Mensenkind, luister naar mijn woorden

Ezechiël 1:28b”“3:3
 
Overweldigd door het geweldige visioen werpt Ezechiël zich op de grond. Wat moet je met een beeld van de oppergod van Babel, de donderwolk Marduk, die gebruikt wordt als een zonnewagen door de God van Israël? Daarmee hoef je niet bij dat volk aan te komen. Ze zijn niet voor niets in ballingschap gevoerd. Hun God heeft het verloren. Maar de macht en de glorie, die het visioen aan Ezechiël heeft laten zien, brengen hem op andere gedachten. Het is alsof hij een stem hoort die hem vertelt niet bang te zijn voor de woorden van zijn volk. Ezechiël blijft in beelden spreken, al zijn ze als brandnetels en doornstruiken en belagen ze je als schorpioenen je hoeft je niet te laten afschrikken. Zo’n beeld doet denken aan de cynici uit onze dagen, die spreken van knuffelaars en theedrinkers als ze het hebben over mensen die in onze samenleving vrede en verdraagzaamheid willen brengen. Net als Ezechiël moet die taal ons niet laten afschrikken en ons gewoon laten doen waar we in geloven.

Maar dan moeten we zelf ook niet opstandig willen zijn. Bang voor een verbaal sterke tegenstander die haat zaait en mensen tegen elkaar opzet. Die niet de problemen wil oplossen die er zijn, dus niet wil dat we spreken met mensen die overlast veroorzaken en met hen de maaltijd gaan gebruiken zodat de overlast kan verdwijnen en onze samenleving versterkt. Die alleen in termen van zij en wij, van kwaad en goed, wil praten. Wij moeten ons niet van de wijs laten brengen en blijven op de Weg die de God van Israël ons heeft gewezen. De Weg die ook aan de profeet Ezechiël werd gewezen. Ook al was dat volk in ballingschap gevoerd, zat het aan de oevers van de rivieren van Babylon en weende het als het terugdacht aan het verwoeste Jeruzalem, zoals ons in Psalm 137 wordt geschilderd, toch moest Ezechiël de boodschap van bevrijding door de God van Israël brengen.

Weer komt er zo’n treffend beeld zoals dat heel het boek van de profeet Ezechiël door zal gebeuren. Hier gaat het om een boekrol die gegeten moet worden. Later zou een Engelse schrijver het eten van een boekje gebruiken in Alice in Wonderland, het verhaal vol absurde gebeurtenissen. Maar zo absurd is dit niet. Die boekrol was niet zomaar een boekrol. De Wetten van Mozes, de boeken van de profeten en de geschriften waren in boekrollen opgeschreven, heel de Hebreeuwse Bijbel zoals ze die mee naar Babel hadden genomen was in boekrollen opgeschreven. Op de boekrol die Ezechiël nu te zien kreeg stonden klaagliederen en gezucht en gesteun. Moest hij het daarvan hebben? Je proeft de aarzeling in het verhaal. Maar de klaagliederen en het gezucht en gesteun smaakten zoet als honing. En wie in onze dagen werkt in de voedselbanken voor mensen in nood, in de Fair Trade winkels, als vrijwilliger in thuiszorg of ziekenhuis, weet dat het geklaag en gesteun waarbij je mag helpen uiteindelijk gaat smaken als zoete honing, want je mag het leed verzachten, je mag meegaan met mensen die het nodig hebben, ze weer in beweging brengen en een toekomst laten zien. Dat mag dus ook vandaag weer.

 

Plaats een reactie