Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor de 'Column' categorie

De verdrukten bevrijden

maandag, 19 februari, 2018

Jesaja 58:6-14

6  Is dit niet het vasten dat ik verkies: misdadige ketenen losmaken, de banden van het juk ontbinden, de verdrukten bevrijden, en ieder juk breken? 7  Is het niet: je brood delen met de hongerige, onderdak bieden aan armen zonder huis, iemand kleden die naakt rondloopt, je bekommeren om je medemensen? 8 ¶  Dan breekt je licht door als de dageraad, je zult voorspoedig herstellen. Je gerechtigheid gaat voor je uit, de majesteit van de HEER vormt je achterhoede. 9  Dan geeft de HEER antwoord als je roept; als je om hulp schreeuwt, zegt hij: ‘Hier ben ik.’ Wanneer je het juk van de onderdrukking uitbant, de beschuldigende vinger en de kwaadsprekerij, 10  wanneer je de hongerige schenkt wat je zelf nodig hebt en de verdrukte gul onthaalt, dan zal je licht in het donker schijnen, je duisternis wordt als het licht van het middaguur. 11  De HEER zal je voortdurend leiden, hij zal je verkwikken in dorre streken, hij maakt je botten sterk en krachtig. Je zult zijn als een goed bevloeide tuin, als een bron waarvan het water nooit opdroogt. 12  Je eigen mensen zullen weer opbouwen wat al eeuwenlang verwoest ligt; fundamenten, door vroegere generaties gelegd, zullen weer worden hersteld. Dan zal men je noemen ‘Hersteller van muren’, ‘Herbouwer van straten’. 13 ¶  Wanneer je je voeten rust gunt op sabbat en geen handel drijft op mijn heilige dag, wanneer je de sabbat als een dag van vreugde ziet, de dag van de HEER als een heilige dag, wanneer je hem in ere houdt door niet je gang te gaan, geen handel te drijven of zaken te bespreken, 14  dan vind je vreugde in de HEER. Ik zal je laten rijden over de hoogten van de aarde en je laten genieten van het land dat ik je voorvader Jakob in bezit heb gegeven. De HEER heeft gesproken! (NBV)

We zijn vandaag aangeland in het hart van de Bijbelse boodschap. Zo vaak blijft de verkondiging van de boodschap van de Bijbel steken in algemeenheden. Je moet God liefhebben, je moet Jezus in je hart toelaten. Als je dat doet vindt je vrede en geluk en lacht het leven je toe. Maar als je die boodschap hoort dan hoor je maar de helft. De andere helft staat in het gedeelte dat we vandaag lezen. Misdadige ketens losmaken, de banden van het juk ontbinden. En die misdadige ketens vinden we overal op aarde. In de afgelopen jaren kwamen mensen in Noord Afrika in opstand tegen het juk dat dictators hen al tientallen jaren hebben opgelegd. In Syrië woedt daardoor al een aantal jaren een burgeroorlog, Zo schreeuwen de Palestijnen ons al een tijd toe dat ze bevrijd willen worden van het juk dat Israël hen oplegt door het afgrendelen van hun land, het bouwen van nederzettingen op plekken waar dat niet mag en het beperken van invoer en uitvoer van goederen die hun welvaart zouden kunnen bepalen.

Ook staat er in het gedeelte dat we vandaag lezen dat het gaat om je brood te delen met de hongerige, onderdak te bieden aan de armen zonder huis en mensen kleden die naakt rondlopen. Het zijn zaken die in de tijd van Jesaja speelden maar die evengoed in onze tijd spelen. Ook wij horen van hongersnoden omdat boeren niet zo goed kunnen verbouwen als ze willen omdat hun afzet geblokkeerd is door onrechtvaardige handelsbepalingen. Hongerigen voeden betekent in onze dagen ook eerlijke handelsverhoudingen toelaten, subsidies afschaffen die oneerlijke concurentie veroorzaken. Onderdak bieden aan armen die geen huis hebben kan betekenen dat je met een organisatie als Habitat huizen gaat bouwen in landen waar men dat zelf niet kan, maar kan ook betekenen dat je de deur openzet voor asielzoekende vluchtelingen. Voor het kleden van mensen die niets meer hebben geldt natuurlijk hetzelfde.

Pas als we zo gaan leven dan breekt het licht door in een duistere wereld, dan pas zullen we ook zelf kunnen herstellen van de onveiligheid die ons lijkt te bedreigen. Gerechtigheid is dan het eerste waar we aan denken, alle mensen tot hun recht laten komen. Dat we dat van de God van Israël hebben geleerd, dat we hem daarvoor dankbaar mogen zijn komt pas achteraf. Dat staat dus echt niet voorop. Dan weet je waar je om kunt vragen, je dagelijks brood, dan zul je daar tevreden mee kunnen zijn. Veel later dan Jesaja zou Jacobus schrijven dat het geloof in God, de liefde voor God niks waard is als je niet doet wat hier geschreven staat in het boek van Jesaja. Dan pas blijkt dat Jezus in je hart woont als zichtbaar wordt wat hier staat als te doen door de gelovige. Dan kunnen we dus werkelijk genieten van de zondagsvrijheid die ons gegeven is. Gelukkig kunnen we elke dag weer doen wat Jesaja hier vraagt van de gelovige, in het klein en in het groot. Ook vandaag kan dat weer.

Op je vastendagen nog handeldrijven

zondag, 18 februari, 2018

Jesaja 58:1-5

1 Roep luidkeels, zonder je in te houden, verhef je stem als een ramshoorn. Maak aan mijn volk zijn misdaden bekend, aan het volk van Jakob zijn zonden. 2  Zeker, ze zoeken mij dag aan dag, vol verlangen om te ontdekken wat ik wil, zoals een vreemd volk dat rechtvaardig leeft en het recht van zijn goden niet verzaakt. En ze vragen naar mijn rechtvaardige voorschriften en verlangen naar Gods nabijheid. 3 ‘Waarom ziet u niet dat wij vasten, en merkt u niet op dat wij ons onthouden?’ Omdat jullie op je vastendagen nog handeldrijven en jullie arbeiders afbeulen, 4 omdat jullie onder het vasten strijden en ruziën en vol vuur met elkaar op de vuist gaan. Als je op die manier vast, wordt je stem niet gehoord in de hemel. 5  Zou dat het vasten zijn dat ik verkies? Is dat een dag van onthouding: dat iemand het hoofd buigt als een riet en zich met een rouwkleed neerlegt in het stof? Noemen jullie dat soms vasten, is dat een dag die de HEER behaagt? (NBV)

In sommige protestantse kringen lijkt de Zondag wel zo’n vastendag met rouw, inkeer en afkeer van de wereld. Iedereen loopt in het zwart, het gezang uit de kerken klinkt als gehuil en de gezichten staan ernstig. Het is gelukkig maar een kleine minderheid die zich zo gedraagt, maar die minderheid valt daardoor wel des te meer op. Helaas wordt de strijd voor het behoud van de zondagsvrijheid aan die kleine minderheid toegeschreven en niet aan de grote meerderheid van Christenen die ten minste één dag in de week de loonslaven willen zien bevrijd van hun slavernij. Ook de kleine middenstanders die één dag in de week zich willen richten op hun gezin en familie zouden bevrijd moeten zijn van de dwingende wetten van winst en profijt. De vastendagen waar hier sprake van is zijn de dagen van boete die het volk Israël één keer per jaar had om zich opnieuw te kunnen verzoenen met de God van Israël. Jesaja schrijft over deze uitbarsting na terugkeer van de ballingen.

Want niet alleen ballingen keerden terug naar Jeruzalem, ook de vluchtelingen die bij het begin van de ballingschap naar Egypte waren gevlucht. En in Babel en in Egypte hadden de grote groepen Israëlieten een heel verschillende ontwikkeling doorgemaakt. Beide waren ze beïnvloed door de hen omringende volken en de eisen die door de verschillende culturen aan hen waren gesteld. Nu ze teruggekeerd waren ontvlamden steeds weer nieuwe conflicten. Het handelen en arbeiders laten werken op de vastendagen was in de oude tijden van Mozes altijd verboden geweest. Dat was ook verboden op de Sabbat en die vastendagen werden omschreven als een Sabbat, een dag bestemd voor de God van Israël, een dag waarop die God de Heer van het leven zou moeten zijn en dus een dag waarop het heb Uw naaste lief als Uzelf zou moeten gelden.

Voor gelovigen in deze tijd is de Zondag ook zo’n dag waarop die richtlijn zou moeten gelden. Niet een dag om in rouw te zijn, in het zwart te lopen, te zingen alsof er gehuild moet worden, maar een feestdag. We vieren immers het feest van de overwinning op de dood, de Sabbat hebben we overigens niet overgenomen maar de Zondag is een dag waarop je familie kunt bezoeken, een dag voor vrijwilligerswerk, voor creativiteit, voor samen de natuur in of samen muziek te maken. Voor gelovigen uiteraard om samen te komen en samen de Heer van het leven lof te zingen voor het leven waarvoor men mag kiezen. Maar voor gelovigen ook een dag om zich samen te beraden op de noden van de wereld, om samen te zorgen voor bevrijding van de arbeid, voor het opgeven van de aanbidding van winst en profijt. Daarom gaat dit deel van het boek van de profeet Jesaja ook over de Zondagsvrijheid en de noodzaak daar in onze dagen pal voor te staan. Gelukkig hebben we elke dag om iedereen te overtuigen van de noodzaak het geschenk van de God van Israël van de zondagsvrijheid te aanvaarden. Ook vandaag mag dat weer.

Effen de weg voor mijn volk!

zaterdag, 17 februari, 2018

Jesaja 57:14-21

14  Toen werd er gezegd: ‘Ruim baan! Effen de weg voor mijn volk! Verwijder elk struikelblok.’ 15  Dit zegt hij die hoog is en verheven, die troont in eeuwigheid-heilig is zijn naam: In hoogheid en heiligheid zal ik tronen met hen die verslagen en onaanzienlijk zijn, opdat de onaanzienlijke geest herleeft, opdat het verslagen hart tot leven komt. 16  Want niet eindeloos blijf ik twisten, niet eeuwig duurt mijn toorn. Al doe ik de levensadem stokken, ik ben het ook die het leven geeft. 17 ¶  Mijn toorn was op hun zondige hebzucht gericht, ik heb hen gestraft en me in mijn woede verborgen. Maar zij gingen onverdroten voort op de weg die ze zelf hadden gekozen. 18-19 Ik heb gezien wat ze deden, maar toch zal ik hen genezen, hen leiden en hun barmhartigheid bewijzen. Treurenden bied ik troostrijke woorden: Vrede, vrede voor iedereen, ver weg of dichtbij- zegt de HEER -,ik zal genezing brengen. 20  Maar de goddelozen blijven onrustig als de zee, die nooit rust kent; haar golven woelen vuil en modder op. 21  Goddelozen zullen geen vrede kennen-zegt mijn God. (NBV)

Het zijn niet de ballingen die afgoden zijn nagelopen en het overspel hebben gepleegd dat in het gedeelte hier vooraf werd genoemd. Zij hebben op een harde manier moeten leren hoe het is om verlaten te worden door de God van Israël. In psalm 137 kun je het klagen van de ballingen nalezen. Maar ze hadden ook hun identiteit als volk weer vorm gegeven. En daarmee hun godsdienst en ze waren er achter gekomen dat de God van Israël met je meetrekt als je weet te delen van wat je hebt, als je weet te zorgen voor de minsten. Profeten als Jeremia hadden ze geschreven dat ze groente moesten gaan verbouwen en moesten zorgen dat ze zo met elkaar moesten samen leven dat ze goed bekend zouden staan. In het boek Daniël kun je nalezen hoe dat in de ballingschap toeging en in het boek Ester kom je het verhaal tegen hoe de Jood Mordechai de koning weet te behoeden voor een aanslag en dat die daad mede de redding zal betekenen van het hele volk.

Uiteindelijk loopt dat inderdaad uit op Koning Cyrus die de ballingen opdracht geeft terug te keren naar Jeruzalem en daar de stad en vooral de Tempel weer op te bouwen. Hij geeft hen het goud en zilver mee dat uit de Tempel was meegenomen als oorlogsbuit. Daarom kan de profeet hier roepen dat er een weg door de woestijn gereed gemaakt moet worden. Want ze komen er weer aan, de ballingen keren terug. De God van Israël blijft niet eeuwig kwaad. En let even op, dat nalopen van die afgoden was nog niet eens het allerergste, dat nalopen kwam voort uit hebzucht en dat was het ergste. Daarom kunnen we die afgoden uit de Hebreeuwse Bijbel vandaag herkennen als de goden van winst en profijt. Goden die ons tot loonslaven maken en ons beroven van de zondagsvrijheid. Zelfs kleine winkeliers houden ze in hun greep van economische wetten die gaan boven een samenleving van vrije mensen.

De God van Israël brengt vrede, of je nu veraf staat van geloof of dat je er dichtbij staat of zelfs hoort bij de gelovigen in de God van Israël. Zijn vrede is voor iedereen. Alleen goddelozen kennen geen vrede, zij reageren op de wereld uit angst, zij zien in iedereen die anders is een bedreiging en iedereen die niet in hun macht is een concurrent. Zij blijven vuil en modder opwoelen, noemen de Islam een ideologie gericht op moord en geweld en zien voorbij aan de pijler van vrede en gerechtigheid die ook daar gekend wordt. Juist de grote richtlijn van de God van Israël, heb Uw naaste lief als Uzelf, blijkt de wereld te hebben overwonnen, daarmee kun je bij iedereen aankomen en daar kun je iedereen op aanspreken, iedereen van welke godsdienst dan ook. Ook vandaag weer en aan ons de roep om dat ook vandaag weer te gaan doen.

 

Ze zullen je niet redden

vrijdag, 16 februari, 2018

Jesaja 57:7-13

7  Je plaatste je bed op een hoogverheven berg, je ging de berg op om een offer te brengen. 8  Achter je deur en je deurpost heb je je schandelijke tekens geplaatst. Je hebt je van mij afgekeerd: naakt en wellustig spreidde je het bed, je sprak een prijs af met je mannen, je sliep maar al te graag met hen en bekeek hun lid aandachtig. 9  Je boog je over je minnaars met olie en balsem in overvloed. Je stuurde je boden naar verre oorden, zelfs tot diep in het dodenrijk. 10  Het vele reizen matte je af, maar nooit zei je: ‘Ik geef het op.’ Je lusten werden bevredigd, dat hield je op de been. 11  Voor wie ben je zo bang en beducht dat je leugens blijft verspreiden? Aan mij heb je niet gedacht, om mij je niet bekommerd. Ik heb al te lang gezwegen, je hebt geen ontzag meer voor mij. 12  Ik zal je vertellen wat dat fraaie gedrag van jou waard is. Je godenverzameling zal je niet baten; 13 ook al schreeuw je het uit, ze zullen je niet redden: de wind tilt ze op, een zuchtje wind voert ze weg. Maar ieder die bij mij schuilt zal het land in bezit nemen en mijn heilige berg in eigendom krijgen. (NBV)

We hebben gelezen dat in dit deel van het boek van de profeet Jesaja Jeruzalem wordt aangeduid als de bruid van de God van Israël. Een feest zou het worden als die twee verenigd worden. Maar wat voor bruid is dat dan wel? In dit gedeelte lezen we wat de God van Israël ontmoette toen hij zich tot zijn bruid wendde. Opnieuw in de termen van bruid en bruidegom. Dat was namelijk ook de beeldtaal waarin de vruchtbaarheidsgodsdiensten in Kanaaän werden gevierd. We lezen zo gemakkelijk van Baäl en dan weten we meestal wel dat het een afgod was. We lezen van Asjera en de palen die in de akkers werden gedreven. Asjera is dan moeder aarde die bevrucht moet worden. Om zelf vruchtbaar te zijn moest je in die godsdiensten soms zelf via tempelprostitutie je verenigen met de Godheid en mannen konden daarbij gedwongen worden met mannen te slapen en vrouwen met vrouwen, dat ongeacht hun werkelijke geaardheid. Dat was de gruwel waar de Bijbel ook van spreekt.

In dit gedeelte begint de profeet de berg van de God van Israël te zetten tegenover de berg waarop de afgoden gediend werden. Op die berg moet je dichter bij de god zijn zodat je offer die god ook gemakkelijker zal bereiken. Zo niet op de Berg van de God van Israël, vanaf die Berg bezie je de hele aarde, vanaf die Berg kun je dus zorgen dat de liefde van die God zich over de hele aarde verspreid. Een offer aan de God van Israël is daarom ook altijd een teken dat je bereid bent te delen en is niet bestemd om de God van Israël ergens toe over te halen. De God van Israël is immers altijd bij je en trekt met je mee. De bruid Jeruzalem had vele vreemde goden binnengehaald. De profeet volgt het verhaal dat in een afgodstempel werd verteld over de verre reis die gemaakt moest worden om de God te bereiken. Spottend merkt hij op dat zelfs in Egypte, het dodenrijk, de goden werden gehaald. Olie en balsem werden in tempels in overvloed gebruikt.

De rechtvaardige gaat te gronde

donderdag, 15 februari, 2018

Jesaja 56:9-57:6

9 Laat de dieren van het veld komen om te eten, en alle dieren uit het woud. 10  Want al mijn wachters zijn blind, ze merken niets; ze zijn stom als waakhonden die niet kunnen blaffen: vadsig en hijgend liggen ze daar, ze willen alleen maar luieren. 11 Vraatzuchtige honden zijn het, onverzadigbaar. Het zijn herders die geen inzicht kunnen bieden, allemaal gaan ze hun eigen weg, ieder belust op eigen voordeel. 12  ‘Kom, ik haal nog wat wijn, we gieten ons vol met drank. En morgen doen we het weer net zo of pakken we het nog grootser aan.’ 1 De rechtvaardige gaat te gronde en niemand bekommert zich erom; ook trouwe mensen sterven, maar niemand ziet in dat de rechtvaardige sterft doordat er onrecht heerst. 2  Toch-wie de rechte weg bewandelt zal rust hebben op zijn sterfbed en de vrede binnengaan. 3 Maar jullie, kom dichterbij, kinderen van een waarzegster, nageslacht uit ontucht en overspel. 4  Over wie maken jullie je zo vrolijk? Tegen wie zetten jullie zo’n grote mond op, naar wie steek je je tong uit? Zijn jullie zelf geen kinderen uit zonde, nageslacht van leugen en bedrog? 5  Jullie hartstocht brandt onder terebinten, onder elke bladerrijke boom. Jullie slachten kinderen in de wadi’s, onder overhangende rotsen. 6  Tussen de gladde stenen in de rivier komen jullie zelf te liggen, dat is je bestemming. Daar heb je immers wijnoffers gebracht en graanoffers opgedragen. Zou ik om zulke mensen treuren? (NBV)

Dat krijg je er van als je de verkeerde leiders kiest. Het soort leiders in prachtige gesneden pakken, met fraaie woorden en mooie zinnen. In de dagen van Jesaja ook het soort leiders dat zich bezig houdt met fraaie rituelen, ze plengen wijn op de stenen in de oversteekplaatsen van de rivier. Bijgeloof en afgoderij overheersen hen. Angst is hun beste raadgever. Maar door dat soort leiders gaat zelfs de rechtvaardige ten gronde. Zich verzetten tegen roofdieren, de exorbitante zelfverrijkers en  de machtige bankiers durven ze niet. Die kunnen met een gerust geweten en ongestoord de armen nog armer maken. Mensen die vasthouden aan de oude regels van samen leven, samen zorgen en samen delen kunnen doodvallen, die gaan niet met hun tijd mee. Niemand die in lijkt te zien dat degene die wil delen, die anderen tot hun recht laat komen langzaam uitsterft. Zulke mensen vindt je bijna niet meer.

Ook niet in onze dagen. Wij kiezen immers leiders die vinden dat de armen zelf de schuld hebben aan hun armoede. Wij kiezen leiders die het goed vinden dat groepen tegen elkaar opgezet worden op grond van hun geloof, een regering die zich daardoor graag laat steunen en zelfs ingeburgerde en hier opgegroeide kinderen terugstuurt naar landen waar men heel anders leeft en waar die kinderen zelfs de taal niet van spreken. Bij verkiezingen moeten we dus zeer uitkijken wie we kiezen, welke effecten de mooie praatjes van de leiders echt hebben op de armsten in onze samenleving. Worden de wachtlijsten in de sociale werkvoorziening opgeheven, met welke snelheid en welke banen worden door hen voor deze zwaksten op de arbeidsmarkt geschapen? Krijgen de mensen die aangewezen zijn op de laagste uitkeringen ook werkelijk de steun die ze nodig hebben om weer op eigen benen te gaan staan? Heffen we eindelijk de onrechtvaardige handelsverhoudingen op waardoor we steeds opnieuw gedwongen zijn acties te houden tegen hongersnoden en natuurrampen?

Zorgen we dat de aarde ook bewerkt zal kunnen worden door onze kinderen en kleinkinderen, dat ze energie hebben om zich te warmen in koude perioden? Natuurlijk kunnen die leiders zich mooi en fraai voordoen, daar zijn ze op geselecteerd. Natuurlijk kunnen ze hun leugens fraai verpakken, zodat het lijkt of er aan redelijke eisen ook echt wordt voldaan. Maar concrete maatregelen worden niet afgekondigd en de datum waarop werkelijk delen in gaat niet genoemd. Denk daar dus aan de komende weken als er weer een stortvloed van verkiezingsretoriek over ons wordt uitgestort. Jesaja waarschuwt ons niet voor niets en gewaarschuwde mensen tellen voor twee. Wij mogen dan geen antwoorden hebben op de vragen van nood en ellende die ons bereiken, we kunnen wel de vragen stellen en herhalen zodat ze gehoord worden, dag in dag uit. Wij weten dat de God van Israël luistert, wij weten dat we ook de politici kunnen laten luisteren. Elke dag weer mogen we er aan werken, ook vandaag.

Ze hadden voor mij een kuil gegraven

woensdag, 14 februari, 2018

Psalm 57

1 Voor de koorleider. Op de wijs van Verdelg niet. Van David, een stil gebed, toen hij voor Saul was gevlucht in een spelonk. 2 Wees mij genadig, God, wees mij genadig, want bij u is mijn leven geborgen. In de schaduw van uw vleugels zal ik schuilen, tot het doodsgevaar is geweken. 3 Ik roep tot God, de Allerhoogste, tot God, die mij beschermt. 4 Uit de hemel zal hij hulp sturen, wie mij bedreigt wordt smadelijk verjaagd. sela Ja, God stuurt mij zijn liefde en trouw. 5 Tussen leeuwen moet ik liggen, tussen dieren die mensen verslinden, hun tanden zijn speren en pijlen, hun tong is een geslepen zwaard. 6 Verhef u boven de hemelen, God, laat uw glorie heel de aarde vervullen. 7 Ze hadden een net op mijn weg gespannen, mijn voeten raakten erin verstrikt, ze hadden voor mij een kuil gegraven, maar vielen er zelf in. sela 8 Mijn hart is gerust, o God, mijn hart is gerust, ik wil voor u zingen en spelen. 9 Ontwaak, mijn ziel, ontwaak met harp en lier, ik wil het morgenrood wekken. 10 U, Heer, zal ik loven onder de volken, over u zingen voor alle naties. 11 Hemelhoog is uw liefde, tot aan de wolken reikt uw trouw. 12 Verhef u boven de hemelen, God, laat uw glorie heel de aarde vervullen. (NBV)

Er zijn van die omstandigheden waarin het voelt alsof er een mes door je hart gaat. Ziekte, werkloosheid, oorlog, onderdrukking noem maar op, we kunnen ons er allemaal wel iets bij voorstellen. In de loop van de eeuwen zijn er altijd liederen geschreven om mensen de gelegenheid te geven die omstandigheden een plaats te geven, om er mee verder te kunnen in het leven. De Psalm die we vandaag meezingen uit het boek van de Psalmen is zo’n lied. In het Hebreeuws staat het er ook boven: Miktam, de juiste vertaling er van kennen we niet maar het heeft iets met inscriptie te maken, of kleinood zoals Luther vertaald, maar reken maar dat samen met de uitroep “verdelg niet” het de bedoeling heeft het letterlijk doorboren van je hart tegen te gaan.

Het is dan ook wat, die omstandigheden die de dichter van de Psalm door het hart snijden. David wordt hier genoemd in een verhaal dat in de boeken van Samuël wordt verteld. David had Goliath verslagen en was als jonge harpspeler, als musicus naar het hof van Saul ontboden om daar de Koning met zijn muziek rust te geven, te kalmeren als deze zich zal op te winden over al de oorlogen die gevoerd moest worden. Ook David kon de oorlog aan tegen de buurvolken die Israël steeds kwamen leegroven. Maar Saul was jaloers geworden en David had moeten vluchten. Hij was een ordinaire bendeleider geworden in de woestijn die zich schuil moest houden voor zijn koning. Samen met zijn manschappen had hij zich in een spelonk moeten verbergen.

Maar juist in die ellendige omstandigheden trekt de God van Israël met je mee. Daar zingt deze Psalm van. Het hart wordt gevormd door een uitspraak die bij ons een spreekwoord is geworden: “wie een kuil graaft voor een ander valt er zelf in”. Koningen die alleen zichzelf kunnen zien, die geen andere machten naast zich dulden worden tot dictators en krijgen vroeg of laat het hele volk tegen zich. In het midden oosten zien we dat proces al een paar jaar. De liefde en het recht zullen vrede brengen, God brengt uitkomst zeggen we dan op z’n Bijbels. Maar het zegt ook dat we onder alle omstandigheden vast moeten houden aan het heb uw naaste lief als uzelf. Dat was wat Jezus van Nazareth ons ook heeft voorgeleefd. Het volk Israël herkende in die manier van leven de regeringsperiode van Koning David, wij kennen het als de liefde tot gids maken op ons dagelijks levenspad. Welke omstandigheden ons ook overkomen, dat kunnen we volhouden, elke dag opnieuw ook vandaag weer.

Zijn strijdkrachten zijn geweldig

maandag, 12 februari, 2018

Joël 2:1-11

1 Blaas de ramshoorn op de Sion, blaas alarm op mijn heilige berg; laat alle inwoners van het land beven van ontzetting: de dag van de HEER komt! Hij is nabij! 2  Het is een dag van duisternis en donkerheid, een dag van dreigende, donkere wolken. Als het morgenlicht over de bergen, zo nadert een groot en machtig volk, zoals er nooit tevoren is geweest of ooit nog zal zijn tot in het verste nageslacht. 3  Hun voorhoede is een verterend vuur, hun achterhoede een verzengende vlam; als de tuin van Eden ligt het land voor hen, achter hen blijft een kale woestijn. Niets en niemand kan ontkomen. 4  Het is alsof het paarden zijn, als strijdrossen draven ze voort; 5  als het ratelen van strijdwagens klinkt hun opmars over de bergtoppen, als het knetteren van stro dat in het vuur verteert, als een machtig volk dat zich opmaakt voor de strijd. 6  Bij die aanblik krimpen allen ineen, alle gezichten verbleken. 7  Onverschrokken komen zij aanstormen, als strijders beklimmen zij de muren. Ieder houdt vast aan zijn eigen weg, niet één wijkt ervan af; 8  niemand van hen duwt een ander opzij, iedereen houdt zijn eigen plaats. Ook als er sneuvelen door tegenstand, verbreken zij hun gelederen niet. 9  Ze bestormen de stad, ze klimmen over de muren heen, ze dringen de huizen binnen, ze komen als dieven door de vensters. 10  Bij die aanblik beeft de aarde, siddert de hemel; zon en maan worden verduisterd, sterren doven hun glans. 11  Want het is de HEER zijn stem schalt voor zijn leger uit, zijn strijdkrachten zijn geweldig, zijn bevel wordt met groot vertoon volbracht. Ja, groot en ontzagwekkend is de dag van de HEER, wie kan die dag doorstaan? (NBV)

Van wie zijn die strijdkrachten die zo geweldig genoemd worden zult U vragen? Van Koeman? Of van Trump? Beiden beheersen immers het nieuws. Met Koeman moet Nederland wereldkampioen  worden en met Trump moet de America weer groot worden. Joël heeft het echter over een ander leger. Niet zo vreemd want hij heeft zijn boek zo’n 2500 jaar geleden geschreven. Oude kost maar het werkt nog steeds. De 23 voetballers in Nederland brengen de Nederlanders waarschijnlijk niet het wereldkampioenschap voetbal. Alle gejuich in huizen, kroegen en pleinen, alle vertoon van oranje, draagt daar ook nooit iets aan bij. Zo zal ook Trump niet America de grootste maken. Zelfs de veiligheid voor zijn eigen bevolking brengt hij niet. Wapens en explosieven lijken vrij verkrijgbaar in het land van Trump en dagelijks wordt er daar op burgers geschoten met fatale afloop.

Daar hebben ze zelfs geen oorlogen voor nodig, en die oorlogen hebben ze ook nog. Wij doen trouwens aan die oorlogen vrolijk mee. Joël heeft het over de liefde als over een machtig leger. In de jaren 60 zong de Amerikaanse zanger Pete Seeger al over een vreemde droom die hij had. In een kamer zaten de vertegenwoordigers van alle landen in de wereld en die beloofden elkaar plechtig alle wapens die er waren te vernietigen. En ze deden het ook nog. Alle mensen juichten ze toe want eindelijk hoefde niemand meer bang te zijn voor de dodelijke wapens die in omloop zijn. Het was maar een droom, maar een dergelijke droom had Joël ook. De oogst was verwoest, er was zelfs geen gras meer voor de koeien, geen boom voor de vogels. En dan komt over de bergen de hulp die de verlossing brengt.

Zo moet er in hongerend Afrika worden uitgekeken naar de hulp van de Verenigde Naties. Naar het zaad en de landbouwmachines, naar de jonge stieren en kalveren, zodat de eigen voedselvoorziening weer op gang gebracht kan worden. Na een periode van droogte is immers alles verdwenen. Ook na een oorlog is alles weg. Alleen giften van buiten brengen een samenleving weer op gang. Geen soldaten of vlaggende voetballers kunnen daar tegenop. Voetballers en andere in nationale kleuren geklede sporters als ambassadeurs van nationale eigenwaarde zijn maar schijn. Soldaten als bevrijders van geweld zijn een tegenstelling in zichzelf. Soldaten brengen geweld, lokken zelfs geweld uit maar stoppen het geweld maar zelden. Alleen een leger zoals Joël beschrijft in dit hoofdstuk, een leger van liefde, kan werkelijk zorgen voor vrede, vrijheid en welvaart op de wereld. Maar hopen dat iedereen zich aansluit, in beweging komt en zorgt dat ook iedereen mee gaat doen. Vanzelf gaat dat niet, we zullen er allemaal hard voor moeten blijven werken.

O angstwekkende dag

zondag, 11 februari, 2018

Joël 1:15-20

15  O angstwekkende dag! Nabij is de dag van de HEER, de dag van ondergang die komt van de Ontzagwekkende! 16  Is het voedsel niet voor onze ogen vernietigd? Is de vreugdezang niet verstomd in de tempel van onze God? 17  Het zaad rust vergeefs in de verdroogde aarde, de voorraden zijn verwoest, de graanschuren zijn vernield: verloren is het graan. 18  Hoor hoe het vee loeit: runderen dolen maar rond want nergens kunnen ze grazen, zelfs schapen en geiten worden gestraft. 19  Tot u, HEER, roep ik, nu het groen voor het vee door vuur is verteerd en een vlam de bomen heeft verzengd. 20  Zelfs de dieren van het veld roepen om u, nu elke waterstroom is opgedroogd en het laatste groen door vuur is verteerd. (NBV)

Als er zelfs vandaag de dag één volk is waar we de noodkreten van kunnen verwachten die we in dit Bijbelgedeelte kunnen lezen dan is het wel van het volk van Irak. Jarenlang hebben ze gezucht onder de dictatuur van Sadam Hoessein, gesteund en bewapend door de Verenigde Staten kon hij zijn volk met terreur onderdrukken. Die dictator is nu door zijn voormalige vrienden van de troon gestoten maar die voormalige vrienden gaan opnieuw te keer tegen de burgerbevolking en obscure fundamentalisten maakten er gebruik van om dood en verderf te zaaien. Van het eens zo paradijselijke land is weinig of niets meer over. Wat de toekomst voor de mensen in Irak is blijft voor hen duister. Vanwaar moet hun hulp komen. De vermoedelijke leider van de fundamentalisten is in het geweld omgekomen.

Nederland kent de doodstraf niet en er is ook bijna niemand die de doodstraf wil invoeren. Van Sadam Hoessein kon iedereen in Irak dag in dag uit zien hoe slecht de man was, hoe onverschillig voor het leven van anderen. Het proces mocht zich weliswaar voortslepen en de uitkomst stond misschien al vooraf vast maar nooit kan iemand meer ontkennen dat de bewijzen voor de onmenselijkheid van deze dictator overweldigend waren. Osama Bin Laden, was opgeleid door de Amerikaanse geheime diensten en bewapend in een oorlog die de VS welgevallig was. Het gemak waarmee politici de dood van voormalige vrienden verwelkomen brengt wrede dictators als Assad in Syrië er toe liever te blijven zitten op hun pluche dan een vreedzame oplossing voor conflicten te zoeken.

De profeet Joël roept de Heer, de God van Israël aan. De enige echte machthebber in de wereld die zich laat kennen door de Liefde. Wie de woorden van Joël vandaag tot zich door laat dringen vraagt zich misschien af of het wel juist is dat er nu nog vreemde soldaten gestuurd worden naar Irak en Syrië. Moeten daar niet landbouwdeskundigen heen, en handelsvertegenwoordigers, onderwijskundigen, dokters en verpleegkundigen, mensen die het goede komen brengen aan volkeren die alleen nog het kwaad hebben ontmoet. Het kan toch niet zijn dat geweren het enige antwoord zijn dat Christelijke naties voorhanden hebben. In Amerika wordt de vraag gesteld op welke wijze dat land politieagent moet spelen voor de wereld, maar wellicht dat Europa het voorbeeld kan geven hoe de instelling als een hulpverlener betere gevolgen brengt. Wij kunnen dat voorbeeld in onze eigen omgeving brengen, dag in dag uit.

Roep op tot een plechtige samenkomst

zaterdag, 10 februari, 2018

Joël 1:1-14

1 Dit zijn de woorden die de HEER richtte tot Joël, de zoon van Petuël. 2  Hoor mij aan, oudsten, leen mij allen het oor, inwoners van het land! Is iets als dit ooit geschied in jullie dagen of in de dagen van jullie voorouders? 3  Vertel het aan je kinderen, en laten je kinderen het aan hun kinderen vertellen en hun kinderen aan het volgende geslacht. 4  Wat de ene sprinkhaan overliet, heeft de tweede afgeknaagd, wat de tweede nog overliet, heeft de derde afgemaaid en wat na de derde overbleef, heeft de vierde kaalgevreten. 5  Word wakker, dronkaards, en ween, barst uit in gejammer, drinkers van wijn, om het sap van de druiven dat jullie ontnomen is. 6  Mijn land is ten prooi aan een volk, een machtig volk zonder tal, met tanden als van een leeuw, geweldige kaken als van een leeuwin. 7  Het maakte dode takken van mijn wijnstok en brandhout van mijn vijgenboom: naakt en kaal zijn ze, omvergehaald, de wijnranken zijn verbleekt. 8 Weeklaag-als een jonge bruid die zich hult in het zwart, rouwend om de man van haar jeugd. 9  Waar is nog graan of wijn voor offers in de tempel van de HEER? De priesters, zijn dienaren, treuren. 10  Het veld is verwoest, de dorre grond treurt, want het koren is vernield, de wijn verdroogd, de olie verloren. 11  Toon je verslagenheid, boeren, barst uit in gejammer, wijnbouwers, om de tarwe en om de gerst, want de oogst van het veld is verloren gegaan. 12  De wijnstok is verdroogd, de vijgenboom verdord; granaatappel, dadelpalm en appelboom, ja, alle bomen zijn verdord. Verdord is ook de vreugde onder de mensen. 13  Priesters, hul je in rouw, schreeuw het uit, dienaren van het altaar, breng de nacht door met klagen, dienaren van mijn God, want offers van graan en wijn zijn Gods tempel ontzegd. 14 Kondig een vastentijd af  en roep op tot een plechtige samenkomst,  verzamel de oudsten en alle inwoners van het land  in de tempel van de HEER, jullie God,  en roep luid tot de HEER ! (NBV)

Hier beginnen we te lezen in het boek van de profeet Joël. Wie dat was weten we niet meer. Wanneer het boek geschreven is weten we ook niet echt. De ene geleerde zegt dat het moet zijn in de laatste jaren voor de val van Jeruzalem in 586 voor Christus. Het volk was apathisch, godsdienstig onverschillig en werd van buiten bedreigd. Tot overmaat van ramp kwam er een sprinkhanenplaag die alles verwoeste. Andere geleerden zeggen dat het na de ballingschap in Babel moet zijn geweest, zo na 539 voor Christus. Het zou zich dan tegen de leiders van het volk richten die niet goed weten te reageren op de sprinkhanenplaag. Hoe het ook is, het boek Joël vertelt ons hoe te reageren als ons een ramp overkomt. In het boek Handelingen kun je nog een preek lezen over Joël. Het is een preek van Petrus, de Pinksterpreek, die het volk herinnerde aan de belofte van Joël dat Gods geest uiteindelijk het volk zou helpen de ramp te overwinnen.

Joël had nog weet van de slavernij in Egypte. Daar was de sprinkhanenplaag de voorbode van de bevrijding geweest. Dat wisten ze toen in Egypte nog niet maar inmiddels woonde het volk Israël al sinds mensenheugenis in het beloofde land. Mochten ze daarom niet vertrouwen op een bevrijding uit de ellende? Dat zou moeten als men terugkeerde naar de Thora, de manier van leven die na de bevrijding werd ontvangen. De Wet van de Woestijn, van eerlijk delen, van zorgen voor elkaar. Zo kom je samen zo’n hongerperiode door. Wij weten dat van de honger in Afrika, die soms ook door sprinkhanen veroorzaakt wordt. Als we genoeg geven komt men de hongerperiode door, doen we dat niet dan sterven ze. Joël begint met oproepen om samen te komen, een volksvergadering te beleggen. Zoals ook gedaan werd in de dagen dat er nog geen koning was. We hebben daarover in het boek Rechters kunnen lezen.

Onverschilligheid tegenover de politiek is er dan niet meer bij. Bij een volksvergadering moeten we zelf nadenken en keuzes maken. Wij laten dat tegenwoordig liever aan de TV over. Heerlijk die discussies tussen politici. Commentatoren te over die er voor geleerd hebben en uit kunnen leggen wie gelijk heeft en wie struikelde. De problemen worden er niet door opgelost maar wie maalt daar nu nog om. Joël roept ondanks dat op om te laten zien en horen waar de problemen liggen. Bij hem is de oogst verloren gegaan, bij ons zijn broeders tegen broeders en zusters tegen zusters opgezet. Door Geert Wilders bijvoorbeeld die het de toenmalige Koningin Beatrix kwalijk nam dat ze het gebod niet zomaar aan elkaar te zitten uit het Oude Testament en de Koran serieus nam als ze een Moskee bezocht en dus meeging in het niet geven van een hand. Geert Wilders zou het jammer vinden als we in vrede met elkaar konden leven, maar voor ons is in vrede met elkaar leven een levensvoorwaarde. Tijd om ons te laten horen dus en het niet aan TV commentatoren en politici over te laten.

Velen willen almaar meer bezit

vrijdag, 9 februari, 2018

Spreuken 21:22-31

22 Een wijze overwint een stad vol keurtroepen, hij verlamt de kracht waarop ze vertrouwen. 23 Wie zijn tong in toom houdt, bespaart zich in zijn leven allerlei ellende. 24 Een spotter is verwaand en onbeschoft, hij is grenzeloos hooghartig. 25 De verlangens van een luiaard leiden tot zijn dood, hij weigert zijn handen te gebruiken. 26  Velen willen almaar meer bezit, maar de rechtvaardige geeft, hij houdt niets voor zichzelf. 27 Het offer van de goddelozen is een gruwel, vooral als de bedoeling slecht is. 28 Een onbetrouwbare getuige moet de mond worden gesnoerd, maar wie vertelt wat hij weet, mag uitspreken. 29 Een goddeloze zet een trots gezicht, de oprechte gaat de weg die hij moet gaan. 30 Wijsheid, inzicht, plannen, niets houdt stand tegen de HEER. 31  Het paard wordt gereedgemaakt voor de strijd, de overwinning hangt af van de HEER.(NBV)

Ook vandaag zet het boek Spreuken de wijze en de goddeloze weer tegenover elkaar. De goddeloze is een spotter, een luiaard, een hebbert, een onbetrouwbare getuige, in allerlei gedaanten kom je de goddeloze tegen. De wijze vertrouwt op de Heer heet het en ook dat gebeurt in velerlei gedaanten. Het is zeker niet zwart wit als we het boek Spreuken lezen. Daarom lijken al die teksten onder elkaar voortdurend niets met elkaar te maken te hebben. Tot je doorkrijgt waarop je moet vertrouwen als je de Heer vertrouwt. Neem nu de wijze die een stad vol keurtroepen overwint door de kracht waarop ze vertrouwen te verlammen. Voor ons klinkt dat dwaas, maar in de geschiedenis is maar al te vaak bewezen dat geweldloosheid sterker kan zijn dan het sterkste imperium. India werd door Gandhi onafhankelijk juist doordat er een geweldloze strijd werd gevoerd. En een wijze vertrouwt op de richtlijn dat je niet mag doden.

En iedereen weet natuurlijk best dat spotten en mensen met woorden neerhalen allerlei ellende oplevert. Het is de basis van het pestgedrag dat kinderen het leven kan verwoesten zonder dat ze er wat aan kunnen doen. Een spotter is daarbij grenzeloos hooghartig. Maar tegelijk zet het boek Spreuken de spotter op één lijn met de luiaard. Die luiaard weigert zijn handen te gebruiken en gaat daaraan dood. Denk dus niet dat de mensen die hun naaste lief hebben als zichzelf de softies zijn die over zich laten lopen en alles wat ze zelf met zwoegen en zweten verdienen uitdelen aan hen die de boel de boel laten en te lui zijn om op te staan. Integendeel, het gaat juist om het inzicht dat iedereen moet zwoegen en zweten om zich in leven te houden en dat het iedereen kan overkomen dat het wel eens mis gaat, dat er ziekte is, of misoogst en dat je dan altijd samen moet delen om samen te kunnen overleven.

Het gaat dus niet om offeren, om een God gunstig te stemmen zodat je geluk lijkt te hebben. De Bijbel noemt het gunstig stemmen van een god Goddeloos. De God van Israël hoeft niet gunstig gestemd te worden, hij is goedertieren omdat hij God is, dat is juist de kern van het verbond dat is gesloten, dat inzicht is nu net de wijsheid waarover in het boek Spreuken wordt gesproken. Daar hoef je je ook niet op te beroemen het is een geweldig geschenk dat een God die zo goed is met ons een verbond wil sluiten. Een verbond dat alleen van ons vraagt dat we onze naaste onvoorwaardelijk liefhebben als onszelf. Want niets houdt daartegen stand, dat is de weg die ons gewezen is al in de woestijn en die ons gewezen werd door Jezus van Nazareth dwars door de dood heen. Elke morgen mogen we daarmee opnieuw beginnen ook vandaag weer.