Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor februari, 2007

Waarom doet u iets dat op sabbat niet mag?

zondag, 18 februari, 2007

Lucas 6:1-11

Het antwoord op de vraag die hier bovenstaat is dat je zelf de baas bent over wat mag en niet mag op de Sabbath. Dat vertelt ons de schrijver van het Lucas Evangelie ons tenminste. Wij hebben de Sabbath vervangen door de zondag omdat we op de eerste dag van de week de bevrijding van de dood gingen vieren. En vieren maakt vrij. Toch hebben christenen heel lang hun vinger opgestoken als er iets werd gedaan waarvan ze dachten dat het niet mocht. Dat eten van die zendelingen in opleiding die achter Jezus aanliepen, en dat genezen door Jezus waren uitzonderingen. Dat er in een ziekenhuis moet worden gewerkt op Zondag dat is ook nog te begrijpen al moet er dan wel zondagsdienst gedraaid worden. Het hoogst nodige moet worden gedaan en verder niet. Jezus zet op een aantal plekken in de Bijbel de liefde voor de mens tegenover dit strafrechterlijk denken. Wat wel of niet mag hangt niet af van de regeltjes maar van de mens die schade lijdt of het nodig heeft. Dat betekent niet dat er geen waarde moet worden gehecht aan een vrije dag in de week. Juist die dag waarop we allemaal vrij zijn en alleen de hoogst nodige arbeid wordt verricht is van belang voor mensen. Wanneer anders kunnen we allemaal samen komen en maaltijd houden. Als we allemaal op een andere dag in de week vrij zijn komt daar nooit meer wat van terecht. Als er dan ook nog veel mensen zijn die ’s avonds moeten werken, of ’s nachts, dan zien we elkaar in de samenleving eigenlijk nooit meer. Samen Werken en Samen Leven kan dan misschien nog wel, we komen elkaar immers in de file nog wel tegen, maar Samen Delen is er helemaal niet meer bij. Samen Delen van plezier, van een maaltijd, van een goede sportwedstrijd, van de schoonheid van de natuur, van kennis, inkomen en macht het is allemaal onmogelijk geworden als we op zeven dagen in de week en op alle 24 uren van de dag ergens aan het werk zijn en die zeven dagen en die 24 uren onder elkaar verdelen zonder een dag te reserveren voor allemaal samen. Van de nieuwe regering mag verwacht worden dat de liefde voor mensen weer boven regels van winst en profijt gaan en dat aan koopzondagen en eindeloos werken grenzen worden gesteld. En zo niet dan moeten we via koopstakingen op zondag en onze vakbonden maar in aktie komen voor die grenzen. Zodat we ook op de zondag het goede kunnen doen.

?

Hij richtte een groot feestmaal aan.

zaterdag, 17 februari, 2007

Lucas 5:27-39

Na het lezen over alle feestmalen in het boek van Ester keren we vanaf vandaag terug naar het Evangelie van Lucas. En daar vallen we met onze neus in de boter want ook hier gaat het om een feestmaal. Maaltijden zijn voor Joden en Christenen de belangrijkste religieuze gebeurtenissen. En omdat het belangrijke godsdienstige handelingen zijn moet je er voorzichtig mee omgaan. Je kunt dat wat je eet en drinkt vergoddelijken en dus dat wat je eet en drinkt gaan aanbidden. Dat is afgoderij en dat verwijt klinkt dan ook tussen kerken vandaag de dag. In de tijd van Jezus van Nazareth klonk de waarschuwing dat je moet uitkijken met wie je de maaltijd nuttigt. Dat kan niet met iedereen. Vandaag klinkt die waarschuwing ook aan advocaten. Ze kunnen niet gaan eten met zware criminelen die van ernstige misdrijven worden verdacht en voor wie ze in processen als verdediger moeten optreden. Ze krijgen dan het etiket maffiamaatje opgeplakt en dat schaadt hun optreden en geloofwaardigheid als advocaat. We moeten dus voorzichtig zijn. Jezus at met Jan en alleman. In dit verhaal wordt de maaltijd hem aangeboden door een belastinginner. Langs de kant van de weg stonden tolhuisjes en iedereen die daar langs kwam moest belasting betalen. Tollenaars betaalden aan de Romeinse bezetter een pachtsom en moesten om te leven winst maken op het heffen van belasting. Ze werden er meestal niet arm van en waren daarom ook niet geliefd. Bovendien werkten ze voor de bezetter en dat maakte hen nog minder geliefd. Jezus deed het echter niet voor niks. Hij had al eens zo’n tollenaar zover gekregen de helft van diens bezit on de armen te laten verdelen en terug te geven aan hen van wie te veel was afgeperst. Liefde voor mensen betekent dus mensen die niet geliefd zijn weer op het rechte pad te krijgen en te zorgen dat ze in plaats van een gehaat medemens weer een geliefd medemens worden. Als dat lukt is het feest, pas als je verdriet hebt ga je vasten. Niet eten en drinken, of heel sober eten en drinken. Bij de volgende feestmaaltijd waardeer je die maaltijd des te meer en kan je er dubbel van genieten. Ter voorbereiding op het grootste feest van de Christelijke Kerk, Pasen, gaan mensen vanaf volgende week woensdag daarom vasten. Even terug in overvloed en wat je bespaart opzij leggen voor de armen in de wereld, om er met Pasen weer tegenaan te kunnen en weten welke rijkdom je eigenlijk hebt. Geniet er dit weekeinde daarom maar van en misschien ga je ook wel op een nieuwe manier naar je leven en naar de wereld kijken.

?

Een pleitbezorger voor het welzijn van allen

vrijdag, 16 februari, 2007

Ester 9:28-10:3

En zo komt ons Carnavalsverhaal uit de Bijbel ten einde. Koningin Ester en minister Mordechai stellen een feestdag in die voortaan door iedereen moet worden gehouden. Wie de laatste tijd heeft meegelezen in het boek Ester blijft wellicht zitten met een paar vragen. Waar halen die Mordechai en Ester eigenlijk de moed vandaan om een feest voor heel hun volk in te stellen? Feesten werden toch voorgeschreven door God? In de Joodse Bijbel zijn de eerste vijf boeken vol van voorschriften over dit soort feesten en het Poerim of Carnavalsfeest staat daar niet in. Trouwens als je het boek Ester nauwkeurig leest komt die hele God waar ze het altijd over hebben in dat hele boek helemaal niet voor. Hoort dat boek dan wel in de Bijbel? Die laatste vraag is zo gek nog niet want daar hebben de geleerden eeuwen over getwijfeld. Maarten Luther bijvoorbeeld, de hervormer die de Bijbel in de landstaal vertaalde, stelde voor het boek Ester maar uit de Bijbel weg te laten. Dat was wat moeilijk want dat boek stond niet in de Christelijke Bijbel maar in de Joodse Bijbel en volgens de Christelijke Bijbel moet je? niks uit? de Joodse Bijbel weg laten. Het boek hoort dus bij het verhaal over Israel en de manier waarop we in de wereld met elkaar om moeten gaan. Dat de beschermers van het volk, de bevrijders van angst en haat in dit geval, de herinnering aan die bevrijding levend willen houden is een legitieme zaak. Voor ons is het verhaal hoogst actueel. In zijn haat tegen alles wat niet blond is en geen blauwe ogen heeft is de groep Wilders in de Kamer te hoop gelopen tegen het staatssecretiaat voor Albayrak en voor Aboutaleb. Zij zijn niet in Nederland geboren en de tweede kan zijn Marokaanse Nationaliteit nooit opgeven, Marokko verbiedt dat in de wet. Maar net als Mordechai worden zij wel dienaren van de Kroon. Onder ede verklaren ze dat ze de Nederlandse wet zullen handhaven en de grondwet zullen respecteren, dat ze trouw zijn aan de kroon kortom. Wilders heeft ooit wel eens gepleit voor het opnemen van de Joods-Christelijke-Humanistische traditie in onze grondwet. Was dat gebeurd dan hadden hij en zijn kameraden nooit van die smerige taal in ons parlement kunnen uiten. De staatssecretariaten zijn volledig in lijn met de hoge post van Mordechai. En als Wilders bang is voor Haman uitgemaakt te worden dan hoeft hij daar niet bang voor te zijn. Die vergelijking zoekt hij zelf. Alleen een behandeling als Haman hoeft hij niet te vrezen. Onze humanistische traditie heeft ons geleerd tegen de doodstraf te zijn. Daar houden we aan vast al is de groep Wilders zelf vast voor de doodstraf.
?

….en geschenken gaven aan de armen.

donderdag, 15 februari, 2007

Ester 9:20-28

“Het feest kan beginnen want wij zijn binnen”, de beroemde eerste regel van een carnavalsliedje dat de komende dagen weer uit vele kelen in ons land zal klinken. Het komend weekeinde is het immers Carnaval. Eigenlijk alleen zondag, maandag en dinsdag maar echte feestvierders moeten oefenen en zijn al op 11 november begonnen en nemen vanaf morgen toch de kans waar om niet drie maar vijf dagen achtereen feest te vieren. De Joden kregen de opdracht hun Carnaval, het Poerimfeest, elk jaar te vieren. De dagen dat ze geen angst meer hoefden te hebben mochten ze nooit of te nimmer vergeten. Altijd weer worden er mensen verdrukt en uitgebuit, altijd weer zijn er groepen in een samenleving die anderen haten en proberen geweld aan te doen. Ook in onze samenleving komen we dat tegen. Daarom mogen mensen voor zichzelf opkomen. Daarom is er vrijheid van meningsuiting, vrijheid van godsdienst, vrijheid van drukpers, vrijheid van vereniging. Daarom staat er in onze grondwet dat niemand gedicrimineerd mag worden op grond van ras, godsdienst, sexe of leeftijd. Ras bestaat eigenlijk niet maar bedoeld wordt dat je niemand mag discrimineren op grond van het uiterlijk of afkomst. Die vrijheden en dat grondwetsartikel maken dat ook wij rustig Carnaval kunnen gaan vieren. De Bijbelse kenmerken van een goed feest gaan echter iets verder dan samen eten en drinken. Verder, want dat eten en drinken hoort er echt bij. Maar ook het geschenken geven aan de armen. Juist die schijnbare kleinigheid, het denken aan en delen met anderen, maakt een Bijbels feest zo uniek. De vijand werpt het lot, het kwade treed altijd schijnbaar toevallig op, bedreiging komt altijd van een kant die je niet verwacht, dat zit in het woord Poerim gevangen. Maar het feest betekent dat er geen enkele bedreiging ons af hoeft te houden van de keuze voor het leven. Het betekent dat iedereen voor zichzelf kan opkomen en dat de basis voor onze samenleving is dat iedereen gelijkwaardig is en dat iedereen mee mag doen. Daar moeten we een heel jaar weer hard aan gaan werken, maar drie dagen lang zetten we een masker op en niemand die meer ziet wie je bent. Verborgen is je afkomst zoals Ester haar afkomst verborgen hield voor de Koning. En ook al wonen we in streken van ons land waar het Carnaval niet wordt gevierd we kunnen leren van het Carnavalsverhaal uit de Bijbel, vandaag, en de komende dagen.

Een dag van feestmalen en feestvreugde

woensdag, 14 februari, 2007

Ester 9:11-19?

Je moet niet denken dat als je je een dagje tegen je vijanden hebt mogen verzetten je rustig bij de pakken neer kunt gaan zitten. Ja in de provincie, waar die rare wetten niet vandaan komen, maar in de hoofdstad lopen altijd meer intriganten rond dan je verwacht. Daarom vraagt Ester om haar volk in de hoofdstad nog een dagje extra te geven. En terwijl de rest van het volk feest kan vieren ruimen de Joden in de hoofdstad de laatste haarden van haat uit. En reken maar dat ook die de dag er op zijn gaan feestvieren. Zo komen we tot drie dagen carnaval. Moeten wij hiervan leren? Natuurlijk. Op 7 maart zijn er verkiezingen voor de Provinciale Staten. Nu mogen we best denken dat die Staten niet zoveel voorstellen. Abstracte beleidsplannen over ruimtelijke ontwikkeling en een toezicht op de waterschappen roepen in het algemeen geen diepgaande politieke tegenstellingen op. In de provincie zal het snel gaan om de vraag of je nu van de hond of van de kat gebeten wordt. Maar dan vergeet je toch de werkelijkheid van onze parlementaire hoofdstad. Onze provinciale politici kiezen immers ook de leden van de Eerste Kamer. En in ons land is er geen wet die wet wordt zonder instemming van de Eerste Kamer. De nieuwe regering der mannenbroeders is dus in haar betutelingsstreven af te remmen door goed na te denken bij het uitbrengen van een stem op 7 maart. Je kunt al vast feestvieren en denken dat het beleid in elk geval voor een kleine groep vreemdelingen beter wordt, dat de oude wijken sneller verbeterd gaan worden, dat de chronisch zieken en gehandicapten er ook in de WIA en de gezondheidszorg beter mee af zijn, maar er zijn nog een paar van die zaken die aandacht verdienen. De vraag blijft natuurlijk nog hoe het zal gaan met een zorgvuldige behandeling van echte vluchtelingen, die is er nog niet. De vraag blijft ook bestaan hoe omgegaan zal worden met alleengaande moeders, blijven die verplicht om te werken of krijgen die een volwaardig bestaan als opvoedsters in onze samenleving. Krijgen we straks normen en waarden opgelegd die de vrijheid beperken waar Paulus het over gehad heeft? Krijgt de vrijheid van godsdienst voorrang op de vrijheid van meningsuiting zodat je aanhangers van de godsdienst van het atheïsme niet meer kunt aanspreken op hun goddeloosheid? Wees waakzaam en doe er nog een dag langer over. Dat kon wel eens nodig zijn.

Hun bezittingen raakten ze met geen vinger aan

dinsdag, 13 februari, 2007

Ester 9:1-10

Mensen die geweld willen gebruiken lijken het nooit te leren. Zelfs als de maatschappelijke wind zich tegen hen keert gaan ze met dichte ogen door. In het verhaal van Ester zijn het de Joden die zich aaneensluiten en zich weten de verdedigen. Het middenkader van de Staat had heel goed begrepen waar de juiste politieke wind vandaan kwam en steunde de Joden in hun verzet. De wet van de Koning die hen het recht gaf zich te verdedigen gaf hen ook het recht het bezit van hen die sneuvelden tot hun eigendom te maken. Maar heel uitdrukkelijk wordt gezegd dat ze die bezittingen niet aanraakten. Het geweld is een keuze voor het leven en tegen de dood. Het geweld is niet bedoeld om macht uit te oefenen of te krijgen, het is niet bedoeld om er zelf rijker van te worden. Vandaag lijkt dat wat anders te gaan. Ondanks alle adviezen, ondanks een verkiezingsnederlaag, ondanks het protest van tienduizenden, ondanks het verzet van bevriende naties, blijft de Amerikaanse regering vasthouden aan een politiek van geweld in Irak. Dat die oorlog op verkeerde gronden is gevoerd is inmiddels wel duidelijk, dat die oorlog met verkeerde middelen wordt beëindigd wordt langzamerhand ook wel duidelijk. Des te vreemder is het dat een partij als het CDA er aan blijft vasthouden dat hun besluitvorming juist was. Zij zijn net zo goed misleid als de veiligheidsraad van de Verenigde Naties, het Amerikaanse Congres, het Britse Parlement en al die mensen die Saddam Hoessein terecht een dicator vonden die moest worden verwijderd. Maar de oorlog in Irak is niet begonnen omdat Sadam Hoessein een dictator was die gifgas tegen zijn eigen bevolking gebruikte in strijd met alle internationale rechtsregels. De oorlog in Irak is niet begonnen omdat Saddam Hoessein oorlogen voerde tegen landen om hem heen, Koeweit en Iran als bekendste voorbeelden. De mensen die namens de Verenigde Naties het nakomen van de regels voor massavernietigingswapens controleerden rapporteerden dat er geen reden was om aan te nemen dat die regels niet nagekomen werden,maar die wapens werden wel het excuus voor de oorlog. Toch houdt het CDA het onderzoek tegen naar de reden die de Nederlandse regering had om mee te gaan doen en steun te verlenen. Het is alsof het CDA zich schaart in het kamp van de zonen van Haman, geweld is kennelijk altijd goed, zeker als er niet op tijd voor je gebogen wordt. Hopelijk komt het onderzoek er toch. We moeten ons immers kunnen verdedigen als we weer onze kinderen de oorlog in moeten sturen.

?

Een tijd van licht en vreugde

maandag, 12 februari, 2007

Ester 8:9-17

Voor even mocht Mordechai de Jood koning zijn over de halve wereld. Niet om zijn macht op te leggen aan anderen. Niet om zelf feest te kunnen vieren op kosten van anderen, nee om een wet te verspreiden waarbij hij en zijn volk zich konden verdedigen tegen hun vijanden. Dat recht om je te verdedigen tegen je vijanden wordt maar weinig toegekend. Hoe groot de bedreiging ook is, meestal wordt gekozen voor overleg en acceptatie. Dan moet er maar een oplossing gezocht worden. Zoals die Armeniërs die in 1915 massaal de woestijn werden ingestuurd zonder dat de wereld een hand uitstak. Nu praten ze over volkerenmoord en de Turken die ze militair moesten begeleiden kunnen daar kwaad over worden maar alle verenigde volkeren keken toe en zwegen. Ook vandaag de dag zwijgen de volken als er geweld wordt gebruikt om eigen eer, macht en bezit te verdedigen ten koste van anderen. De vluchtelingen in Darfur worden niet bewapend, ook niet militair? beschermd trouwens. Het geweld verhinderd hulporganisaties om voedsel en medicijnen te brengen zodat met de mensen uit Darfur in de Soedan hetzelfde gebeurd als met de Armeniërs een eeuw geleden. En weer zwijgen de naties, in ons nieuwe regeerakkoord geen woord over Darfur. De zelfverdediging die Mordechai mogelijk maakt leidde tot feesten en maaltijden. En velen sluiten zich daarbij aan want je wilt wel horen bij een volk dat zichzelf mag verdedigen. Zeker als je de vijanden, die ondanks deze wet toch geweld willen gebruiken, mag doden en hun bezittingen mag inpikken. Het is de omgekeerde wereld. Niet als slachtoffer blijven zitten met as op je hoofd, de eerdere rol van Mordechai, maar als Koning door de stad rijden omdat jij de wet mag uitvaardigen die jou en je volk het leven geeft. Het was een Heidense Wet, een onveranderlijke wet, een Wet onder het zegel van een Heidense Koning. Daarom ook niet een Wet van vergeving, een wet van geweldloosheid, een wet van meegaan met de vijand. Als de keuze er is tussen leven en dood dan gebied de oude wet van de woestijn te kiezen voor het leven. En als Joden elkaar toedrinken op het Joodse Carnaval, het Poerimfeest, als dit boek van Ester wordt gelezen, dan drinken ze “op het leven”. Zo mogen ook wij kiezen voor het leven, niet alleen het leven voor onszelf en ons eigen volk, maar ook voor het leven van hen die met geweld worden bedreigd. Hoewel we een klein land zijn, is dit land wel zo rijk en haar bondgenootschappen zo machtig dat we niet meer hoeven te zwijgen als andere volken worden uitgemoord. Ook deze week niet.
?

Een verordening op schrift

zondag, 11 februari, 2007

Ester 8:3-8

Het leven zit van regeltjes en verordeningen in elkaar. De regering vaardigt wetten uit. Maar tegenwoordig hebben we ook Europeese Regels die door de Europeese Commissie in Brussel worden uitgegeven. Dan zijn er provincies die regels stellen, meestal aan het gebruik van de openbare ruimte. En natuurlijk zijn er gemeenten die naast een Algemene Plaatselijke Verordening tal van verordeningen en regels kennen. Ook hebben we de Waterschappen met hun eigen regels en sommige gemeenten werken samen in Recreatieschappen en andere samenwerkingsverbanden die ook nog soms regels kennen waar burgers aan gebonden zijn. In het bedrijfsleven kennen we dan nog de Kamers van Koophandel, de Bedrijfsschappen en de Productschappen. Een heleboel woorden om aan te geven dat we aan alle kanten worden omgeven door regels en regeltjes in een steeds ingewikkelder wordende samenleving. Voor al die regels zijn er ambtenaren die op de uitvoering toezien en die nadenken hoe de regels verbeterd kunnen worden en aangepast aan een veranderende samenleving. De laatste jaren is er de drang om het aantal regels te verminderen en beter op elkaar af te stemmen. Dus zijn er ambtenaren die vergaderen over het verminderen van de regels, en daar weer nieuwe regels voor ontwerpen, en zijn er ambtenaren die vergaderen over het op elkaar afstemmen van regels en voorschriften maken voor het afstemmen van nieuwe regels op elkaar. Burgers worden geacht al die wetten en regels te kennen. Gelukkig zijn er advocaten die zich op elk van die regels hebben gespecialiseerd. Geen advocaat weet meer de weg in alle regels. Al in de tijd van Ashasveros en Haman was het uitroeien van volken zelfs geregeld in de wet. We denken dan natuurlijk aan de Holocaust waar een leger van ambtenaren bezig was nauwkeurige regels te ontwerpen voor de uitroeing van ongewenste mensen en de voortgang daarvan nauwkeurig te administreren. Ahasveros geeft het voorbeeld hoe het ook in onze samenleving zover zou kunnen komen. Met dezelfde onverschilligheid voor de inhoud waarmee hij Haman toestemming gaf een wet uit te vaardigen, en volgens die wet mochten de Joden gedood worden, geeft hij Mordechai toestemming een wet uit te vaardigen. Het is dezelfde onverschilligheid waarmee veel mensen op 7 maart thuis zullen blijven bij de verkiezingen voor provinciale staten. Die staten,en de door hen gekozen eerste kamer, maken straks weer vele regels. Wie thuis is gebleven mag niet klagen. Wie gaat stemmen mag wel opletten welke regels we willen. De dodende regels of de bevrijdende regels. Aan U de keus.

Toen bedaarde de woede van de koning.

zaterdag, 10 februari, 2007

Ester 7:6b-8:2

Het is een mooi Carnavalsverhaal dat in alle eeuwen een grote populariteit heeft gekregen. Het arme weesmeisje uit een vreemd land Ester wordt Koningin, en de wrede hooghartige regeerder Haman hangt aan de paal die hij voor zijn vijand had opgericht. Kan het? mooier? Nou het zou mooier kunnen. Waar blijft de vergeving in dit verhaal? Zulke subtiliteiten passen natuurlijk niet een Carnavalsverhaal. Het Joodse Purimfeest kent net zulke feesten en verkleedpartijen als ons eigen Carnaval. Hoewel het het enige feest is dat niet aan een bijzondere gebeurtenis in het jaar is gekoppeld, begin van de oogst of het einde daarvan bijvoorbeeld, maar het volgens het verhaal valt op een datum die ooit door het lot is bepaald, valt het altijd in het voorjaar. Voor het seizoen van zaaien, planten, maaien en oogsten begint mogen de armen nog eenmaal uit de band springen. Alle overgebleven voedsel uit de wintertijd moet nu echt worden opgemaakt anders is het bedorven. Daarom volgt er in de Christelijke traditie ook een vastentijd op het Carnaval. Met het laatste beetje uit de winter moeten we de tijd tot de eerste vruchten van het land overbruggen tot het feest van de ongezuurde broden. Voor echte dictators is dit verhaal een blijvende waarschuwing. Altijd zijn er mensen uit hun directe omgeving die als de tijd rijp is hen kunnen aanwijzen als de aanstichters van wreedheden. Voor de onderdrukten kan het hoop betekenen. De dictator in dit verhaal wordt immers ontmaskerd en krijgt de straf die hij zelf heeft uitgedacht, zoals zijn slachtoffer de eer kreeg die door de beul voor zichzelf was uitgedacht. Maar is het noodlot afgewend als de dictator verdwenen is? In de viering van ons Carnaval weten we dat het maar spel is. De prins Carnaval kan wel de sleutels van de stad krijgen, hij is daarmee nog niet echt de baas over de samenleving. Zijn Raad van Elf kan wel in de meest deftige pakken door de straten trekken ze zijn daarmee nog niet het bestuur van de stad. Drie dagen verdwijnt het onderscheid tussen arm en rijk, hoog en laag, geschoold en ongeschoold, heiden en Jood, man en vrouw, jong en oud, maar na die drie dagen weet iedereen weer de plaats die zogenaamd in de samenleving moet worden ingenomen. Alsof het een wet van Meden en Perzen is, een heidense wet die onveranderlijk is. Vandaag vieren we mee met de val van de dictator, maar wanneer de opstanding en bevrijding komt van de armen moeten we nog even afwachten.

?

Schenk mij en ook mijn volk dan het leven

vrijdag, 9 februari, 2007

Ester 6:12-7:6a

Dat is toch het belangrijkste van een maaltijd nietwaar. Dat je te eten en te drinken krijgt en daardoor het leven behoudt. Haman was dat vergeten. Voor hem was de maaltijd een bewijs hoe belangrijk hij was. Eten bij de Koningin en de Koning was toch het mooiste dat je kon overkomen. Voor Ester bleef het een strijd om te overleven. Slaven en slavinnen krijgen te eten en hun leven is een direct belang voor de slavenhouder. Maar iemand die jou en je volk wil uitroeien is het ergste dat je kan overkomen. Dictators die zulke dingen beramen zijn er nog steeds. In de bioscoop draait de film over de laatste koning van Schotland. Het was de bijnaam van de dictator Idi Amin van Oeganda. Eén van de wreedste dictators die we in de tweede helft van de vorige eeuw hebben gekend. Dat hij zwart was doet niet terzake. Hij was opgeleid door de Engelsen en werd in het begin ook actief door de Engelsen gesteund. In de film kun je ook zien hoe innemend zo iemand kan zijn. Hoe het kan klinken of iemand de zwakken in de samenleving wil ondersteunen. Maar gaandeweg het verhaal wordt duidelijk dat het de dictator alleen maar om eigen eer, welvaart en macht gaat. Het volk wordt armer en de armen lijden het meest onder de dictatuur. Bij ons staat een nieuwe regering op het punt van aantreden. De drie dragende partijen hebben een program geschreven van Samen Werken, Samen Leven. Samen Delen komt er dus niet in voor en een Christelijk Sociaal Program kan het al helemaal niet genoemd worden dus. Dan zou dat delen wel voorop staan. Nu neemt het CDA deel aan de komende regering en dat is de partij die de rijken in ons land het sterkst beschermt. We moeten ons dus doof houden voor de mooie woorden van de partijlijders en over een jaar aan de armsten in ons land vragen hoe het met hen gaat. We kunnen zien of de voedselbanken in ons land de deuren sluiten omdat ze overbodig geworden zijn. Verhoging van de uitkeringen Werk en Bijstand staat niet in het regeerakkoord. Het nietig verklaren van leningovereenkomsten met mensen die dat niet kunnen betalen staat niet in het regeerakkoord. Integendeel, mensen zullen verleid blijven worden allerlei zaken te kopen die ze niet nodig hebben en niet kunnen betalen. Armen blijven daarom altijd bij ons. Ook onder de nieuwe regering. De bede van Ester mag daarom ook de komende tijd blijven klinken.

?