Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor januari, 2007

Doe ermee wat u het beste lijkt

woensdag, 31 januari, 2007

Ester 3:1-11

We maken kennis met Haman. Tenminste in het verhaal want in onze geschiedenis kennen we Haman al heel lang. Haman was de nakomeling van Agag en daarmee was hij een Amelekiet. Eens, toen het volk Israel door de woestijn trok, weigerde de Amelekieten het volk de doortocht en probeerden ze het het volk uit te roeien. Sindsdien was er diepe vijandschap tussen de twee volken. In de Joodse geschiedenis duikt er altijd een afstammeling van Agag op die er op uit is het Joodse volk te vernietigen. Zo ook in dit verhaal over Ester. De aanleiding is de weigering van Mordechai te buigen voor Haman. Een weigering die tot vandaag de dag mensen in verwarring kan brengen. Want moet je geen respect betonen voor hen die boven je gesteld zijn? Voor Mordechai is er echter maar één die boven hem gesteld is en dat is God. Ook wij zeggen Heer tegen onze God en erkennen daarmee dat er geen ander de baas is over ons doen. Als je echt denkt boven iedereen te staan dan moet je tegen die houding van gelijkwaardigheid wel in verzet gaan. Dat doet Haman dan ook. In onze geschiedenis zal direct de persoon van Adolf Hitler in gedachten komen. Nu Duitsland voorzitter is van de Europeese Unie komt ook de vraag op tafel hoe om te gaan met zijn erfenis. Duitsland had een aantal voorstellen. Ten eerste een verbod op het Hakenkruis. Dat verbod is van tafel omdat het hakenkruis voor Hindoes een heilig symbool is. Een reden die ons te denken moet geven. Hindoes geloven dat het kwade telkens in een andere vorm opnieuw geboren wordt tot het geworden is tot het goede. Elke keer als wij het hakenkruis zien moeten we ons dus afvragen of? het kwade dat leidde tot de Holocaust niet weer onder ons is opgedoken in een of andere vorm. Ten tweede werd voorgesteld de ontkenning van de Holocaust strafbaar te stellen. Die ontkenning doet tot vandaag de dag nog steeds de wonden openrijten die bij slachtoffers en nabestaanden zijn geslagen. Een ontkenning effent ook de weg voor een nieuwe holocaust, het is het denken van Haman. Dat de oude bondgenoot van Duitsland, Italië, zich het meest verzet tegen dit verbod moet ons wantrouwig tegenover de Italiaanse regering maken. Beschermen zij het kwade? Het verhaal over een Haman, vijand van de Joden, die zich boven alle anderen verheven wil zien moet ons dag in dag uit waarschuwen voor alle heersers en heersertjes. Jezus van Nazareth leerde ons dat alleen een dienaar kan heersen. Laten wij dus niet buigen voor hen die denken boven ons te kunnen staan.

?

Ze gehoorzaamde.

dinsdag, 30 januari, 2007

Ester 2:19-23

Tussen het feest dat uitliep op de verstoting van Koningin Wasti en de keuze van Ester tot koningin liggen volgens geleerden toch een aantal jaren en in de geschiedenisboeken kun je teruglezen dat die wrede koning Xerxes in die tijd een veldtocht tegen Griekenland heeft gehouden. Toen het verhaal over Ester werd geschreven was die informatie zo vanzelfsprekend dat het maar zou afleiden, maar voor ons maakt het ineens duidelijk waarom er tegen de koning werd samengespannen. Oorlog brengt immers maar onrust mee en verlies van geld om kostbare feesten te organiseren. Die Mordechai hoorde het in de poort van de koning wordt er dan vertaald. Maar in de Joodse termen is de Poort ook de rechtbank, daar werd recht gesproken, de Poort van de Koning zou dan gemakkelijk de hoogste rechtbank kunnen zijn waar eigenlijk door de Koning recht zou moeten worden gesproken. Als dan een koning zelf geen tijd heeft om het recht om te buigen in de richting van zijn personeel maar eerlijke rechters aanstelt dan ligt een aanslag voor de hand. Per slot van rekening zien we dagelijks in landen als Irak dat er met geweld afgedwongen wordt wat men met democratie en recht niet kan verkrijgen. Rijken en rijke landen hebben het daarbij nog gemakkelijker want die kunnen hun recht vaak gewoon kopen. En ook zonder te vechten lukt het machtige landen als Amerika en Rusland hun wil aan anderen op te leggen. In het verhaal van Ester was het maar goed dat ze zo’n ingang bij de koning had dat ze hem kon waarschuwen namens Mordechai, een aanwijzing dat Mordechai zelfs wellicht een van de rechters in de koninklijke rechtbank was. Wij weten dat dergelijke aanslagen problemen alleen maar erger maken. Of het nu gefrustreerde Moslims zijn die aanslagen plegen tegen het Westen, of Westerse legers die proberen ontevreden groepen neer te slaan, uiteindelijk ontstaan er spiralen van kwaad tot erger waar onschuldigen nog het meest slachtoffer van worden. Offers die niet in verhouding staan tot het doel van de aanslagen. Waarschuwen daartegen kan kennelijk niet hard genoeg. Toch horen we nog al te vaak dat er op geslagen moet worden om vrede en orde te krijgen in plaats van dat er geluisterd moet worden en recht gedaan aan gevoelens van onvrede die mensen kunnen hebben. Stem geven aan de ontrechten en stemlozen is dan de boodschap. Mordechai luisterde en zag het gevaar, Ester gehoorzaamde en waarschuwde. Vandaag is de vraag wat wij gaan doen.
?

Het Feestmaal van Ester

maandag, 29 januari, 2007

Ester 2:12-18

De koninklijke loopbaan van Ester begint goed. Mocht Wasti nog op komen draven voor een dronken koning en zijn beschonken rijksgroten, voor Ester wordt speciaal een feestmaal bereid haar ter ere. Het ene feestmaal is dus het andere niet. Nauwkeurig wordt overigens opgetekend hoe het in de harem van zo’n koning toeging. Een verhaal dat haar sporen in zowel de Europeese als de Arabische literatuur gekregen heeft. Je kunt de sprookjes uit 1001 nacht er zonder moeite aan vast plakken. In de Europeese literatuur bestaat een toneelbewerking van de Franse toneelschrijver Racine. Speciaal geschreven ooit voor een meisjesschool in fraaie alexandrijnen, net zoals de Gijsbrecht van Vondel. Koning Ahasveros komt in dat stuk zijn troon niet af. Die koningstroon beheerst het toneel en daar draait alles om. Zo wordt in de wereld de macht van mannen nog zeer vaak afgebeeld en met dat beeld worden meisjes maar al te gemakkelijk opgevoed, tot op de dag van vandaag. Doordat Racine alle rollen onbekommerd door meisjes liet spelen werd duidelijk wat een rare Heidense voorstelling dat mancentrisme eigenlijk is. Dat Wasti weigert om op te draven is niet meer dan natuurlijk. Dat Esther niets meeneemt dan dat wat een ervaren man haar aanraadt, is ook niet meer dan logisch. Dat ze koningin wordt ligt buiten haar macht, haar oom had haar naar het paleis gestuurd, de eneuch bewaakt haar, de koning kiest haar. Maar wie Ester is weet nog niemand. Denk dus niet dat vrouwen op hoge posities automatisch de gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen tot uitdrukking brengen. De excuus Truus is niet alleen een term uit de vrouwenbeweging maar moet ons allemaal waarschuwen voor mannenmacht die zich weet te omringen met vrouwelijke schoonheid zonder naar de kwaliteiten van de mens te kijken. Het verhaal van Ester moet ons leren dat die mannenmacht niet past in het verhaal van de bevrijding van Israel. Het is een onderdrukking die is overgebleven ook nadat de ballingen zijn teruggekeerd naar Jeruzalem. En voor die teruggekeerde ballingen is het verhaal beter te accepteren nu de gehate koning Ahasveros wat van zijn streken terugkrijgt. Er zijn echter te veel mannen die iets hebben van Ahasveros. Ze kunnen best klaarstaan met geschenken en ze gunnen een ieder een vrije dag, maar het delen van macht is nog wat anders. Daar zal een ieder in eigen omgeving de verhoudingen nog eens op moeten controleren. Ons wacht een taak deze week.

Dit voorstel vond instemming bij de koning

zondag, 28 januari, 2007

Ester 2:1-11

Die koning lijkt het wel nooit te leren. Heeft zijn vorige koningin Wasti hem toch ernstig in verlegenheid gebracht omdat hij meer keek naar haar schoonheid dan naar haar waardigheid nu schrijft hij voor haar opvolgster een schoonheidswedstrijd uit. Je merkt al aan de opbouw van het verhaal dat die koning straks zijn streken thuis zal krijgen. We maken namelijk kennis met Mordechai, een Jood. Hij was ooit uit Jeruzalem als balling weggevoerd. Op de een of andere manier was hij niet mee teruggekeerd met de andere ballingen. Terugkeren is voor mensen die gedwongen waren naar een vreemd land te verhuizen niet altijd even gemakkelijk. Ook in ons midden wonen veel mensen die ooit gevlucht waren uit een land omdat ze daar gevaar liepen maar die niet terug zijn gegaan toen het gevaar geweken was. Tussen de vlucht en het opnieuw veilig worden van het thuisland kan wel eens een hele tijd verlopen. En dan kan je in je veilige haven een nieuwe relatie hebben opgebouwd, dan kunnen je kinderen er zijn geboren en getogen, dan kun je een carriére hebben opgebouwd die je niet zomaar kan verlaten. Zo kunnen er vele redenen zijn om toch te blijven. Moet je dan je eigen overtuigingen en je cultuur opgeven? Voor veel vluchtelingen waren het nu juist die opvattingen of die cultuur die hen in gevaar brachten en dwongen om te vluchten. Opgeven daarvan is dan een nederlaag achteraf. Bovendien kunnen die nieuwe culturen ons verrijken en helpen een betere kijk op de wereld te krijgen. En daar zijn we weer bij het boek Ester want die Mordechai was wel uit Jeruzalem weggevoerd maar hij had de Wet van de Woestijn die daar in de Tempel werd bewaard niet in de steek gelaten. Hij had gehoorzaam aan die wetten de zorg op zich genomen voor zijn nichtje Ester, eigenlijk Hadassa geheten. Ester is de Perzische vertaling van het Joodse Hadassa en betekent “ster”. Zij wordt de ster van het verhaal want uit al die mooie meisjes van het land wordt zij door de koning gekozen als de allermooiste. Niet dat de koning weet wat hij eigenlijk kiest maar daar zal hij nog wel achterkomen. Mordechai laat haar tenminste ook nu niet in de steek maar bleef nauwkeurig in de gaten houden wat er ging gebeuren. Wij weten inmiddels best dat we even verder moeten kijken dan de uiterlijke schoonheid. Daarom is het maar goed dat in Spanje de regels bij de modeshows wat strenger geworden zijn.
?

Iedere man thuis heer en meester

zaterdag, 27 januari, 2007

Ester 1:13-22

Dat het een wet is van Meden en Perzen is zelfs in ons taalgebruik een spreekwoord geworden. Merkwaardigerwijze wordt er mee bedoeld dat het een onveranderlijke, onaantastbare wet is geworden. Niet zoals hier in het verhaal over Ahasveros en Wasti staat een wet van Heidenen en Heersers. Want dat is het natuurlijk wel. Al die mannetjes voelen zich behoorlijk genomen. Wijzen worden ze genoemd en als je er een toneelstuk van zou maken kon er op dat moment in het stuk hartelijk worden gelachen door het publiek. Die Koningin Wasti had niet alleen de Koning tuk, ze had al die rijksgroten en belangrijke mannetjes tuk, als alle vrouwen haar voorbeeld zouden volgen dan zou er geen mannenmacht meer overblijven. Je zou toch bijna zeggen dat mensen die mee willen doen met het verhaal van Israel en van Jezus van Nazareth, die geloven in God en zijn Bijbel zoals ze ook wel zeggen, zouden weten dat de wetten van heersers als Ahasveros vals en onwaar zijn. Merkwaardig is dan toch op te merken dat mannen die het hardste roepen dat ze nog de taal van de Bijbel? spreken en zich aangevallen te voelen door iedereen die daaraan afbreuk wil doen, de mannen van de Staatkundig Gereformeerde Partij bijvoorbeeld, de Heidense wet van Ahasveros tot Goddelijke Wet hebben verheven en vrouwen buiten de politiek willen houden. Koningin Wasti heeft al helemaal in het begin van het carnavalsverhaal duidelijk gemaakt dat die mannetjes en heren helemaal niet kunnen zonder verstandige vrouwen. Ze maakt duidelijk dat vrouwen gelijkwaardig zijn aan mannen. Die mannen hebben een Wet met een hoofdletter nodig om hun macht tot uitdrukking te brengen. De vrouwen hebben slechts een woord van drie letters nodig, NEE!. Volgens dit verhaal moest elke man de taal van zijn eigen volk spreken. Vrouwen hoefden helemaal niet te spreken, in stilte schudden met het hoofd van nee is meer dan voldoende. Het moet ook een waarschuwing voor vrouwen zijn. Eeuwenlang immers doen mannen al of de Wet van Ahasveros ook de Wet van God is. Vrouwen laten zich dat maar al te gemakkelijk gezeggen. Ze zouden vandaag van Wasti moeten leren dat elke wet die vrouwen uitsluit of tot mindere verklaard een Heidense en Goddeloze wet is. Koning Ahasveros zocht inmiddels een betere vrouw en wij weten dat in een volgende akte in het spel ene Ester haar entree zal maken. Zal die dan wel gehoorzaam zijn? Of zal die Esther een eigen politieke betekenis krijgen in het verhaal.
?

Een feestmaal voor al zijn rijksgroten en hoge functionarissen

vrijdag, 26 januari, 2007

Ester 1:1-12

Het wordt Carnaval en dat zullen we de komende tijd ook hier uitbundig merken. Of Carnaval dan iets met de Bijbel te maken heeft? Reken maar van wel. “Zijn woord wil deze wereld omgekeerd” dichtte ooit Huub Oosterhuis met in gedachten de lofzang van Maria, en met Carnaval is de wereld een klein beetje omgekeerd. Trek een deftig pak aan, zet een bijzondere hoed op je hoofd, hang een fraaie keten om en je bent net een hoge heer, een rijksgrote of hoge functionaris. Met Carnaval is de grootste zot de baas en die maakt daarmee alle praal van de hoge heren, de rijken en machtigen, in drie dagen voor een heel jaar belachelijk. De Joden hebben hiervoor hun Purim feest, een feest van maskerades en jolijt, wij hebben het Carnaval. In de Bijbel vinden we hierover het boek Ester dat traditioneel rond het Purimfeest wordt gelezen en waaraan we vandaag beginnen. Een fantastisch sprookjesachtig feest richt de koning aan. Ahasveros heet hij hier en in de geschiedenis is hij bekend als de wrede koning Xerxes. Hij is koning over de halve wereld zegt het verhaal hier aan het begin. En maanden lang wordt er feest gevierd. Hard werken dus voor het personeel van de koning, de koks, de lakeien, de bedienden, dag in dag uit, avond aan avond en elke nacht sjouwden ze met eten en drinken, stonden ze te koken en af te wassen. Reken maar dat ze blij waren toen het feest voorbij was. En toen kregen ze nog een feest, aangeboden door de koning die er kennelijk niet genoeg van kon krijgen. De eerste 12 verzen van dit verhaal schilderen ons het prachtige paleis, met een overdadig feest en allemaal deftige mannetjes die met hun veren pronken. Geen wonder dat de koningin maar een eigen feest begint. Als je zoveel maanden het feestgedruis voor je deur hebt gehad begin je er vanzelf trek in te krijgen. En dan wordt het spannend. Natuurlijk bij een feest horen voor de mannen mooie vrouwen. Als je een mooie vrouw hebt wil je er mee pronken nietwaar, net als met de gouden bekers, de draperiën en het linnen tafellaken. Maar vrouwen zijn geen voorwerpen. Vrouwen zijn mensen net als mannen. En daarom vertelt het verhaal dat Koningin Wasti de wereld omdraait en zich niet laat bewonderen, ze weigert. Misschien dat vele vrouwen het goede voorbeeld moeten volgen en zich niet langer laten gebruiken, misschien ook dat vele mannen er van moeten leren en moeten ophouden hun vrouwen als voorwerp te gebruiken. Voor ons geldt in elk geval dat we ons op een feest kunnen voorbereiden.

?

Hij maakte dat goede nieuws bekend

donderdag, 25 januari, 2007

Lucas 4:31-44

Het dorp waar Jezus zich terugtrekt heet eigenlijk het dorp van rust. Maar rustig was het allerminst. Zelfs op de rustdag wordt er nog een beroep op hem gedaan. Dat hij werkt als leraar valt niemand op, maar als hij iets doet voor een lijdende medemens maakt dat de tongen los. Het is nu eenmaal gemakkelijker te praten over dat wat anderen raakt dan over dat wat je zelf eigenlijk los moet laten. De manier waarop je de wereld om je heen benaderd, waarop je met mensen omgaat is vaak verkeerd. Je weet het dan wel maar een heilig boontje zoals Jezus wil je nu ook weer niet zijn. Jezus zorgde er voor dat mensen weer mee kunnen doen in de samenleving als gewaardeerde mensen. En je hoeft niet bang te zijn dat mensen je daarvoor uitlachen of bespotten. En een heilig boontje hoef je al helemaal niet te zijn. In dit gedeelte gaat het over de vele genezingen die Jezus verrichte in zijn dorp. Ze hebben de schrijver van dit evangelie dan ook wel arts of medicijnmeester genoemd. Eigenlijk weten we niet precies wie het evangelie geschreven heeft omdat er geen eigen naam van de schrijver in voorkomt en de brief waarin Lucas als arts genoemd wordt is ook al niet van Paulus al doet de schrijver van wel, maar dat je goed doet door mensen weer in de samenleving mee te laten doen is een heldere boodschap. Rust is er dan niet meer bij, overal blijken ineens mensen buiten de boot te vallen. Zelfs als Jezus zich terugtrekt op een eenzame plaats weten mensen hem te vinden. Maar het gaat Jezus niet om de wonderen, maar om de mensen. De bevrijding van de armen is immers aangebroken. Door mensen ertoe te brengen te delen, zoals Johannes al had gezegd, verdwijnt de armoede en worden mensen bevrijdt van hun ellende. Dat goede nieuws wordt op alle plaatsen verkondigd waar nog uit de Hebreeuwse Bijbel werd gelezen. Op al die plaatsen waar nog de verhalen klonken over de Wet van de Woestijn en de profeten die de ellende van het volk opmerkten en de weg wezen om die ellende op te heffen. Die bevrijding was het goede nieuws dat verkondigd moet worden. Ja moet worden, want ook vandaag kunnen we beginnen door eerlijk te delen de armoede in de wereld op te heffen. Bush hebben we niet gehoord over eerlijke handelsverhoudingen met de arme landen in de wereld dus moeten we er zelf maar aan beginnen. Veel organisaties sturen briefjes aan informateur Wijffels op het Catshuis in Den Haag, misschien moeten wij een briefje sturen met de vraag of de nieuwe regering niet wil rusten voor er eerlijke handelsverhoudingen in de wereld zijn. Breekt dat koninkrijk toch nog baan.

?

Armen het goede nieuws brengen

woensdag, 24 januari, 2007

Lucas 4:14-30

Toen Nelson Mandela werd vrijgelaten waren er veel mensen bang dat het geweld in Zuid-Afrika tegen de blanken een ongekende omvang zou aannemen. Niets was minder waar.Het was juist aan Nelson Mandela te danken dat er geen burgeroorlog in Zuid Afrika uitbrak. Men begon, met alle problemen van dien, te proberen samen een nieuwe samenleving op te bouwen waar geen onderscheid meer wordt gemaakt en waarin iedereen kan meedoen. Het grote van Nelson Mandela is niet zozeer dat hij 30 jaar in gevangenschap heeft gezeten zonder zijn opvattingen te hebben opgegeven maar dat hij daarna verzoening wist te krijgen met zijn onderdrukkers. We moeten de Bijbel wel heel goed kennen om te begrijpen dat er in dit verhaal met Jezus net zo iets gebeurt. Jezus leert in de synagogen. Plaatsen van bijeenkomst in de dorpen en steden buiten Jeruzalem opgezet door de Farizeërs om er voor te zorgen dat de kennis van de Joodse Bijbel niet verloren zou gaan door alle Romeinse en andere heidense invloeden in het land. Jezus leest uit het boek Jesaja. Maar hij stopt waar iedereen nog een halve zin zou doorlezen. Na “het genadejaar zou uitroepen” staat namelijk “en de dag der wrake”. In plaats van de opstand uit te roepen tegen de Romeinen wijst Jezus er op dat er in de geschiedenis van het volk Israel ook momenten waren dat het nodig was om je aan de rand van de samenleving op te houden zoals Elia had gedaan, of zelfs je bezig te houden met bezettende buitenlanders zoals bij Naäman was gebeurt. Dan is het mooi dat je aandacht en begrip voor de armen vraagt en hen bevrijding belooft maar gewone dorps en stadsbewoners zijn over het algemeen niet arm maar ze zijn wel slachtoffer van een wrede bezetting. Jezus sluit aan bij opvattingen van profeten als Jeremia die betoogde dat het niet zoveel zin had tegen machten te vechten waar je het niet van kon winnen maar dat het goede doen en de Liefde betonen, die de Wet van de Liefde vraagt, altijd tot overwinning leidt. We hebben het in onze dagen waar zien worden in Zuid-Afrika al hebben de mensen daar ons medeleven en onze hulp soms dubbel hard nodig. Niet alleen in geld, of kennis over medicijnen en huisvesting maar ook in voorbeeld van vreedzaam samenleven. Aan dat laatste wil het hier nog wel eens ontbreken, en aan dat laatste kunnen we allemaal zelf iets doen door vandaag te beginnen naar vrede met elkaar te streven. Dat is het echte goede nieuws voor de armen.
?

?

Als u de Zoon van God bent

dinsdag, 23 januari, 2007

Lucas 4:1-13

Een overbekend verhaal lezen we vandaag, dat van de verzoeking in de woestijn. Mooi ook zo’n afloop dat Jezus al die verzoekingen heeft weerstaan. Maar wat moeten we in de eenentwintigste eeuw nog met een figuur als de duivel. Misschien wel net zoveel als Jezus namelijk helemaal niks. Jezus was kennelijk voor de duivel niet bang en waarom zouden wij dat dan wel zijn. Het is een verhaal en dat verhaal wil ons iets vertellen. Dat verhaal vertelt ons in elk geval niks over het al of niet bestaan van een duivel. Het vertelt ons over de manier waarop Jezus van Nazareth begon met het vertellen van zijn boodschap. Hij ging eerst terug naar de woestijn. Daar waar ooit het volk Israel haar God had ontmoet en ontdekt dat het belangrijkste van haar religie de zorg voor elkaar is. In dit verhaal komen het absoluut goede, de God van Israel, en het absoluut kwade, de duivel genoemd, tegenover elkaar te staan. Mensen zijn kinderen van het Goede had Lucas in het geslachtsregister al geschreven. Jezus is daar geen uitzondering op. Maar we weten dat mensen ook graag het kwade doen. Als iedereen voor elkaar zorgt waarom laat jij dan niet voor jou zorgen en de zorg voor anderen aan de anderen over. Geen wonder dat aardige mensen vaak het gevoel hebben dat er misbruik van ze gemaakt wordt. Tot ze ontdekken dat het kansen geven aan een ander om zich te ontplooien als liefdevolle en zorgzame mens ook tot zorg voor die ander hoort. We leven immers niet bij brood alleen. Zo zit het ook met de macht. Alleen het kwade kan een mens absolute macht over anderen geven. En een mens die het goede wil doen en niets dan het goede waakt er wel voor al te lichtvaardig om hulp te vragen, dagelijks brood is ons immers genoeg. Zo weten we het kwade te weren, door aan het goede vast te houden. We hebben het niet zo lang geleden nog gelezen in de brief van Paulus aan de mensen in Efeze: “trek de wapenrusting aan”. We herkennen na dit verhaal het kwade ook, wie misbruikt maakt van jou dient het kwade, wie macht over je wil uitoefenen dient het kwade, en wie je verleidt tot meer vragen dan je nodig hebt dient het kwade. En als je het goede wilt doen en niets dan het goede dan hoef je voor de duvel niet bang te zijn. Aanpakken en benoemen dat kwade dus vandaag. Want dan verdwijnt het op den duur.

De zoon van Adam, de zoon van God.

maandag, 22 januari, 2007

Lucas 3:23-38

Er waren tijden dat kinderen dit uit hun hoofd moesten leren. Maar het geslachtsregister van Jezus zoals de schrijver van het Lucasevangelie het hier heeft opgetekend gaat niet zozeer over de namen dan wel over de betekenis. Het begint bij een dertigjarige Jezus en gaat terug op Adam, ja op God zelf. De boodschap is dat alle mensen familie zijn en alle mensen zijn dus familie van Jezus, ja alle mensen zijn familie van God. Het opstellen van stambomen is voor veel mensen een hobby. In onze samenleving kom je enkele honderjaren terug uit. Soms ontdekt men dat er ergens in het verleden ooit iemand in de adelstand werd verheven die familie blijkt te zijn. Maar via Sem, Cham of Jafeth de zonen van Noach zijn we allemaal afstammelingen van Adam, en dus van God. Wat doen wij onze broeders en zusters dus aan. Wat doen wij de kinderen van God op deze wereld aan. Zien wij in de armen van de wereld de kinderen van God? Zien wij in die raar geklede mannen en vrouwen van de Islam de kinderen van onze God? Zijn wij soms bang voor de kinderen van onze God? Er zijn politici die ons voorhouden dat we bang moeten zijn en onze broeders en zusters moeten uitwijzen en terugsturen naar het land dat onze God hen gegeven heeft. Maar als onze God tegen de voorvader van Jezus, Abraham, zei dat die uit zijn land moest trekken waarom zegt God dat nu niet tegen onze broeders en zusters die ons de vraag komen stellen hoe wij tegen onze broeders en zusters aankijken. Vorige week werd er een vrouw opgepakt in ons land die hierheen was gevlucht met een groot deel van haar, en dus onze, familie. Zij werd opgesloten in Schiphol-Oost in afwachting van haar uitzetting. Haar drie zoons hebben een verblijfsvergunning, haar vier zusters hebben hier een verblijfsvergunning, haar bejaarde moeder heeft hier een verblijfsvergunning, maar zij werd uit het huis van haar zoon weggehaald en opgesloten. Vrienden van haar omschreven haar als een goed mens en de dominee die haar kent sprak afgelopen zondag over goddelozen die de regels verzonnen en uitvoeren die haar afsnijden van haar familie, en van ons, en van de veiligjheid die ze hier vond. Zij komt ook voor in het geslachtsregister van Jezus, als nakomelinge. Wij kunnen alleen maar werken voor een beter vreemdelingenbeleid door in onze omgeving te helpen bij de opvang van vreemdelingen. Door daarmee mee te gaan doen in het verhaal, in het geslachtsregister, van Jezus van Nazareth.

?