Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor de 'Column' categorie

Toepasselijk op huichelaars

vrijdag, 17 augustus, 2018

Marcus 7:1-23

1 Ook de Farizeeën en enkele van de schriftgeleerden die uit Jeruzalem waren gekomen, hielden zich in zijn nabijheid op. 2  En toen ze zagen dat sommige leerlingen brood aten met onreine handen, dat wil zeggen, met ongewassen handen 3  (de Farizeeën en alle andere Joden eten namelijk pas als ze hun handen gewassen hebben, omdat ze zich aan de traditie van hun voorouders houden, 4  en als ze van de markt komen, eten ze pas als ze zich helemaal gewassen hebben, en er zijn nog allerlei andere tradities waaraan ze zich houden, zoals het schoonspoelen van bekers en kruiken en ketels), 5  toen vroegen de Farizeeën en de schriftgeleerden hem: ‘Waarom houden uw leerlingen zich niet aan de tradities van onze voorouders en eten ze hun brood met onreine handen?’ 6  Maar hij antwoordde: ‘Wat is de profetie van Jesaja toch toepasselijk op huichelaars als u! Er staat immers geschreven: “Dit volk eert mij met de lippen, maar hun hart is ver van mij; 7  tevergeefs vereren ze mij, want ze onderwijzen hun eigen leer, voorschriften van mensen.” 8  De geboden van God geeft u op, maar aan tradities van mensen houdt u vast.’ 9  En hij vervolgde: ‘Mooi is dat, hoe u Gods geboden ongeldig maakt om uw eigen tradities overeind te houden! 10  Heeft Mozes niet gezegd: “Toon eerbied voor uw vader en uw moeder,” en ook: “Wie zijn vader of moeder vervloekt, moet ter dood gebracht worden”? 11  Maar u leert dat iemand tegen zijn vader of moeder mag zeggen: “Alles wat van mij is en voor u van nut had kunnen zijn is korban”’ (wat ‘offergave’ betekent), 12  ‘waarmee u hem niet toestaat nog iets voor zijn vader of moeder te doen, 13  en zo ontkracht u het woord van God door de tradities die u doorgeeft; en u doet nog veel meer van dit soort dingen.’ 14  Nadat hij de menigte weer bij zich had geroepen, zei hij: ‘Luister allemaal naar mij en kom tot inzicht. 15  Niets dat van buitenaf in de mens komt kan hem onrein maken, het zijn de dingen die uit de mens naar buiten komen die hem onrein maken.’ 16 17  Toen hij een huis was binnengegaan, weg van de menigte, vroegen zijn leerlingen hem om uitleg over deze uitspraak. 18  Hij zei tegen hen: ‘Begrijpen ook jullie het dan nog niet? Zien jullie dan niet in dat niets dat van buitenaf in de mens komt, hem onrein kan maken 19  omdat het niet in zijn hart, maar in zijn maag komt en in de beerput weer verdwijnt?’ Zo verklaarde hij alle spijzen rein.20  Hij zei: ‘Wat uit de mens komt, dat maakt hem onrein. 21  Want van binnenuit, uit het hart van de mensen, komen slechte gedachten, ontucht, diefstal, moord, 22  overspel, hebzucht, kwaadaardigheid, bedrog, losbandigheid, afgunst, laster, hoogmoed, dwaasheid; 23  al deze slechte dingen komen van binnenuit, en die maken de mens onrein.’ (NBV)

Er zijn verschillende manieren om al die regels die op wetten lijken in de Bijbel te benaderen. Je kunt ze als wetten lezen zoals mensen wetten maken. Mensen maken wetten die als een last worden ervaren. In onze dagen spreken we dan van regeldruk die verminderd moet worden, tenminste als het om regels gaat die onszelf raken, regels die alleen anderen raken moeten worden aangescherpt. Maar het volk Israël kreeg haar regels in de Woestijn. Toen was er geen land en geen volk dat in steden en op een platteland leefde. Het verhaal van die regels gaat over een groep ontvluchte slaven en die regels waren bedoeld om ze als een bevrijd volk te laten leven. Het waren richtlijnen waarlangs het leven zich kon ontwikkelen. Maar wetten zoals mensen die maken leggen het leven vast. Vooral de farizeeën probeerden de wetten uit het Oude Testament zo nauwkeurig mogelijk na te komen alsof het wetten van mensen waren. Jezus van Nazareth leek het vaak niet zo nauw met die wetten te nemen. In het verhaal van vandaag raakt hij in conflict over de reinheidswetten.

Je handen wassen voor het eten is een gezonde regel. De Farizeeën wijzen er dus kennelijk niet ten onrechte op dat de leerlingen van Jezus zich daar niet aan houden. Maar ze kijken niet naar het waarom van dit breken van de wet. Die leerlingen hadden het druk. Overal waar Jezus van Nazareth kwam stroomden mensen bij elkaar en werden talloze mensen genezen. Soms hadden ze geen tijd zelfs om fatsoenlijk te eten. De richtlijnen van God laten zich samenvatten in het heb je naaste lief als jezelf. Maar hebben die Farizeeën het nog wel over handen wassen? In het Grieks staat dat de handen gewassen worden met de vuist. Een rare uitdrukking maar bedoeld om duidelijk te maken dat het gaat om rituele wassingen, geen echte. De Farizeeën wasten ritueel alle heidendom van het eten af. Daarmee lieten ze zien beter te zijn dan anderen. God liefhebben is zorgen voor mensen, niet jezelf beter vinden dan een ander. Dat is ook de achtergrond van die Korban. Als je alles wat je hebt bestemd voor de Tempel kan je er niemand meer mee helpen, als het na je dood naar de Tempel gaat dan lijk je wel heel vroom maar je leeft er des te beter van.

Het Evangelie van Marcus is geen journalistiek verslag van het leven van Jezus van Nazareth. Het verhaal is opgeschreven na de verwoesting van de Tempel in het jaar 70. De bedoeling was om die verhalen over Jezus van Nazareth te vertellen die de pas gevormde gemeenten van gelovigen, konden helpen om het geloof in Jezus van Nazareth en zijn manier van leven vast te houden. Ook in dit gedeelte gaat het over zaken die na de verwoesting van de Tempel belangrijker zouden worden. De komst van grotere aantallen niet Joden, Heidenen als wij, leverden een probleem op. Moesten die ook mee gaan doen met de ingewikkelde spijswetten van de Joden? Uiteindelijk hadden de apostelen na veel strijd besloten dat die dwang nu juist in strijd was met de Weg van Jezus van Nazareth. Daarvan vindt je hier de weerslag. Niet wat de mens binnen gaat maakt onrein maar wat uit de mens komt. Voor ons lijkt dat vanzelfsprekend te zijn. De Weg van Jezus van Nazareth was de armen en verdrukten als maatstaf te nemen, werd hen recht gedaan dan gaat het goed, werden zij het slachtoffer dan gaat het slecht. Laten we dat vandaag ook doen, uit de mens komen slechte dingen, wees gewaarschuwd.

 

Omdat ze hardleers waren

donderdag, 16 augustus, 2018

Marcus 6:45-56

45 Meteen daarna gelastte hij zijn leerlingen in de boot te stappen en alvast naar de overkant te varen, naar Betsaïda; intussen zou hijzelf de menigte wegsturen. 46  Nadat hij afscheid van de mensen had genomen, ging hij de berg op om er te bidden. 47  Bij het vallen van de avond was de boot midden op het meer, en hij was alleen aan land. 48  Toen hij zag dat de leerlingen door de hevige tegenwind maar nauwelijks vooruitkwamen, hoe hard ze ook roeiden, liep hij tegen het einde van de nacht over het meer naar hen toe, en hij wilde hen voorbijlopen. 49  Toen ze hem over het water zagen lopen, dachten ze dat hij een geestverschijning was en ze schreeuwden het uit. 50  Ze hadden hem allemaal gezien en raakten in paniek. Maar hij sprak hen meteen aan en zei: ‘Blijf kalm! Ik ben het, wees niet bang.’ 51  Hij stapte bij hen in de boot en de wind ging liggen. Zijn leerlingen waren helemaal van hun stuk gebracht. 52  Ze waren niet tot inzicht gekomen door wat er met de broden was gebeurd, omdat ze hardleers waren. 53  Nadat ze waren overgestoken, kwamen ze bij Gennesaret aan land en daar legden ze aan. 54  Toen ze uit de boot stapten, werd hij meteen herkend. 55  In het hele gebied ontstond een druk komen en gaan van mensen, die zieken op draagbedden meenamen naar elke plaats waarvan ze hoorden dat hij daar was. 56  Overal waar hij kwam, in dorpen, steden en gehuchten, legden ze de zieken op het plein. Ze smeekten hem of ze ten minste de zoom van zijn kleed mochten aanraken. En iedereen die hem aanraakte, werd gered en genas. (NBV)

Je hoort Jezus van Nazareth zuchten in dit verhaal. De leerlingen waren twee aan twee op stap geweest. Een succesreis die diepe indruk had gemaakt tot aan het hof van koning Herodes toe. Van heinde en ver waren de mensen op ze afgekomen, zo veel dat ze zelfs bang werden dat er niet genoeg te eten was, maar Jezus had ze geleerd samen te werken en op elkaar te vertrouwen, dat had gewerkt. Nu was het eind van de dag gekomen. Nu leek de vakantie aangebroken waar ze zo’n behoefte aan hadden. Jezus zou de mensen naar huis sturen en alleen tot rust komen en wat bidden. De leerlingen stapten alvast in de boot en zouden naar de overkant van het meer varen. Nou ontgaat ons iets, omdat voor ons zo’n meer niet die betekenis meer heeft die het voor de vissers uit Galilea had. In de Joodse verhalen staat de zee, het meer, voor het dodenrijk, voor de chaos waaruit God ooit de hemel en de aarde had gemaakt, voor de wanorde.

Die zee, dat meer, was van zichzelf dus al bedreigend en nam die dreigende gestalte zeker aan als de valwinden van de heuvels het water opzweepten. Maar hoe zat het ook al weer, moet je je in tijden van nood door angst laten regeren of door samenwerken? Jezus van Nazareth kwam naar ze toe om ze te helpen en berispte ze om hun angst. In het verhaal van Jezus van Nazareth, zoals Marcus ons dat vertelt gaat samenwerking ver boven de angst die we kunnen voelen. In deze dagen wordt ons angst aangepraat voor het helpen van zusters en broeders die gevlucht zijn voor armoede, geweld en onderdrukking. Als we hen weer op de been helpen zouden wij arm worden. Zou het dan niet waar zijn dat vijf broden en twee vissen genoeg zijn om een volk te eten te geven? Of moeten we ons laten regeren door de angst. We moeten toch langzamerhand weten dat ruim 50 jaar van eerlijk delen ons allemaal kansen heeft gegeven.

We moeten toch langzamerhand weten dat iedere keer als de rijken rijker en de armen armer gemaakt worden de ellende in de samenleving ook toeneemt. Voor de rijken is de oplossing de vluchtelingen nog armer te maken.  De rijken, die geen of nauwelijks belasting betalen, verzekeren zich ondertussen voor een extra, wat vroeger ingaand, pensioen, trekken de premie van de belasting af en betalen opnieuw nauwelijks belasting over dat extra pensioen. Zelfs progressief democraten proberen ons dat als een eerlijke oplossing te verkopen. Maar ja, we zijn net volgelingen van Jezus, hardleers dus. Die leerlingen hoorden het “Vrees niet!” Zij maakten mee hoe het kwaad werd bestreden en mensen weer mee konden doen aan de samenleving. Hun eigen schulden werden kwijtgescholden op dezelfde manier als zij de schulden van anderen kwijtscholden. Daar zullen wij ook voor moeten werken. En bang voor de vluchtelingen hoeven we niet te zijn als arm en rijk eerlijk weten te delen.

Gerechtigheid en waarheid

woensdag, 15 augustus, 2018

Efeziërs 5:3-20

3 Laat er bij u geen sprake zijn van ontucht of zedeloosheid, of van hebzucht-deze dingen horen niet bij heiligen. 4  Ook dubbelzinnige, oppervlakkige en platvloerse taal is ongepast-spreek liever woorden van dank. 5  Want u moet goed weten dat iemand die in ontucht leeft, zedeloos of hebzuchtig is-dat is allemaal afgoderij-geen deel kan hebben aan het koninkrijk van Christus en van God. 6  Laat u door niemand met loze woorden misleiden, want wie God ongehoorzaam is, wordt getroffen door zijn toorn. 7  Gedraag u dus niet zoals zij, 8  want eens was u duisternis maar nu bent u licht, door uw bestaan in de Heer. Ga de weg van de kinderen van het licht. 9  Het licht brengt goedheid voort en gerechtigheid en waarheid. 10  Onderzoek wat de wil van de Heer is. 11  Neem geen deel aan de vruchteloze praktijken van de duisternis maar ontmasker die juist, 12  want wat daar in het verborgene gebeurt, is te schandelijk voor woorden. 13  Maar alles wat door het licht ontmaskerd wordt, wordt openbaar, 14  en alles wat openbaar wordt, is zelf licht. Daarom staat er: ‘Ontwaak uit uw slaap, sta op uit de dood, en Christus zal over u stralen.’ 15  Let dus goed op welke weg u bewandelt, gedraag u niet als dwazen maar als verstandige mensen. 16  Gebruik uw dagen goed, want we leven in een slechte tijd. 17  Wees niet onverstandig, maar probeer te begrijpen wat de Heer wil. 18  Bedrink u niet, want dat leidt tot uitspattingen, maar laat de Geest u vervullen 19  en zing met elkaar psalmen, hymnen en liederen die de Geest u ingeeft. Zing en jubel met heel uw hart voor de Heer 20  en dank God, die uw Vader is, altijd voor alles in de naam van onze Heer Jezus Christus. (NBV)

Als je zomaar dit gedeelte uit de brief van Paulus leest dan zul je ongemerkt wensen dat het eens waar zou kunnen zijn. Natuurlijk, oppervlakkige en platvoerse taal kan onder omstandigheden leuk lijken maar wie van andere mensen houdt weet dat het eigenlijk alleen vervelend is. Echte humor is opbouwend, kan een spiegel voorhouden en brengt de waarheid aan het licht. En over het licht gaat het ook in dit stuk. Het licht brengt goedheid voort en gerechtigheid en waarheid zegt Paulus. En dan gaat het om wat wij tegenwoordig transparantie noemen. Doorzichtigheid. Waarom neemt men die beslissing over jou die zo onrechtvaardig aanvoelt? Waarom is de situatie van die vreemdeling geen schrijnend geval? Waarom is het ene kind van vreemde afkomst wel ingeburgerd en het andere hier geboren kind niet? Onze Raad van State heeft bijvoorbeeld over de toepassing van het criterium schrijnend vastgesteld dat dat nagemeten moet kunnen worden.

Het moet duidelijk zijn voor iedereen wanneer iets wel of iets niet schrijnend is en dat een minister of staatssecretaris niet naar willekeur of eigen smaak moet kunnen handelen maar op grond van objectieve rechtsregels moet handelen. Die transparantie, dat in het licht houden van beslissingen is dus wat Paulus hier bedoeld. Meewerken aan onrechtvaardige praktijken noemt Paulus in één adem goddeloos. Paulus roept ons ook op  klokkenluiders te zijn. Mensen die kennis hebben van onrechtvaardige praktijken en die naar buiten brengen, aan het licht brengen, ontmaskeren dus, zijn mensen die hun zogenaamde Christenplicht vervullen. In onze samenleving moeten we ook zo veel jaar na de brief van Paulus nog leren om klokkenluiders serieus te nemen en te beschermen tegen de gevolgen.

Dus als we zelf geen onrechtvaardige situaties kennen die aan het licht moeten worden gebracht kunnen we in elk geval bondgenoten worden van klokkenluiders. Als iemand iets aan het licht brengt de samenleving vragen om die persoon te belonen en in bescherming te nemen, via ingezonden brieven in kranten en druk op het parlement. Daarom is ook de onafhankelijke pers die bronnen kan beschermen zo belangrijk. Die pers is een instrument dat wij hebben om antwoord te geven op de oproep van Paulus de vruchteloze praktijken van de duisternis aan het licht te brengen. Troost moet het ons wel geven te weten dat we nog steeds in een slechte tijd leven en dat drank geen oplossing biedt. Niet in de tijd van Paulus en niet vandaag de dag. Genoeg om weer aan te kunnen werken vandaag. En zing gerust onder het werk.

Opbouwende woorden

dinsdag, 14 augustus, 2018

Efeziërs 4:25–5:2

25  Leg daarom de leugen af en spreek de waarheid tegen elkaar, want wij zijn elkaars ledematen. 26  Als u boos wordt, zondig dan niet: laat de zon niet ondergaan over uw boosheid, 27  geef de duivel geen kans. 28  Laat wie steelt niet meer stelen, maar eerlijk de kost verdienen door zelf hard te werken om iets weg te kunnen geven aan wie het nodig heeft. 29  Laat geen vuile taal over uw lippen komen, maar alleen goede en waar nodig opbouwende woorden, die goed doen aan wie ze hoort. 30  Maak Gods heilige Geest niet bedroefd, want hij is het stempel waarmee u gemerkt bent voor de dag van de verlossing. 31  Laat alle wrok en drift en boosheid varen, alle geschreeuw en gevloek, en alle kwaadaardigheid. 32  Wees goed voor elkaar en vol medeleven; vergeef elkaar zoals God u in Christus vergeven heeft. 1 Volg dus het voorbeeld van God, als kinderen die hij liefheeft, 2  en ga de weg van de liefde, zoals Christus, die ons heeft liefgehad en zich voor ons gegeven heeft als offer, als een geurige gave voor God. (NBV)

Was het maar zo eenvoudig, niet meer liegen, niet meer stelen, niet meer boos worden, maar goed zijn voor elkaar en vol medeleven. Paulus roept op om het voortaan anders te gaan doen, maar velen zullen zeggen dat Paulus wel erg kort door de bocht is. Let op, Paulus schrijft aan de gemeente in Efeze, nu ja aan elke gemeente van Christenen. Die zijn dus al een nieuwe weg in hun leven ingeslagen, de weg van de liefde. En dan gaat het er alleen nog om op te bouwen en niet af te breken en te veroordelen. Dan gaat het om vergeven. Niet dat vergeven van zand er over en we vergeten het maar het vergeven van samen gaan we er voor zorgen dat het niet meer kan gebeuren. Zo schreef de Protestantse Kerk in Nederland al een paar keer brieven aan de regering en met name aan staatssecretaris Harbers over onze broeders en zusters die naar ons land zijn gevlucht. In plaats van hen te straffen, in de gevangenis te stoppen of de straat op te sturen zou je ze beter aan een goede toekomst kunnen helpen, misschien niet in Nederland, maar als je ze helpt scheelt het hen en ons een heleboel ellende.

Zo is Kerk-in-actie, de sociale organisatie van de PKN, alvast begonnen de kerkleden op te roepen groene stroom te gaan gebruiken. Want het opmaken van fossiele brandstoffen zonder voor vervanging te zorgen zal de kloof tussen arm en rijk alleen maar vergroten, wij helpen nu al de armen in de wereld door ons eigen leven en onze eigen energieconsumptie ander in te richten. Maar er is meer nodig. Economische rechtvaardigheid ook op internationaal niveau om maar eens wat te noemen. Er is nu eenmaal een verband tussen onze rijkdom en overconsumptie en de armoede en het lijden in de zuidelijke landen. Europese exportsubsidies en importtarieven moeten daarom zo snel mogelijk worden afgeschaft. Mensen die de grondstoffen produceren waar wij van genieten verdienen een even goed loon als wij krijgen. Om het milieu te sparen zijn ook maatregelen nodig die de rijken treffen, Opbouwende woorden zijn het, in de geest van Paulus en de Messiaanse beweging waar hij mensen warm voor liet lopen. Oproepen tot vrede en gerechtigheid, overal in de wereld.

In die beweging mogen we meedoen, omdat we vinden dat iedereen aan die beweging zou moeten kunnen meedoen. Samen bouwen we een nieuwe samenleving op omdat we vinden dat iedereen daaraan mee zou moeten kunnen doen. Een samenleving moet een plek zijn waar mensen samen moeten kunnen leven. En samen leven vraagt wat van mensen. Dan ben je betrokken op elkaar. Dan zijn vermaningen geen uitingen van boosheid maar pogingen om vrede te bewaren. In onze dagen wantrouwen we het als mensen op elkaar betrokken raken. De ander heeft toch niks met mij te maken? De ander hoeft mij toch niet de weg te wijzen en zich te bemoeien met mijn beslissingen? In de hulpverlening is daardoor de term bemoeizorg ontstaan. Als iemand dreigt te vereenzamen, te verwaarlozen, te vervreemden van het leven, dan zullen er mensen moeten zijn die dat opmerken en daar wat aan doen. Hulpverleners inschakelen, de overheid attenderen of de ander aanspreken en duidelijk maken dat er grenzen zijn in het afsluiten van elkaar. Dat is geen bemoeien om normen en waarden op te leggen, om gedrag voor te schrijven, maar het een bemoeien om mensen weer de vrijheid te geven zichzelf te zijn ook in contacten met anderen. Paulus ziet een samenleving als een lichaam, daar is een hoofd dat denkt, een mond die voet en handen en voeten om voor het lichaam te zorgen. Zo mogen wij met onze naaste omgaan, elke dag opnieuw.

 

Voortdurend vernieuwd moeten worden

maandag, 13 augustus, 2018

Efeziërs 4:17-24

17 Op gezag van de Heer zeg ik u dus met klem: ga niet langer de weg van de heidenen met hun loze denkbeelden. 18  In hun geest heerst duisternis en ze zijn vervreemd van het leven met God, omdat ze hem niet kennen en hun hart voor hem gesloten hebben. 19  Afgestompt als ze zijn, geven ze zich over aan losbandigheid en storten ze zich in allerlei zedeloze praktijken. 20  Maar zo hebt u Christus niet leren kennen! 21  U hebt toch over hem gehoord, u hebt toch onderricht over hem gekregen? Door Jezus wordt duidelijk 22  dat u uw vroegere levenswandel moet opgeven en de oude mens, die te gronde gaat aan bedrieglijke begeerten, moet afleggen, 23  dat uw geest en uw denken voortdurend vernieuwd moeten worden 24  en dat u de nieuwe mens moet aantrekken, die naar Gods wil geschapen is in waarachtige rechtvaardigheid en heiligheid. (NBV)

Die keurige Paulus is natuurlijk wel erg saai. Zo te keer te gaan tegen losbandigheid. De boog kan toch niet altijd gespannen blijven? En dat nieuwe Koninkrijk van Jezus van Nazareth waar hij zo bevlogen over kan schrijven was toch een koninkrijk van louter vreugde en niet van bekrompenheid? Maar waar heeft Paulus het hier over. Over de losbandigheid van de wereld. We kennen dat toch. Daar zijn andere mensen net voorwerpen. Die neem je in je hand en die gebruik je zoals het jou goed dunkt. Of het nu een auto, een fiets, een glas bier of een partner is. Zelfs kinderen en dieren worden op die manier gebruikt. In de tijd van Paulus was dat niet anders dan in onze tijd. Natuurlijk, het is altijd een minderheid die zich overgeeft aan de uitwassen van een losbandige samenleving. Maar ook de meerderheid is niet actief bezig met het tegendeel van die losbandigheid. Dat is aan de leiband lopen van de absolute onvoorwaardelijke liefde.

In die nieuwe samenleving kan geen ander mens een object, een voorwerp van plezier, zijn. Daar is een ander mens om van te houden als van jezelf. Daar is het hoogste plezier die ander het hoogste plezier te bezorgen. Dan hoeft de boog inderdaad niet altijd gespannen te blijven. Dan gaat het er niet om wat er allemaal wel niet mag en hoe je de grenzen daarvan opzoekt maar dan gaat het er om wat je samen allemaal wel niet aan goeds kunt bereiken en beleven hoe je het goede vermeerderd en nog eens vermeerderd tot er niets dan goeds overblijft. Daar is dus niets saai aan. Dat is een avontuur waar je elk moment mee kunt beginnen maar waar je de loop en de afloop nooit van kunt voorspellen.

Het is dan ook een avontuur waarvoor je jezelf voortdurend zult moeten vernieuwen, voortdurend weer opnieuw in dienst moeten stellen van de liefde voor de ander. Ook als het lijkt of je zelf er niks voor terug krijgt. Natuurlijk kan dat alleen als je werkelijk gelooft dat plezier, dat het goede, ook voor jou is weggelegd. Je kunt immers alleen veel van een ander houden als je ook veel van jezelf houdt. De ander heeft pas veel waarde als je je zelf ook veel waarde weet toe te dichten. Maar het verlost je niet van problemen, de ander heeft die ook, iedereen kan een geliefde verliezen, iedereen kan werk verliezen. In zijn grote lied over de Liefde zingt Paulus dat de liefde zichzelf niet zoekt. Het gaat altijd om de ander die het nog minder heeft dan jij. Paulus stelt de losbandigheid gelijk aan de liefdeloosheid. De Liefde immers is het cement dat mensen samenbindt. Met die Liefde kun je en moet je zelf beginnen, vandaag en elke dag opnieuw.

Vol liefde uitgekozen

zondag, 12 augustus, 2018

Efeziërs 4:1-16

1  Ik, die gevangen zit omwille van de Heer, vraag u dan ook dringend de weg te gaan die past bij de roeping die u hebt ontvangen: 2 wees steeds bescheiden, zachtmoedig en geduldig, en verdraag elkaar uit liefde. 3  Span u in om door de samenbindende kracht van de vrede de eenheid te bewaren die de Geest u geeft: 4  één lichaam en één geest, zoals u één hoop hebt op grond van uw roeping, 5  één Heer, één geloof, één doop, 6  één God en Vader van allen, die boven allen, door allen en in allen is. 7  Aan ieder van ons is genade geschonken naar de maat waarmee Christus geeft. 8  Daarom staat er: ‘Toen hij opsteeg naar omhoog, voerde hij gevangenen mee en schonk hij gaven aan de mensen.’ 9  ‘Hij steeg op’ wat betekent dat anders dan dat hij ook is afgedaald naar wat lager ligt, naar de aarde? 10  Hij die is afgedaald is dezelfde als hij die opsteeg, tot boven de hemelsferen, om alles met zijn aanwezigheid te vullen. 11  En hij is het die apostelen heeft aangesteld, en profeten, evangelieverkondigers, herders en leraren, 12  om de heiligen toe te rusten voor het werk in zijn dienst. Zo wordt het lichaam van Christus opgebouwd, 13  totdat wij allen samen door ons geloof en door onze kennis van de Zoon van God een eenheid vormen, de eenheid van de volmaakte mens, van de tot volle wasdom gekomen volheid van Christus. 14  Dan zijn we geen onmondige kinderen meer die stuurloos ronddobberen en met elke wind meewaaien, met wat er maar verkondigd wordt door mensen die tot alles in staat zijn wanneer ze anderen listig en doortrapt op een dwaalspoor willen brengen. 15  Dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toe groeien naar hem die het hoofd is: Christus. 16  Vanuit dat hoofd krijgt het lichaam samenhang, en wordt het ondersteund en bijeengehouden door alle gewrichtsbanden. Ieder deel draagt naar vermogen bij tot de groei van het lichaam, dat zo zichzelf opbouwt door de liefde. (NBV)

In de Grieks-Romeinse wereld, waar Paulus rondreisde, gingen de meest fantastische theorieën rond over de aard van de geestelijke en materiële wereld. Te veel theorieën vaak om te weerleggen en te weerspreken. Ook in de Joodse wereld waar Paulus toe behoorde waren sporen van die speculaties terug te vinden. Ook in onze dagen horen we over persoonlijke verhoudingen tot Jezus, over kosmisch evenwicht, over energiebanen en innerlijke evenwichtspunten en momenten van persoonlijke groei. Paulus schuift al die mooie begrippen hier met een ferme beweging aan de kant. Het gaat om de Liefde, en in de Liefde vormen we een hechte gemeenschap die die Liefde ook uitstraalt naar de samenleving. Dat is de reden dat kerkelijke vrijwilligers vele jaren hun werk voor de voedselbanken, de asielzoekers, de uitkeringsgerechtigden, de gevangenen, de zieken en invaliden en de derde wereld volhouden. Onophoudelijk leven ze in de Liefde zoals ze die van Jezus van Nazareth hebben geleerd.

Die Protestantse vrijwilligers vormen in hun, vaak kleine, kerkelijke gemeenschappen hechte groepen en horen er zondag in zondag uit over spreken en zingen. Stap gerust eens zo’n Protestantse Kerk binnen en vraag wat ze doen voor de armen en verdrukten in eigen stad, land en in de wereld. Je zult verstelt staan. De collecte voor de diaconie is daarin alleen een liturgische, dus symbolische, handeling om aan te geven waar het op aan komt. Paulus beschrijft die gemeenschap als een lichaam. Wij zeggen dan graag dat we handen en voeten willen geven aan die prachtige woorden. Het moet immers niet bij woorden alleen blijven maar vooral blijken uit de daden, uit de vruchten die het voortbrengt. Een kerkelijke gemeente waar het alleen gaat om een persoonlijke band met Christus of met God, waar dan ook vaak en lang en hardop in het openbaar wordt gebeden, belijdt niet de Messias waar Paulus aan de gemeente in Efeze over heeft geschreven.

Paulus schrijft over een gemeente waarin ieder naar vermogen, en dan niet alleen geldelijk vermogen, een plaats heeft en waar de Liefde het samenbindend element vormt. Juist in die gemeenschap krijgt de Bevrijder gestalte en wordt de bevrijding mogelijk. Zoals het volk Israel ooit in de woestijn ontdekte dat je alleen kunt overleven als je werkelijk alles voor elkaar over hebt, zo kent de Christelijke gemeente de gemeenschap met elkaar door de Liefde. In de loop van de geschiedenis is dat geloof in het bouwen van een nieuwe samenleving, een nieuw soort samenleving ook, verworden tot een voor wat hoort wat geloof. Als ik nu goed doe dan wordt er voor mij ook goed gedaan. Ik krijg leven na de dood, ik krijg gezondheid of maatschappelijke voorspoed. Maar dat is niet de bedoeling. Het geloof in de komst van die nieuwe samenleving door Jezus, door de God van Israël is genoeg. Dat geloof zet je in beweging, niet om er zelf beter van te worden maar om de Naam van God groot te maken. Het is geweldig die samenleving die alle mensen te wachten staat. Daarvoor ga je door het vuur. En iedereen mag daarin meedoen, zonder inburgeringscursus of toelatingsexamen.

Vervloekt zijn inwoners

zaterdag, 11 augustus, 2018

Rechters 5:23-31

23  Vervloekt zij Meroz, dat de HEER geen hulp bood, vervloekt! zo spreekt de engel van de HEER -, vervloekt zijn inwoners, zij sloten zich niet bij de helden aan. 24 Geloofd zij Jaël, de beste aller vrouwen, Jaël, de vrouw van Cheber, de Keniet. Was ooit een tent gezegend met een vrouw als zij? 25  Sisera vroeg om water en zij gaf hem melk te drinken, room bracht ze hem te drinken, in een rijk versierde schaal. 26  Met één hand vatte ze een tentpin, met de andere een hamer. Ze dreef de tentpin door zijn slaap, spleet met een hamerslag zijn hoofd. 27  Aan haar voeten viel hij neer, bezweek hij en bleef liggen. Aan haar voeten bezweek hij, daar viel hij neer. Waar hij bezweek, daar bleef hij liggen, verpletterend verslagen. 28  Aan haar venster stond zijn moeder, ze tuurde en ze klaagde: “Waar blijft zijn wagen toch? Klinkt het geratel van de wielen al?” 29  De wijste van haar vrouwen gaf haar antwoord en zei haar wat zij zelf reeds had bedacht: 30  “Wellicht zijn ze nog bezig om hun schatten te verdelen: elke man een meisje, of misschien wel twee. En voor Sisera gekleurde stoffen met borduursel, stoffen met borduursel waarmee hij zijn schatjes tooit.” 31  HEER, laat zo al uw vijanden ten onder gaan, en maak wie u liefhebben onstuitbaar als de opgaande zon.’ Veertig jaar had het land rust. (NBV)

Het overwinningslied van Deborah en Barak is onverwacht hard voor de mensen die het volk Israel niet te hulp kwamen toen ze bedreigd werden door Sisera en zijn leger. Het is of je de vluchtelingen uit Afrika hoort uitvaren tegen de Europese commissie die de landen van Europa niet weet te bewegen echte vluchtelingen op te nemen. Het gevolg is dat ze aangewezen zijn op mensensmokkelaars en verdronken vaders, moeders en kinderen in de Middellandse Zee. Of ze moeten zich gedwongen aansluiten bij een van de vele oorlogen in Afrika waar de rijke landen van de wereld de wapens voor leveren. Zij zijn de armen, de zwakken, de zieken en de ouderen. Zij worden als mensen compleet vergeten.

Ze hebben geen naam en als het even kan worden ze met negatief geladen begrippen aangeduid. Asielzoekers bijvoorbeeld. Een woord uit een verdrag dat op initiatief van Eleanor Rooseveld in een verdrag terechtkwam dat door de meeste landen in de wereld werd ondertekend. Dat verdrag kwam omdat Europa overspoeld werd door zogenaamde displaced persons, mensen die door de Tweede Wereld niet alleen huis en haard maar ook hun nationaliteit. Wij mogen Amerikanen wel als bevrijders herdenken maar de hulp die zij boden aan ons nu niet meer navolgen bij anderen. Voor ons is Samen Leven tegenwoordig hetzelfde als “ieder voor zich”, in het boek Rechters staat dan de zin: “en ieder deed wat goed was in zijn ogen”.

De mensen met geld en macht gaan voor. De President van Amerika kan dan wel vroom en vaderlandslievend doen. hebben gedaan over het gebod van Jezus van Nazareth, maar hij  moet dan toch wat vaker uitleggen dat alles wat hij doet gemeten moet worden naar het effect dat het op de armen heeft. Anders kan het vervloekt toch ook klinken tegen de inwoners van het Witte Huis. Wij kennen de uitdrukking van “ieder voor zich” ook en voegen daar vaak aan toe ” en God voor ons allen”, maar telkens weer moeten we leren uit het verhaal van Israel, en hier uit het boek Rechters, dat God onze handen en voeten nodig heeft om voor Gods kinderen te zorgen. Als onze handen en voeten het laten afweten loopt het slecht af met Gods kinderen. Vervloekt zijn allen die het laten afweten, ook nu nog.

 

Ga voorop, Debora

vrijdag, 10 augustus, 2018

Rechters 5:12-22

12 Ga voorop, Debora, vuur ons aan en zing een lied! Barak, val aan! Grijp de vijand, jij zoon van Abinoam!13  Daar trokken toen de ware aanvoerders ten strijde, het volk van de HEER trok met zijn helden op. 14  Uit Efraïm kwamen zij die in Amalek wonen en voegden zich bij jou en je verwanten, Benjamin. Uit Machir kwamen aanvoerders, uit Zebulon de leiders van het leger. 15  Uit Issachar sloten de vorsten zich bij Debora aan. Na Issachar kwam Barak; hij ging het volk voor in de vlakte. Maar de stam Ruben bleef steeds maar overleggen. 16  Wat hield je bij je schaapskooi en het fluitspel van je herders? Ruben bleef maar overleggen, 17  Gilead kwam de Jordaan niet over, Dan bleef bij zijn schepen, Aser bleef aan zee en verliet zijn havens niet, 18  maar Zebulon en Naftali waagden hun leven op de heuvels. 19  Daar kwamen de koningen, de stadsvorsten van Kanaän. Zij streden bij Taänach, bij Megiddo, aan de oever van de stroom, maar er viel voor hen geen zilver buit te maken. 20  De sterren aan de hemel streden mee tegen de vijand, zij hadden in hun baan zich tegen Sisera gekeerd. 21  Vorsten werden meegesleurd door het water van de Kison, de Kison, die aloude en snelstromende rivier. Ga voort, mijn ziel, ga voort! 22  Dreunend klonk de hoefslag van zijn wegstormende paarden, van zijn schitterende paarden, in onstuimige galop. (NBV)

Met het lied voor Debora wordt dit verhaal een verhaal van bevrijding. Bevrijding van onderdrukking en slavernij en zonder de persoon van Debora had dat niet gekund zegt het lied. Wie goed leest ziet dat Debora een eigen loflied krijgt waarin de strijd getekend wordt, een strijd waartoe zij had opgeroepen. Ook nu nog klinken er liederen van bevrijding. Huub Oosterhuis heeft er honderden geschreven, maar ook vrouwen mengen zich in het koor. Liederen van vrouwen kent de kerkgeschiedenis maar weinig. In de vorige eeuw zijn er een aantal vrouwen geweest die liederen hebben geschreven en gecomponeerd. Je vindt ze in de bundel Eva’s lied. Het blijft jammer dat daar  van maar  een heel enkele terecht is gekomen in het Nieuwe Liedboek van de kerken.

Maar al zingende leren we in elk geval goed naar vrouwen te luisteren en hen niet zoals in veel kerken de mond te snoeren. Er zijn in de Protestantse Kerk Nederland al gemeenten die in elke viering op zondag tenminste één lied van vrouwen laten zingen. Als dat veel gebeurd kan de kerk niet meer om de vrouwen heen. Zij vormen toch de helft van de kerkleden en Debora leerde ons dat we vrouwen niet mogen negeren, we lijken soms wel te veel op de stam Ruben. Vrouwen horen in de kerk net zo vooraan te staan als al die mannen die dat al eeuwen doen. Barak en Deborah leerden ons dat vrouwen ons ook in de strijd kunnen voorgaan  en zonder Deborah was het waarachtig niet gegaan. Van alle liederen en verhalen die in de vroegste tijden zijn ontstaan hield haar lied het, als getuigenis van geloof, het langste vol. Soms vraagt een volk leiderschap.

In het couplet van het lied van Deborah hierboven wordt het leiderschap gevraagd van Deborah, de rechter. Haar kenden ze want zij sprak recht als mensen haar rechtsgeschillen voorlegde. Eerlijkheid en onafhankelijkheid waren kennelijk de eigenschappen die men zocht in een leider. En onafhankelijkheid betekent een garantie voor de armen, ook zij zullen tot hun recht komen. Net als de vreemdelingen, ook al lijken die het tegendeel te doen. Dat leren we uit het verhaal van Jaël, die gaf de tegenstander geen water maar melk, die zette haar vrouwelijke eigenschappen in, maar bleek uiteindelijk de meest betrouwbare bondgenoot. Zulke bondgenoten kun je krijgen als je bereid bent je land met vreemdelingen te delen. Daar kunnen wij ook nog wel wat van leren, en vandaag nog in de praktijk brengen.

Vuur ons aan

donderdag, 9 augustus, 2018

Rechters 5:1-11

1 Die dag zongen Debora en Barak, de zoon van Abinoam, dit lied: 2  ‘Loof de HEER, omdat Israël zijn haren dreigend loswierp, loof de HEER, omdat Israël zich meldde voor de strijd. 3  Koningen en vorsten, luister en hoor toe hoe ik de HEER bezing,  een lied zing voor de HEER, de God van Israël. 4  HEER, de aarde beefde toen u voortschreed vanuit Seïr;  toen u optrok vanuit Edom stortte water uit de hemel en de wolken neer. 5 Voor de heerser van de Sinai wankelden de bergen, voor u, HEER, u, de God van Israël. 6  Onder Samgar, de zoon van Anat, in de tijd van Jaël, begaf geen karavaan zich nog op weg. Wie toch op reis moest, nam de kronkelpaden. 7  Aanvoerders ontbraken, het land kende geen leiding totdat jij, Debora, kwam en Israël tot leidsvrouw werd. 8  Verkoos men andere goden, dan stond de vijand voor de poorten; ons leger telde veertigduizend man, maar van schild of speer geen spoor. 9  Loof de HEER ! Ik dank hen die niet aarzelden de strijders aan te voeren. 10  Reizigers, gezeten op gezadelde ezelinnen, en ook jullie die te voet moeten gaan, 11  overstem met je verhalen het geklets bij de bronnen en laat ieder bij het drenken zingen van de HEER die overwon, van de overwinning door zijn aanvoerders voor Israël behaald. Daar trok het volk van de HEER ten strijde, voorwaarts vanuit de steden. (NBV)

De strijd van Debora en Barak en het optreden van Jaël lopen uit op een lied. Er zijn geleerden die zeggen dat het lied van Deborah en Barak het oudste stuk uit de Bijbel is. Al het andere is later opgeschreven, maar dit lied was zo populair dat het de eeuwen heeft doorstaan. In de Islam gelooft men dat de Koran is  gedicteerd aan de profeet Mohamed. De Bijbel niet, die is in een eeuwenlang proces ontstaan. Bijbel betekent dan ook bibliotheek en zoals een verzamelaar gedurende lange tijd zijn meest kostbare boeken bijeen zoekt, zo hebben ook de gelovigen van Israel en later van de kerk hun boeken bijeengezocht en daar een aantal eeuwen over gedaan. Dat alles begon met dit lied van Deborah. Dat lied mogen we vandaag de dag nog meezingen, want bevrijding blijft altijd nodig.

Het lied  van Debora  gaat over de richtlijnen die in de woestijn aan het volk gegeven werden. Iedere keer als het volk er vanaf week kregen de vijanden voet aan de grond, maar iedere keer als de Wet werd gevolgd, van “heb je naaste lief als jezelf” nietwaar, werd het volk onverslaanbaar. De laatste generaal die het probeerde was Sisera met zijn strijdwagens. Die strijdwagens liepen vast in de regen en de modder net als ooit de strijdwagens van de Farao, toen het volk door de Rode Zee trok. Ook toen klonk aan het eind van de strijd een vrouwenlied ter overwinning, het lied van Mirjam de zuster van Mozes. Met het lied van Deborah wordt ook dit verhaal een verhaal van bevrijding. Bevrijding van onderdrukking en slavernij en zonder de persoon van Deborah had dat niet gekund zegt het lied.

Barak en Deborah leerden ons dat vrouwen ons ook in de strijd kunnen voorgaan  en zonder Deborah was het waarachtig niet gegaan. Van alle liederen en verhalen die in de vroegste tijden zijn ontstaan hield haar lied het, als getuigenis van geloof, het langste vol. Soms vraagt een volk leiderschap. In het couplet van het lied van Deborah hierboven wordt het leiderschap gevraagd van Deborah, de rechter. Haar kenden ze want zij sprak recht als mensen haar rechtsgeschillen voorlegde. Eerlijkheid en onafhankelijkheid waren kennelijk de eigenschappen die men zocht in een leider. En onafhankelijkheid betekent een garantie voor de armen, ook zij zullen tot hun recht komen. Net als de vreemdelingen, ook al lijken die het tegendeel te doen. Dat leren we uit het verhaal van Jaël, die gaf de tegenstander geen water maar melk, die zette haar vrouwelijke eigenschappen in, maar bleek uiteindelijk de meest betrouwbare bondgenoot. Zulke bondgenoten kun je krijgen als je bereid bent je land met vreemdelingen te delen. Daar kunnen wij ook nog wel wat van leren, en vandaag nog in de praktijk brengen.

Dwars door zijn hoofd

woensdag, 8 augustus, 2018

Rechters 4:17-24

17 Sisera vluchtte te voet naar de tent van Jaël, de vrouw van de Keniet Cheber, want hij wist dat er een bondgenootschap bestond tussen de familie van Cheber en koning Jabin van Hasor. 18  Jaël kwam hem tegemoet en zei: ‘Kom binnen, heer, kom binnen. Wees niet bevreesd.’ Hij ging bij haar de tent binnen en zij verborg hem onder een deken. 19  ‘Geef me wat water te drinken, ‘vroeg hij, ‘ik heb zo’n dorst.’ Jaël opende een melkzak, gaf hem te drinken en dekte hem weer toe. 20  Toen zei hij: ‘Ga in de tentopening staan. Als er dan iemand komt vragen of er een man bij u is, moet u zeggen: “Nee, er is hier niemand.”’ 21  Jaël nam een tentpin en een hamer en sloop de tent binnen. Ze sloeg, terwijl hij daar uitgeput in slaap lag, de tentpin dwars door zijn hoofd de grond in, zodat hij stierf.
22  Op dat moment kwam Barak eraan, op jacht naar Sisera. Jaël ging hem tegemoet en zei: ‘Kom, ik zal u de man laten zien die u zoekt.’ Barak ging met haar naar binnen-en daar lag Sisera, dood, met de tentpin door zijn hoofd.23  Zo bracht God koning Jabin van Kanaän in zijn strijd met de Israëlieten een zware nederlaag toe. 24  Daarna wist Israël koning Jabin steeds verder terug te dringen, totdat ze hem hadden vernietigd.

Tienduizenden Nederlanders hebben het wel eens in een zomer gedaan. Tentharingen de grond ingeslagen, op campings, overal in Europa. En straks wordt het 1 september en is de “grote vakantie” weer voorbij. Rond die datum gaan de laatste kinderen weer naar school en neemt het gewone leven weer de overhand. Maar hier lezen we in de Bijbel nog een keer over tentharingen. Over de tentharing van Jaël. Dat was nog familie van de vrouw van Mozes. Die was immers getrouwd met de dochter van de priester van Midian, toen hij uit Egypte was gevlucht, nadat hij een Egyptenaar had doodgeslagen. De schoonfamilie van Mozes, dat waren dus eigenlijk vreemdelingen,  Maar ze hadden zich gevoegd bij het volk Israel toen dat het beloofde land was binnengetrokken en hadden een verbond met Jabin gesloten, de koning waar Barak en Deborah tegen ten strijde waren getrokken. Aan welke kant zou de familie staan?  Aan welke kant staan de vreemdelingen die met je meegegaan zijn?

Aan de goede kant dus want de zorg van een vrouw zegt niet alles. Die Jaël mag water schenken en op de uitkijk staan, maar aan haar wordt niet gevraagd welke kant ze kiest. Mannen vergeten vrouwen naar waarde te schatten, je naaste liefhebben als jezelf betekent voor mannen dat vrouwen als gelijkwaardig dienen te worden behandeld. Jaël laat dat zien want vroeger zouden ze zeggen dat ze haar mannetje staat, tegenwoordig hebben we de Bijbel toch wat nauwkeurige leren lezen en weten we dat ze gewoon aan de goede kant is gaan staan. Want die “tentpin” is in de oorspronkelijke tekst vrouwelijk en betekent iets als “doorboorde” het wordt ook wel voor “vrouw” zelf gebruikt. Die Jaël gooit haar vrouwelijke wapens in de strijd en niet tevergeefs. Jaël wordt daarmee het scharnierpunt in de strijd tegen koning Jabin en uiteindelijk weet Israel deze koning te verslaan.

En Israel heeft nog steeds geen koning en geen regering. Barak is er met een leger op uit, gestuurd door Deborah, die rechter was en gewoon spreekuur hield waar de mensen haar rechtsgeschillen kwamen voorleggen. Geen glazen plafond dat de beide vrouwen weerhield van het spelen van een hoofdrol in de geschiedenis. Vrouwen hebben tegenwoordig nog wel eens het gevoel tegen een glazen plafond aan te lopen. Dat is dus niet nodig, een tentharing en een hamer zijn voldoende om dat glazen plafond te doorbreken. En dat wantrouwen in vreemdelingen? Als ze met je meetrekken, als ze zich als medeburger gedragen dan is dat wantrouwen beschamend. Nog steeds wordt het opsluiten van Amerikaanse burgers van Japanse afkomst na de aanval op Pearl Harbour als een schandaal beschouwd. We moeten ons dus hoeden voor het oordelen en veroordelen alleen op grond van afkomst, een goede bondgenote zou gemakkelijk verspeeld kunnen worden.