Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor de 'Column' categorie

Je hebt bij het volk valse hoop gewekt.

dinsdag, 12 december, 2017

Jeremia 28:1-17

1 ¶  In datzelfde jaar, in de vijfde maand van het vierde regeringsjaar van koning Sedekia van Juda, zei de profeet Chananja uit Gibeon, de zoon van Azzur, in de tempel van de HEER ten overstaan van de priesters en alle andere aanwezigen tegen mij: 2  ‘Dit zegt de HEER van de hemelse machten, de God van Israël: Ik ga het juk van de koning van Babylonië breken. 3  Binnen twee jaar zal ik alle kostbaarheden uit de tempel van de HEER, die koning Nebukadnessar heeft meegevoerd naar Babel, naar Jeruzalem terugbrengen. 4  Ik zal ook koning Jechonja, de zoon van Jojakim, en alle ballingen uit Juda die naar Babel zijn gevoerd, naar Jeruzalem terugbrengen-spreekt de HEER. Want ik ga het juk van de koning van Babylonië breken.’ 5  Toen antwoordde de profeet Jeremia de profeet Chananja ten overstaan van de priesters en alle anderen die in de tempel van de HEER aanwezig waren: 6  ‘Ja! Laat de HEER dat doen. Hopelijk laat hij jouw profetie uitkomen en brengt hij al het tempelgerei en alle ballingen uit Babylonië naar deze stad terug. 7  Maar luister nu naar wat ik jou en alle anderen te zeggen heb. 8  Sinds mensenheugenis hebben de profeten die vóór jou en mij hebben geleefd tegen veel landen en machtige koninkrijken niets dan oorlogen, onheil en pest geprofeteerd. 9  Van een profeet die voorspoed en vrede profeteert, weten we pas dat hij inderdaad door de HEER gezonden is als zijn woorden uitkomen.’ 10 Chananja nam toen het juk van Jeremia’s nek, brak het in stukken 11  en zei ten overstaan van allen die daar waren: ‘Dit zegt de HEER: Zo zal ik binnen twee jaar het juk van koning Nebukadnessar van Babylonië van alle volken afnemen en in stukken breken.’ Hierop verliet Jeremia de tempel. 12  Enige tijd later richtte de HEER zich tot Jeremia: 13  ‘Ga naar Chananja en zeg hem: Dit zegt de HEER: Je hebt een houten juk in stukken gebroken en het door een ijzeren juk vervangen. 14  Want dit zegt de HEER van de hemelse machten, de God van Israël: Ik leg alle volken een ijzeren juk op, waarmee ze koning Nebukadnessar van Babylonië moeten dienen. Zelfs de wilde dieren onderwerp ik aan hem.’ 15  De profeet Jeremia zei toen tegen de profeet Chananja: ‘Luister goed, Chananja! Jij bent niet door de HEER gezonden. Je hebt bij het volk valse hoop gewekt. 16  Daarom-dit zegt de HEER: Ik zal je alsnog zenden, ik zend je weg van de aarde. Je zult nog dit jaar sterven, want met je profetieën heb je het volk opgezet tegen de HEER.’ 17  En de profeet Chananja stierf nog datzelfde jaar, in de zevende maand. (NBV)

Alle onheil dat denkbaar is hebben we op de wereld al eens gehad of het zal ongetwijfeld nog wel eens gebeuren. Jaar in jaar uit zijn er akties en collectes tegen oorlog en ellende en voor de hulp aan mensen die in uiterste nood zijn. Het verhaal over Chananja en de reaktie van Jeremia daarop inspireert misschien om toch door te gaan met ontwikkelingssamenwerking en vrede stichten. Leven met vijandsbeelden is immers niet erg vruchtbaar.Wie denkt de ellende en de armoede binnen de korste keren de wereld uit te krijgen heeft de hoop van veel mensen achter zich maar ook de scepsis. Eerst zien en dan geloven. Chananja zou Babilon wel even ten val brengen, binnen twee jaar nog wel. Tegen dergelijke beloften helpen geen redeneringen. Maar dergelijke beloften helpen ook geen armen en onderdrukten. De goddelijke richtlijnen uit de woestijn, het program van recht en rechtvaardigheid dat in de Woestijn met het volk van Israel is ontworpen helpt wel.  In die woestijn is een maatstaf gegeven voor welke politiek de juiste is. De vraag is eenvoudig, worden de armen er beter van, mogen de vreemdelingen meedoen.

Geert Wilders van de Partij van de Vrijheid zonder Democratie wil het anti discriminatie artikel uit de Grondwet vervangen door de dominantie van de Joods-Christelijke-Humanistische tradities. Mooi, kunnen we gerust voor zijn. Die tradities bestrijden discriminatie op grond van geloof nog harder dan de bestaande wetten. De angst die Wilders preekt voor de Islam zou hem in die tradities op langdurige gevangenisstraf komen te staan. Die tradities pleiten voor de zorg voor armen als eerste overheidstaak, en laten vreemdelingen als gelijken meedoen. Alleen het goede doen en niets dan het goede hield Paulus ons in het afgelopen jaar in de lezingen hier voor. Dat betekent niet dat je wel even de ellende in de wereld zal kunnen oplossen. Je draagt bij, je steunt anderen, je zoekt bondgenoten, je houdt je aan de wet van je naaste liefhebben als jezelf, je spoort anderen aan hetzelfde te doen, en je houd de overheid de richtlijnen voor recht en rechtvaardigheid voor.  Chananja zou binnen twee jaar nog wel even Babilon een lesje leren. Maar Chananja gaat dood.

Wanneer we doodgaan weten we immers niet maar dat we dood gaan weten we allemaal. Er zijn mensen die zeggen dat je daarom zo moet leven dat je elke dag dood kunt gaan, dat er dan geen onvervulde beloften achter blijven, dat je dan gaat met het goede dat je gedaan hebt en niet met het kwade dat je nog moet herstellen of waarvan je nog terug moet keren. Ook als je zelf niet rekent met een toekomst kun je natuurlijk anderen een toekomst geven. Is werken voor je eigen toekomst dan onnuttig? Natuurlijk niet, als je jong bent leer je en leren duurt langer dan een dag.  Elke dag worden we tientallen keren verleid om geld te lenen. Door die verleiding worden veel mensen in problemen gebracht. Die mensen zijn te helpen door het lenen niet meer als maatschappelijk geaccepteerde norm te aanvaarden. . Geluk zit in de glimlach van een kind, in de ogen van een zieke die weer verder kan, in de gedroogde tranen van iemand die bedroefd is, in de rechte rug van werkloze die weer werk heeft, in de trots van de WIA ontvanger die weer mee mag doen, in de vreugde van de vreemdeling die er bij mag horen. Hoop hoeven we hiervoor niet te geven, liefde schenken is genoeg om dat geluk te bereiken.

Ze profeteren leugens.

maandag, 11 december, 2017

Jeremia 27:12-22

12 ¶  Ik sprak dezelfde woorden tot koning Sedekia van Juda: ‘Laat u het juk van de koning van Babylonië opleggen, onderwerp u aan hem en zijn volk, dan zult u in leven blijven. 13  Waarom zouden u en uw volk sterven door het zwaard, de honger en de pest? Want daarmee heeft de HEER ieder volk gedreigd dat zich niet aan de koning van Babylonië wil onderwerpen. 14  Luister niet naar de profeten die jullie oproepen je niet aan hem te onderwerpen. Ze profeteren leugens. 15  Hoewel ik hen niet gezonden heb-spreekt de HEER profeteren ze in mijn naam, en nog leugens ook. Daarmee bereiken ze slechts dat ik jullie verdrijf en dat jullie samen met die profeten zullen omkomen.’ 16  Ook sprak ik tot de priesters en het volk van Juda: ‘Dit zegt de HEER: Luister niet naar jullie profeten, die zeggen dat de kostbaarheden uit de tempel van de HEER spoedig uit Babel worden teruggebracht. Ze profeteren leugens. 17  Luister niet naar hen. Onderwerp je aan de koning van Babylonië, als jullie in leven willen blijven. Waarom zou deze stad een ruïne moeten worden? 18  Als ze echte profeten zijn en de woorden van de HEER spreken, laten ze dan de HEER van de hemelse machten ertoe bewegen dat hij de kostbaarheden die nog in de tempel van de HEER, in het paleis van de koning en in Jeruzalem zijn overgebleven, niet in Babel laat terechtkomen. 19  Want dit zegt de HEER van de hemelse machten over de tempelzuilen, de Zee, de verrijdbare onderstellen en de rest van het tempelgerei dat nog in deze stad is, 20  over alles wat koning Nebukadnessar van Babylonië nog niet heeft meegenomen toen hij koning Jechonja, de zoon van Jojakim, en alle vooraanstaande burgers van Juda en Jeruzalem naar Babel voerde: Alles zal naar Babel worden gevoerd. 21  Ja, dit zegt de HEER van de hemelse machten, de God van Israël, over de kostbaarheden die in de tempel van de HEER, in het paleis van de koning en in Jeruzalem achtergebleven zijn: 22  Alles zal naar Babel worden gevoerd, en daar zal het blijven tot de dag dat ik er zelf voor zorg dat het wordt teruggebracht-spreekt de HEER.’ (NBV)

We kennen ze wel die paniekzaaiers. Die ons wilden wijsmaken dat de terroristen in Afghanistan gemakkelijk gepakt konden worden. De vertelden dat er in Irak wapens voor massavernietiging lagen opgeslagen die ons allemaal bedreigden. Die de voorspellers van de stijging van de olieprijzen voor terroristenvrienden uitmaakten. Die iedereen uitsloten van wederopbouw die niet tot een firma van een lid van de eigen regering behoorden. Die ouders van gesneuvelde soldaten die de regering ter verantwoording riepen in de gevangenis stopten. Ze waren al aan de macht gekomen door leugen en bedrog. De eerste keer door te zorgen dat familie de uitslag van de verkiezingen konden manipuleren en de tweede keer door zoveel leugens over hun tegenstander te verspreiden dat kiezen geen zin meer leek te hebben. Waarom toch die drukte over voormalige medewerkers van de CIA als Bin Laden en Saddam Hoessein.

Waarom stuurden wij soldaten mee en sloten we bondgenootschappen met een Amerikaanse regering die zelfs het toepassen van de doodstraf probeert goed te praten als het om een Afghaanse Moslim gaat die tot het Christendom is bekeerd. Moet je je maar niet laten bekeren, je weet als Moslim dat daar de doodstraf op kan staan. Sinds de dagen van Jeremia hebben we kennelijk niet veel bijgeleerd. Het werd de hoogste tijd dat er weer eens uit het boek van Jeremia werd gelezen in de kerken. Wellicht dat mensen dan wakker worden. Amerika sluit wel verdragen over het behandelen van gevangenen, over recht en rechtvaardigheid, over het niet martelen, maar stopt die gevangenen vervolgens in een kamp op Cuba of in gevangenissen buiten de eigen grenzen waar die verdragen ineens niet zouden gelden.

En onze ministers maar roepen dat zij erover tegen de Amerikanen keffen maar verwachten dat de mensen die er het slachtoffer van zijn ons wel aardig zullen blijven vinden. Texaanse oliebaronnen als Bush en aannemers als Haliburton Cheney zijn inmiddels rijk. ze kunnen niet alleen niet herkozen worden, ze hoeven het ook niet meer. Hun opvolgers staan al klaar, en maken een kans zolang wij ze die kansen blijven geven. En nu is er weer een Amerikaan president geworden door het manipuleren van nieuws en door het bijzondere systeem van verkiezingen zelfs gekozen kon worden zonder de meerderheid van de bevolking achter zich te hebben. Enig compassie voor mensen die anders denken of leven is hem vreemd. Daarmee wordt hij een gevaar voor de wereldvrede. Net zoals de adviseurs van Koning Sedekia het voortbestaan van Juda in gevaar brachten. We weten hoe dat afliep, wellicht kunnen we er wat van leren.

Het mag er blijven wonen

zondag, 10 december, 2017

Jeremia 27:1-11

1 ¶  In het begin van de regering van koning Jojakim van Juda, de zoon van Josia, richtte de HEER zich tot Jeremia. 2  De HEER zei tegen mij: ‘Maak jukken met riemen en leg die op je nek. 3  Stuur de koningen van Edom, Moab, Ammon, Tyrus en Sidon ieder een juk. Je moet ze meegeven aan hun gezanten, die bij koning Sedekia in Jeruzalem zijn. 4  Laat ze hun vorst de volgende boodschap overbrengen: Dit zegt de HEER van de hemelse machten, de God van Israël-dit moet u dus tegen uw vorst zeggen: 5  Ik heb met mijn grote kracht en met mijn machtige arm de aarde gemaakt en de mensen en dieren die er leven. Ik geef de aarde aan wie ik wil. 6  Ik heb jullie landen nu allemaal in handen gegeven van mijn dienaar, koning Nebukadnessar van Babylonië; zelfs de wilde dieren heb ik aan hem onderworpen. 7  Alle volken zullen aan hem, zijn zoon en zijn kleinzoon onderworpen zijn, totdat ook voor zijn eigen land de tijd komt dat vele volken en machtige koningen het zullen onderwerpen. 8  Het volk of koninkrijk dat zich niet aan hem, koning Nebukadnessar van Babylonië, wil onderwerpen, dat zich niet zijn juk wil laten opleggen, zal ik straffen met het zwaard, de honger en de pest, totdat ik het door zijn toedoen vernietigd heb-spreekt de HEER. 9  Luister niet naar je profeten, waarzeggers, droomuitleggers, wolkenschouwers en tovenaars, die jullie steeds oproepen je niet aan de koning van Babylonië te onderwerpen. 10  Hun profetieën zijn leugens; ze bereiken er slechts mee dat jullie uit je land worden verdreven. Ik zal jullie uiteenjagen en jullie zullen omkomen. 11  Maar het volk dat zich het juk van de koning van Babylonië laat opleggen, dat zich aan hem onderwerpt, zal ik ongestoord in zijn eigen land laten. Het mag er blijven wonen en de akkers bewerken-spreekt de HEER.’ (NBV)

Soms moet je je neerleggen bij de loop van de geschiedenis. Alle kleine landjes rond Israël waren onderworpen aan de koning van Babylonië. Niet dat ze daar veel last van hadden, ze moesten elk jaar een bepaalde belasting betalen en daarmee was de kous af. Daarmee werd eigenlijk de vrede gekocht. Jeremia waarschuwde daarom tegen de voortdurende neigingen om met geweld tegen het machtige Babylonië in opstand te komen. Dat soort opstanden werden bloedig onderdrukt. Zolang de koning van Babylonië niemand dwong iets anders te doen dan jaarlijks die belasting te betalen had het geen zin er tegen in opstand te komen. Wij kennen vergelijkbare situaties. Lang hadden we het communisme waar we bang voor hadden te zijn. In Rusland heerste een regiem dat ondemocratisch en onderdrukkend was en waar we ons tegen hadden te beschermen.  Natuurlijk wisten we dat het aanvallen van dat land geen zin had, dat zouden we verliezen en de prijs zou geweldig hoog zijn.

Nu hebben we in het zeer grote China nog een vergelijkbaar regiem. En vergis je niet, in China is nog steeds geen persvrijheid, in China is nog steeds geen vrijheid van godsdienst. Er zijn mensen die met overtuiging het aanvallen van een land als China kunnen verdedigen, al was het alleen maar om de bezetting van Tibet. Maar we weten dat we het zouden verliezen en dat de prijs geweldig hoog zou zijn, het zou ook met China een atoomoorlog worden waarbij de aarde zal vergaan. Jeremia riep voortdurend op om de goddelijke richtlijnen van eerlijk delen en recht en vrede te volgen. Contacten tussen gewone burgers, tussen kerkelijke gemeenten en groepen van het communistisch blok in Europa en het kapitalistisch blok in Europa hebben in west Europa gevaarlijke bewapening tegengehouden en in oost Europa democratie op gang gebracht.

Leven zoals Jeremia ons voor houdt en contacten tussen gewone burgers in landen die zich niks van de goddelijke richtlijnen voor de menselijke samenleving aantrekken kan een wapen zijn dat het Koninkrijk van God nabij kan brengen. Het past overigens niet in de heersende cultuur van ons land, artikel 1 van de grondwet moet daarom niet worden vervangen. Als we beginsel dat alle mensen gelijk zijn voor de wet laten vallen maken we ons het meedoen in het verhaal van Jeremia en van Jezus van Nazareth onmogelijk. Alle mensen op aarde zijn immers onze broeders en zusters. In dat verhaal doen in ons koninkrijk de vreemdelingen gelijkwaardig mee. En contacten met vreemdelingen kunnen ons leren hoe contacten te onderhouden met mensen in alle landen van de wereld.

 

Om u te waarschuwen

zaterdag, 9 december, 2017

Jeremia 26:10-24

10  Toen de leiders van Juda hoorden wat er gebeurde, kwamen ze van het koninklijk paleis naar de tempel en namen ze plaats in het nieuwe poortgebouw. 11  De priesters en de profeten namen het woord. Ze zeiden tegen de leiders en alle andere aanwezigen: ‘Deze man verdient de dood. U hebt zelf kunnen horen wat hij over deze stad heeft geprofeteerd.’ 12  Jeremia antwoordde: ‘Het is de HEER die mij gezonden heeft om te profeteren wat u over deze tempel en deze stad hebt gehoord. 13  Beter daarom uw leven en luister naar de HEER, uw God, opdat hij afziet van het onheil dat hij u heeft aangekondigd. 14  Wat mijzelf betreft: ik ben in uw handen, u kunt met mij doen wat u goed en rechtvaardig acht. 15  Maar besef wel dat u door mij te doden onschuldig bloed vergiet, waarvoor u zelf, deze stad en de inwoners zullen boeten, want werkelijk, de HEER heeft mij gestuurd om u te waarschuwen.’ 16 ¶  Toen zeiden de leiders en de andere aanwezigen tegen de priesters en de profeten: ‘Deze man kan niet ter dood gebracht worden, want hij heeft in de naam van de HEER, onze God, tot ons gesproken.’ 17  En enkelen van de oudsten van het land stonden op en zeiden tegen het samengestroomde volk: 18  ‘Toen Hizkia koning van Juda was trad Micha uit Moreset op als profeet. Hij zei tegen het volk van Juda: “Dit zegt de HEER van de hemelse machten: De Sion zal als een akker worden omgeploegd, Jeruzalem zal tot een puinhoop worden, de tempelberg tot een overwoekerde heuvel.” 19  Maar hebben koning Hizkia en de bevolking van Juda Micha ter dood gebracht? Hizkia had ontzag voor de HEER en wist hem gunstig te stemmen, zodat de HEER afzag van het onheil dat hij hun had aangekondigd. Als we deze man doden, roepen we groot onheil over ons af!’ 20  Er was nog een ander die als profeet optrad in de naam van de HEER: Uria uit Kirjat-Jearim, de zoon van Semaja. Ook hij profeteerde tegen Jeruzalem en Juda, en hij verkondigde hetzelfde als Jeremia. 21  Toen koning Jojakim, de bevelhebbers en de raadsheren zijn profetieën hoorden, wilde de koning hem ter dood laten brengen. Uria kwam dat te weten en vluchtte in paniek naar Egypte. 22  Maar de koning stuurde Elnatan, de zoon van Achbor, met een aantal mannen achter hem aan. 23  Ze haalden Uria terug en leidden hem voor koning Jojakim, die hem liet doden. Zijn lijk liet hij in een gewoon volksgraf werpen. 24  Maar Jeremia werd beschermd door Achikam, de zoon van Safan, zodat hij niet werd uitgeleverd aan het volk, dat hem wilde doden.(NBV)

Het is Advent. De periode voor de Kerst waarin de Kerk wacht op de komst van Jezus van Nazareth. Eigenlijk de komst van een nieuw leven. En een nieuw leven beginnen dat is nodig als we het Koninkrijk van God willen vestigen. Een koninkrijk zonder rare grenzen, er is geen grens aan te bekennen, een koninkrijk waar iedereen mee kan doen. Jeremia had er zijn volk over verteld en bleef er over vertellen. Hij had nog een collega, Uria genaamd, maar die vond de dood. Jeremia bleef vertellen, ongeacht wat er ook met hem zou kunnen gebeuren. De mensen moesten maar met hem doen wat ze wilden maar hij bleef zijn verhaal vertellen. Uria niet, die werd bang en sloeg op de vlucht. Naar Egypte staat er en Egypte was voor het volk Israel het land van de slavernij, Egypte stond voor de dood. De angst werd zijn ondergang, zijn boodschap werd vergeten, hij werd in de dood één van de naamlozen van het volk.

Jeremia wachtte een ander lot. Dat spreken over de goddelijke richtlijnen van de Liefde, over eerlijk delen, over de rust op de Sabbat, over respect voor elkaar, over de zorg voor weduwen en wezen en over de vreemdelingen die er ook bij hoorden, zonder de gevolgen voor hemzelf in acht te nemen werd herkend. Er was immers ooit een koning Hiskia geweest, met een profeet Micha en hadden die niet hetzelfde verhaal verteld? Als je je vader en moeder weet te herinneren, en erkent dat je maar van gewone komaf bent, en wie is dat niet, dan weet je ook nog wel wie er van betekenis was voor het gewone volk.

De bejaarden onder ons trekken nog van Drees, en jongeren leren over het kinderwetje van van Houten. Mijlpalen waren het in de rechtvaardige samenleving. Zo zullen we ons de bijstandswet van Klompé herinneren, en Mark Rutte die de bijstandswet wist af te schaffen en onder wie de voedselbanken moesten beginnen. Straks is het Kerstfeest en daarna komt er een nieuw jaar. Dan kunnen we een nieuw leven beginnen. We zijn gewaarschuwd. Als we onze naaste niet liefhebben als onszelf, als we niet eerlijk weten te delen en geen eerlijke handel bedrijven, loopt het uiteindelijk slecht met ons af. We hoeven overigens niet te wachten, elke dag mag je met dat nieuwe verhaal beginnen. Kerst wordt dan heel anders, met Kerst zorg je dan voor mensen die niet meer hebben dan een voederbak voor de dieren.

Sterven moet jij!

vrijdag, 8 december, 2017

Jeremia 26:1-9

1 ¶  In het begin van de regering van koning Jojakim van Juda, de zoon van Josia, richtte de HEER de volgende woorden tot Jeremia: 2  ‘Dit zegt de HEER: Ga in de voorhof van mijn tempel staan en spreek tot allen die uit de steden van Juda zijn gekomen om mij in de tempel te vereren. Zeg hun alles wat ik je opdraag en laat niets achterwege. 3  Misschien zullen ze luisteren en met hun kwalijke praktijken breken. Dan zal ik afzien van het onheil waarmee ik hen wil treffen vanwege hun kwalijke praktijken. 4  Zeg tegen hen: Dit zegt de HEER: Als jullie niet naar mij luisteren, als jullie de wet niet naleven die ik je gegeven heb 5  en niet luisteren naar mijn dienaren, de profeten, die ik telkens weer naar jullie zend, maar voor wie jullie tot nu toe doof waren, 6  dan zal ik met deze tempel hetzelfde doen als met Silo, zodat alle volken op aarde de naam van deze stad als een vloek zullen gebruiken.’ 7 ¶  De priesters, de profeten en alle andere aanwezigen in de tempel hoorden Jeremia deze woorden spreken. 8  Nadat hij tegen hen gezegd had wat de HEER hem had opgedragen, grepen ze hem vast. ‘Sterven moet jij!’ riepen ze. 9  ‘Hoe durf je in de naam van de HEER te profeteren dat het deze tempel zal vergaan als Silo en dat deze stad een ruïne wordt waar niemand nog zal wonen?’ Al het volk in de tempel liep tegen Jeremia te hoop. (NBV)

Het optreden van Jeremia begint goed. Komt er iemand het volk waarschuwen voor onheil, grijpen ze de boodschapper en willen ze die doden. Het verhaal wordt nog schrijnender als je iets van de geschiedenis kent die er aan vooraf gegaan is. We hebben nog niet zo lang geleden in het boek Deuteronomium kunnen lezen dat de koning altijd een afschrift van dat boek bij de hand moest hebben. Nu was dat lang geleden vergeten, tot Josia aan de macht kwam. Die had toch wel wat met die mooie tempel in de hoofdstad en liet de tempel opknappen. Bij de restauratie vond men een rol in de muur gemetseld en dat bleek datzelfde wetboek voor de koning te zijn. Josia schrok er van en beloofde voortaan de Wet van de Woestijn na te leven. De armen in zijn koninkrijk konden weer op extra aandacht rekenen en de vreemdelingen mochten weer mee doen.

Maar Josia was nog niet dood of het was uit met het navolgen van de goddelijke richtlijnen uit de woestijn. Jojakim trok zich er niks van aan en dus ging Jeremia weer de straat op om te waarschuwen voor de gevolgen. De Tempel zou vergaan, de stad verwoest. Nu zijn veel kerkelijke leiders gevoelig voor het uiterlijk van hun godsdienst en laten ze zich dat niet zo gemakkelijk zeggen. De prachtige gewaden, de mooie mijters, de vergulde beelden lijken soms belangrijker dan de armen en de vreemdelingen. De Rooms-katholieke kerken lopen daarom harder leeg dan de Protestantse Kerken waar de aandacht voor de Liefde van God nog steeds levend gehouden wordt. Veel gelovigen willen dat vandaag de dag niet horen.

Net als in de dagen van Jeremia moet je onze regering niet willen aanvallen op hun goddeloosheid. Ook al beroemen leden van onze regering zich op hun goddeloosheid en pleiten ze voor afschaffing van alles wat er uitziet als godsdienst en moet het belijden van godsdienst stiekem in de binnenkamer plaatsvinden en niet op de Dam of het Malieveld. Ze worden daarbij  overigens ondersteund door de meeste opinieleiders, de talk show presentatoren van vandaag. In onze samenleving zullen ze niet zo snel om het doden van tegenstanders vragen want dat doen religieuze fanatici zelf wel. Veel fanatici willen hun godsdienst met geweld opdringen in plaats van op te roepen tot bekering. Maar dat oproepen moet ook vandaag gebeuren, want anders wachten ons gelijksoortige rampen als waar Jeremia voor waarschuwt.

Drinken zul je!

donderdag, 7 december, 2017

Jeremia 25:27-38

27  De HEER zei: ‘Zeg tegen hen: Dit zegt de HEER van de hemelse machten, de God van Israël: Drink, duizel en braak; als ik het zwaard op jullie afstuur, storten jullie neer en kunnen jullie niet meer opstaan. 28  En als ze weigeren de beker aan te nemen, zeg dan tegen hen: Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Drinken zul je! 29  Ik sta op het punt de stad waaraan mijn naam verbonden is ten onder te laten gaan. Zouden jullie dan ongestraft blijven? Nee! Ik roep het zwaard op tegen alle bewoners van de aarde-spreekt de HEER van de hemelse machten. 30 En jij-profeteer dit alles, zeg tegen hen: De HEER brult uit de hoge hemel, hij gromt vanuit zijn heilige woning, hij buldert over zijn kudde. Als een druiventreder schreeuwt hij tegen de bewoners van de aarde. 31  Tot aan de einden der aarde klinkt krijgsrumoer, want de HEER klaagt alle volken aan, hij voert een rechtszaak tegen al wat leeft. Die boosdoeners levert hij uit aan het zwaard- spreekt de HEER. 32  Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Rampen treffen volk na volk, een orkaan steekt op van de uithoeken der aarde. 33  De slachtoffers van de HEER liggen over de aarde verspreid. Ze worden niet betreurd, niet weggehaald en niet begraven, maar blijven liggen als mest op het land. 34  Herders, jammer, schreeuw het uit! Leiders van de kudde, wentel je in het stof! Nu worden jullie geslacht, jullie vallen in stukken als een kostbare kruik, jullie worden verstrooid. 35  De herders kunnen niet meer vluchten, de leiders kunnen niet ontkomen. 36  Hoor! De herders schreeuwen, de leiders van de kudde jammeren, want de HEER verwoest hun weidegrond. 37  Hun vredige weiden worden vernietigd door de grote woede van de HEER. 38  Als een leeuw doemt hij op uit zijn schuilplaats, ja, hun land wordt tot een woestenij door het moordend geweld, door zijn grote toorn.’(NBV)

Denk nu niet dat ook Jeremia de onvrede verwoord die veel mensen tegenwoordig hebben. Het gaat tegen de herders en dus tegen de leiders van het volk. De politici van zijn dagen, het partijkartel, de grote ondernemingen die akker  aan akker voegen, in onze dagen de bonussen aan de bonussen. Het zijn de verbonden die ze zijn aangegaan, zoals in onze dagen de vorming van de Europese Unie. Het lijkt er soms op dat wat we gewend waren, waar we ons veilig bij voelden, ons wordt afgenomen zonder dat we het wisten en zeker zonder dat we er iets over te zeggen hadden. Maar als je denkt dat het daar allen om gaat dan heb je dit hoofdstuk uit Jesaja toch niet helemaal goed gelezen. Het gaat namelijk ook om het volk.

Dat volk had vreemde goden achterna gelopen. En nu zullen er zijn die zeggen dat dit bewijst dat religie inderdaad alleen maar ellende veroorzaakt. Maar dat is te eenvoudig gedacht. Ieder volk had een god, iedereen had eigenlijk een eigen god. Die godjes zouden moeten zorgen voor winst en profijt op de handel en wandel van de aanbidders. En ook in onze dagen staan de winst het profijt voor veel mensen voorop, als of het goden zijn waar je offers aan moet brengen. Een fatsoenlijk loon voor onderwijzers, klassen die niet groter zijn dan goed is voor het onderwijs aan kinderen, zijn onbetaalbaar omdat je anders de winst van bedrijven en rijke Nederlanders moet afromen. En winst en profijt zijn het allerbelangrijkste. De goden van winst en profijt zijn in onze dagen zo belangrijk dat we ons weer slaven hebben laten maken van werken en consumeren.

De wekelijkse bevrijdingsdag, de dag waarop we herdenken dat we bevrijd zijn van de slavernij en zelfs van de dood als voornaamste prikkel voor ons handelen, die dag hebben we opgegeven. Dan moet er ook gewerkt worden, dan moet er ook geconsumeerd worden. Dat er door die ene dag niet meer geproduceerd wordt dan in een vijfdaagse werkweek, dat er niet meer aan consumeren wordt uitgegeven dan in een zesdaagse winkelweek is dan niet belangrijk meer. Niet belangrijker dan het aanbidden van de goden van werken en consumeren. Als schapen lopen wij de herders achterna die ons voorhouden dat we vast moeten houden aan de oude gewoonten als zwarte piet. Die ons wijsmaken dat de hoofddoekjes van onze voorouders niet op een andere manier kunnen terugkeren. Dat het gaat om bevrijding van de slavernij, de zorg voor de minsten, de verkleining van inkomensverschillen, de vrede op aarde zullen we opnieuw moeten gaan geloven. Anders verliezen we ons land echt.

 

Vijandige duisternis

woensdag, 6 december, 2017

Jesaja 5:25-30

25  Daarom ontsteekt de HEER in woede tegen zijn volk, hij heft zijn hand tegen hen op en slaat hen. De bergen beginnen te beven, de lijken liggen als vuil op straat. Maar nog is zijn woede niet bekoeld, nog is zijn hand tegen hen opgeheven. 26  Hij steekt de strijdvaan op voor verre volken, hij fluit ze bijeen van de uiteinden der aarde, en daar komen ze, in allerijl. 27  Niemand die moe is, niemand die struikelt, geen man die dommelt of slaapt. Geen gordel zakt van de heupen, niet één sandaalriem breekt. 28  De pijlen zijn gescherpt, de bogen gespannen. De paardenhoeven vonken als vuursteen, de wagenwielen draaien als een wervelwind. 29  Hun krijgsgeschreeuw klinkt als het gebrul van een leeuwin, ze grommen als een jonge leeuw die zijn prooi grijpt en meesleurt, en niemand die redding kan bieden. 30  Op die dag zal men dat grommen horen, het zal klinken als een bulderende zee. Waar men ook kijkt: vijandige duisternis, de zon is door wolken in duister gehuld. (NBV)

Als je zo van die kleine stukjes uit het boek van de profeet Jesaja leest dan zou je de indruk kunnen krijgen dat Jesaja een klassieke onheilsprofeet is. De wereld gaat naar de ondergang, rampen staan ons te wachten, mensen zie af van rijkdom en genot anders loopt het niet goed met je af. Het gevaar van kleine stukjes lezen zoals we vandaag doen is dat voorgangers en uitleggers gemakkelijk hun eigen voorkeur in de Bijbel kunnen lezen. Jesaja waarschuwde wel voor het onheil dat het volk Israël te wachten stond maar Jesaja voorspelde ook de terugkeer van de ballingen. Hij voorspelde de verwoesting van de Tempel maar voorspelde ook de opbouw van de Tempel. De dagen werden bij hem korter en donkerder maar hij is ook de profeet van het volk dat een groot licht zou zien, de profeet van het kind dat zou worden geboren en wonderbare raadsman en vredevorst genoemd zou worden. Donker en licht zijn bij Jesaja in evenwicht.

De mensen zoeken steeds het duister op om te dat doen waarvan ze ook wel weten dat het verkeerd is, de God van Israël brengt het licht, is het licht zelf. Het gedeelte van vandaag begint in de Nieuwe Bijbelvertaling met het woord “daarom” Er is dus een reden dat de Heer in woede ontsteekt tegen zijn volk, dat Hij zijn hand tegen hen opheft en hen slaat en dat de bergen beginnen te beven en de lijken als vuil op straat liggen. Die reden lezen we al in de verzen hiervoor. Daar wordt wee geroepen over hen die het kwade goed noemen en het goede kwaad, die het licht tot duisternis maken en het duister tot licht, die van zoet bitter maken en van bitter zoet, die voor een geschenk de schuldige gelijk geven en de rechtvaardige beroven van zijn recht. Dat was het onrecht dat heerste in de dagen van Jesaja. Het is heel algemeen geformuleerd, wie nu precies wat deed staat er niet bij, maar dat het niet best was is duidelijk. Vijandige volken voelen zich verleid om zich op het zwakke Israël te storten. Die algemene formuleringen kunnen we ook in onze dagen herkennen.

Dat Wajongers en WSW’ers moeten inleveren en bezuinigen wordt goed genoemd. Dat juist de jonggehandicapten en zij die door een handicap geen baan kunnen vinden het zijn die op de rand van de armoede leven en zich verder nooit zullen kunnen opwerken hoor je verder niet. Zij moeten de hypotheekrenteaftrek voor de duurste huizen veilig stellen zodat de rijksten in het land de meeste subsidie krijgen. Dat er 1 miljard bezuinigd wordt op ontwikkelingssamenwerking wordt goed genoemd, dat onze handel en industrie nieuwe afzetmarkten nodig heeft en dat de honger in de wereld nog steeds toeslaat daar hoor je niet over, de wapenindustrie moet zeer dure straaljagers kunnen bouwen. Om van het tegen elkaar opzetten van bevolkingsgroepen maar te zwijgen. Natuurlijk kan dat ook in ons land leiden tot meer geweld en toestanden die we verafschuwen. Gelukkig zijn er onder ons nog voldoende mensen die de waarschuwingen van Jesaja zich ter harte nemen en die ook weet hebben van zijn woorden over de komst van het licht. Aan die komst mogen we werken, elke dag weer, ook vandaag.

Zo zal hun wortel verrotten

dinsdag, 5 december, 2017

Jesaja 5:18-24

18  Wee degenen die de straf naar zich toe halen met de touwen van onrecht, en de zonde met de dissel van een wagen; 19  die smalen: ‘Laat de HEER opschieten en zijn werk afmaken. Wij willen het nu wel eens zien. Laat de Heilige van Israël komen met zijn plan en het uitvoeren, zodat we het eindelijk weten.’ 20  Wee degenen die het kwade goed noemen en het goede kwaad, die het licht tot duisternis maken en het duister tot licht, die van zoet bitter maken en van bitter zoet. 21  Wee degenen die wijs zijn in eigen ogen, die naar eigen oordeel verstandig zijn. 22  Wee degenen die helden zijn in het drinken, die dapper zijn als er wijn wordt geschonken, 23  die voor een geschenk de schuldige gelijk geven en de rechtvaardige beroven van zijn recht. 24  Daarom, zoals kaf door vuur wordt verteerd en dor gras in vlammen opgaat, zo zal hun wortel verrotten en hun bloesem verwaaien. Zij verwierpen het onderricht van de HEER van de hemelse machten, en verachtten de woorden van de Heilige van Israël. (NBV)

Corrupte politici zijn het die  het kwaad laten voortwoekeren en het proberen te verbergen. Zij rekenen niet met de God van Israël die ook in onze dagen mensen roept om te waarschuwen, om het volk te laten opstaan tegen onrecht en het kwaad. En corrupte politici zien we meer en meer. In alle lagen van het openbaar bestuur. Zelfs als het onderzoek uitwijst dat een bestuurder een groot risico vormt omdat er omvangrijke belangenverstrengeling dreigt kiest een bestuursorgaan dit te negeren. Er wordt in onze dagen geklaagd over een afnemend vertrouwen in de politiek. Dat vertrouwen kan er alleen zijn als bestuurders geen zweem van corruptie, vriendjespolitiek en het najagen van eigen belang uitstralen.

Corrupte politici zijn de eersten die ons opvallen. Ze beslissen immers voor een deel over de manier waarop wij kunnen leven, kunnen leven, kunnen wonen, zorg kunnen ontvangen en de armen kunnen helpen. Maar het zijn niet alleen de politici waar Jesaja tegen te keer gaat. Ook de rijken, de CEO’s, werkgevers, vastgoedeigenaren, bankdirecteuren, de toezichthouders op bedrijven. Overal kom je de vriendjespolitiek en de voorrang van het eigen belang tegen. De politici die graag de rijken aan de armen tot voorbeeld stellen  zorgen dat nieuwe voordelen in de belastingen als eersten aan de rijken toevallen. En die rijken verdienen dat. Die gaan drie keer per jaar naar verre luxe vakantieoorden op vakantie. Die blijven niet thuis of brengen een week of twee in een oude tent op een Nederlandse camping door.

Jesaja geeft de armen hoop. De corruptie duurt niet altijd. De exorbitante zelfverrijking zal niet eeuwig doorgaan. Er komt een dag dat onze kinderen niet meer weten waar we eigenlijk over klaagden. De wortel van de rijken zal verrotten en hun bloesem verwaaien. Alleen als je het onderricht van de God van Israël aanvaard en woorden van die God serieus neemt blijf je een gewaardeerd lid van de samenleving en zal die waardering ook worden uitgedrukt. De mensen die de richtlijnen van de God van Israël volgen doen dat niet voor zichzelf, doen dat niet om er rijk of machtig van worden. Maar ze doen dat om een samenleving te bouwen waar voor iedereen plaats is. Waar niemand wordt uitgebouwd, waar voor iedereen dezelfde kansen zijn. Waar ook voor hen die geen kansen hebben plaats en zorg is. Met die samenleving voor ogen gaan we de tijd in waarin we de komst van die samenleving verwachten. Aan het werk dus.

Die akker na akker samenvoegen

maandag, 4 december, 2017

Jesaja 5:8-17

8 ¶  Wee degenen die zich huis na huis toe-eigenen, die akker na akker samenvoegen, tot er voor niemand meer ruimte is en zij alleen het land bewonen. 9  Ik hoor de HEER van de hemelse machten zweren: ‘Al die huizen zullen tot puin vervallen, zelfs de grootste en mooiste worden niet meer bewoond. 10  Een uitgestrekte wijngaard levert amper wijn op, een berg zaaigoed maar één zak graan.’ 11  Wee degenen die ‘s ochtends in alle vroegte naarstig op zoek gaan naar drank, die zich tot diep in de nacht door wijn laten benevelen. 12  Bij al hun drinkgelagen klinkt muziek van lier en tamboerijn, van trommel en fluit. Maar voor de daden van de HEER hebben zij geen oog, wat hij tot stand brengt zien ze niet. 13  Daarom gaat mijn volk in ballingschap, zonder in te zien waarom. Hun edelen komen om van de honger, de massa versmacht van dorst. 14  Het dodenrijk opent zijn keel, het spert zijn muil wijd open. Daar verdwijnt de bloem der natie, verzinkt de massa, daar verstommen de druktemakers en feestvierders.15  Zij worden vernederd, ze moeten buigen, wie trots was, zal de ogen neerslaan. 16  De HEER van de hemelse machten houdt het recht hoog, de heilige God toont zich heilig in zijn gerechtigheid. 17  De schapen zullen grazen als op hun eigen grond, rondzwerven tussen de puinhopen van de rijken. (NBV)

De mensen die de akkers en de grond in eigendom hebben. Die alle huizen bezitten en van wier gunst het afhangt wie er mogen wonen die lijken het hele land wel voor zichzelf te hebben. Dat was wat Jesaja in zijn dagen zag gebeuren in zijn land, dat was wat Karl Marx zag in de negentiende eeuw en dat is wat je ook in onze dagen zou kunnen zien. Het zijn de rijken voor wie alles moet wijken. Wajongers en werknemers in de sociale werkplaatsen moeten geld inleveren om de woonlastensubsidie, de hypotheekrenteaftrek, voor de rijken te betalen. Die rijken hebben het voor het zeggen en het lijkt er op dat de anderen niet meer echt in dit land wonen. Als je zo met elkaar omgaat dan veroorzaakt dat economische rampspoed.

In onze dagen wordt de post al niet meer bezorgd. In de dagen van Jesaja levert de wijngaard amper wijn op, een berg zaaigoed maar één zak graan. En begrijpelijk ook. Die rijken persen zelf niet de wijn, ze kijken wel uit en gaan niet lopen rondstampen in de wijnkuipen. Die rijken zaaien ook het graan niet uit op het land. Met de hand zaaien is zwaar werk en je loopt er van de ochtendkoude door de middaghitte tot de avondkoelte toe. Nee die rijken lopen liever over rode lopers en laten zich tot diep in de nacht door wijn benevelen. Galaconcerten te over, desnoods bouwen ze zelf een theater, zij kunnen het immers zelf ook wel betalen, maar oog voor de zwaksten in de samenleving, voor de mensen in nood, mensen die niet zelf mee kunnen komen hebben ze niet. Maar troost je, ze gaan allemaal dood.

Allemaal naar het crematorium in de Selwerderhof zong de Groninger dichter. Het is de God van Israël die steeds weer mensen op laat staan die roepen om recht en gerechtigheid, die aanwijzen wie het kwade goed noemen, wie het gedogen dat bevolkingsgroepen aan de kant worden gezet omdat ze anders geloven, mensen die aanwijzen wie het licht tot duisternis maken, wie tolereren dat criminelen het volk vertegenwoordigen en daarmee het duister tot licht maken, wie van zoet bitter maken onder het motto dat na het zuur het zoet moeten komen maar dat een pensioen er niet inzit omdat corrupte bankdirecteuren het geld hebben laten verdwijnen. Al die zogenaamd verstandige mensen die het o zo goed voorhebben worden hier al door Jesaja aangeklaagd. Laten we zijn voorbeeld volgen.

Hij verwachtte recht, maar oogstte onrecht

zondag, 3 december, 2017

Jesaja 5:1-7

1 Voor mijn geliefde wil ik zingen het lied van mijn lief en zijn wijngaard. Mijn geliefde had een wijngaard, gelegen op vruchtbare grond. 2  Hij bewerkte de grond, haalde de stenen eruit en plantte een edele druivensoort. Hij bouwde er een wachttoren, hakte ook een perskuip uit. Hij verwachtte veel van zijn wijngaard, maar die bracht slechts wrange druiven voort. 3  Welnu, inwoners van Juda en Jeruzalem, spreek recht tussen mij en mijn wijngaard. 4  Wat kon ik meer aan mijn wijngaard doen, wat heb ik te weinig gedaan? Ik verwachtte zo veel van mijn wijngaard, waarom bracht hij slechts wrange druiven voort? 5  Luister, ik zal jullie vertellen wat ik met mijn wijngaard ga doen: Ik ruk de doornhaag uit en breek de muur af, zodat hij verbrand en vertrapt kan worden. 6  Ik zal hem laten verwilderen, er wordt niet meer gesnoeid, niet meer gewied, dorens en distels schieten er op. De wolken zal ik opdragen geen regen op hem te laten vallen. 7  Israël is de wijngaard van de HEER van de hemelse machten, de uitgelezen aanplant zijn de inwoners van Juda. Hij verwachtte recht, maar oogstte onrecht, hij zocht rechtsbetrachting, maar vond rechtsverkrachting. (NBV)

Het beroemde lied van de wijngaard van Jesaja. Dat luidt de periode in die wij advent noemen. De periode waarin de Kerk verwacht dat de bevrijder van Israël zal komen. Die komst vieren we met Kerst, maar die komst verwachten we eigenlijk nog steeds. Wat die komst zal betekenen voor de wereld weten we sinds de komst van Jezus van Nazareth. Omdat we sinds hem ook weten dat die wereld van recht en gerechtigheid ook werkelijk kan komen, dat wij recht kunnen betrachten en gerechtigheid kunnen verspreiden. Niet dat we dat uit onszelf kunnen. Zelfs in een land overvloeiende van melk en honing wisten de mensen dat niet vol te houden. Zo’n land is bedoeld om te delen. Zo’n land is bedoeld om de armen recht te doen, de zwaksten in de samenleving, de weduwe en de wees. In zo’n land kun je een samenleving opbouwen waar ook de vreemdelingen die met je meewerken een volwaardige plaats hebben en zelfs mee kunnen eten bij de heilige maaltijden ter ere van de God die je dat land heeft gegeven. Maar het volk Israël wist dat land geen vrucht te laten dragen.

Dat delen gebeurde niet en de armen werden verwaarloosd en de vreemdelingen gediscrimineerd. Geen enkele reden voor andere volken om het voorbeeld van Israël na de volgen en zich te wenden tot Jeruzalem om de God van Israël na te volgen en met hem een verbond aan te gaan. Ook in onze dagen lukt het niet om als mensen een voorbeeld te stellen dat navolging verdient. Daarom zijn de waarden en normen van recht en gerechtigheid, de Bijbelse waarden en normen, niet de waarden en normen van het verleden maar van de toekomst. Daar moet het heen, daar had het altijd al heen gemoeten, maar mensen die zeggen er in te geloven maar het niet doen kijken dan altijd liever naar het verleden. Het zijn prachtige verhalen maar niet haalbaar in onze wereld. Het Evangelisch Radicalisme klinkt wel mooi maar is luchtfietserij, zoiets als die engelen die door het luchtruim zwevend zingen van vrede op aarde en in mensen een welbehagen.

Daarom lezen we deze hoofdstukken uit het boek van de profeet Jesaja in de tijd van de advent. We mogen immers door Kerst weten dat het zal gebeuren, dat het kan, dat het geen luchtfietserij is of dagdromen zijn maar dat het de harde realiteit is van de toekomst van deze wereld. Willen we daar bij horen of lopen we daarvoor weg, dat is de vraag. Doen we mee met de mode van vandaag, de mode van ieder voor zich, of blijven we streven naar een samenleving van samen, die vruchtbaar is voor de hele bewoonde wereld. De waarschuwingen die Jesaja namens de God van Israël doorgeeft zijn ook waarschuwingen voor ons. Dat wij onze gepensioneerden laten lijden onder de diefstal door corrupte bankeigenaren, dat wij de wajongers en de wsw’ers laten betalen voor aan de woonlasten voor de mensen met de hoogste inkomens in ons land, dat wij de armen in Afrika in hun eigen sop gaar laten koken in plaats van te investeren in hun mogelijkheden voor zichzelf te zorgen en zich aan te sluiten bij een eerlijke wereldhandel. Wij zullen het anders moeten aanpakken. Gelukkig dat we daar elke dag weer opnieuw aan mogen werken, ook vandaag weer.