Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor de 'Column' categorie

Wees daarom zeer standvastig

dinsdag, 22 mei, 2018

Jozua 23:1-16

1-2 De HEER had Israël aan alle grenzen rust gegeven door het volledig van zijn vijanden te verlossen. Vele jaren later riep Jozua, die toen op hoge leeftijd was gekomen, heel Israël, de oudsten, stamhoofden, rechters en griffiers bijeen. Hij zei tegen hen: ‘Ik heb niet lang meer te leven. 3  U hebt zelf kunnen zien wat de HEER, uw God, met al die volken heeft gedaan. Hij was het immers die voor u streed. 4  Ik heb voor uw stammen door loting het land verdeeld van de volken die ik heb uitgeroeid, van de Jordaan tot aan de Grote Zee in het westen; en eveneens het land van de volken die nog zijn overgebleven. 5  Die zal de HEER, uw God, zelf voor u verdrijven en uitroeien. Dan kunt u hun land in bezit nemen, zoals hij heeft beloofd. 6  Wees daarom zeer standvastig met betrekking tot de voorschriften van Mozes. Wijk daar op geen enkele manier van af. 7  Vermeng u niet met die vreemde volken die nog bij u overgebleven zijn. Neem de naam van hun goden niet in de mond en zweer er nooit bij, dien die niet en buig u nooit voor ze neer. 8  U moet alleen de HEER, uw God, zijn toegedaan, zoals u dat tot nu toe bent geweest. 9  De HEER roeide grote en machtige volken voor u uit, niemand kon tegen u standhouden, tot op de dag van vandaag. 10  Hoe vaak kwam het niet voor dat slechts een van u wel duizend man achtervolgde? Dat kwam doordat het de HEER was, uw God, die voor u streed, zoals hij had beloofd. 11 Daarom is het voor u van levensbelang hem lief te hebben. 12-13 Weet dat wanneer u zich van hem afwendt en bevriend raakt met die volken die nog bij u overgebleven zijn, wanneer u zich daarmee vermengt door huwelijken met ze aan te gaan, dan zal de HEER, uw God, die volken niet meer voor u uitroeien. Dan worden ze voor u een klapnet en een valstrik, een zweep die u geselt en een doorntak die u de ogen uitsteekt, net zolang tot u allemaal bent weggevaagd uit dit goede land dat de HEER, uw God, u gegeven heeft. 14  Luister. Nu ik de weg moet gaan die ieder mens wacht, moet u goed beseffen dat de HEER, uw God, geen van de beloften heeft gebroken die hij u heeft gedaan. Hij heeft ze alle gestand gedaan, hij heeft er niet één gebroken. 15-16 Maar zoals hij u de voorspoed heeft geschonken die hij had beloofd, zo zal hij elk mogelijk onheil over u brengen wanneer u de regels van het verbond overtreedt die hij u heeft opgelegd. Wanneer u andere goden gaat dienen en u voor ze neerbuigt, zal hij u wegvagen uit dit goede land dat hij u gegeven heeft. Dan zal zijn woede tegen u losbarsten en zult u heel snel worden weggevaagd uit dit goede land, dat u van hem gekregen hebt.’(NBV)

Als we het over de Bijbel hebben denken mensen vaak over preken. Nu wordt er wat afgepreekt in kerken maar in de Bijbel staan overwegend verhalen. Preken kom je in de Bijbel niet zo veel tegen. Vandaag lezen we een uitzondering. Een preek van Jozua. Een preek die nodig was. Toen Mozes afscheid had genomen van het volk had hij een heel boek voorgelezen, het boek Deuteronomium, dat om het volk nog eens op het hart te drukken zich aan de richtlijnen van de God van Israël te houden. Later was daar nog het verhaal over de dood van Mozes aan toegevoegd, voor zover het volk dat had begrepen. Daarmee werd de leer van Mozes afgesloten. Van de schepping van de wereld tot aan de intocht in het land dat overvloeit van melk en honing. Dat was een verhaal waaruit geleerd moest worden. Het is de God van Israël die de aarde had geschapen om aan de mensen te geven, het was die God die richtlijnen had gegeven om de aarde voor mensen bewoonbaar te maken. Het was die God die een volk had gekozen om te laten zien wat die richtlijnen voor vrede, recht en welzijn voor alle volken zouden kunnen betekenen. Maar dat volk had de neiging voortdurend van die richtlijnen af te wijken.

Ook Jozua werd met die neiging tot afwijken geconfronteerd. De verovering van het land Israël had veel strijd gekost. De volken die het vruchtbare land niet hadden willen delen met de arme woestijnzwervers moesten worden verslagen. Ze hadden zich achter hoge muren verscholen om de vreemdelingen buiten te houden. Ze hadden bondgenootschappen gesloten om de vreemdelingen buiten de deur te houden. Vergeefs. Het volk Israël had wel willen delen. Het volk Israël was niet hebzuchtig geweest. Niet de beste soldaten kregen de buit die was veroverd, maar het werd eerlijk verdeeld over het volk. Nu Jozua oud geworden was liep de strijd nog lang niet ten einde. Er waren nog volken die tot delen bewogen moesten worden. Jozua was er vast van overtuigd dat het zou lukken, God had het land beloofd en zou zijn belofte waarmaken. Maar dan zou het volk zich aan de richtlijnen moeten houden zoals die door Mozes waren doorgegeven. Dat was niet gemakkelijk. Israël kende geen beeld van hun God. Volgend die leer van Mozes konden ze het beeld van hun God zien in hun medemens, de mens was immers geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. Die vreemde volken hadden prachtige beelden van hun goden. Mooie rituelen ook voor de vruchtbaarheid van hun land. Die weduwen en de wezen waar die richtlijnen van Mozes over gingen waren lang zo mooi niet.

Toen veel en veel later door mensen die de leer van Mozes hadden bestudeerd aan Jezus van Nazareth werd gevraagd wat hij beschouwde als het hart van de leer van Mozes, hoe je die leer in een zin zou kunnen samenvatten citeerde Jezus twee regels uit die leer, heb God lief boven alles en heb uw naaste lief als uzelf. Daar gaat de preek van Jozua dus ook over. In het Hebreeuws hebben Jezus en Jozua overigens dezelfde naam. Christenen geloven dat zoals Jozua de verovering van het land van melk en honing had geleid om te laten zien wat de God van Israël wel allemaal niet voor elkaar  kon krijgen, Jezus van Nazareth de leer van Mozes zo heeft vertaald dat iedereen op de hele wereld er aan mee kan doen en de hele wereld dus een mensenland wordt dat overvloeit van melk en honing. Die leer van Mozes is niet eenvoudig, gij zult niet doden staat er in die regels en onze legers en bommenwerpers vechten voortdurend tegen die regel. Heb de vreemdeling lief staat er in die regels en angstige schreeuwers proberen de vreemdelingen weg te zetten als misdadigers. Wanhopige jongeren zien geen andere uitweg dan met geweld zich een plaats in de wereld te verschaffen. Dat is vergeefs. Jozua bleef aandringen om als uitgangspunt voor de samenleving in Israël vast te houden aan de leer van Mozes. Jezus van Nazareth zou oproepen om zelfs je vijanden lief te hebben. Vandaag hebben we het meer dan nodig om die oproep tot ons door te laten dringen.

Wie zal haar vinden?

maandag, 21 mei, 2018

Spreuken 31:10-31

10 Een sterke vrouw, wie zal haar vinden? Zij is meer waard dan edelstenen. 11  Haar man vertrouwt op haar en zal daar rijkelijk bij winnen. 12  Ze brengt hem voorspoed, geen ellende, alle dagen van haar leven. 13  Ze zoekt wol en linnen uit,  en spint en weeft met vreugde. 14  Zoals een koopmansschip naar verre streken vaart, zo haalt zij van verre wat ze nodig heeft. 15  Ze staat al op als het nog donker is, regelt het werk in huis, draagt haar slavinnen taken op. 16  Als zij haar zinnen op een akker zet, koopt ze hem, van wat ze heeft verdiend, plant ze een wijngaard. 17  Zij is vol daadkracht, onvermoeibaar is ze in de weer. 18  Handeldrijven gaat haar heel goed af, ‘s nachts gaat haar lamp niet uit. 19  Haar handen zijn voortdurend aan het spinrok, ze houdt altijd de weefspoel vast. 20  Haar handen strekt zij uit naar de behoeftigen, ze geeft de armen hulp. 21  Niemand in haar huis hoeft sneeuw te vrezen,  zij heeft hen allen warm gekleed. 22  Ze maakt de mooiste dekens, ze gaat gekleed in linnen en purperen wol. 23  Haar man geniet bekendheid in de stad, hij vergadert met de oudsten in de poort. 24  Zij vervaardigt kleding en gordels, en levert die aan kooplui. 25  Uit haar verschijning spreken kracht en waardigheid, de dag van morgen ziet ze lachend tegemoet. 26  Ze spreekt wijze woorden, wat ze zegt, zijn liefdevolle lessen. 27  Ze waakt over haar huishouding, nietsdoen is haar onbekend. 28  Haar kinderen prijzen haar, haar man bejubelt haar: 29  ‘Er zijn veel sterke vrouwen, maar jij overtreft ze allemaal.’ 30  Charme is bedrieglijk en schoonheid vergaat,
maar een vrouw met ontzag voor de HEER moet worden geprezen. 31  Moge zij de vruchten plukken van haar werk, mogen haar daden worden geprezen in de poorten. (NBV)

De moeder van Koning Lemuël heeft hem nog een liedje geleerd waarmee het boek Spreuken besluit. Dat liedje heeft hij zorgvuldig opgeschreven al was het in een vorm die het onthouden gemakkelijk maakt. Elk couplet uit het liedje , wij lezen dat als elke spreuk, begint met een letter uit het Hebreeuwse Alfabeth. Het is een ABC’tje dus om de teksten uit dit deel van de Bijbel te volgen. Commentatoren op de Bijbel, dat zijn bijna altijd mannen, hebben dit liedje dan ook losgekoppeld van de moeder van Koning Lemuël. Er wordt wel gezongen dat vrouwen wijze woorden spreken maar dat moet je in de Kerk dan niet direct aan vrouwen toedichten. Een verkeerde uitleg van een woord van Paulus maakt immers dat velen vinden dat de vrouw moet zwijgen in de Kerk. Paulus had het over de orakels van zijn tijd die alleen vrouwelijk waren maar ook onder de hoede van een man stonden. Tegen betaling voorspelden zij de toekomst zoals goden die in petto zouden hebben. Die vrouwen horen niet in een kerk thuis. Maar de vrouw die doet wat God heeft opgedragen als uitvoering van zijn verbond hoort ook in de Kerk door te klinken en dat Woord te verkondigen.

Het gedeelte van vandaag wordt nog wel eens gelezen op begrafenissen van ondernemende vrouwen, als lof op de verstandige huisvrouw. Maar dat is jammer, want dan is het eigenlijk te laat. Het zou beter in het begin van de puberteit gelezen kunnen worden, als een meisje tot vrouw wordt. Ze heeft dan een eigen kompas of richtlijn voor de rest van haar leven. En als ook jongens het lied leren weten ze wat ze kunnen hebben aan een partner die ze als gelijke mogen ontvangen, hoewel menige jongen geen fractie kan wat aan de verstandige en ondernemende vrouw in dit Bijbelgedeelte wordt toegedicht. Maar ja, die jongen hoeft zich dan ook alleen met recht en rechtvaardigheid bezig te houden. Dat is tenminste wat er in de poort gebeurd, daar horen de armen en de minsten tot hun recht te komen. Daar wordt de weduwe en de wees beschermd. Daar wordt uitgemaakt wie de weduwe in zijn huishouden moet opnemen om haar een deel van leven en van een toekomst te verzekeren. Een vrouw vinden die voor de rest zorgt is een kostbaar geluk, die vrouw is meer waard dan edelstenen.

Een vrouw die aan de beschrijving uit dit slot van het boek Spreuken beantwoord zou ook met gemak een minister van economische zaken kunnen zijn, ze zoekt wol en linnen uit, zorgt voor de textielproductie, handelt met verre landen en haalt wat voor ons land nuttig is. Ze werkt van vroeg tot laat voor de samenleving. Ze handelt en zorgt voor de voedselproductie, zelfs in de nacht gaat ze er mee door als het nodig is. Maar niet alleen voor zichzelf, ze heeft weet van delen met de armen en de behoeftigen. Het gaat haar ook niet om schoonheid voor zichzelf, want schoonheid vergaat, het is de lelijkheid die blijft nietwaar. Haar man staat als rechtvaardige bekend en zij spreekt liefdevolle lessen, ziedaar het Christelijk gezin als middelpunt van het goede, niets dan het goede. Niks de vrouw thuis en de man in de samenleving, ze zijn samen en elk apart voorbeelden in de samenleving en elk voor zich zorgen ze dat daar het goede gebeurt, elke dag weer. Daar mogen wij ons dag in dag uit bij aansluiten en door inspireren laten, of we mannelijk of vrouwelijk zijn, in de Christelijke gemeente vervalt het onderscheid en eigenlijk hebben we dat vandaag ook uit het boek Spreuken gelezen.

 

Daar bracht de HEER verwarring

zondag, 20 mei, 2018

Genesis 11:1-9

1 Ooit werd er op de hele aarde één enkele taal gesproken. 2  Toen de mensen in oostelijke richting trokken, kwamen ze in Sinear bij een vlakte, en daar vestigden ze zich. 3  Ze zeiden tegen elkaar: ‘Laten we van klei blokken vormen en die goed bakken in het vuur.’ De kleiblokken gebruikten ze als stenen, en aardpek als specie. 4  Ze zeiden: ‘Laten we een stad bouwen met een toren die tot in de hemel reikt. Dat zal ons beroemd maken, en dan zullen we niet over de hele aarde verspreid raken.’ 5 Maar toen daalde de HEER af om te kijken naar de stad en de toren die de mensen aan het bouwen waren. 6  Dit is één volk en ze spreken allemaal een en dezelfde taal, dacht de HEER, en wat ze nu doen is nog maar het begin. Alles wat ze verder nog van plan zijn, ligt nu binnen hun bereik. 7  Laten wij naar hen toe gaan en spraakverwarring onder hen teweegbrengen, zodat ze elkaar niet meer verstaan. 8  De HEER verspreidde hen van daar over de hele aarde, en de bouw van de stad werd gestaakt. 9  Zo komt het dat die stad Babel heet, want daar bracht de HEER verwarring in de taal die op de hele aarde gesproken werd, en van daar verspreidde hij de mensen over de hele aarde. (NBV)

Trouwe Bijbellezers zien het al aankomen. Vandaag is het Pinksteren en dan zal het wel gaan over de boodschap die op eerste Pinksterdag plotseling door iedereen verstaan werd. Maar wil je daar iets van begrijpen dan moet je iets weten van het verhaal over hoe het kwam dat mensen elkaar niet meer konden verstaan. Over de toren van Babel zijn vele verhalen verteld. Want een toren bouwen tot aan de hemel zodat iedereen in de gaten gehouden kon worden en de machtigen steeds machtiger werden is een heel herkenbaar verhaal. Wat meestal in het vertellen van het verhaal niet doorklinkt is  het antwoord op de vraag waarom die toren nu juist in Babel moest staan.

Want die toren stond daar niet zomaar. In Babel waren immers de ballingen uit Israel die opnieuw de verhalen van het avontuur met de God van Israel gingen opschrijven en samenstellen. Daar kwamen ze er achter dat zelfs die machtige heersers in Babel heel veel moeite hadden iedereen te begrijpen. Ze hadden toch hangende tuinen en wonderbaarlijke bouwwerken daar in Babel, maar met de onderlinge verhoudingen ging het uiteindelijk verkeerd. Dat verhaal over de toren tot in de hemel en de verwarring die dat teweegbracht kon dus op geen enkele andere plaats spelen dan in Babel. Bovendien is er een aardige woordspeling in het Hebreeuws tussen het woord balal, dat verwarring betekent, en Babel.

Als we dat verhaal op ons in laten werken dan is het toch wel even schrikken. Onder aanvoering van Amerika, het machtigste land op aarde, proberen regeringen alles van iedere burger te weten te komen. Alle telefoongesprekken moeten kunnen worden afgeluisterd. Door mobiele telefoons kan de verblijfplaats van iedere burger vastgelegd worden en ook het internetverkeer moet worden vastgelegd. Er zijn al systemen om alle emails en alle uitingen op het internet te controleren. Volgens het verhaal van Babel zou dat betekenen dat steeds meer groepen mensen zich gaan afsluiten voor die controle. Ze gaan een eigen geheimtaal ontwikkelen of gaan het contact met andere mensen vermijden. Daar waar we groeien naar één open wereld waar mensen met elkaar praten in plaats van vechten gaan we naar een wereld van wantrouwen en verdeeldheid. Tijd dus om er tegen in opstand te komen en een weg te zoeken waarlangs mensen elkaar beter gaan verstaan. Tijd dus voor een frisse wind door de wereld, maar dat is pas echt Pinksteren vieren.

Van hen stammen de volken af

zaterdag, 19 mei, 2018

Genesis 10:1-32

1 Dit zijn de nakomelingen van Sem, Cham en Jafet, de zonen van Noach; na de zondvloed kregen zij zonen.2  Zonen van Jafet: Gomer, Magog, Madai, Jawan, Tubal, Mesech en Tiras. 3  Zonen van Gomer: Askenaz, Rifat en Togarma. 4  Zonen van Jawan: Elisa en Tarsis; andere nakomelingen van Jawan: Kittiërs en Dodanieten. 5  Van hen stammen de mensen af die verspreid over de kustgebieden leven, elke familie en elk volk in zijn eigen land en met zijn eigen taal. 6 Zonen van Cham: Kus, Misraïm, Put en Kanaän. 7  Zonen van Kus: Saba, Chawila, Sabta, Rama en Sabtecha. Zonen van Rama: Seba en Dedan. 8  Kus was ook de vader van Nimrod, die de eerste machthebber op aarde was. 9  Hij was een geweldig jager, door niemand overtroffen. Vandaar het gezegde: Een jager zonder weerga, een tweede Nimrod. 10  De kern van zijn rijk werd gevormd door Babel, Uruk, Akkad en Kalne, in Sinear. 11  Vanuit dat land trok hij naar Assyrië, waar hij Nineve, Rechobot-Ir en Kalach bouwde, 12  en ook de grote stad Resen, tussen Nineve en Kalach. 13  Misraïm was de stamvader van de Ludieten, de Anamieten, de Lehabieten, de Naftuchieten, 14  de Patrusieten, de Kasluchieten-uit wie de Filistijnen zijn voortgekomen-en de Kretenzers. 15 Kanaän was de vader van Sidon, die de oudste was, en van Chet, 16  en de stamvader van de Jebusieten, Amorieten, Girgasieten, 17  Chiwwieten, Arkieten, Sinieten, 18  Arwadieten, Semarieten en Hamatieten. Later verspreidden de families van de Kanaänieten zich, 19  zodat hun gebied zich van Sidon in de richting van Gerar uitstrekte tot aan Gaza, en in de richting van Sodom, Gomorra, Adma en Seboïm tot aan Lesa. 20  Dit waren de nakomelingen van Cham, ingedeeld naar families, talen, landen en volken. 21 Ook Sem kreeg zonen. Hij, Jafets oudste broer, is de stamvader van alle nakomelingen van Eber. 22  Zonen van Sem: Elam, Assur, Arpachsad, Lud en Aram. 23  Zonen van Aram: Us, Chul, Geter en Mas.24  Arpachsad was de vader van Selach, en Selach de vader van Eber. 25  Eber kreeg twee zonen. De ene heette Peleg; in zijn tijd werd de aarde verdeeld. De andere heette Joktan. 26  Joktan was de vader van Almodad, Selef, Chasarmawet, Jerach, 27  Hadoram, Uzal, Dikla, 28  Obal, Abimaël, Seba, 29  Ofir, Chawila en Jobab. Zij allen waren zonen van Joktan. 30  Hun woongebied strekte zich uit van Mesa tot aan de Sefar, het gebergte in het oosten. 31  Dit waren de nakomelingen van Sem, ingedeeld naar families, talen, landen en volken. 32  Dit waren de families die afstamden van de zonen van Noach, ingedeeld naar afkomst en volken. Van hen stammen de verschillende volken af die zich na de zondvloed over de aarde hebben verspreid. (NBV)

Genesis is het boek van de wording van de mensen, mensen die de aarde bewonen en die voor elkaar zouden moeten zorgen maar steeds het tegendeel daarvan doen. De geschiedenis van de wording kennen betekent dat je zicht krijgt op de toekomst. Je geschiedenis moet je dus in ere houden, daarom staat er geschreven “Eer je vader en je moeder, opdat je dagen verlengd worden”. Eer je vader en je moeder wil niet zozeer zeggen dat je ze altijd gehoorzaam moet zijn, misschien wel het tegendeel, maar dat je nooit moet vergeten wie je voorouders waren. Daar hoef je je niet voor te schamen. Vandaag lezen we weer zo’n waarschuwing. Alle volken en stammen die je tegenkomt zijn uiteindelijk familie van elkaar, broeders en zusters, ze komen immers van dezelfde voorouders. Niemand hoeft zich dus beter te vinden dan een ander en niemand hoeft een ander uit te sluiten.

Als je beweert dat dit land jouw land is dan is het dus net zo goed van die ander die jouw land is binnengetrokken, die ander behoort immers tot jouw familie. Vreemdelingen zijn dan alleen die mensen die jouw God nog niet kennen, die God zonder beelden, die niet bij de grond hoort maar met je rondtrekt, niet voor de vruchtbaarheid zorgt maar voor de liefde, voor eerlijk delen en rechtvaardig handelen. Juist door die liefde en door dat rechtvaardig handelen hoor je de vreemdelingen er bij te betrekken. Kernwoord voor het verhaal met al die vreemde namen en vreemde landstreken is het verspreiden. Van oost tot west van noord tot zuid de mensen hebben zich verspreid over de hele aarde en dat begon ooit met het gezin van Noach.  Nu is verspreiden een angstige zaak. Als wij ons zo zouden verspreiden dan zouden we bang zijn elkaar kwijt te raken.

Je merkt dat al bij de huidige verspreiding. Er komen ongeveer net zoveel mensen uit den vreemde ons land binnen als er uit ons land mensen naar den vreemde vertrekken. Toch hoor je steeds vaker dat we bang moeten zijn onze eigen identiteit te verliezen. Steeds meer mensen in ons land spreken met zo’n harde g klank, een mooie zachte g klank hoor je bijna niet meer. De sprekers daarvan moeten hard schreeuwen om gehoord te worden. De Bijbel troost ons. De mensen die ons land binnenkomen zijn onze broers en zusters, neven en nichten en de mensen die vertrekken gaan wonen bij onze familieleden, mensen die ook op ons lijken en dezelfde voorouders hebben als wij. Aan ons, die dit land bewonen, is de opdracht om er een land van vrede en gerechtigheid van te maken. Dat gaat niet vanzelf, daar moeten we elke dag weer aan werken, maar dat mag elke dag opnieuw, ook vandaag.

 

Smeed je ploegijzers maar om tot zwaarden

vrijdag, 18 mei, 2018

Joël 4:9-21

9 Roep de volken op: Bereid je voor op de strijd, laat je helden aantreden, laat al je strijders nu ten strijde trekken! 10 Smeed je ploegijzers maar om tot zwaarden en je snoeimessen tot speren, en laat de zwakke zich een held betonen. 11 Haast je, volken rondom, verzamel je. -O HEER, zend dan uw legermacht daarheen! -12 Laat de volken aantreden, laat ze optrekken naar de vallei van Josafat;
daar zal ik mijn oordeel over hen vellen. 13 Sla de sikkel erin, het is tijd om te oogsten. Kom de wijnpers treden, de persbak is vol,
de kuipen lopen over, zó talrijk zijn hun misdaden. 14 Dichte drommen bijeen in de vallei van het oordeel! Nabij is de dag van de HEER. Daar zal hij oordelen! 15 Zon en maan worden verduisterd, sterren doven hun glans. 16 De HEER brult vanaf de Sion, hij gromt vanuit Jeruzalem, zodat hemel en aarde beven. Maar voor zijn volk is de HEER een toevlucht, Israël biedt hij bescherming.
17 Dan zullen jullie inzien dat ik, de HEER, jullie God, woon op de Sion, mijn heilige berg. Jeruzalem zal een heilige stad zijn;
vreemden zullen er niet meer binnengaan. 18 Dan, in die tijd, zal de wijn van de bergen druipen en de melk van de heuvels vloeien;
alle waterstromen van Juda zullen bruisen, en in het huis van de HEER ontspringt een bron die zelfs het droogste woestijndal bevloeit. 19 Maar Egypte wordt een woestenij en Edom een kale woestijn, om hun misdaden tegen Juda, om het onschuldig bloed dat ze daar hebben vergoten. 20 Nooit gaat Juda ten onder en Jeruzalem blijft altijd bewoond. 21 Zou ik die bloedschuld niet wreken?
O zeker zal ik die wreken! Want de HEER woont op de Sion. (NBV)

Zwaarden tot ploegijzers was een actiegroep tegen de atoombewapening en de overmatige bewapening van de Navo. In Nederland deed de groep van zich spreken door op de treden als defencers. Dat laatste woord is een Engelse woordspeling. Deze woordspeling verbindt de “defence” dat is: verdediging, samen met “fence”, wat hek betekent. tot iets als “onthekken”. De groep knipte dan ook de hekken rond vliegbases door en klom op vliegtuigen die atoomwapens konden vervoeren. Soms werden die vliegtuigen ook opzettelijk beschadigd zodat ze niet meer konden vliegen. De oproep om zwaarden tot ploegijzers om te smeden komt van de profeet Jesaja, Joël citeert hier zijn voorganger. Atoomwapens zijn een bedreiging die door iedereen gevoeld wordt. Als een atoombom is geworpen kan het land lang, zeer lang, niet meer worden gebruikt. Slachtoffers blijven ook lang, zeer lang na het bombardement, nog vallen. Atoomwapens zijn dan ook wapens waar je je als het nodig is met geweld tegen moet verzetten vond de actiegroep.

De bedreiging kwam van de wapens die waren opgeslagen op onze eigen vliegvelden. Joël roept op tot het omgekeerde. Als de sprinkhanen al het eten hebben opgegeten en de buurlanden komen om je vrouwen en kinderen tot slaaf te maken en te verkopen dan wordt het tijd de nutteloze ploegen om te smeden tot nuttige wapens die je vrouwen en kinderen en je land beschermen tegen de rovers. Gisteren al schreven we dat er in het IS gebied zo’n situatie is waar wapens nodig zijn om de rovers van vrouwen, kinderen en land te verdrijven en de mensen die er horen te ploegen, te zaaien en hun vee te verzorgen weer laten leven in vrede. De volkeren van de wereld lijken te aarzelen om krachtig in te grijpen. De macht van machthebbers, net als de eigendommen van de rijken, zijn bijna onaantastbaar.

Hoeveel armen er ook aan kapot gaan, ingrijpen is er bijna niet bij. Of het nu speculanten zijn in onze grote steden die kantoren en woningen laten verloederen om er belastingvoordeel uit te halen en ter bescherming waarvan alleen het kraken strafbaar wordt gesteld, of dictators die kinderen en huurlingen gebruiken om arme boeren te onderdrukken en uit te buiten, ingrijpen op grond van de goddelijke richtlijnen, die op Sion werden gegeven en in Jeruzalem bewaard, blijft uit. Geen wonder dat Joël roept dat het begint te donderen op de Sion, dat deed het ook toen de leer van Mozes, de leer van recht en rechtvaardigheid, de richtlijn van de liefde, werd gegeven. Bij elke ramp zijn er TV marathons met amusement en informatie om ons te doordringen van de noodzaak samen te delen. Voor de armen in Syrië moet die nog komen. Stuur dus eens een mailtje aan Uw favoriete omroep en vraag om aandacht.

 

Jullie daden zullen op je eigen hoofd neerkomen

donderdag, 17 mei, 2018

Joël 4:1-8

1 In dezelfde tijd dat ik het lot van Juda en Jeruzalem ten goede keer, 2 zal ik alle volken bijeenbrengen en wegvoeren naar de vallei van Josafat om daar een oordeel over hen te vellen. Want zij hebben mijn volk Israël, mijn eigendom, onder vreemde volken verstrooid, ze hebben mijn land verdeeld 3 en om mijn volk het lot geworpen; ze hebben jongens geruild tegen hoeren en meisjes verkocht voor wijn, om zich te bedrinken. 4 Jullie, inwoners van Tyrus en Sidon, en jullie, Filistijnen, wat denken jullie wel? Wilden jullie je op mij wreken? Wilden jullie iets tegen mij ondernemen? Onmiddellijk laat ik jullie daden op je eigen hoofd neerkomen. 5 Jullie hebben mijn goud en zilver weggenomen en al mijn kostbaarheden naar jullie paleizen gebracht. 6 Jullie hebben de inwoners van Juda en Jeruzalem aan de Grieken verkocht en hen zo van hun eigen grond weggerukt. 7 Maar ik haal hen terug van de plaats waarheen jullie hen verkocht hebben. Jullie daden zullen op je eigen hoofd neerkomen: 8 ik laat jullie zonen en dochters door de inwoners van Juda verkopen aan de Sabeeërs, ver hiervandaan-de HEER heeft gesproken. (NBV)

Bij de kruisiging van Jezus roepen de Joden tegen Pilatus volgens het verhaal van Mattheüs iets vergelijkbaars : “Laat zijn bloed dan maar over ons komen”. Maar wat hier boven staat wordt tegen de heidenen gezegd die de Joden hebben vervolgd, vernederd, onderdrukt en verkocht. Een volk wegvoeren van de eigen grond is voor een landbouwgemeenschap ongeveer het ergste wat er kan gebeuren. Het is de ramp die vandaag de dag de veel slachtoffers van oorlog treft en die heel veel Palestijnen getroffen heeft toen de staat Israël werd uitgeroepen. Joël neemt het op voor deze verjaagde landbouwers. Ook al hebben de sprinkhanen alles opgegeten wat het land kon voortbrengen nog dien je de bewoners te respecteren en hen de kans te geven de grond weer te bewerken en een nieuwe oogst binnen te halen.

Dat die oogst zal komen staat voor Joël vast. Daarvoor moeten ze alleen terugkeren naar de bron van hun bestaan. Dat was immers de richtlijn die hen ook door de woestijn uit de slavernij naar het land overvloeiende van melk en honing had gevoerd. De vraag die aan het begin van dit stuk wordt gesteld is of wij het voorbeeld van eerlijk delen en recht en rechtvaardigheid voor onze naasten willen volgen. Alle volken zullen gewogen worden staat er. Palestina is daarvoor een test case en de vraag is of de volkeren der aarde er goed vanaf komen. Natuurlijk zijn er velen binnen de Verenigde Naties die geweldig hun best doen. Maar doortastend optreden tegen gewapende benden die het volk van hun akkers en grond verdrijven is er nog niet bij. Dat misdadige milities gesteund worden door hun regering mag toch niet afdoen aan de bescherming die de zwaksten nodig hebben.

Vrouwen en kinderen zijn altijd de eerste slachtoffers van oorlog en geweld. Kinderen worden zelfs misbruikt als wapens, geef ze een geweer en voedsel en ze vechten en schieten voor je. Kun je het een kind kwalijk nemen of moeten de daders er van hard worden aangepakt en door de wereldgemeenschap met alle kracht worden bestreden? Joël pleit zeker niet voor een zachte geweldloze aanpak. Wel voor een onbaatzuchtige aanpak, het lot van de armen, van het geknechte volk staat voorop. In de test case Syrië is hun lot nog lang niet dat wat Joël zou wensen, onze broeders en zusters daar zijn niet veilig en leven niet in vrede. Tijd om er wat meer aan te gaan doen. Dat zal niet gemakkelijk zijn. Maar laten we de vredesbewegingen steunen. Tussen Israël en Palestina staat de Palestijnse Christelijke Vredesbeweging Sabeel, kijk maar eens op de site van Kerk in Actie.

Oude mensen zullen dromen dromen.

woensdag, 16 mei, 2018

1 Daarna zal zich dit voltrekken: Ik zal mijn geest uitgieten over al wat leeft. Jullie zonen en dochters zullen profeteren, oude mensen zullen dromen dromen, en jongeren zullen visioenen zien; 2 zelfs over slaven en slavinnen zal ik in die tijd mijn geest uitgieten. 3 Dan zal ik tekenen geven aan de hemel en op aarde: bloed en vuur en zuilen van rook, 3 de zon verandert in duisternis en de maan in bloed. Dan komt de dag van de HEER, groot en ontzagwekkend. 5 Dan zal ieder die de naam van de HEER aanroept ontkomen: op de Sion, in Jeruzalem, is een toevlucht te vinden, zoals de HEER heeft beloofd; ieder die hij roept zal worden gered. (NBV)

Als je werkelijk samen iets tot stand weet te brengen, iets goeds, dat telt voor de samenleving, dan heb je het gevoel dat je de hele wereld aan kan en voor de hele wereld iets goeds tot stand zult brengen. Jongeren zowel als ouderen. We doen nog wel eens of de vernieuwende ideeën bij jongeren vandaan moeten komen maar ouderen kunnen net zo goed dromen van een betere wereld waarin de fouten die hun generatie maakte vermeden worden of gerepareerd zijn. Elke generatie wordt verleid door de machtigen en de rijken om niet hetgeen te doen dat gevraagd wordt door de armen en de zwakken in de samenleving, elke generatie opnieuw is er daarom onvrede en opstand. Tot het moment dat je allemaal samen iets doet dat werkelijk in het teken staat van de liefde dan wordt dat als maat voor alle dingen aangelegd.

Dat is de dag van de Heer, dan heeft de God van de Woestijn het voor het zeggen, allemaal weten dat alleen een onbaatzuchtige liefde een samenleving door het donkerste leed heen kan trekken. De toevlucht is dan ook volgens Joël alleen op de Sion, de berg waar die leer van Mozes werd ontdekt, of in Jeruzalem waar die leer werd bewaard. Maar let eens op, als we samen optrekken dan klinkt gelijk de kritiek dat het toch niet zal werken. Hoewel de Samenwerkende Hulp Organisaties nauwkeurig steeds verslag deden van de besteding van de gelden voor de slachtoffers van de Tsunami worden we telkens weer verleid om te denken dat die gelden verkeerd besteed zijn, dat de hulp niet blijvend is, dat die mensen er niet beter op geworden zijn, dat een handjevol slechts zich heeft verrijkt.

Niets is minder waar. De vissers op Sri Lanka vissen met betere boten dan ooit. Hele dorpen op Atjeh zijn weer opgebouwd. In alle landen die getroffen waren is onderwijs op gang gekomen voor de kinderen. Het toerisme in Thailand bloeit weer. Het enige dat nog ontbreekt zijn eerlijke kansen voor mensen. De thee uit Sri Lanka moet hier worden bewerkt en in theezakjes gedaan, daar kunnen ze dat wel maar dan moeten ze heel hoge invoerrechten betalen. Wij steunen onze suikerindustrie nog zo sterk dat arme boeren in de derde wereld geen schijn van kans hebben. Dat het niet lukt ligt dus niet aan de slachtoffers maar aan de rijken en machtigen in onze eigen wereld. En die kunnen we ook zonder onze dromen aanpakken, ouderen en jongeren samen.

Je zult weer volop te eten hebben

dinsdag, 15 mei, 2018

Joël 2:18-27

18 ¶  Dan zal de HEER het opnemen voor zijn land en zich ontfermen over zijn volk. 19  De HEER geeft zijn volk dit antwoord: Ik zal jullie weer overvloedig voorzien van koren, wijn en olie. Ik zal jullie niet meer prijsgeven aan de spot van andere volken. 20  Ik zal jullie bevrijden van de vijand uit het noorden, ik zal hem verdrijven naar een dor en woest land. Ik zal hem uiteenslaan naar het oosten en naar het westen, en hem de zee in drijven. Dan zal een stank opstijgen, de geur van bederf stijgt op van hem die zulke grote daden deed. 21  Wees niet bang meer, akkers, barst uit in gejubel, want de HEER doet grote daden! 22  Wees niet bang meer, dieren van het veld,  want een kleed van groen bedekt de woestijn, de bomen dragen volop vrucht, vijgenboom en wijnstok geven hun rijkdom. 23  En jullie, kinderen van Sion, wees blij en barst uit in gejubel om de HEER, jullie God,  want hij geeft regen om je te verkwikken, hij laat de regen overvloedig op je neerdalen, vroege regen en late regen, elk op de juiste tijd. 24  De dorsvloeren liggen weer vol met graan, de perskuipen lopen over van wijn en olie. 25  Ik zal jullie schadeloosstellen voor de oogst van jaren die door al die zwermen sprinkhanen is opgevreten, door mijn grote leger, dat ik op jullie had afgestuurd. 26  Je zult weer volop te eten hebben, meer dan genoeg, en je zult de naam van de HEER, je God, prijzen, want ik heb wonderbaarlijk met jullie gehandeld; nooit zal mijn volk weer te schande gemaakt worden. 27  Dan zullen jullie inzien dat ik in Israëls midden ben, dat alleen ik, de HEER, jullie God ben; nooit zal mijn volk weer te schande gemaakt worden. (NBV)

De jubelende Joël is altijd populair rond het Pinksterfeest. Het Pinksterfeest was een oogstfeest en Joël vertelt van de belofte van God dat de pakhuizen en silo’s weer vol voedsel liggen. Lang was de voedselvoorziening bedreigd door plunderende buurvolken en natuurrampen als een grote sprinkhanenplaag. Het zijn geen sprinkhanen die bij ons de voedselvoorziening bedreigen. Wij zijn het zelf. We vervuilen de zeeën en vissen de laatste vissen er uit. Sommige soorten vis staan op uitsterven. Biologen houden jaarlijks in de gaten wat er nog net gevangen mag worden. Door de vervuiling van de lucht waar we allemaal dagelijks aan mee doen verandert het klimaat, daardoor worden de winters natter en koeler, maar vriest het niet meer hard, duren de lentes langer en zijn ze kouder en zijn de zomers natter en heter.  Onze onverschilligheid ten opzichte van het milieu heeft niet alleen gevolgen voor de vis maar ook voor groente en fruit en daardoor ook voor het vlees dat we willen eten.  Maar telkens als God een belofte doet in de Bijbel vraagt hij ook wat terug. Wij krijgen al ons voedsel van God dus we hoeven dat voedsel niet terug te geven om God in leven te houden. Als wij een overvloed aan voedsel hebben dan worden wij gevraagd te delen.

Niet iedereen krijgt hetzelfde. Niet iedereen kan hetzelfde. Dus delen ligt voor de hand. Door te delen bewaar je vrede. Door te delen kun je vreugde ontmoeten want wie niet heeft wordt blij als die wat krijgt. In 1948 werd aan de verenigde volken van de wereld de vraag voorgelegd wat te doen met het land Palestina. Dat werd op verzoek van de volken bestuurd door Engeland maar die hadden beloofd dat het land gedeeld zou worden met de Joden. Dat delingsplan kreeg een meerderheid van de volken. Ook Nederland was voor die deling. Maar de Joden gingen niet delen, die riepen de staat Israël uit. Daar hadden ze op zich het recht toe maar ze zouden ook even kunnen wachten en eerst met de andere partij proberen te onderhandelen. Twee staten zou het voorbeeld voor ons moeten worden om te kunnen delen in de wereld. Maar het is er nooit van gekomen en heeft ons onverschillig gemaakt voor de aarde. Wat je ook wil het lukt toch niet.

Het conflict blijft, er sterven mensen aan dus laten we plezier maken en genieten van wat voor de hand ligt. Onze kinderen en kleinkinderen moeten de rotzooi maar oplossen. Het heeft ook gevolgen voor de armen in de wereld die zich niet kunnen wapenen tegen overstromingen, orkanen, langdurige droogtes en andere klimaatrampen. Joël belooft een oplossing voor onze problemen. Volgens Joël ga je die dingen beleven als je mee gaat doen in het verhaal van het Bijbelse Israël, dat verhaal dat begon in de woestijn waar elke korrel eten en elke druppel water telt, waar je alleen kunt overleven als je volstrekt onbaatzuchtig weet samen te werken. In het lied van het begin van de aarde zoals dat in het boek Genesis is opgetekend lazen we al dat de mens de zorg kreeg voor de hele aarde en alles wat daarop leeft. Respect voor het leven en het behandelen van aarde, lucht en water als kostbare geschenken brengt ons dus de oplossing, als we tenminste willen delen.

Geef de armen en behoeftigen hun recht.

maandag, 14 mei, 2018

Spreuken 31:1-9

1 Hier volgt onderricht voor koning Lemuël, de raad die zijn moeder hem gaf. 2  Mijn zoon, die ik gedragen heb, mijn zoon, voor wie ik geloften heb gedaan, wat zal ik je zeggen? 3  Verspil je krachten niet aan vrouwen, je woorden niet aan hen die koningen te gronde richten. 4  En, Lemuël, een koning mag zich evenmin te buiten gaan aan wijn, dat past hem niet, een leider mag niet hunkeren naar drank. 5  Hij mag niet drinken en zijn plicht vergeten, de rechten van verschoppelingen schenden. 6  Geef drank aan wie een kommervol bestaan leiden, geef wijn aan wie diep ongelukkig zijn. 7  Laat ze maar drinken en hun armoede vergeten, moge hun gezwoeg uit hun herinnering verdwijnen. 8  Spreek voor hen die weerloos zijn, bescherm het recht van de vertrapten. 9  Spreek, oordeel rechtvaardig, geef de armen en behoeftigen hun recht. (NBV)

Vandaag slaan we een nieuw hoofdstuk uit het boek Spreuken open. Een verzameling Spreuken die blijkens het opschrift zijn opgeschreven door een koning Lemuël maar die hem gegeven waren door zijn moeder. Lemuël was de koning van Massa. Wie die koning Lemuël geweest is weten we niet echt. We weten zelfs niet precies waar dat land Massa gelegen heeft of welk volk daarmee werd bedoeld. Wat wel duidelijk wordt is dat die moeder van Lemuël een Jodin geweest moet zijn of tenminste in de godsdienst van de God van Israël moet zijn grootgebracht. Ze brengt de wijsheid van Israël behoorlijk goed onder woorden en de verzameling van haar Spreuken is niet voor niets in de Bijbel opgenomen. Haar naam is verdwenen, het volk en de koning waar ze bij ging horen zijn ons onbekend, maar haar Wijsheid mag met hoofdletters geschreven worden. Wie denkt dat de natuurlijke positie van de vrouw een zwijgende is en dat het spreken aan mannen overgelaten moet worden heeft de boodschap van de Bijbel dus niet goed begrepen. Koning Lemuël was zo wijs om de Spreuken van zijn moeder op te schrijven, zodat wij er ook nu nog lering uit kunnen trekken.

De verzameling Spreuken van Lemuël zal ergens in de tijd rond de ballingschap aan het boek Spreuken zijn toegevoegd. De spreuken van het gedeelte dat we vandaag lezen zijn namelijk niet alleen in het Hebreeuws geschreven maar er komen ook allerlei woorden in voor die in het Aramees geschreven zijn. Dat Aramees was de rijkstaal van de Perzen en werd uiteindelijk ook gesproken door de volken die onder de heerschappij van de Perzen vielen, zeg maar de hele wereld verstond Aramees. Dat was zelfs nog zo toen de Romeinen de heerschappij over de wereld hadden overgenomen. In de dagen van Jezus van Nazareth werd er in Jeruzalem gewoonlijk Aramees gesproken, al was het Grieks toen de internationale voertaal geworden. De spreuken die Lemuël van zijn moeder meekreeg, die beginnen met drie maal te benadrukken dat hij de zoon en zij de moeder is, bevatten ook kritiek op wat in Israël populair geworden was.

Van David en Salomo werd verteld dat ze meerdere vrouwen hadden. Salomo zou er wel duizend hebben gehad staat er geschreven. De moeder van Lemuël raad haar zoon aan daar van af te zien. Van een passie voor vrouwen wordt je maar lui en zwak. Een kanttekening bij het koningschap van met name Salomo die ook elders in de Bijbel voorkomt, al die vreemde vrouwen zouden ook maar tot afgoderij kunnen leiden, ze namen allemaal hun eigen goden mee en voor je het weet doe je iemand een plezier door die vreemde goden te aanbidden. Een rijke koning heeft ook toegang tot het beste eten en drinken van het land. Maar het drinken van wijn moet een echte koning slechts met mate doen. Dronkenschap sluit immers de redelijkheid uit. In onze dagen klagen we over uitgaansgeweld door overmatig alcohol gebruik en over verkeersdoden door dronken automobilisten. Een Koning zal nuchter en wijs recht moeten doen en vooral de armen tot hun recht moeten laten komen staat hier. En aangezien we volgens Paulus een volk van Koningen en Priesters zijn gelden die vermaningen ook ons. Elke dag opnieuw mogen we weer op weg om anderen tot hun recht te laten komen, ook vandaag weer.

Hij dronk van de wijn

zondag, 13 mei, 2018

Genesis 9:18-28

18  De zonen van Noach, die samen met hem uit de ark waren gekomen, heetten Sem, Cham en Jafet; Cham was de vader van Kanaän. 19  Met de drie zonen van Noach begon de verspreiding van de mensheid over de hele aarde. 20  Noach was landbouwer en legde als eerste een wijngaard aan. 21  Hij dronk van de wijn, werd dronken en ging in zijn tent liggen, zonder kleren aan. 22  Toen Cham, de vader van Kanaän, zag dat zijn vader naakt was, vertelde hij dat aan zijn twee broers, die buiten waren. 23  Daarop namen Sem en Jafet een mantel, legden die over hun schouders, liepen achteruit de tent binnen en bedekten het naakte lichaam van hun vader, met afgewend gelaat, zodat zij hem niet naakt zagen. 24 Toen Noach uit zijn roes ontwaakte en te weten kwam wat zijn jongste zoon hem had aangedaan, 25  zei hij: ‘Vervloekt zij Kanaän, knecht van zijn broers zal Kanaän zijn, de minste van alle knechten. 26  Geprezen zij de HEER, de God van Sem; knecht van Sem zal Kanaän zijn. 27  Moge God ruimte geven aan Jafet, hem laten wonen in de tenten van Sem; knecht van Jafet zal Kanaän zijn.’28 Noach leefde na de zondvloed nog driehonderdvijftig jaar.

Dat Kanaän dat was toch wel een heel smerig land. Van die mensen die graag roddelen. Die hun vader naakt en dronken in zijn huis zien liggen en dan beginnen te roddelen. Niet een hand uitsteken om vader nog een beetje te helpen, nee, iedereen op de hoogte brengen van de ellende. Het zijn niet alleen de mensen die een drone oplaten als een vrouw een keizersnee krijgt in een bakkerij, maar ook de mensen die het filmpje keer op keer bekijken en daar dan schande van spreken, dat zoiets kan. Het zijn de mensen die dom gedrag in een safaripark blijven filmen zonder de mensen op hun domheid te wijzen, waardoor die mensen extra gevaar lopen. Het zijn de mensen die hulpverleners bij een ongeval het werk onmogelijk maken omdat hun nieuwsgierigheid belangrijker is dan het helpen van slachtoffers.

De lijst hierboven kan eindeloos groter zijn. Israël heeft uiteindelijk het land Kanaän veroverd. De volken van Kanaän wilden hun uiterst vruchtbare land niet delen met een stel woestijnzwervers die ook wel eens een eigen land wilden hebben. Een verhaal over de slechtheid van de lieden die het land voor zichtzelf wilden houden is natuurlijk welkom. De Bijbel laat tegelijk zien dat die vijandige volken ook broedervolken zijn. Israël stamt van Sem af leert de overlevering. Jafet is de stamvader van volken die Israël te hulp  kwamen. Bij de bouw van de tempel in Jeruzalem speelden ze een grote rol. Broedervolken zijn het. Maar niet alleen de vriendelijke volken zijn broedervolken, ook de vijanden. Wij mogen daar ook wel eens over nadenken als we kritiek hebben op de volgelingen van de God van Abraham.

Noach leefde nog heel lang, ook al had God voor de zondvloed de lengte van het leven beperkt tot 120 jaar. Hoe kan dat dan is de vraag. Sommigen zeggen dat het een beloning is. Noach was een rechtvaardige. Noach had met het bouwen van de Ark een geweldig risico genomen. Hij was uitgelachen, had zich buiten zijn gemeenschap geplaatst en uiteindelijk de angst en de verschrikkingen van een lange en ongewisse zeereis doorstaan. Maar hij bleef daarbij  vertrouwen op de God die hemel en aarde geschapen had. Die God die zelfs een verbond met hem was aangegaan en er een eeuwig teken aan had verbonden. Noach was direct aan het werk gegaan, had een wijngaard aangelegd en wijn gemaakt. Zoals het hier in de Bijbel staat lijkt het of dat in een paar dagen gebeurd is. Dat kan niet hier is tijd voor nodig. En hoe de tijd gemeten werd weten we niet. We kennen nog wel de maanjaren en de zonnejaren. Wij leven volgens zonnejaren maar de maanjaren veroorzaken dat Pasen en Pinksteren steeds op andere dagen van het jaar vallen. Het gaat ons dus niet om een geschiedenis van jaartallen maar om een geschiedenis van zorg tussen mensen. Ook vandaag weer.