Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor februari, 2007

Ik houd mijn onschuld staande

woensdag, 28 februari, 2007

Job 27:1-10

Je moet als mens maar een beetje bescheiden blijven is de algemene mening. Waar rook is is vuur en er is geen koe zo zwart of er is wel een vlekje aan. Mensen zijn nu eenmaal niet volmaakt. Het zijn de cliché’s waarmee de vrienden van Job hem hebben bestookt. Maar Job pikt het niet. Als je zover gaat een maaltijd aan te richten voor de vreemdelingen, de armen en je personeel als je kinderen een feestje hebben gehad alleen omdat je bang bent dat je kinderen hen vergeten zijn, dan mag je met recht zeggen dat je rechtschapen bent. Hoe verarmd en hoe ziek Job ook is hij blijft zijn gelijk vast houden, hij houdt zijn onschuld staande en weigert het gelijk van zijn vrienden te erkennen. En gelijk heeft hij. Als je werkelijk van een ander wilt houden als van jezelf, dan moet je je niet aan laten praten dat je eigenlijk niet deugt. Dan weet je dat je als eerste weet wat je verkeerd doet en dat je geen anderen nodig hebt om je dat te vertellen. Maar dan weet je ook dat je elke moment opnieuw mag beginnen. Dat is je grootste vreugde, ook al vergeet je de ander, ieder moment weer is een nieuwe start, het oude is dan voorbij en het nieuwe leven begint van voren af aan. Het is alsof je nieuw wordt geboren. Er zijn godsdienstige stromingen die dag en uur van wedergeboorte onthouden, ze noemen zichzelf wedergeboren christenen, maar let op, ze noemen nooit de dag van vandaag en de tijd van enkele seconden terug. Ze beroemen zich op een besluit van het verleden en blijven staren op wat vroeger was. En nooit zullen ze met Job zeggen dat ze blijven bij hun rechtschapenheid. Al het goede wat ze doen zeggen ze niet zelf te doen, terwijl juist het boek Job ons leert dat hij het zelf is die het goede doet, hij zelf is diep verbitterd omdat dat goede dat hij doet niet wordt erkend. Job weet dat een tegenstander van de onbaatzuchtige liefde daar dan ook nooit op zal kunnen vertrouwen. Pas als je je leven onvoorwaardelijk overgeeft aan het doen van de Liefde, aan het goede en niets dan het goede, dan mag je er op vertrouwen dat er ook van jou gehouden wordt. Je bent dan overigens de eerste die van jezelf gaat houden. Dan klinkt een angstkreet niet vergeefs. Want elke angstkreet waarover we praten en schrijven doet ons herinneren onze oren open te zetten om te hulp te schieten waar dat nodig is. Ook vandaag kunnen we daarmee weer volop aan de slag.

Wiens geest spreekt door jouw mond?

dinsdag, 27 februari, 2007

Job 26:1-14

Er is een beroemde uitspraak van President Kennedy die zei dat mensen niet moesten vragen wat hun land voor hun deed maar wat zij voor hun land hadden gedaan. Job zegt eigenlijk hetzelfde over de mensen en hun God. Vraag niet wat God je heeft aangedaan maar wat heb jij voor God gedaan. Dat voor God doen is hier dan hulp bieden aan de machteloze, de arm steunen die het aan kracht ontbrak. Maar ook wijsheid bieden aan mensen die dat missen en goede raad aan onervarenen. Kortom wiens Geest spreekt door jouw mond. Wat God doet lijkt bij Job nog het meest op natuurverschijnselen. De oneindigheid van de aarde en de ruimte komen voorbij, machtige wolken van wie je stortregen verwacht maar die overdrijven, kolkende zeeën en rivieren, de storm die de hemel schoon blaast en de donder die je aan het schrikken maakt en in een donkere nacht kan wakker houden. Die duistere natuurkrachten, slechts voor een handjevol wetenschappers verklaarbaar, maken dat mensen duidelijk wordt dat ze altijd op elkaar zijn aangewezen. Daar waar ze elkaar uitbuiten en onderdrukken zullen ze niet overleven, maar waar ze samen optrekken en samen weten te delen zullen ze het weten uit te houden. Het is in een andere vorm het verhaal van het volk Israel in de Woestijn. Heel langzaam lijkt Job tot de ontdekking te komen dat rijkdom en welvaart eigenlijk ook niet tellen. Zelfs de gezondheid die hij heeft verloren lijkt niet meer belangrijk. Het verlies van echte vriendschap dat doet nog het meest pijn. Niet de vriendschap die hem veroordeelt en waarmee de vrienden zichzelf omhoog prijzen ten koste van de ellende van Job maar de Liefde voor de medemens dwars tegen alle noodlot in. Daarmee verstommen vragen over de bedoeling van God met het lijden van mensen. Waarom staat God toe dat onschuldige kinderen omkomen in het verkeer? Waarom gaan er geliefden dood aan kanker? Waarom staat God honger en oorlog toe? Waarom treffen tsunami’s en andere natuurrampen zoveel onschuldige mensen? Waarom was er Auswitz en zijn er mensen die dat nu nog verheerlijken? Op veel van die vragen is geen antwoord lijkt Job te zeggen. De enige vraag waar een antwoord op is is de vraag wat wij doen voor de slachtoffers, voor de lijdenden, voor de nabestaanden en overlevenden. En er is een antwoord op de vraag wat wij doen om dat lijden te voorkomen. Zijn we bereid niet alleen samen te werken en samen te leven maar ook om echt samen te delen? Het antwoord daarop komt donderdag in de regeringsverklaring en op 7 maart in onze stem. Met welke geest spreekt daarom dan onze stem?
?

Wat kan het mensenkind

maandag, 26 februari, 2007

Job 25:1-6

We keren vandaag in het gemeenschappelijk leesrooster van de Kerken, te downloaden op de site van de PKN, terug naar het boek Job. we hebben de eerste 24 hoofdstukken vorig jaar al gelezen en gaan nu verder waar we gebleven waren. De vraag die Job ons stelt is hoe te reageren op rampen die ons overkomen. Job zelf is vrouw, kinderen en rijkdom kwijtgeraakt terwijl van hem werd gezegd dat hij superrechtvaardig was en super trouw was aan de geboden van God. Zijn drie vrienden probeerden hem er van te overtuigen dat de ellende toch echt aan hemzelf te wijten was maar Job heeft dat steeds verworpen. God zal er ongetwijfeld een bedoeling mee hebben hem zoveel leed aan te doen maar het is in elk geval niet de schuld van Job zelf. En op dat moment neemt zijn vriend Bildad het woord. Die Bildad komt uit Suach en dat moet een stad van rijke mensen zijn zegt de vertaling. Volgens Bildad is het onmogelijk om zo super rechtvaardig en trouw aan de geboden van God te zijn als over Job gezegd wordt. Job zelf heeft al eens gezegd dat je er elk moment opnieuw mee kan beginnen en als je dat doet ben je weer op de weg van het volk Israel en daarmee op de weg van God. Maar dit hoofdstuk klinkt mooi vroom. Zo bescheiden als Bildad het ons schetst moeten we toch zijn. Eeuwenlang hebben kerken ons immers voorgehouden dat we klein zijn, dat we ons bewust moeten zijn van onze zonden. De Heilige Roomse Moederkerk bezweert haar gelovigen nog steeds het geloof maar aan haar over te laten en om de leden weer bewust te maken van hun slechtheid wordt de biecht weer tot leven gewekt. Ook in de Protestantse Kerk willen sommige dominee’s dat er weer uitgebreid schuld wordt beleden en dat we de slechtheid van de mens voorop stellen. Bildad had ongelijk. De roomse kerk en en de protestantse predikanten dus ook. Het delen van liefde is niet ver van ons en niet onmogelijk. Je kunt er vandaag nog mee beginnen. Net als het nieuwe regeeraccoord niet getuigt van zwakke knieën voor de Islam, en mensen niet afhankelijk maakt van de overheid maar juist op weg wil naar een samenleving van Samen met de hoofdletter. Alleen nog het Samen Delen en we hebben een goede regering. Geloof dus niet de profeten en politici die aan het? eind van de week ons proberen te overtuigen dat die idealen niet haalbaar zijn en onwerkelijk, zij komen uit de partijen van de rijken en de angstigen. God is niet van heersen en ontzetting zaaien. De Liefde zoekt zichzelf niet. En of het goed is voor armen en verdrukten bepaalt of het inderdaad het goede is waar we naar streven. Samen kunnen we dus veel.
?

Van distels pluk je geen vijgen

zondag, 25 februari, 2007

Lucas 6:43-49?

Op deze eerste zondag in de Lijdenstijd lezen we in het Evangelie van Lucas over het fundamentalisme. Nu voert fundamentalisme meestal tot lijden voor onschuldige mensen maar in het Evangelie staat toch een heel ander soort fundamentalisme dan het soort dat we doorgaans in het dagelijks leven tegenkomen. Meestal zien we mensen die hun levensovertuiging tot het fundament van de hele wereld willen maken en uiteindelijk daarvoor alles willen uitroeien wat daarmee in strijd is. Jezus van Nazareth roept op om een eenvoudig principe tot fundament van je eigen leven te maken. Namelijk de regel dat van kwaad niets goeds kan komen en van goeds niets kwaads. Of iets goed of kwaad is merken we dus aan de uitwerking op de mensen. Is een dubbel paspoort voor een staatssecretaris goed of fout? We merken het aan het werk dat de bewindspersoon doet en de beide bewindspersonen waartegen men ons te hoop wil laten lopen doen hun werk tot nu toe goed en zijn overigens op basis van hun werk ook door het parlement weg te sturen. Ze hebben daarenboven nog een eed afgelegd op de grondwet dus roepen dat ze zich niet aan de grondwet zullen houden en meineed hebben gepleegd is smaad en laster en opzichzelf een misdrijf. De vraag is waarom men in het parlement criminelen aan het woord laat. Maar het volgen van de oproep om hen te ontslaan vanwege dat dubbele paspoort, kunnen we ook daar iets over zeggen op grond van wat de schrijver van het Lucas Evangelie ons vandaag vertelt? Natuurlijk, een dergelijke oproep zet ons op tegen al die mensen die een dubbel paspoort hebben en proberen hier thuis te raken. Trouwens het zet ons ook op tegen al die mensen die hier wonen maar geen Nederlander zijn. Die oproep tegen de beide bewindspersonen lijkt er op dat de boodschap is dat je alleen maar ons kunt vertegenwoordigen, dus alleen bij ons kunt horen, als je blond haar en blauwe ogen hebt, of een zwart klein snorretje op je bovenlip natuurlijk. Het voert niet tot vrede maar tot geweld. De vruchten van tolerantie zijn vrede, verdraagzaamheid en culturele verrijking en de vruchten van intolerantie zijn oorlog, angst en niet alleen culturele verarmeing maar ook daadwerkelijke econimische verarming. Ons soort fundamentalisme is dus niet iets wat we anderen opleggen maar wat we onszelf opleggen. Dat maakt dat ons huis op een rots staat, dat we nooit bang hoeven te zijn dat het weggespoeld zal worden door maatschappelijke veranderingen. Als het verbeteringen zijn zullen we die veranderingen verwelkomen, we letten immers alleen op het goede.

?

Veroordeel niet

zaterdag, 24 februari, 2007

Lucas 6:36-42

Het zijn overbekende woorden die we vandaag lezen. Over de splinter en de balk, over het niet oordelen en over de blinde die de blinde niet kan leiden zonder dat beiden in dezelfde kuil vallen. Het borduurt voort op het gegeven dat we het goede moeten doen omdat van het kwade nooit iets goeds kan komen. Op het uitgangspunt van de Wet van de Woestijn dat je je naaste lief moet hebben als jezelf. Op de wetenschap dat ieder mens fouten maakt, jij net zo goed als je naaste. Dat het echter niet gaat om bij de fouten te blijven staan maar juist om het goede voor elkaar te krijgen. Heel langzaam beginnen de scholen voor voortgezet onderwijs met de schoolonderzoeken die straks zullen uitlopen op de centrale eindexamens. Elk jaar weer zijn er leerlingen die zakken of lagere punten halen dan nodig door het rode potlood. Ze zijn hun hele schoolloopbaan geconfronteerd met het rode potlood dat hen vanaf elk proefwerk toeschreeuwde wat ze allemaal wel niet fout hadden gedaan. Dat er ook opgaven waren die ze juist heel knap hadden opgelost en antwoorden die ze beter hadden gegeven dan was verwacht was hen nooit verteld. Daar ging dat rode potlood niet over. Als ze dan op het eind van hun schoolloopbaan de belangrijkste proefwerken en examens moeten maken dan twijfelen ze bij elk antwoord. Ze blijven zo letten op mogelijke fouten dat alles wat spontaan bij ze opkomt, en wat ze dus goed hebben geleerd, al bijvoorbaat wordt verworpen en vervangen wordt door een minder voor de hand liggende keus. Pas als die leerlingen geleerd wordt van zichzelf te houden en weer in zichzelf te geloven, als er in plaats van het rode potlood voor de fouten een groen potlood voor de goede antwoorden wordt gebruikt, kunnen ze slagen. Dat is wat Jezus ons voor elk gedrag voorhoud. Niet bezig zijn met wat er slecht is, maar, zoals het verhaal van Mattheüs vertelt, de hongerigen eten geven, de naakten kleden, de gevangenen bezoeken, de bedroefden troosten. Uiteindelijk gaan dan de blinden zien en de lammen lopen. Uiteindelijk wordt dan zelfs de dood overwonnen en alle tranen gedroogd. En nou niet roepen dat niemand meedoet en dat iedereen bezig is zelf rijk te worden. Dat is nu de balk in het eigen oog en de splinter in die van de buurman. Zorg dat je zelf het goede doet en niets dan het goede, maak mensen om je heen enthousiast voor het goede en laat ze meedoen, dan verdwijnen zowel de balk als de splinter. Doe mee!

?

Heb je vijanden lief

vrijdag, 23 februari, 2007

Lucas 6:27-35

In heel veel commentaren wordt net gedaan of Jezus van Nazareth in deze toespraken iets geheel nieuws introduceert. We lezen een vergelijkbare toespraak immers ook in het Evangelie van Mattheüs. Bij Mattheüs staat Jezus op een berg terwijl de schrijver van het Lucas Evangelie er de nadruk op legt dat Jezus tussen de mensen, tussen zijn leerlingen, in staat. Nieuw is het echter niet wat Jezus hier onderwijst. In het boek van de profeet Jeremia staat ook zoiets. Daar gaat het om een brief van de profeet aan de ballingen in Babel. Die zitten met de vraag of ze mee moeten werken met het regiem dat hen heeft weggevoerd of zich juist moeten verzetten en de boel moeten saboteren. Het antwoord van de profeet is dan een oproep om zo veel mogelijk het goede te doen. Te delen met de armen, zorgen voor gezondheid, voldoende voedsel en er voor zorgen dat de mensen je gaan waarderen vanwege de zorg die je voor ze hebt. Dan kunnen de machthebbers uiteindelijk niet meer om je heen schrijft Jeremia en als je dan vraagt om het volk terug te laten gaan kunnen ze dat niet meer weigeren. Jezus spreekt hier in een situatie van geweldadige bezetting en onderdrukking van het volk. De strategie die hij hier voorschrijft is dan zo slecht nog niet. Die strategie is niet opgaan in de ideologie en afgoderij van de bezetter maar je eigen normen en waarden gebruiken om de nadruk te leggen op het goede. Delen van wat je hebt, wordt het genomen met geweld laat dan merken dat geweld niet nodig is, sta bekend als vrijgevig, behandel anderen zoals je zelf wilt worden behandeld. Heb je naaste dus lief als jezelf. Een geweldadige samenleving heeft daar namelijk geen antwoord op. Ook mensen die kwaad willen hebben namelijk hen lief die hen liefhebben. Uiteindelijk is dat altijd wederzijds. “Doe goed” is daarom vanouds de centrale boodschap in de Bijbel. Want alleen uit het goede kan het goede voortkomen. Uit het kwade komt immers niets goeds voort. Ons parlement heeft dat goed begrepen als aan de aanwezigheid van onze soldaten in Afghanistan de eis wordt verbonden dat ze kunnen opbouwen. Want alleen van die wederopbouwactiviteiten is op de duur de vrede te verwachten. Het geweld lijkt soms onvermijdelijk maar mag nooit een doel in zichzelf zijn. Vrede is meer dan de afwezigheid van geweld, in vrede gaan mensen groeien en samenlevingen bloeien. Daarom zullen we ook onze vijanden lief moeten hebben want pas in liefde kan vijandschap verdwijnen en pas als vijandschap is verdwenen kan het vrede worden.

?

De vreugde van vroeger

donderdag, 22 februari, 2007

Psalm 51:12-21

De meeste mensen blijven hun hele leven houden van de muziek die ze in hun vroege pubertijd leuk hebben gevonden. Natuurlijk maken ze een ontwikkeling door in hun smaak, maar als ze de muziek horen die ze tussen hun 12de en hun 16de mooi vonden dan verschijnt er een glimlach op hun gezicht en vragen ze vaak of het even stil kan zijn. Het is de vreugde van vroeger waar je heel je leven naar kan blijven verlangen. Vandaag, op de dag van een nieuwe regering, lopen we het gevaar dat we ook in de maatregelen van deze nieuwe regering de vreugde van vroeger gaan herkennen. De tijd dat vader en moeder nog de regels stelden en ons grootbrachten tot vrijheid. Langzaam mocht je meer maar je wist dat je je steeds moest verantwoorden en dat handelen op eigen houtje zou worden afgestraft. Gehoorzaamheid werd beloond met lekker eten, schone kleren een warme kachel en af en toe wat langer opblijven. Maar in het leven gaat het om andere zaken. Het verlangen naar geborgenheid is goed maar daar moet je zelf aan werken. De Psalmist vraagt ook niet om terug te mogen keren naar de tijd dat er zelf niets meer te beslissen viel, maar de Psalmist wil terug naar de tijd voor het verdriet. Het bittere lot dat hij de echtgenoot van Bathseba heeft aangedaan. Deze psalm is immers geschreven nadat David op zijn vingers was getikt. Hij wil weer terug naar de tijd dat hij zelf aan anderen gerechtigheid leerde, bevrijd angst voor de dreigende dood. David had voor hij koning was getoond niet bang te zijn voor de dood. Hij spaarde het leven van Saul, de koning die naar hem op jacht was, omdat het doden van een medemens, een broeder, buiten de orde voor hem was. Gerechtigheid daar gaat het dus om. Niet om uiterlijk religieus vertoon maar om het centraal stellen van de Wet van Liefde. Om het centraal stellen van Samen Delen, om het verheffen van de armen. Jezelf durven opofferen voor de ander. Daar zullen we ook dit nieuwe kabinet op moeten durven aanspreken. Worden de voedselbanken overbodig? Komen er eerlijke handelsverhoudingen met de arme landen? Leren we van de leugens die ons de oorlog in Irak inlokten? Geven we kinderen met gelijke capaciteiten ook gelijke kansen? Het zijn maar een paar vragen waar we antwoorden op mogen verwachten, antwoorden niet in de vorm van woorden maar in de vorm van de daden van Liefde die lijken op de daden van onze vaders en moeders, die ons doen gaan denken aan de vreugde van vroeger.

?

Maak mij standvastig

woensdag, 21 februari, 2007

Psalm 51:1-11?

De afgelopen dagen is er heel wat afgezongen in afwachting van deze zogenaamde Aswoensdag. En uitgerekend op deze Aswoensdag zingen we mee met Koning David in een lied dat hij zong toen hij met Batseba geslapen had en daarover door Nathan de profeet was onderhouden. Het is de eerste dag van de 40 dagen die ons nog resten tot de Pasen. Een tijd van soberheid en inkeer, vanouds een tijd waarin men zich onthoud van uitbundige feesten, maaltijden en drinkgelagen. Maar waar komt de as op Aswoensdag nu vandaan?. Actieve leden van de Rooms Katholieke kerk halen een zogenaamd askruisje, met wat as tekent de pastoor een kruisje op het voorhoofd van de gelovigen. We hebben in de afgelopen weken het boek Ester gelezen en ook daar kwam as in voor dat op het hoofd werd gestrooid als teken van rouw. De as van vandaag is bijzonder. Het is een oude Rooms Katholieke traditie die verdriet, soberheid verbind met vreugde. Een week voor? Pasen is het immers Palmzondag. En op die zondag krijgen de Rooms Katholieken een palmtakje dat als herinnering aan het koningschap van Jezus van Nazareth onder het kruisbeeld thuis haar plaats vindt. Maar nu aan het begin van de Vasten wordt het verbrand en met die as krijg je je kruisje. Pasen wordt zo niet alleen een teken van opstanding van Jezus van Nazareth maar ook een teken van nieuw begin. Na elke rouwperiode komt vreugde. Ook de Psalm van vandaag zingt daarin mee. Het was natuurlijk niet netjes van de rijke David om voor zijn genot de vrouw van de arme buurman te nemen. Dat klopte van geen kant. De profeet had de prachtige gelijkenis verteld van de rijke man die zijn omvangrijke kudde niet wilde verkleinen om een gast te eten te geven, maar het enige lam van zijn buurman liet slachten. David zingt dat hij het eindelijk snapt en dat hij een zuiver hart en een nieuwe geest nodig heeft om de Liefde voor de mensen, de liefde voor zijn volk, tot uitgangspunt voor zijn leven te maken. Zo mogen we de vastentijd in, ons bewust dat we ons lang niet altijd door de liefde laten leiden maar vooral door wat we zelf aan plezier willen. Maar ook door het besef dat ons laten leiden door de liefde oneindig veel vruchtbaarder is en dat we daar elk moment van elke dag opnieuw mee mogen beginnen. Zelfs in de vastentijd maakt dat ons aan het zingen.

Van jullie is het koninkrijk van God

dinsdag, 20 februari, 2007

Lucas 6:20-26

Voor mensen die regelmatig collecteren voor een goed doel is het een bekend verschijnsel, je haalt meer op in een wijk met arme bewoners dan in een wijk met rijke medemensen. Arme mensen hebben nu eenmaal niets anders te verliezen dan de liefde voor elkaar en die liefde hebben ze hard nodig om te kunnen overleven. De armen weten hoe het is om door de woestijn te trekken, je hebt elkaar en de liefde voor elkaar, meer dan hard nodig. Voor de Bijbel is arm zijn geen ideaal, uiteindelijk is het Koninkrijk van Liefde voor armen weggelegd. Maar rijkdom wordt veroordeeld want de rijken vergeten nu eenmaal vaak hun rijkdom te delen. Dat er armen zijn komt ook omdat er rijken zijn die de armen geen kansen geven. Juist de mensen die opkomen voor de armen en die de rijken aanspreken op hun plicht te delen worden verguisd. Jezus van Nazareth wist dat en spreekt hen in dit gedeelte moed in. “Gelukkig zijn jullie” vertaalt de Nieuwe Bijbelvertaling. “Zalig” heette dat in oudere vertalingen en trouwens ook nog in de Naardense Bijbel. “Makarios” staat er in de oorspronkelijk griekse tekst en ouderen onder ons denken gelijk aan een Cypriotische Bisschop die zijn volk vrij maakte van Griekse en Turkse overheersing en naar onafhankelijkheid voerde. Hij moest wel toestaan dat een klein Turks deel van zijn eiland zich ook onafhankelijk verklaarde en dat conflict beheerst nog de ontwikkeling van de Europeese Unie. Het woord Makarios heeft met geluk te maken maar ook met voorspoed. Daarom is het woord zalig verlaten. Zalig klinkt nu te veel als uiting van genot, we hebben immers de afgelopen dagen zalig gegeten en gedronken. Met dat genot heeft het niets meer te maken. Wel met voorspoed want met armen kan het alleen nog maar beter gaan. Voorspellen dat de armen voorspoed te wachten staat is eenvoudig, slechter kan het niet gaan en alles wat maakt dat het beter gaat is voorspoed. Ooit verdeelde Jozua het land Israel onder alle gezinnen. Ieder gelijk, en ze spraken af dat elke vijftig jaar teruggekeerd zou worden tot dit uitgangspunt. Armoede die in de tussentijd zou ontstaan zou niet uitzichtloos behoren te zijn. Wij beginnen morgen de tijd van soberheid, de tijd van vasten en inkeer. Ook die tijd is niet uitzichtloos want die wijst naar de overwinning op de dood. Maar die overwinning komt pas als we de tegenstelling rijk en arm weten te overwinnen. Op 7 maart kunnen we onze nieuwe regering daarvoor een teken geven.

Er ging een kracht van hem uit

maandag, 19 februari, 2007

Lucas 6:12-19

De keus van de twaalf zoals die door de schrijver van het Lucas evangelie wordt geschetst roept weer nieuwe vragen op. We hebben het al eens over de beschrijving in het Evangelie van Marcus gehad en ook Mattheus heeft er zo z’n eigen verhaal over. Alle drie de evangelisten willen wellicht iets anders vertellen. Lucas heeft het heel nadrukkelijk over afgezanten, zendelingen, die werden gekozen. Na de dood van Jezus moesten immers een aantal mensen in de nieuwe massabeweging gezag krijgen. Gezag ontleend aan een opdracht van Jezus zelf had natuurlijk de hoogste waarde. Die afgezanten staan bij Lucas echter niet boven de menigte maar er tussen. Heel nadrukkelijk wordt verteld dat Jezus de berg afkwam. Jezus bad nooit in het openbaar, maar trok zich altijd terug om te bidden. Dat gaat nu eenmaal beter in de stilte dan in de drukte vooraan in de kerk, op de TV of de hoek van de straat. Gezanten die mooi bidden zodat iedereen het kan horen, ja die zelfs oproepen om met hen mee te bidden tot God, zijn dan ook geen afgezanten van Jezus van Nazareth. Het beeld van het genezen van mensen in een grote menigte en van een grote menigte van mensen is iets wat typisch voor het Evangelie van Lucas is. Zo typisch dat Lucas een eeuw later nog als arts werd benoemd. Of hij dat ook werkelijk geweest is weten we niet, net zo min als we weten dat de schrijver van dit Evangelie ook werkelijk Lucas heeft geheten. Die naam is er waarschijnlijk veel later aan verboden. Het ging de schrijvers van de vier Evangelieën dan ook niet om eigen eer, om kijk eens wat mooi ik kan schrijven over Jezus, maar om die boodschap. En vooral om al die mensen die eindelijk eens van die ellendige eigenschappen af wilden die hen tegenhielden om gewoon mee te doen in de samenleving en zich in te zetten voor de armen en verdrukten zoals de Wet van de Woestijn hen ooit had voorgeschreven. Die mensen verzamelden zich rond Jezus, zijn afgezanten, zijn leerlingen en iedereen die met die beweging mee wilde doen. Die nadruk op de Liefde maakte dat er kracht van Jezus uit ging. Nooit hoefde je je buitengesloten te voelen. Nooit had je het gevoel niet mee te kunnen komen, niet gezien of niet gehoord te worden. Nee lammen gingen lopen, blinden konden zien en doven konden horen werd er gezegd. Mee doen in een beweging die zich bekommerd om medemensen kunnen we nog steeds. Gewoon op de eerste werkdag van deze week gaan doen. Ogen open, oren open en in beweging komen. Daar gaat altijd kracht van uit.