Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor de 'Column' categorie

Wat heeft stro met graan gemeen?

maandag, 21 augustus, 2017

Jeremia 23:25-40

25  Ik heb gehoord wat voor leugens die profeten in mijn naam verkondigen. Ze roepen: “Een droom! Ik heb een droom gehad!” 26  Hoe lang nog zullen die leugenachtige profeten, die zichzelf een rad voor ogen draaien, doorgaan? 27  Hoe lang nog zijn ze eropuit om met de dromen die ze elkaar vertellen mijn volk mijn naam te laten vergeten, zoals hun voorouders mijn naam door Baäl zijn vergeten? 28  Een profeet die droomt, vertelt niet meer dan een droom, maar wie mijn woorden kent, geeft mijn woorden betrouwbaar weer. Wat heeft stro met graan gemeen? spreekt de HEER. 29  Is mijn woord niet als een vuur, als een hamer die een rots verbrijzelt? spreekt de HEER. 30  Ik zal ze straffen-spreekt de HEER -,ik zal ze straffen, die profeten die elkaar napraten 31  en steeds zo zelfverzekerd “spreekt de HEER” roepen; 32  ik zal ze straffen-spreekt de HEER -,die profeten die misleidende dromen profeteren en mijn volk met hun leugens en aanmatigende praatjes bedriegen. Ik heb hen niet gezonden en ze zijn dit volk op geen enkele manier tot nut-spreekt de HEER. 33 ¶  En als een profeet, een priester of wie dan ook vraagt: “Welke last geeft de HEER ons met zijn woorden te dragen?” antwoord dan: “Jullie zelf zijn die last, maar ik zal jullie afwerpen-spreekt de HEER.” 34  De profeet, priester of wie dan ook die het nog over een “last van de HEER” heeft straf ik, samen met zijn hele familie. 35  Vraag elkaar liever: “Wat heeft de HEER geantwoord, ”of: “Wat heeft de HEER gezegd?” 36  Spreek niet langer over een “last van de HEER.” Ieder zegt op last van mij te spreken, maar daarmee verdraaien jullie de woorden van de levende God, de HEER van de hemelse machten, jullie God. 37  Vraag een profeet liever wat de HEER geantwoord heeft, of wat hij gezegd heeft. 38  Dit zegt de HEER: Als jullie toch over een “last van de HEER” spreken, terwijl ik jullie heb verboden dat te doen, 39  zal ik jullie optillen en van me afwerpen, samen met de stad die ik jullie en je voorouders gegeven heb. 40  Ik breng eeuwige smaad en schande over jullie, die nooit zal worden vergeten.’ (NBV)

Toen Martin Luther King tijdens een beroemde demonstratie sprak over de droom die hij had voor Amerika sprak hij zeer uitdrukkelijk over zijn droom. Die droom had hij niet van God gekregen, die droom had hij omdat hij zijn naasten liefhad als zichzelf. Niet de scheiding tussen mensen van verschillende kleur, niet dat de een zich uitnemender vindt dan de ander, maar dat mensen in vrede samen leven en voor elkaar zorgen. Er worden ons echter ook dromen aangepraat die als gezonden door God worden gebracht. God is met ons want wij zijn beter dan al die anderen. In onze dagen speelt de kleur van onze huid daar weer een rol bij, maar veel vaker zijn het gewoonten die mensen zich aangemeten hebben, of een bepaald geloof dat hen als het enige ware wordt voorgehouden.

Veel voorgangers onderbouwen hun beweringen met het “zo spreekt de Heer” of met “het staat in de Bijbel” Jeremia vertelt dat zijn God dit gebruik van diens naam verwerpt. Nog erger wordt het als de richtlijnen die God heeft gegeven voor de menselijke samenleving als een last worden bestempeld. God moet dan niet alleen die last geven maar ook de kracht om die last te dragen. Het heb uw naaste lief als uzelf is geen last maar een bron van vreugde, een bron van vrede en voorspoed. De profeten en voorgangers die het houden van het verbond met God als een last bestempelen zijn zelf een last, je zou je van hen moeten ontdoen. Volgens Jeremia spreken ze in elk geval niet namens zijn God. Ook Jezus van Nazareth zal veel later benadrukken dat het gaan van zijn weg geen last is, zijn juk is zacht en zijn last is licht.

Wie werkelijk luistert naar de manier waarop in de Bijbel wordt gesproken over het volgen van Gods weg, over het liefhebben van de naaste, over het zorgen voor de weduwe en de wees, over het om gaan met vreemdelingen, zal worden bemoedigd. Het is niet zo moeilijk of zwaar als sommigen het doen voorkomen. Je wordt er niet beter van, dus of je wel genoeg gelooft hangt niet af hoe het met je zelf gaat. Je krijgt er geen langer leven door, of een leven na de dood. Daar ga je namelijk helemaal niet over, dat is een zaak die God zelf uit maakt en waar wij mensen niks van weten, niks van hoeven te weten ook. Je beloning ligt in de verbetering die je brengt in het leven van anderen. In onze dagen zijn het de minsten veraf en dichtbij. Tal van vrijwilligersorganisaties staan te trappelen om vrijwilligers te krijgen die een stukje van onze wereld beter willen maken, leefbaarder voor iedereen. En zij die vertellen dat God dat niet vraagt zullen als Heidenen worden bestempeld en met schande overladen.

Over de profeten.

zondag, 20 augustus, 2017

Jeremia 23:9-24

9 ¶  Over de profeten. ‘Gebroken ben ik, heel mijn lichaam beeft, ik lijk wel dronken, beneveld door wijn-door toedoen van de HEER, door zijn heilige woorden.’ 10  ‘Overal is ontrouw, heel het land zucht onder de vloek, verdroogd is het groen in de woestijn. Ieder vliegt af op het kwaad en vindt zijn kracht in onrecht. 11  Want profeten en priesters zijn verdorven, zelfs in mijn tempel moet ik hun wangedrag aanzien- spreekt de HEER. 12  Daarom zal hun weg een glibberig pad zijn, ze struikelen in het duister, en komen ten val. Als ik met hen afreken, tref ik hen met onheil-spreekt de HEER. 13  Bij Samaria’s profeten zag ik ongehoorde dingen: ze lieten zich door Baäl leiden en misleidden Israël, mijn volk. 14  Bij Jeruzalems profeten zie ik gruwelijke dingen: overspel! leugen op leugen! Zij steunen de boosdoeners, zodat die niet breken met hun kwalijke praktijken. Iedereen is even slecht geworden als de inwoners van Sodom en Gomorra. 15  Daarom-dit zegt de HEER van de hemelse machten over de profeten: Ik geef hun alsem te eten en giftig water te drinken, want de profeten van Jeruzalem hebben heel het land met hun verdorvenheid besmet. 16  Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Luister niet naar wat de profeten jullie verkondigen. Ze geven jullie valse hoop. Hun visioenen zijn hun eigen verzinsels, ze komen niet van de HEER. 17  Tegen hen die mij minachten durven ze te zeggen: “De HEER zegt dat het jullie goed zal gaan.” En tegen ieder die zich door zijn koppige hart laat leiden zeggen ze: “Nee, onheil blijft je bespaard.” 18  Wie het raadsbesluit van de HEER kreeg toevertrouwd, moet zijn woorden in zich opnemen en gehoorzamen. Wie goed naar zijn woorden geluisterd heeft, heeft ze ook begrepen. 19  De HEER zendt een woedende wind, een razende storm treft de verdorvenen. 20  Zijn brandende toorn komt niet tot bedaren voor hij zijn plan geheel heeft uitgevoerd. Eens zullen jullie dat ten volle begrijpen. 21  Ik heb die profeten niet gezonden, toch rennen zij of zij mijn boden waren. Ik heb niet tot hen gesproken, toch spreken zij of zij profeten waren. 22  Hadden ze mijn raadsbesluit vernomen, dan hadden ze mijn volk mijn woorden laten horen, het opgeroepen zijn verdorven levenswandel op te geven, te breken met zijn kwalijke praktijken. 23  Ben ik alleen een God van dichtbij, ben ik niet ook een God van ver? spreekt de HEER. 24  Als iemand zich verbergt, zou ik hem dan niet zien? spreekt de HEER. Ben ik niet overal, in de hemel en op aarde? spreekt de HEER. (NBV)

Er zijn  twee soorten profeten. De een legt alle verantwoordelijkheid bij God. Alles wat je overkomt en alles wat er in je leven gebeurt ligt aan God. Gaat het je goed dan wordt je beloond voor je geloof en gaat het je slecht dan geloof je niet genoeg. De andere profeet legt alle verantwoordelijkheid bij de mens. Als het je goed gaat is het de vraag wat je daar mee doet. Gaat het je niet goed is de vraag of je nog op God blijft vertrouwen. De eerste manier van geloven is de Heidense manier van geloven. De mens is nietig en klein en deugt eigenlijk ook niet en moet dus diep door het stof voor zijn, of haar, God. Fraaie gewaden, plechtige taal, vrome liederen, lange gebeden maken duidelijk hoeveel je gelooft. Het is de verticale manier van geloven. God is boven, hoog verheven en jij bent klein en nietig, aards en aan de aarde gebonden. De tweede manier van geloven is wat Jeremia ziet als de ware manier van geloven. God heeft een verbond gesloten. Jij hebt in dat verbond de taak je naaste lief te hebben als jezelf, dat maakt God pas groot, want God maakt het je mogelijk de naaste lief te hebben.

In Israël was profeet een beroep. Wij kennen profeten alleen uit de boeken die door hen en over hen zijn geschreven. Maar regelmatig kom je in die boeken profeten tegen die voor ons onbekend zijn gebleven. Die profeten hadden kennelijk tot taak het volk duidelijk te maken hoe te handelen in de situatie van alle dag. En daarbij ging het fout. Want de richtlijnen voor een menselijke samenleving die het volk in de woestijn had gekregen golden kennelijk niet meer voor het volk dat afhankelijk was van oogst en vruchtbaarheid van het land. Daar gingen die richtlijnen ook maar gedeeltelijk over. Die richtlijnen schreven voor dat je af en toe een jaar lang de grond met rust te laten. Zoiets als wij boeren beperkingen opleggen om mest uit te rijden omdat het schadelijk is, ook voor het boerenbedrijf. Die richtlijnen waren een mooi ideaal en als God het je eens mogelijk zou maken om ze te houden dan zou dat mooi zijn maar in de praktijk mag je toch ook wel eens van een andere partner genieten, hoef je alle winst die je maakt toch niet weg te geven aan de armen die kennelijk niet hun best hebben gedaan, hoef je toch niet alles over te hebben om zieken te genezen en noem maar op.

God is hoog verheven en ver van het aardse gewoel. Die God moet je op aarde zichtbaar maken, beelden zijn een manier, maar ook mensen die uitzonderlijk presteren kan je als goddelijk beschouwen. Zelf moet je je aan die God overgeven. Ogen dicht en handen gevouwen. God is inderdaad hoog verweven en ver weg. Wij hebben God niet in onze binnenzak, ook al zit er een Bijbel in de binnenzak. Maar die God van ons is een door en door menselijke God. Die God kan het niet hebben dat mensen onrecht wordt aangedaan, dat er niet voor mensen gezorgd wordt die zorg nodig hebben, dat mensen geweld tegen elkaar plegen. Die God is ons dus tegelijk heel nabij. Dat verbond van heb je naaste lief snapt iedereen eigenlijk wel. En als je je ogen open doet dat zie je mensen die aan de kant worden geschoven, de mensen die gehandicapt zijn, die niet zo slim zijn, die een andere afkomst hebben als de meerderheid, die geloven of anders geloven als de meesten. God roept ons volgens Jeremia op te houden met al dat uiterlijke religieuze vertoon maar ons weer te richten op onze naaste en die te behandelen zoals we zelf behandeld zouden willen worden. Daar kunnen we elk moment weer opnieuw mee beginnen.

Jullie hebben mijn schapen verjaagd

zaterdag, 19 augustus, 2017

Jeremia 22:24–23:8

24  Zo waar ik leef-spreekt de HEER -,ook al droeg ik jou, koning Jechonja van Juda, zoon van Jojakim, als een zegelring aan mijn rechterhand, ik zou je ervan afrukken. 25  Ik lever je uit aan hen die je naar het leven staan, aan de mensen voor wie je zo bang bent: koning Nebukadnessar van Babylonië en de Chaldeeën. 26  Ik werp je weg, samen met je moeder, samen met haar die jou ter wereld bracht. Jullie worden weggevoerd naar een land waar jullie niet geboren zijn en daar zullen jullie sterven. 27  Hoezeer jullie ook verlangen om naar dit land terug te keren, dat zal niet gebeuren. 28  Is Jechonja soms een afgedankte, stukgeslagen pot, is deze man een kruik die nergens meer toe dient? Waarom worden hij en zijn kinderen weggeworpen, verdreven naar een onbekend land? 29   Land, o land, luister naar de woorden van de HEER ! 30  Dit zegt de HEER: Stel deze man als kinderloos te boek, schrijf dat zijn leven mislukt is, want geen van zijn nakomelingen zal ooit op Davids troon zitten en over Juda regeren. 1 ¶  Wee de herders die de schapen van mijn weiden in het verderf storten en laten verdwalen-spreekt de HEER. 2  Daarom-dit zegt de HEER, de God van Israël, tegen de herders die mijn volk weiden: Jullie hebben mijn schapen verjaagd en laten verdwalen, en jullie zijn ze niet gaan zoeken. Daarom ga ik jullie zoeken: ik zal jullie straffen voor je kwalijke praktijken-spreekt de HEER. 3  Wat er nog van de schapen over is, zal ik bijeenbrengen uit alle landen waarheen ik ze verjaagd heb. Ik breng ze terug naar hun weide, ze zullen vruchtbaar zijn en in aantal toenemen. 4  Ik zal herders over ze aanstellen die ze zo zullen hoeden dat ze geen angst meer kennen en er niet één meer zal worden gemist-spreekt de HEER. 5  De dag zal komen-spreekt de HEER dat ik aan Davids stam een rechtmatige telg laat ontspruiten, die als koning een wijs beleid zal voeren en die in het land recht en gerechtigheid zal handhaven. 6  Dan wordt Juda verlost en zal Israël in vrede leven. Zijn naam zal zijn “De HEER is onze gerechtigheid.” 7  Daarom, de dag zal komen-spreekt de HEER dat er niet meer wordt gezegd: “Zo waar de HEER leeft, die het volk van Israël uit Egypte heeft bevrijd,” 8  maar: “Zo waar de HEER leeft, die de nakomelingen van Israël uit het land van het Noorden heeft bevrijd en uit de andere landen waarheen hij hen verbannen had.” Dan zullen ze weer in hun eigen land wonen.’ (NBV)

Zo’n Koning vindt zichzelf altijd heel wat. En in onze dagen zijn de bestuursvoorzitters bij grote bedrijven, de CEO’s ook van die koningen in hun eigen koninkrijk. Ze bouwen aan hun rijk en de welvaart daarvan, alleen niet voor de bouwvakkers in hun bedrijf, daar mogen de lonen achterblijven. Als ze vertrekken krijgen ze een hoop geld mee. En de koningen van een land wijzen ook graag op de kinderen die hen opvolgen. Zorgvuldig voorbereid op de taak die hen te wachten staat. En een koning die alleen om zichzelf denkt? Die winst behaald over de ruggen van anderen. Of alleen om uiterlijk vertoon geeft? Van dergelijke koningen blijft maar weinig over zegt Jeremia ons vandaag. Het zijn kruiken die nergens toe dienen. Hol en leeg en snel stukgegooid.

Als je echt op David’s troon wil zitten, horen bij het huis van Oranje, een Nederlandse held wil zijn, dan zijn er andere zaken aan de orde. Dan gaat het niet meer om je eigen positie en inkomen. Dan gaat het niet meer om het uiterlijk vertoon. Dan rust je niet voordat onrecht en geweld de wereld uit zijn. Dan let je voortdurend op dat er zorg is voor iedereen die zorg nodig heeft, als het even kan lijden dan draag je daar graag aan bij. En als je de baas bent in een onderneming dan zorg je er voor dat  al die mensen die mee vorm geven aan de winst en de continuïteit van je bedrijf net zo beloond worden als je zelf. Dat zal ze motiveren het nog beter te gaan doen en zal er ook voor zorgen dat ze zwakke plekken van elkaar opvangen en opvullen.

Mooi is dat altijd als het over herders gaat. Herders die de schapen in de steek laten en herders die het volk terugbrengen naar het land overvloeiende van melk en honing. Jezus noemde zich de Goede Herder en in Psalm 23 zong de herder koning David over het dal van diepe duisternis waar de stok en de staf van God tot steun zijn. Wij kennen de herders alleen nog van de Grote Stille Heide of misschien van de schrijver Eelke de Jong die lang herder is geweest. Maar de Bijbel heeft het over ons. Horen we bij de herder, die de kudde schapen naar grazige weiden brengt, de sterke schapen maar vooral ook de zwakke schapen, die hebben extra aandacht nodig. Die herder verdedigt de kudde tegen vijanden. Die herder is geen baas van de kudde maar dienaar van de kudde. Of horen we bij herders als Jechonja, die alleen en vooral aan zichzelf denken. Zichzelf tot hun recht laten komen door anderen onrecht aan te doen. We hebben ook vandaag weer de keus.

 

Niemand zal een klaaglied zingen

vrijdag, 18 augustus, 2017

Jeremia 22:10-23

10 ¶  Treur niet om een dode, weeklaag niet om hem. Treur liever om hem die verbannen werd: hij ziet zijn geboorteland niet terug.  11  Dit zegt de HEER over koning Sallum van Juda, die zijn vader Josia is opgevolgd: Hij heeft deze stad verlaten en zal niet meer terugkeren. 12  Sallum zal sterven in het land waarheen hij verbannen werd; dit land zal hij niet terugzien. 13  Wee hem die zijn huis op onrechtvaardigheid bouwt, die de bovenvertrekken met onrecht schraagt, die anderen voor zich laat werken maar hun geen loon betaalt,  14  die zegt: “Ik bouw voor mezelf een indrukwekkend paleis, met ruime bovenvertrekken, vol vensters, bekleed met cederhout, prachtig rood geverfd.” 15  Ben je koning door de pracht van je cederhout? Je vader had aan niets gebrek. Recht en gerechtigheid handhaafde hij-en hij leefde in voorspoed. 16  Hij beschermde het recht van armen en behoeftigen-en hij leefde in voorspoed. Is dat niet: mij kennen? -spreekt de HEER. 17  Maar jouw ogen en jouw hart zijn slechts op eigen voordeel gericht, op onschuldig bloed vergieten, op afpersen en uitbuiten. 18  Daarom-dit zegt de HEER over koning Jojakim van Juda, zoon van Josia: Niemand zal een klaaglied zingen: “Ach mijn broer, ach mijn zuster.” Niemand klaagt: “Ach heer, ach majesteit.” 19  Als een ezel wordt hij uitgedragen,  weggesleept en weggegooid, ver buiten de poorten van Jeruzalem. 20 ¶  Beklim de Libanon en schreeuw het uit, verhef je stem in Basan, schreeuw het uit vanaf de Abarim, want al je minnaars zijn verslagen. 21  Ik sprak tot jou toen jij je veilig waande, maar je zei: “Ik luister niet.” Zo ben je al vanaf je jeugd, nooit heb je naar mij geluisterd. 22  De wind zal al je herders hoeden, al je minnaars gaan in ballingschap. Ja, dan word je beschaamd en sta je te schande vanwege je kwalijke praktijken. 23  Jij die zetelt op de Libanon, in cederbomen nestelt, wat zul je zuchten en kreunen, zoals een vrouw in barensnood. (NBV)

Sallum, de prinsennaam van Koning Joachaz. Hij was de tweede zoon van Josia, die koning was gesneuveld in een slag met Egypte. Josia was een vrome koning geweest. Hij had bij de restauratie van de Tempel weer de richtlijnen uit de Tora terug gevonden. Die richtlijnen had hij proberen in te voeren. Hij beschermde het recht van armen en behoeftigen wordt er over hem gezegd. En als de koopkracht toeneemt groeit de economie en vallen ook de belastingopbrengsten mee. Die koning leefde dan ook in voorspoed. De dood van Koning Josia had diepe indruk op het volk geweest. Liederen werden gezongen, rouwbijeenkomsten werden gehouden, offers werden gebracht, het weeklagen was niet van de lucht. Hou er maar mee op zegt Jeremia, er zijn veel ernstiger problemen.

Joachaz, die Sallum dus, was ontboden bij de Koning van Egypte. Hij zou nooit meer terugkomen, het zou zijn dood worden. Al die politieke spelletjes met wereldmachten leverden het volk Israël alleen maar ellende op. De regering van Joachaz was al binnen enkele maanden in het tegendeel verkeerd van zijn vader Josia. Sallum had zijn huis op onrecht gebouwd, niks bescherming van de armen, die hadden hun armoede aan zichzelf te danken en daar konden de rijken toch niet het slachtoffer van worden. Als ze geen belasting konden betalen moesten ze maar zogenaamde herendiensten verrichten. Werk voor de koning waarvoor geen loon werd betaald. De dood van Joachaz zal dus weinig rouw in het volk te weeg brengen.

Recht en gerechtigheid daar draaide het dus om. Daar draait het nog steeds om. De beloningen voor managers en bestuurders van grote bedrijven zijn fors gestegen de afgelopen paar jaar. Toch wordt vastgesteld dat ondanks de ruime groei van de economie de lonen niet echt veel stijgen. De verhoudingen worden daardoor scheef getrokken en er wordt een rem op de economische groei gezet doordat de binnenlandse vraag onvoldoende stijgt. De Bijbel heeft dus ook direct met onze economie te maken. Het recht van de armen en behoeftigen beschermen, mensen tot hun recht laten komen, levert voorspoed op. Meedoen met machtspelletjes van de wereldmachten levert uiteindelijk dood en ellende op. We kunnen straks onze nieuwe regering er op afrekenen. Het is te hopen dat zij de verhalen over Josia en zijn zoon Sallum, troonsopvolger Joachaz, goed tot zich door laten dringen. Wij kunnen er vandaag mee beginnen door voor onze naasten te zorgen zoals we zouden willen dat voor ons gezorgd wordt.

 

Handhaaf recht en gerechtigheid

donderdag, 17 augustus, 2017

Jeremia 21:11–22:9

11-12 Over het koningshuis van Juda. ‘Luister naar de woorden van de HEER, huis van David! Dit zegt de HEER: Handhaaf het recht elke dag, red wie beroofd werd uit de handen van zijn onderdrukker. Anders slaat mijn toorn uit als een vuur, een brand die niet te blussen is, vanwege jullie kwalijke praktijken. 13  Jeruzalem, ik zal je straffen-spreekt de HEER -,jij die in een vallei gelegen bent, op geëffende rotsen gebouwd. Je inwoners denken: wie zou ons kunnen aanvallen, wie zou onze huizen kunnen binnendringen? 14  Ik ben het die je straffen zal, ik geef jou je verdiende loon-spreekt de HEER. Ik steek je cederhouten zuilen in brand, heel de stad wordt door het vuur verteerd.’ 1 ¶  Dit zei de HEER: ‘Ga naar het paleis van de koning van Juda en breng hem deze boodschap: 2  Luister naar de woorden van de HEER, koning van Juda. U die op de troon van David zit, luister, samen met uw hovelingen en uw onderdanen, die door deze poorten naar binnen gaan. 3  Dit zegt de HEER: Handhaaf recht en gerechtigheid, red wie beroofd werd uit de handen van zijn onderdrukker, buit vreemdelingen, weduwen en wezen niet uit, pleeg geen geweld tegen hen, vergiet in deze stad geen onschuldig bloed. 4  Nemen jullie dit alles in acht, dan zullen Davids troonopvolgers door de poorten van dit paleis gaan, gezeten op paarden of rijdend op wagens, vergezeld van hun hovelingen en hun volk. 5  Maar als jullie niet naar deze woorden luisteren, dan zweer ik bij mijn eigen naam dat dit paleis in puin zal vallen-spreekt de HEER. 6  Dit zegt de HEER tegen het paleis van de koning van Juda: Ik zie in jou de bossen van Gilead, de toppen van de Libanon. Maar ik maak je tot een woestijn, tot een uitgestorven stad. 7  Ik stuur slopers met bijlen op je af, ze hakken je mooiste cederhout aan stukken, ze geven het prijs aan het vuur. 8  Dan zullen vele volken langs deze stad trekken en vragen: “Waarom heeft de HEER deze machtige stad zo zwaar getroffen?”9  En het antwoord zal zijn: Ze hebben het verbond met de HEER, hun God, verbroken, ze hebben neergeknield voor andere goden en die vereerd. (NBV)

Als wij het hebben over het huis van Oranje dan hebben we het niet alleen over Willem Alexander maar ook over zijn moeder, zijn oom Pieter en tante Margriet en hun kinderen, maar ook over zijn moeder, grootmoeder en eigenlijk alle Oranje’s tot aan Willem van Oranje toe. Zo wordt in de Bijbel over het huis van David gesproken. Zijn afstammelingen regeerden over Juda. Maar door  die koning die aan de beurt was aan te spreken als een lid van het huis van David wordt de koning direct herinnert aan de koning waarvan werd gezegd dat die naar Gods hart was. Privé was die koning niet altijd een brave jongen geweest maar voor het volk was hij een zegen geworden. Hij had de vijanden van Israël niet alleen overwonnen maar door soldaten te legeren in de steden die hij had overwonnen had hij ook vrede gebracht. En in vrede bloeit de gerechtigheid. Onder David werden mensen weer recht gedaan.

Jeremia vindt het tijd worden om de koning te waarschuwen. Er moet recht gedaan worden, opgekomen worden voor de mensen in Juda die al te lijden hebben onder de wereldmachten die Jeruzalem belegeren, die Samaria al hebben verwoest en onder hun heerschappij hebben gebracht. In Jeruzalem wordt er maar gemakkelijk gedacht over de gevaren die de stad bedreigen. Een stad waar de Tempel van de God van Israël staat, toch de grootste God die er bestaat, die stad kan je toch niet binnenvallen en met militaire macht veroveren? Maar het gaat niet om uiterlijk vertoon, niet om de fraaie kleren van de priesters, niet om het aantal offers. Het gaat om recht en gerechtigheid om opkomen voor de minsten. Dan zullen de vijandige volken wel uitkijken om Jeruzalem binnen te vallen. Dat verbond met de God van Israël om de naaste lief te hebben als jezelf, om recht te doen aan de weduwen en de wees, aan de armen en de vreemdelingen moet zichtbaar zijn in het leven van alle dag. Anders is er geen leven meer.

Wat hebben wij er nu aan? Wie spreekt over het huis van Oranje spreekt over de eerste stadhouder die als Prins van Oranje over de Nederlanden was aangesteld. Het was een tijd vol van oorlog en strijd. Het ging over macht, over belastingen, ook voor de armen, en over het geloof. Tegen de onderdrukking die gebruikt werd om het volk in een bepaalde religieuze overtuiging te dwingen en het mogelijk te maken dat volk belastingen op te leggen kwamen velen in opstand. De prins van Oranje nam de leiding over die opstand. En hij schreef een verdediging waarin hij pleitte voor tolerantie, voor vrijheid van geweten en de zorg voor de armsten in het land. Daar herinneren wij Willem Alexander aan. Maar we hebben toch de democratie? We hebben toch vrijheid van meningsuiting, als we een mening uiten mag ook niemand het daarmee oneens zijn. De democratie kan ook tot onvrijheid leiden, kan tot onrecht leiden. Nu al kunnen de armen nauwelijks een beroep op een rechter doen. Het is dus ook aan de koning om de tolerantie, de vrijheid van geweten, de gelijkheid van alle ingezetenen voor de wet krachtig te verdedigen. Daarmee mogen we hem elke dag helpen, ook vandaag.

 

Waaraan mensen en dieren zullen sterven.

woensdag, 16 augustus, 2017

Jeremia 21:1-10

1 ¶  De HEER richtte zich tot Jeremia, nadat koning Sedekia Paschur, de zoon van Malkia, en de priester Sefanja, de zoon van Maäseja, naar hem toe gestuurd had. Ze zeiden tegen Jeremia: 2  ‘Nu koning Nebukadnessar van Babylonië ons aanvalt, willen wij u vragen de HEER voor ons te raadplegen. Misschien zal hij opnieuw wonderdaden verrichten en zal de vijand het beleg opbreken.’ 3  Jeremia antwoordde: ‘Zeg tegen Sedekia het volgende: 4  Dit zegt de HEER, de God van Israël: Ik zal jullie dwingen je niet langer buiten, maar binnen de muren van de stad tegen de koning van Babylonië en de Chaldeeën te verdedigen. 5  Ikzelf zal met krachtige, sterke hand tegen jullie strijden, vervuld van grote woede en toorn. 6  Ik zal deze stad treffen met een verschrikkelijke pest, waaraan mensen en dieren zullen sterven. 7  En dan-spreekt de HEER lever ik koning Sedekia van Juda, zijn hof en allen die in deze stad de pest, het zwaard en de honger hebben overleefd, uit aan koning Nebukadnessar van Babylonië, aan hun vijanden, die hun naar het leven staan. Hij zal hen aan het zwaard rijgen en niemand sparen; hij zal onverbiddelijk zijn en geen medelijden hebben.’ 8 ¶  De HEER sprak: ‘Zeg tegen dit volk: Dit zegt de HEER: Ik geef jullie de keuze tussen leven en dood. 9  Wie hier blijft zal sterven door het zwaard, de honger of de pest, maar wie de stad verlaat en zich overgeeft aan de Chaldese belegeraars zal zijn leven behouden. 10  Want ik heb mij tegen deze stad gekeerd: ik zal haar niet redden, maar ten onder laten gaan-spreekt de HEER. Ze zal de koning van Babylonië in handen vallen en hij zal haar in vlammen doen opgaan.’ (NBV)

Er staan in de Bijbel van die zinnen die je vroeger van je moeder niet mocht zeggen. “Krijg de pest, pokken en de kleren” was er zo een. Waarbij voor die kleren dan de cholera moest worden gehoord. Het kwam bij je op als je heel kwaad was, vaak ook als je je onrechtvaardig behandeld voelde. Nu spreekt God via de mond van Jeremia bijna dezelfde woorden. Ook hier gaat het over de pest. Hier gaat het ook over oorlog. Israël zal onder de voet worden gelopen. Dat zal burgerslachtoffers vragen. Er zal niks meer te eten zijn. De overlevenden zullen als slaven worden weggevoerd. De stad zal in vlammen opgaan. Het is een reactie die je niet direct zal verwachten. Onophoudelijk had Jeremia opgeroepen niet te vertrouwen op eigen kracht, op bondgenoten of op zelfgemaakte goden van zilver en goud.

Nu komen de hoogste priesters van de Tempel in Jeruzalem de hulp van de God van Israël inroepen. Is dat niet wat Jeremia heeft gevraagd? Niet echt natuurlijk. Die priesters vragen wel wat van God, maar voor hun is die god één uit velen en als je hulp zoekt is het altijd goed niemand van de mogelijke hulpverlenenden over te slaan. Wat ze zelf over hebben voor de hulp van God wordt niet gezegd. Zullen ze afgoden afzweren? Zullen ze de bondgenootschappen met afgodendienaars opzeggen? De vraag die dit gedeelte van de Bijbel aan ons stelt is of we ons wel altijd bewust zijn van wat “bekering” betekent. Het betekent volgens Jeremia dus niet dat je God of Jezus in je hart moet sluiten, hard roepen dat God groot is en dat het bloed van Jezus je gereinigd heeft.

Dat is wat God is en doet, maar wat doe jij? Voed jij nu de hongerigen? Troost je de bedroefden? Kleed je de naakten? Verwelkom jij de vreemdelingen als je familie? Zorg jij voor de zieken? Zet jij de minsten in de samenleving voorop? Vraag jij je niet meer af of God of Jezus wel gediend worden maar of mensen tot hun recht komen? Pas als je in je leven de weg van God gaat volgen dan doet God iets terug. Dan zie je vreugde, in de ogen van wie je helpt, dan heb je bondgenoten bij het tot hun recht laten komen van mensen die geen recht vinden. Dan merk je dat jouw heil en redding niet liggen in uiterlijk vertoon maar in de hulp die jij God kan bieden. Het is geen voor wat hoort wat, maar wat je doet doe je uit dankbaarheid voor alles wat er gegeven is aan goeds, ook vandaag weer.

Ik word mishandeld, onderdrukt!

dinsdag, 15 augustus, 2017

Jeremia 20:7-18

7 ¶  ‘HEER, u hebt mij verleid, en ik ben bezweken, u was te sterk voor mij en hebt mij in uw greep gekregen. Dag in dag uit lachen ze om mij, iedereen bespot mij. 8  Telkens als ik spreek, moet ik schreeuwen: “Ik word mishandeld, onderdrukt!” Want de woorden van de HEER brengen mij dag in dag uit schande en vernedering. 9  Als ik denk: Ik wil hem niet meer noemen, niet meer spreken in zijn naam, dan laait er in mijn hart een vuur op, dan brandt het in mijn gebeente. Ik doe moeite om het in bedwang te houden, maar ik kan het niet. 10  Want de mensen bauwen mij na: “Overal paniek! Overal paniek! Roep het, dan vertellen wij het verder.” Al mijn vrienden zijn uit op mijn val: “Misschien laat hij zich verleiden, dan krijgen wij hem in onze greep, dan wreken wij ons op hem.” 11  Maar de HEER staat mij ter zijde als een machtig krijgsman. Daarom komen mijn belagers ten val, ze krijgen mij niet in hun greep. Ze zullen diep worden beschaamd, ze zullen hun doel niet bereiken. Ze worden overladen met eeuwige schande, nooit zal die worden vergeten. 12  HEER van de hemelse machten, die alles rechtvaardig onderzoekt, die hart en nieren doorgrondt, laat mij zien dat u zich op hen wreekt. U leg ik mijn zaak voor. 13  Zing voor de HEER, loof de HEER, want hij heeft het leven van de arme uit de handen van boosdoeners gered.14 ¶  Vervloekt is de dag waarop ik ben geboren, de dag waarop mijn moeder mij baarde. Die dag mag niet gezegend zijn. 15  Vervloekt is de man die mijn vader het goede nieuws bracht, en riep: “U hebt een kind, een jongen!” 16  Het zal die man vergaan als de steden die de HEER meedogenloos verwoestte. Hij hoort kreten om hulp in de morgen, krijgsgeschreeuw op het middaguur. 17  Had hij me maar in de schoot gedood, dan was mijn moeder mijn graf geworden, dan was haar schoot voor altijd zwanger gebleven. 18  Waarom moest ik de moederschoot verlaten? Ik heb alleen maar verdriet en pijn, ik slijt mijn dagen in schande.’(NBV)

Veel christenen uit China zullen direct met deze klacht uit het boek van de profeet Jeremia mee kunnen voelen. Ze willen zo graag vrijuit over de boodschap van Jeremia en het Evangelie van Jezus van Nazareth spreken maar dat mag alleen binnen de kaders die door de communistische partij van China zijn gesteld. Zo maar Bijbels invoeren om hen te helpen gaat dus ook niet. In China zijn Bijbels te koop in door de staat goedgekeurde winkels. Zo maar en in vrijheid kennis nemen van die boodschap gaat daar niet. Veel Christenen daar zeggen dan ook dat de woorden van de Heer hen dag in dag uit in schande en vernedering brengen. Zij lopen niet alleen aan tegen de opvatting dat de partij de leiding moet hebben in het vormgeven van de samenleving maar ook tegen een geschiedenis van uitbuiting en slavernij die met de Bijbel in de hand eeuwenlang is goedgepraat.

Niet het “heb Uw naaste lief als Uzelf”, klonk daarbij, maar de adviezen die bijvoorbeeld de vrienden van Job aan hem gaven om de schuld van het lijden bij zichzelf te zoeken en te aanvaarden wat God op zijn weg had gezonden. Job verzette zich daartegen net zoals de schrijver van dit gedeelte uit het boek van de profeet Jeremia zich daartegen verzet. Hij wil wel stoppen met zijn oproepen tot het volk maar hij kan het niet, het brand in zijn binnenste. In zijn tijd werd het land Israel bedreigd door de grote mogendheden van toen. De Koning van Israel zocht bondgenoten maar zocht die bondgenoten bij de zwakste van de grote mogendheden. Uiteindelijk werd daardoor de val van Israel bespoedigd. Profeten riepen op om het bondgenootschap bij God te zoeken. Als je een samenleving zou weten op te bouwen waar niet geld en bezit, macht en aanzien, het belangrijkste zouden zijn maar delen en zorg voor de zwaksten, dan zou dat land helemaal niet aantrekkelijk zijn om aan te vallen en te bezetten.

Stel je voor dat soldaten niet als vijanden maar als broeders zouden worden behandeld, dan zouden ze ongeschikt worden om te vechten. In 1968 zag Rusland zich genoodzaakt troepen uit Praag terug te trekken omdat de opstandige studenten daar met de soldaten in discussie gingen. Dat bracht de soldaten in verwarring. Ze stuurden toen soldaten uit Siberië die nauwelijks of geen Russisch kenden. Maar onheilsboodschappen horen mensen niet graag. In de dagen van Jeremia niet over de naderende bezetting, in onze dagen niet over klimaatverandering. De vervloeking tegen de dag dat je geboren bent kennen we ook uit het boek Job. Daar was de wanhoop over het persoonlijke leed dat de rechtvaardige ten onrechte was aangedaan. Hier klinkt de wanhoop over de hardhorendheid van het volk. In beide gevallen is het beroep op de onvoorwaardelijke Liefde, de Goddelijke liefde, de enige uitweg. Bouwen wij na of bouwen we op is dus de vraag aan ons.

Ze zullen alles buitmaken

maandag, 14 augustus, 2017

Jeremia 20:1-6

1 ¶  Toen de priester Paschur, de zoon van Immer, hoofdopzichter van de tempel, Jeremia dit hoorde profeteren, 2  liet hij de profeet stokslagen geven en hem in de hoge Benjaminpoort bij de tempel in het blok sluiten. 3  Toen Paschur hem de volgende dag uit het blok haalde, zei Jeremia tegen hem: ‘De HEER noemt jou niet langer Paschur, maar Magor-Missabib. 4  Want dit zegt de HEER: Ik maak jou voor jezelf en je vrienden tot een bron van paniek; zij zullen door hun vijanden worden omgebracht en jij zult het moeten aanzien. Ik lever alle Judeeërs uit aan de koning van Babylonië; hij zal hen naar Babel wegvoeren of hen ombrengen. 5  De voorraden van deze stad, de bezittingen en kostbaarheden, en de schatten van de koningen van Juda geef ik hun vijanden in handen. Ze zullen alles buitmaken en meevoeren naar Babel. 6  Ook jij, Paschur, zult samen met heel je familie in ballingschap gaan. Je zult worden weggevoerd naar Babel; daar zul je sterven en worden begraven, samen met al je vrienden, tegen wie je leugens hebt geprofeteerd.’ (NBV)

We hebben altijd te maken met machthebbers die niet willen erkennen dat de samenleving de verkeerde kant op kan gaan. Ze houden elke verandering tegen. In onze dagen hebben we de zogenaamde klimaatsceptici die zo ongeveer alle geleerden en de meeste regeringen voor gek verklaren als die hen voorhouden dat ons klimaat zo aan het veranderen is dat het op den duur onleefbaar wordt. Net zo min als profeten de toekomst voorspelden, voorspellen die wetenschappers iets over het klimaat. Ze rekenen uit op basis van harde gegevens waar het met onze aarde heen gaat als we gewoon door gaan. Die wetenschappers zijn niet anders dan de profeten als Jeremia die op basis van harde gegevens over afgoderij en machtsverhoudingen het volk had opgeroepen hun gedrag te veranderen.

Jeremia had te maken met de ordehandhavers. Die priester Paschur was verantwoordelijk voor de orde rond te Tempel. Het volk mocht onder geen beding onrustig gemaakt worden. Ze zouden eens gaan twijfelen aan het nut van het offeren en het belang van de dienst door de Priesters. Hun hele bestaan zou in elkaar vallen. De oproepen van Jeremia om de dienst aan de God van Israël te veranderen en daarmee de hele afgodendienst waren in zijn ogen een rechtstreekse aanval op de bestaande maatschappelijke orde. Politiek hoort immers niet thuis in een religieus gebedshuis. Jeremia werd dan ook gevangen gezet, het zwijgen opgelegd. Jeremia werd in het blok gesloten. Wij kennen dat niet meer maar het was een uiterst wrede marteling. Handen en voeten werden zo vastgezet dat je in gebogen houding aan het blok hing. Een paar uur gaat nog, zeer pijnlijk overigens, maar een hele nacht is pure wreedheid.

En helpt het? Slaat Jeremia schuw en bang voor meer pijn op de vlucht en staakt hij zijn verontrustende werk? Integendeel. Jeremia verteld de Priester dat hij aangezien zal worden voor de oorzaak van het leed dat het volk zal overkomen. Magor-Missasib betekent iets als schrik-van-rondom. Hij wordt de bron van paniek. Zijn vrienden hebben zich door hem zo in slaap laten sussen dat ze niet weten waar ze het zoeken moeten. Ze worden dan ook door de vijand onder de voet gelopen en gedood. Het volk zal in ballingschap worden weggevoerd. Alle rijkdom die door Paschur en de zijnen wordt vergaard en beschermd valt toe aan de vijand. Paschur zal in ballingschap sterven en niet bij de Tempel worden begraven. Bij ons wordt een groot deel van de aarde onleefbaar als we doorgaan met vervuilen en verspillen. Wij moeten dus leren op te staan tegen de klimaatsceptici zoals Jeremia opstond tegen de priesterklasse van zijn tijd.

 

Zoals iemand een kruik aan stukken slaat

zondag, 13 augustus, 2017

Jeremia 19:1-15

1-2 Dit zei de HEER: ‘Koop een aarden kruik en ga met enkele oudsten van het volk en van de priesters de stad uit. Ga naar het Hinnomdal bij de Schervenpoort en verkondig daar wat ik je zeg: 3  Luister naar de woorden van de HEER, koningen van Juda en inwoners van Jeruzalem. Dit zegt de HEER van de hemelse machten, de God van Israël: Ik zal zulk onheil over deze stad brengen dat de oren van wie ervan hoort zullen tuiten. 4  Want ze hebben mij verlaten, ze hebben deze plaats geschonden en er wierook gebrand ter ere van andere goden, die zij, hun voorouders en de koningen van Juda nooit hebben gekend. Ze hebben deze plaats doen druipen van onschuldig bloed 5  en er offerplaatsen gebouwd om hun kinderen als offer voor Baäl te verbranden. Dat heb ik nooit geboden, nooit gezegd en nooit gewild. 6  Daarom, de dag zal komen-spreekt de HEER dat deze plaats niet meer Tofet of Hinnomdal wordt genoemd, maar Moorddal. 7  Daar breek ik de plannen van Juda en Jeruzalem stuk, ik laat hen ombrengen door hun vijanden, door allen die hun naar het leven staan. De lijken van dit volk geef ik als prooi aan roofvogels en wilde dieren. 8  Ik maak van deze stad een voorwerp van spot en ontzetting. Ieder die er komt zal huiveren om het onheil dat haar getroffen heeft, ieder zal de adem in de keel stokken. 9  Ik laat de mensen het vlees van hun eigen zonen en dochters eten; men zal elkaars vlees eten, zo’n gebrek zal er zijn, tot zo grote wanhoop zal de vijand die hun naar het leven staat, hen gedurende het beleg drijven. 10 ¶  Sla in aanwezigheid van de mannen die je vergezellen de kruik stuk 11  en zeg tegen hen: Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Zo zal ik dit volk en deze stad stukslaan. Zoals iemand een kruik aan stukken slaat, zo zal ik Tofet treffen-onherstelbaar. Omdat er nergens anders plaats meer is, zullen ze hun doden zelfs in dit dal begraven.12-13 En met de stad en haar inwoners zal ik hetzelfde doen-spreekt de HEER. De huizen van Jeruzalem en de paleizen van de koningen van Juda, ja alle huizen waar men op de daken wierook heeft gebrand voor het sterrenleger aan de hemel en wijnoffers heeft gebracht aan andere goden, worden zo onrein als Tofet.’14  En Jeremia ging vanuit Tofet, waar de HEER hem naartoe gezonden had om te profeteren, naar de voorhof van de tempel en zei tegen de aanwezigen: 15  ‘Dit zegt de HEER van de hemelse machten, de God van Israël: Ik breng over deze stad en de omliggende steden al het onheil dat ik aangekondigd heb, want de inwoners weigeren hardnekkig naar mijn waarschuwingen te luisteren.’ (NBV)

In de jaren 20 van de vorige eeuw ontstond in Amerika de georganiseerde misdaad. Kinderen en kleinkinderen van emigranten, vooral afkomstig uit Italië, vormden misdaadbenden die zich ontwikkelden tot wat later de Mafia is gaan heten. Hoe kwam het toch dat in het land van de onbegrensde mogelijkheden, waar democratie heerste, waar recht en gerechtigheid heerste, waar volgens de overlevering niemand arm hoefde te zijn zulke gewelddadige intens misdadige organisaties konden groeien. Amerika zou Amerika niet zijn als daar in de loop van de jaren niet diepgaand naar is gestudeerd. De resultaten van die studies waaiden in de jaren 50 van de vorige eeuw naar Nederland over. Ook hier waren er mensen die er lessen uit wilden trekken want men had in Amerika ontdekt dat samenlevingen niet vanzelf ontstonden.

Daar moest je leiding aan geven en daar moest je vorm aan geven. Of je moest eeuwen wachten en oorlog en ellende voor lief nemen. Nu kwam er na de tweede wereldoorlog een beweging op gang waarbij er hier steeds minder mensen op het platteland gingen wonen en steeds meer mensen in steden. In die naoorlogse wijken moest de samenleving dus opgebouwd worden. In de jaren 60 en 70 werd die noodzaak nog groter toen er zogenaamde gastarbeiders werden aangetrokken om het tekort op onze arbeidsmarkt aan te vullen. Een hele beweging van opbouwwerkers ging aan de slag en vaak met succes. Maar toen in de jaren 80 CDA en  VVD samen aan de macht kwamen werd al hun werk wegbezuinigd. Samen moest maar vanzelf gaan.

Waarom zitten we dan nu met spanningen tussen bevolkingsgroepen? Met groepen jongeren die ontsporen? Het antwoord zit nog steeds in die Amerikaanse studies, maar het is gegaan als met de kruik van Jeremia, door onverschilligheid en het najagen van eigenbelang, winst, profijt en uiterlijk  vertoon, is de kruik te barsten gegaan, kapot geslagen door politici die eerder lastenverlichting dan samenlevingsopbouw willen. We krijgen wat we oogsten roept Jeremia. Het mag dan lang geleden zijn dat hij dat riep, hij heeft ook vandaag nog gelijk. In onze dagen is er zo bezuinigd op de jeugdzorg dat er kinderen aan dood gaan Het opbouwen van een echte samenleving vergt ons aller inzet. Als je er niet mee bezig bent moet je misschien dit weekeinde nog beginnen.

Mag goed met kwaad worden vergolden?

zaterdag, 12 augustus, 2017

Jeremia 18:13-23

13  Dit zegt de HEER: Vraag aan alle volken: Wie heeft zoiets ooit gehoord? Wat Israël heeft gedaan-afschuwelijk! 14  Verdwijnt de sneeuw ooit van de rotsen van de Libanon? Droogt koud en stromend water uit een verre bron ooit op? 15  Maar mijn volk is mij vergeten, het brandt wierook voor nietswaardige goden, die het lieten struikelen op van oudsher vertrouwde wegen, het op ongebaande paden lieten gaan. 16  Zo werd het land een woestenij, een voorwerp van blijvende afschuw. Ieder die voorbijkomt huivert, schudt vol ontzetting het hoofd. 17  Als de oostenwind zal ik het volk verstrooien, ik jaag het voor zijn vijand uit. Op de dag dat het ten onder gaat keer ik het de rug toe, wend ik mij af.’ 18 ¶  ‘Ze zeiden: “Laten we iets tegen Jeremia ondernemen. Want het onderricht van onze priesters, de raad van onze wijzen, de verkondiging van onze profeten zullen allerminst verdwijnen. Kom, we brengen hem in opspraak, we schenken aan zijn woorden niet langer gehoor.” 19  HEER, luister naar mij, hoor de plannen van mijn tegenstanders. 20  Mag goed met kwaad worden vergolden? Een kuil hebben ze voor mij gegraven-en dat terwijl ik voor u stond om voor hen te pleiten, om uw toorn van hen af te wenden. 21  Geef daarom hun kinderen prijs aan de honger, lever ze uit aan het zwaard. Beroof hun vrouwen van hun man en kinderen, laat hun mannen sterven door de pest, hun jongens vallen in de oorlog. 22  Laat gejammer uit hun huizen klinken, omdat u onverhoeds een bende op hen afstuurt. Want zij hebben een kuil gegraven om mij te vangen, zij hebben een strik op mijn pad gezet. 23  HEER, u kent hun moorddadige plannen tegen mij. Dek hun misdaden niet toe, wis hun zonden niet uit. Laat hen voor uw ogen bezwijken, reken met hen af als uw toorn losbreekt.’ (NBV)

Die arme Jeremia. Slooft hij zich uit om het volk weer bij de les te krijgen, bij de dienst in de Tempel zoals die oorspronkelijk bedoeld was, lachen ze hem uit, bespotten ze hem en uiteindelijk als hij te lastig blijkt te worden dan bedreigen ze hem. Er is in de wereld nog niks veranderd. Mensen die het goede willen voor hun medemens lopen altijd gevaar, zeker in samenlevingen waar dictators aan de macht zijn of waar de goden van macht en profijt worden aanbeden. In Wit-Rusland, China en vele andere landen zitten mensen in gevangenissen of worden vervolgd alleen omdat ze er andere meningen op na houden dan de heersende machten. Maar ook door Amerika worden mensen vastgehouden alleen omdat de zittende regering vindt dat ze gevaarlijk zijn. Ze kunnen zich daar niet tegen verdedigen, geen rechter op wie ze zich kunnen beroepen.

Er is inmiddels op de wereld een organisatie die opkomt voor mensen die door hun overheid op een oneerlijke manier worden bedreigd. Dat is Amnesty International. Die organisatie is heel hard nodig. Vluchten is voor veel van de bedreigde mensen ook geen optie. Zo’n Jeremia bijvoorbeeld die in de poort van de hoofdstad misstanden aan de kaak stelde hoeft tegenwoordig niet naar Nederland te vluchten. Daar zijn te veel mensen die vinden dat het voor die vluchtelingen ook veilig kan zijn als ze hun mond houden. In Nederland lijkt er dan wel vrijheid van meningsuiting te zijn maar als je het opneemt voor vluchtelingen of als je bepaalde politieke opvattingen afwijst dan loop je de kans met de dood te worden bedreigd.  En je mond open doen is nu juist de opdracht voor mensen als Jeremia.  Volgens sommige ambtenaren is het bijvoorbeeld in Iran veilig voor christenen als ze hun mond houden.

Die goddeloze ambtenaren  hebben niet door dat het de opdracht van die christenen is hun mond open te doen, het hoort bij hun geloof. Inmiddels heeft de staatssecretaris besloten daar toch wat voorzichtiger mee om te gaan. Voor je het weet voelen ook Christenen in Nederland zich bedreigd als ze niet willen doen wat de rijken en de machtigen willen Als Christenen niet net als Jeremia hun mond open doen tegen onrecht, tegen onderdrukking van de weduwe en de wees, dan zijn ze geen christen meer, onder wel regiem ze ook leven. Jeremia heeft zoiets van wie niet horen wil moet maar voelen. Wij zouden toch moeten weten dat het opzetten van mensen tegen elkaar leidt tot bittere ellende voor iedereen. In deze zomer staan er weer lange rijen voor het Anne Frankhuis in Amsterdam. Misschien moeten we daar met z’n allen binnenkort ook weer heen om het ons weer te herinneren.