moderne oorlogen. Daarom zijn het strafhof en de tribunalen van groot belang. Het dwingt ons na te denken over de voorbereiding van onze soldaten die we er op uit sturen om mensen in verdrukking te hulp te snellen. Die soldaten zullen we moeten beschermen tegen het verliefd worden op het geweld zelf, tegen het gewoon gaan vinden van het uitoefenen van macht over anderen. Dat kan door ook hier het kwade te straffen en het goede te belonen. Het is de laatste dag van meimaand, de dag waarop we ook terug kunnen kijken op het tribunaal van Neurenberg dat zo duidelijk toonde hoe verschrikkelijk fout het Naziregime in Europa was. Zo duidelijk dat het nooit meer ontkend mag worden. Maar ook zo dat het nooit meer herhaald mag worden.

 

Vertrap wie zilver begeren

woensdag, 30 mei, 2007

Psalm 68:25-36

Het laatste deel van de psalm over de intocht van het volk Israel in het beloofde land. Het ging bijna mis doordat iemand stiekum toch wat zilver als buit nam, ondanks het bevel om dat niet te doen. Het ging immers om het delen van een land overvloeiende van melk en honing. wie niet wilde delen moest wel worden aangepakt, maar het volk Israel moest willen delen. Het had zelfs strenge wetten om de vreemdelingen bij de samenleving te betrekken. Je moet dus als volk die de Wet van de Woestijn wil volgen ook een voorbeeld willen zijn. Dat geldt niet alleen voor het volk Israel maar ook voor de volgelingen van Jezus van Nazareth. Uit het verhaal van Israel maar ook uit het verhaal van de volgelingen van Jezus van Nazareth zijn vele voorbeelden te geven waar opgeroepen wordt om dat voorbeeld te zijn. De macht van de Liefde, Gods macht hier genoemd, heerst over Israel, die macht is sterker dan wat ook op aarde of in de hemel. zelfs de wolken die de oogst kunnen verwoesten brengen je niet tot honger als je met elkaar onvoorwaardelijk bereid bent om met elkaar te delen. Dat is de les die het volk Israel in de woestijn had geleerd. Daar kun je niet overleven als je niet onvoorwaardelijk bereid bent om te delen. De volgelingen van Jezus van Nazareth hadden het geleerd onder de wrede Romeinse bezetting. Je werd pas weer mens, je kon pas weer liefhebben als je bereid was te delen met de armsten in de samenleving, als je bereid was om met gelijkgestemden alles te delen en voor elkaar zorg te dragen. Die macht is onbreekbaar, ononverwinbaar, dat heeft het volk van Israel, dat hebben de volgelingen van Jezus van Nazareth ervaren. Het volk Israel keerde terug uit ballingschap door het vasthouden aan dat gebod van de Liefde. De volgelingen van Jezus van Nazareth zagen hun beweging groeien door ook na de dood van Jezus te blijven geloven in zijn leven en door te gaan met zijn verhaal als met het verhaal van een levende. Die kracht werkt op de aarde tot de dag van vandaag. Die kracht doet elke dag mensen opstaan tegen onrecht, discriminatie, honger, geweld en de vernedering van mensen omdat alle mensen je broeders en zusters zijn. Die macht maakt dat we elke dag opnieuw mee mogen doen in die beweging, ja zelfs ontelbare malen op een dag ons weer opnieuw mogen aansluiten bij die beweging. Zo sterk is die beweging dat niemand en niets, zelfs de dood niet, dat kan tegenhouden. Hij geeft kracht aan zijn volk, hij geeft die kracht aan elk van ons.
 

U voerde gevangenen mee

dinsdag, 29 mei, 2007

Psalm 68:12-24

Toen het volk Israel uit Egypte vertrok waren het slaven, gevangenen, en heel lang in de geschiedenis van Israel bleef het besef levend dat ze bevrijde slaven waren. Door het dienen van die God die Mozes hen had getoond waren ze bevrijd geworden, hadden ze de woestijn kunnen trotseren en waren ze in het beloofde land gekomen. Dit deel van de Psalm bezingt op poëtische wijze de intocht in het beloofde land. Daar kwam de Heilige Tent uiteindelijk tot rust na alle omzwervingen. Zeker David moet dat zo gevoeld hebben want hij deed verschillende pogingen de Tent naar Jeruzalem te brengen voordat hij er in slaagde. En dan nog mocht hij er geen Tempel voor bouwen want een Tempel zou te snel hetzelfde zijn als de omringende volken voor hun goden hadden. De Godsdienst van Israel is een heel ander soort godsdienst. Op de berg Sinaï had het gedonderd en gebliksemd, vuur was er van de berg af gekomen toen ze Wet van de Woestijn hadden gekregen, over die ene God die geen andere goden dulde en over hoe je je naaste lief moest hebben als jezelf. Elk jaar als de eerste vruchten van de oogst binnengehaald waren trokken ze op naar het Heiligdom in Jeruzalem om met een grote maaltijd het ontvangen van de Wet van de Woestijn te vieren en zich te herinneren hoe die wet ook al weer luidde. Later waren de Grieken dat feest Pinksteren gaan noemen omdat het vijftig dagen na Pasen was. Die Grieken wisten niet dat het zeven maal zeven dagen had geduurd tussen de bevrijding uit Egypte en het ontvangen van de Wet. Dat Pinksterfeest was dus een dankfeest, voor de oogst maar vooral voor de Wet die voorschreef dat die oogst gedeeld moest worden. Veel eeuwen later zouden de volgelingen van Jezus van Nazareth op dat Pinksterfeest beweren dat het enige wat van die Wet van de Woestijn overbleef het delen van alles met elkaar was. Ook toen vlamde en stormde het zo leek het tenminste. Als het het delen was dan zouden de duizenden en duizenden inderdaad naar het Heiligdom van God komen. Inmiddels zijn er miljoenen bij die beweging van Jezus van Nazareth aangesloten, verenigd in talrijke kerken en kerkelijke gemeenten. Het delen met elkaar, het zorgen voor de armsten in de samenleving, de armsten in de wereld, blijft echter ook na Pinksteren nog steeds een zaak waarvoor gestreden en geleden moet worden. Waar ook de volgelingen van Jezus van Nazareth elke dag opnieuw mee moeten beginnen en opnieuw toe moeten oproepen. vandaag met het zingen van deze Psalm.
 

Gevangenen vrijheid en voorspoed geven

maandag, 28 mei, 2007

Psalm 68:1-11

Drie dagen lang zullen we zingen van Psalm 68. Een zangstuk, een muciceerstuk staat er zelfs oorspronkelijk, van David. En David was voor Israel het symbool van de ideale koning. De koning die het land Israel haar plaats onder de volken had gegeven. Na David had niemand meer durven ontkennen dat er ooit een koninkrijk Israel was geweest. Maar David was ook de Koning die de godsdienst van Israel centraal had gesteld. Hij had de Heilige Tent haar plaats in de hoofdstad gegeven. Hij had van de staat Israel een rechtstaat gemaakt waar recht en gerechtigheid hadden geheerst. Een zoon van David zou het rijk definitief bevrijden van onderdrukking en recht doen aan de armsten in het land. Op de eerste Pinksterdag hebben we gelezen hoe de volgelingen van Jezus van Nazareth geloofden dat die Jezus de beloofde zoon van die Koning David was. En in het eerste deel van de psalm die we vandaag beginnen te zingen komen ze allemaal voorbij, de weduwen en de wezen, de eenzamen. De rechtvaardigen verblijden zich bij zoveel rechtvaardigheid. Heel uitdrukkelijk worden in deze psalm ook de gevangenen genoemd. En in onze dagen denken we dan direct aan Amnesty International. De particuliere organisatie die opkomt tegen het gevangen zetten van mensen om wat ze denken. We hebben voor geweld, voor diefstal en bedrog, nog niet veel andere oplossingen gevonden dan het opsluiten van mensen. Dat opsluiten moet wel menselijk gebeuren, en wie opgesloten wordt moet volgens onafhankelijke rechtsprocedures op basis van feitelijk bewijs worden veroordeeld. Maar het opsluiten van mensen om wat ze denken, wat ze zeggen, wat ze vinden, en waarvan ze anderen van willen overtuigen vinden we onder alle omstandigheden verwerpelijk. Juist ons eigen geloof in de rechtvaardigheid roept altijd weer tegenstand op. Ook in deze psalm worden de opstandigen genoemd. De machtigen en de rijken die weigeren te delen bestrijden de roep om gerechtigheid. Daarom is het werk van Amnesty International, los van de vraag voor welke overtuiging mensen opgekomen zijn, altijd een werk dat spoort met de roep van de Bijbel om op te komen voor gevangenen. Mensen moeten tot geloof komen door het horen van het verhaal en niet door geweld. Juist door het geweld van het kruis, en geweld als antwoord daarop, af te wijzen en de liefde als antwoord op het kruis centraal te stellen is het christendom als beweging ontstaan. Surf vandaag dus eens al zingend met deze psalm naar de site van Amnesty International.
 

De messias komt niet uit Galilea

zondag, 27 mei, 2007

Johannes 7:37-52 

Terwijl de kerken hun verjaardag vieren en het verhaal vertellen dat we hier de afgelopen dagen hebben gelezen over dat Pinksterfeest waarop de volgelingen van Jezus begonnen te vertellen en 3000 nieuwe volgelingen doopten, lezen wij uit het Evangelie van Johannes een ander verhaal over de Geest. Die Geest van God, de geest waarin we proberen onze naaste lief te hebben als onszelf, kwam met en door Jezus van Nazareth. Hij leefde het leven in die geest ons voor. Zo bevrijdde hij mensen van de zonde, wie het goede doet en niets dan het goede, doet immers geen zonde, zo bevrijdde hij mensen van de angst voor de dood, de dood dood de liefde immers niet, de liefde die altijd doorgaat. Maar de bevrijder, de messias, zou een zoon zijn van koning David. Mattheus en Lucas hadden in hun Evangelieverhalen veel moeite gedaan duidelijk te maken dat Jezus van David afstamde, maar Johannes laat dat in het midden. Of Jezus de bevrijder is moet niet afhangen van een stamboom maar van de vruchten van zijn optreden. Dat hebben de mensen goed begrepen. Ook de leiders van het volk hebben het eigenlijk begrepen want ze vinden dat optreden van Jezus van Nazareth maar niks. Wie gaat er nu uit liefde voor de mensen voortdurend tegen de regels in. Wie maalt niet om afkomst of gedrag maar let alleen op de bereidheid een nieuw leven te beginnen, een leven van delen wat je hebt, van zorg voor elkaar en vooral voor de armsten, de verworpenen, de uitgestotenen. Voor die mensen gaan inderdaad rivieren van goedheid stromen, maar zullen ze er niet in verdrinken? Het is de angst die we horen bij het pardon voor de kleine groep asielzoekers die hier al meer dan vijf jaar wachten op een oplossing. Zullen we niet verdrinken in vreemdelingen? Als je de vraag zo stelt dan weet je dat het niet zal gebeuren. Maar als je vraagt om een stadionverbod voor alle Marokanen in ons land, omdat een handvol Marokaanse jongeren de Nederlandse voetbalsupporters goed had nagedaan en een wedstrijd had verstoord, dan pleeg je eigenlijk een misdrijf. Dan is het hard nodig dat de Geest van God op je neerdaalt. Je merkt dan ook dat mensen zich kunnen afsluiten voor die Geest van God. Jezelf groter maken door de ander te kleineren lijkt soms vruchtbaarder dan de ander net zo lief te hebben als jezelf. Uiteindelijk loopt dat goddeloze gedrag uit op geweld. Daarom is het symbool van de Geest, een duif, ook het symbool van vrede. Want samen delen is samen vrede beleven, dat vieren we vandaag met dat Pinksterfeest.

Keer u af van uw huidige leven

zaterdag, 26 mei, 2007

Handelingen 2:29-42

Mooie preek van Petrus vandaag te lezen. Maar die preek was voor de mensen in Jeruzalem die op het traditionele Pinksterfeest ineens een geluid hadden gehoord als van een geweldige storm, zonder dat de wind was opgestoken, en een groep mensen hadden gezien die wel op een stel brandende braambossen leken. Sommigen dachten zelfs dat ze dronken waren zo op de vroege morgen roepend over de bevrijding die was gekomen door te leven in de Geest van God die ze hadden leren kennen en gekregen door hun voorganger Jezus van Nazareth. Petrus legt hier uit wat het allemaal te betekenen heeft. Het gaat om vertrouwen op God. De Romeinse overheersing was ondraaglijk geworden. Die volgelingen van Jezus van Nazareth konden er over mee praten. Die Jezus was immers door de Romeinen aan een kruis gehangen. De vraag was wat nu, neem je met geweld wraak voor de moord of is er een andere weg. Petrus komt met een andere weg, een weg die ze van die Jezus hadden geleerd. De weg terug naar het oude geloof in de God die met je meegaat door de woestijn, die je vijanden aan je voeten zal leggen als je je houdt aan de Wet van de Woestijn, de wet van breken en delen, de wet van zorgen voor elkaar. Ooit waren mensen geschapen naar Gods beeld, ooit had Mozes de bevrijder God ontmoet in een brandende braambos in het hart van de woestijn en ooit had de grootste Koning van Israel, David gezegd dat als je God als Heer erkent je Heer nooit verslagen of gedood kan worden. De Liefde, die God is, sterft nooit en nergens. Zo waren de 120 volgelingen van Jezus bij elkaar gekomen en zo nodigden ze iedereen uit om er aan mee te gaan doen. Een eigen gemeenschap die niet onderdrukt kon worden door de Romeinen. Die Romeinen konden de mensen doden, maar nooit de Liefde, nooit de gemeenschap. Je moet dan wel durven op een radikaal andere manier te gaan leven. Geen baas en geen heerser heeft het dan meer te vertellen. Alleen de liefde voor de zwakste, voor de naaste, alleen delen van wat je hebt telt nog. Na die indrukwekkende preek van Petrus lieten 3000 mensen zich dopen als teken dat ze echt het oude leven van zich afspoelden en het nieuwe leven begonnen. In één klap was die kleine groep van 120 volgelingen een grote groep geworden. En vandaag en morgen kunnen ook wij ons er, misschien opnieuw, bij aansluiten. Je kunt je zelfs laten dopen als je nog niet gedoopt bent, bel maar een dominee in de buurt, overal is er één.

 

Jongeren zullen visioenen zien

vrijdag, 25 mei, 2007

Handelingen 2:14-28

Natuurlijk, jongeren weten altijd hoe de wereld er beter uit zou kunnen zien. Dat was al in de tijd van de profeet Joël zo en dat was in de tijd van Petrus niet anders. Ook nu is dat nog steeds zo. Oude mensen weten dat het dromen zijn, maar er zijn altijd mensen die die droomgezichten als mogelijkheden blijven zien en er aan blijven werken. De beroemste preek van dominee Martin Luther King heet in het Engels “I have a dream”, ik heb een droom. Hij had zo’n droomgezicht dat blanke en zwarte kinderen hand in hand zouden wandelen. Die droom is uitgekomen al zal er aan de gelijkheid nog veel moeten gebeuren. In de gevangenissen in Amerika zitten drie keer zo veel zwarte mensen als blanke mensen en zwarte mensen zijn van nature net zo crimineel als blanke mensen. Maar de geest van God maakt dat je dit soort droomgezichten blijft zien. Dat jongeren dit soort visioenen blijven koesteren. Wie het verhaal kent van de onmetelijke en onvoorwaardelijke liefde voor mensen, een liefde die wonderen kan veroorzaken, die muren kan afbreken en mensen bij elkaar kan brengen, die gaat vanzelf die dromen dromen en vergezichten zien. Dat was waarvoor Petrus en de 11 andere apostelen opstonden en hun huis uitkwamen. Ze leken nu zelf brandende braambossen. De tijd dat alles gewoon maar door ging alsof er geen God en geen wet was had opgehouden. Het einde van de tijden van de wereld was gekomen. Binnen de nieuwe beweging van Jezus van Nazareth waren slaven vrij, schulden kwijtgescholden en was de armoede opgeheven, precies zoals God het had voorgeschreven en de profeten het hadden voorspeld. Het kon, het kan, je moet het gewoon gaan doen. Het is een kwestie van er enthousiast, begeesterd, aan beginnen. In Noord Holland zal morgen het Luilak feest worden gevierd. Op de dag voor Pinksteren gaan ze heel vroeg de huizen langs om met veel lawaai iedereen wakker te maken. Pinksteren is daar het feest van vroeg opstaan, opstaan om een nieuw leven te beginnen. Het leven in de geest van Jezus uit Nazareth. Het leven van delen met elkaar en recht en rechtvaardigheid. Pinksteren is het feest dat ons leert dat we er elke dag weer opnieuw mee kunnen beginnen. Dat we elke dag mogen opstaan om mensen lief te hebben, om te mogen geloven dat het kan, een wereld waarin mensen van elkaar houden en zo God eren. Elke dag, ook vandaag.
 

Het Pinksterfeest

donderdag, 24 mei, 2007

Handelingen 2:1-13

Vandaag lezen we alvast het verhaal over het Pinksterfeest dat zo’n bijzondere betekenis kreeg door het optreden van die volgelingen van Jezus van Nazareth. Komende zondag wordt dat in veel kerken gevierd, het is de verjaardag van de kerk. Dat Pinksterfeest was al een bestaand feest. Vijftig dagen na Pasen werden de eerste vruchten van de oogst naar de Tempel gebracht om er samen een maaltijd van de te houden. Die vijftig dagen zijn niet zomaar. Zeven maal zeven dagen zijn voorbijgegaan en zeven was het heilige getal. Na zeven maal zeven dagen is het dus wel een heel erg heilige dag. Het doet denken aan dat jaar na zeven maal zeven jaren waarop alle Israelieten het stukje land terug zouden krijgen dat ze bij de verdeling door Jozua hadden gekregen. De slaven zouden dan worden vrijgelaten en de schulden worden kwijtgescholden. Iedereen kon met een schone lei weer opnieuw beginnen. Al die beloften waren eigenlijk nooit uitgekomen, een mooie wet maar voor een ordelijke samenleving toch iets te ingewikkeld. En dan komt er die Petrus die verteld dat die wet juist op die Pinksterdag uitgevoerd zal worden. Nog wel door het optreden van Jezus van Nazareth die vlak voor de laatste Paasviering als een slaaf was gekruisigd. Het was zelfs nog erger. Joden uit de hele bewoonde wereld waren naar Jeruzalem gekomen om dat Pinksterfeest mee te vieren. En toen die 120 volgelingen van Jezus van Nazareth hen uitnodigden mee te doen snapten ze allemaal waar het om te doen was, de wet van wat vroeger genoemd was “het aangename jaar van de Heer”. Dat was helemaal niet zo ingewikkeld, dat moet je gewoon samen gaan doen. Schulden kwijt schelden voor arme landen bijvoorbeeld. De rijkste landen in de wereld doen dat bijna elke G8 vergadering wel weer een beetje. Rechtvaardige handelsverhoudingen worden op die vergaderingen tegengehouden maar als wij alleen Max Havelaar en Fair Trade producten gebruiken kunnen ze er op de duur niet meer om heen. Anders Globalisten noemen ze mensen die voortdurend bedacht zijn op het lot van de armsten in de wereld. Mensen van de Weg gingen ze die volgelingen van Jezus van Nazareth noemen. De Weg van de liefde. Het is ongeloofelijk. Op die eerste Pinksterdag werden die volgelingen van Jezus uitgemaakt voor dronkaards, nu worden de Anders Globalisten uitgemaakt voor raddraaiers. Hoe het ook zij, willen we de armen bevrijden van schuld, honger en ellende, hen recht doen dan zullen we de wereld op z’n kop moeten zetten. Wat onder is moet dan boven komen.

Zijn dienende taak te verrichten

woensdag, 23 mei, 2007

Handelingen 1:15-26

Gisteren hebben we al gelezen dat de 11 apostelen samen met de vrouwen, de moeder van Jezus van Nazareth en dienst broers, bij elkaar waren in Jeruzalem. Dat was bij elkaar een gezelschap van 120 personen lezen we vandaag. Dat is niet niks zo na de dood van Jezus van Nazareth en de vondst van een leeg graf en verhalen over zijn verschijning. Er waren echter oorspronkelijk 12 apostelen. Judas had Jezus verraden, had de bloedakker van Jesaja willen kopen maar was daarbij omgekomen. In een ander bijbelgedeelte staat dat hij heen ging en zich verhing maar Petrus vertelt ons hier dat hij ten val was gekomen. Er waren niet voor niets 12 apostelen gekozen. Er waren immers ook 12 stammen van Israel geweest, voor elke stam van Israel een zendeling. Er moest dus een nieuwe komen. Dat ging pas echt democratisch, je zoekt er twee goede uit en loot dan tussen die twee. Er wordt nog wel eens gedaan of die 12 het bestuur van de nieuwe beweging vormden, de baas zouden zijn. Maar dat staat er niet. Ze waren dienaren van de gemeenschap. Zij immers hadden met Jezus van Nazareth opgetrokken en zij hadden gehoord wat hij verteld had. Dat verhaal, die boodschap van bevrijding moesten ze doorgeven. Doorgeven door te vertellen over wat ze gehoord en beleefd hadden en doorgeven door het met de anderen te leven. In een gemeenschap waar de een zich niet beter zou achten dan de ander. Dat is niet eenvoudig. Je ziet het aan onze regering. Die wilde eerste wel eens weten wat mensen in het land vinden van alle nieuwe plannen en wat de belangrijkste zouden moeten zijn. Daarom trokken ze het land in onder het motto dat ministers het niet beter hoeven te weten dan de mensen waar het over gaat. Gelijk kritiek van de oppositie. Die vindt dat de regering de baas moet spelen. Natuurlijk omdat het dan eenvoudiger is voor de oppositie om te roepen dat de regering het verkeerd doet. Ze hoeven niet bang te zijn. Vanaf de komende begroting gaat de regering weer de baas spelen. Bij elke kritiek zal de regering dan roepen dat die kritiek ten onrechte is omdat ze eerst naar de mensen hebben geluisterd. We moeten ze dus vanaf nu blijven herinneren aan hun dienende functie. Dienend voor de zwaksten in de wereld, voor de armsten, de hongerigen en de naakten, de ontrechten en de slachtoffers van geweld. Voor zover ze die nog niet hebben gehoord of gesproken zullen we hen stem moeten geven. Als apostelen moeten we blijven vertellen over de bevrijding die er gekomen is en proberen voor te leven hoe het nieuwe Koninkrijk van Jezus van Nazareth er uit zou kunnen zien.
 

Wat staan jullie naar de hemel te kijken?

dinsdag, 22 mei, 2007

Handelingen 1:1-14

Vandaag gaan we in de aanloop naar het verhaal van Pinksteren opnieuw beginnen in het boek van de Handelingen van de Apostelen. Net als het Evangelie van Lucas is ook dit boek opgedragen aan Theofilus, Latijn voor de zoon van God, maar zo zou een Romein heel goed hebben kunnen heten. Dit boek vertelt hoe de boodschap van Jezus van Nazareth verspreid werd tot aan de einden der aarde. Het begint in Jeruzalem en het zal eindigen in Rome, in het hart van het Rijk. Het begint dan ook met de vraag of het Koningschap van David in Israel hersteld zal worden. Het eindigt er mee dat iedereen in de hele wereld de boodschap van Jezus kon horen. Wij weten dat uiteindelijk heel dat machtige Rijk van Rome ten onder zou gaan en dat een van de laatste keizers geen andere uitweg meer zou zien dan zich ook bij die beweging van de mensen van Jezus van Nazareth aan te sluiten. Zo ver zijn we nog niet. Eerst neemt Jezus afscheid van zijn leerlingen. Ze zullen ontdekken waar ze de kracht vandaan kunnen halen om dat verhaal uit te dragen over heel de wereld. Daarvoor moeten ze in elk geval niet naar de hemel blijven staren. De hemel moet op aarde komen en daarvoor zullen zij, en wij dus ook, de aarde gereed moeten maken. In Jeruzalem komen ze dus bij elkaar in een zaal waar ze volgens het verhaal van Lucas ook het laatste Paasmaal met Jezus hadden gehouden. De 11 apostelen worden met name genoemd maar in één adem worden ook de vrouwen genoemd en Maria de moeder van Jezus en zijn broers. Jezus van Nazareth wordt vaak afgeschilderd als enig kind maar dat was hij zeker niet. Hij had broers en zusters en zijn broer Jacobus zou uiteindelijk het hoofd van de gemeente in Jeruzalem worden. Het was een heel gezelschap dat bij elkaar was, biddend en de psalmen zingend. Eensgezind staat er nog uitdrukkelijk bij want alleen als je echt samen probeert een gemeenschap te vormen dan kan zo’n klein gezelschap de hele wereld van de boodschap van Liefde en vrede doordringen. En dat je dat samen moet blijven doen is duidelijk. Vandaag beginnen de CNV jongeren samen met het ICCO een actie voor rechtvaardige handelsverhoudingen. Die jongeren weten vanuit hun vakbondsachtergrond hoe belangrijk dat samen staan voor de goede zaak altijd is geweest. zij staan nu niet alleen samen voor eigen rechten maar ook voor de rechten van hun armste broeders en zusters in de wereld. Dat is al een beetje van de geest die aan de leerlingen van Jezus was beloofd. Laten we de CNV jongeren steunen als we even kunnen.