Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor de 'Column' categorie

Laat wie oren heeft goed luisteren!

zaterdag, 22 juli, 2017

Matteüs 13:1-15

1 ¶  Die dag verliet Jezus het huis en ging aan de oever van het meer zitten. 2  Er kwam een grote mensenmassa om hem heen staan, en daarom ging hij in een boot zitten, terwijl de menigte op de oever bleef. 3  Hij sprak hen uitvoerig toe en vertelde gelijkenissen: ‘Iemand ging eens naar zijn land om te zaaien. 4  Tijdens het zaaien viel een deel van het zaad op de weg, en er kwamen vogels die het opaten. 5  Een ander deel viel op rotsachtige grond, waar maar weinig aarde was, en het schoot meteen op omdat het niet diep in de grond kon doordringen. 6  Toen de zon opkwam verschroeide het, en omdat het geen wortel had droogde het uit. 7  Weer een ander deel viel tussen de distels, en toen die opschoten verstikten ze het zaaigoed. 8  Maar er viel ook wat zaad in goede grond, en dat bracht vrucht voort, deels honderdvoudig, deels zestigvoudig, deels dertigvoudig. 9  Laat wie oren heeft goed luisteren!’ 10  De leerlingen kwamen naar hem toe en vroegen: ‘Waarom spreekt u in gelijkenissen tot hen?’ 11  Hij antwoordde: ‘Jullie mogen de geheimen van het koninkrijk van de hemel kennen, hun is dat niet gegeven. 12  Want wie heeft zal nog meer krijgen, en het zal overvloedig zijn; maar wie niets heeft zal zelfs het laatste worden ontnomen. 13  Dit is de reden waarom ik in gelijkenissen tot hen spreek: omdat zij ziende blind en horende doof zijn en niets begrijpen. 14  In hen komt deze profetie van Jesaja tot vervulling: “Jullie zullen goed luisteren maar niets begrijpen, en jullie zullen goed kijken maar geen inzicht hebben. 15  Want het hart van dit volk is afgestompt, hun oren zijn doof en hun ogen houden zij gesloten. Met hun ogen willen ze niets zien, met hun oren niets horen, met hun hart niets begrijpen. Want anders zouden ze tot inkeer komen en zou ik hen genezen.” (NBV)

Hoe krijg je het in die stomme koppen dat je van anderen moet houden als van jezelf.  Dat het in het Koninkrijk met de wet van de woestijn niet gaat om wie de eerste, de beste, de knapste, de sterkste of de rijkste is. Je legt het geduldig uit. Jezus gebruikt hele knappe voorbeelden. Gelijkenissen zijn die gaan heten. Maar hoe komt het toch dat als je dag in dag uit, jaar in jaar uit het meest voor hand liggende vertelt het toch niet altijd over komt. Niet altijd want soms, heel soms, willen mensen het best geloven. Voor Jezus van Nazareth maakte het eigenlijk niet zoveel uit. Dat lees je tenminste in de gelijkenis over de zaaier. Wij herkennen dat niet meer zo. Voor ons is de zaaier uit de gelijkenis maar een verspiller van kostbaar zaaigoed. Maar bij ons is het land eerst mechanisch geploegd, met van die mooie rechte voren. En als het dan even wil dan wordt er ook nog mechanisch gezaaid, met een speciaal zaaiapparaat achter een tractor. Op die manier hoeft er maar weinig verloren te gaan en ontstaat er een grote opbrengst, dus een groot rendement.

Maar in de dagen van Jezus van Nazareth hadden ze al die automatisering niet. Wie het land vrij van stenen wilde hebben brak de rug, van zichzelf of van de familie. En waarom sprak Jezus van Nazareth zo vaak in gelijkenissen? Waarom niet gewoon gezegd dat je goed moet luisteren en gaan doen wat gezegd wordt, werken aan de bevrijding van de armen, de komst van het Koninkrijk van God? Zo eenvoudig ligt het niet. Dat zorgen voor de minsten in de samenleving is niet vanzelfsprekend. Die zaaier kan er niets aan doen als het zaad op de weg valt en opgegeten wordt door de vogels, of als het op rotsige grond valt of verstikt wordt door de distels, maar wij kunnen dat wel. Willen wij vruchtbare grond worden voor de boodschap van Jezus van Nazareth dan moeten we ons afwenden van wat ons meestal als goed voorgehouden wordt. Winst maken, succes behalen, persoonlijke groei nastreven. In Bijbelse termen heet dat bekering, een totale ommekeer in je leven. Dat is niet gemakkelijk. De distels van je omgeving kunnen dat eenvoudig verstikken. Want wie wil er nu geen succes behalen, winst maken en als persoon groeien?

Geld verdienen, carrière maken, een stabiel en gezond mens zijn, is toch goed of niet? We houden zo gemakkelijk de ogen gesloten voor de minsten in de samenleving. Juist het nastreven van al die door onze maatschappelijke omgeving opgelegde na te streven doelen houdt ons af van het voeden van de hongerigen, het kleden van de naakten, het troosten van de bedroefden, het bevrijden van de armen. Als horen en begrijpen nu eens voldoende was. Zo ingewikkeld was die gelijkenis van de zaaier toch niet.  Iedereen heeft toch wel eens gehoord dat je je naast moet liefhebben als jezelf, en iedereen snapt natuurlijk ook wel dat het leven een stuk prettiger wordt als we allemaal niet tegen een ander doen wat we niet willen dat tegen ons wordt gedaan. Je kunt het wel horen, en misschien ook wel begrijpen maar er zijn nu eenmaal machtigen en rijken die er belang bij hebben de boodschap te verdraaien en twijfel te zaaien. Als het leven zo eenvoudig was dan was het een wanorde zeggen ze, de wetten zijn te ingewikkeld voor gewone mensen zeggen ze, de verdeling tussen arm en rijk kan nu eenmaal niet anders, zeggen ze, vrede moet met geweld afgedwongen worden, zeggen ze, we moeten bang zijn voor elkaar, zeggen ze. Daarmee houden ze de samenleving van ongelijkheid in stand. Willen we vruchtbaar zijn dan moet dat anders. Een honderd of zestig of dertigvoudige oogst ligt op je wachten, kun je nagaan wat je kunt mislopen.

Zij zijn mijn moeder en mijn broers.

vrijdag, 21 juli, 2017

Matteüs 12:43-50

43  Wanneer een onreine geest iemand verlaat, trekt hij door dorre oorden op zoek naar een rustplaats. Maar als hij die niet vindt, 44  zegt hij: “Ik zal terugkeren naar mijn huis, dat ik verlaten heb.” En wanneer hij terugkeert, merkt hij dat het leegstaat, schoongemaakt is en op orde gebracht. 45  Dan gaat hij weg en haalt er zeven andere demonen bij, die slechter zijn dan hijzelf, en zij allen nemen daar blijvend hun intrek. En zo is de mens bij wie de demon intrekt er ten slotte veel slechter aan toe dan voorheen. Zo zal het ook gaan met deze verdorven generatie.’ 46 ¶  Terwijl hij nog met de mensen in gesprek was, dienden zich buiten zijn moeder en zijn broers aan. Ze vroegen hem dringend te spreken. 47  Iemand zei tegen hem: ‘Uw moeder en uw broers staan buiten, ze willen u spreken.’ 48  Hij antwoordde: ‘Wie is mijn moeder en wie zijn mijn broers?’ 49  Hij maakte een gebaar naar zijn leerlingen en zei: ‘Zij zijn mijn moeder en mijn broers. 50  Want ieder die de wil van mijn Vader in de hemel doet, is mijn broer en zuster en moeder.’(NBV)

Het zal toch heel veel mensen worst zijn of die Jezus nu wel of niet bestaan heeft, of dat die God waar ze het maar steeds over hebben wel of niet bestaat. Het was vroeger een rotzooitje in de wereld, het is nu een rotzooitje in de wereld en het zal altijd wel een rotzooitje in de wereld blijven, daar helpt kennelijk geen lieve Heer Jezus of God in de Hemel tegen. En zo is het natuurlijk ook. Jezus en die God van hem zijn geen wonderbaarlijke tovenaars die alles wel even ten goede zullen keren. Zo zit het niet in elkaar, al willen de ongelovigen ons dat wel doen geloven.  Het geloof in de God van Israël en in Jezus van Nazareth kan heel concrete gevolgen hebben voor je dagelijks leven. De ene slechte gewoonte vervangen door de andere is niet verstandig en daar gaat het eerste deel van het gedeelte van vandaag over. Stoppen met roken kan betekenen dat je gaat snoepen. Dat is dus de ene boze geest vervangen door de andere.

Beter is na te gaan wanneer je rookt en waarop juist op dat moment. Als je de behoefte aan roken vervangt door een beter antwoord, die die behoefte bevredigd, kan het stoppen gemakkelijker worden. Verslavingen moeten overigens niet te licht worden opgenomen. Van de verslaving aan drugs is het bekend dat het soms wel zeven ontwenningskuren duurt voordat de verslaving achter iemand ligt. Jezus van Nazareth kende kennelijk de problemen die gepaard gaan met het afleren van slechte gewoonten. Bij hem ging het niet zozeer om het afwennen van verslavingen maar om gedrag waarbij je eerst om jezelf denkt en dan pas om anderen. Als je niet uitkijkt dan is je reactie op de zorg voor anderen dat je weer eens aan jezelf moet toekomen en dus met verdubbelde ijver de schade inhaalt en voor jezelf gaat zorgen. Daarom moet je ook jezelf in de gaten houden als je voor anderen in de weer bent. Het gaat er immers om van anderen te houden als van jezelf. Dat wat je jezelf gunt gun je ook aan anderen.

Daarbij gaat zelfs je familie niet voor, de mensen met wie je samenwerkt voor een betere samenleving zijn je eerste familie. Bij sommige gesloten sekten wordt dit verhaal nog wel eens misbruikt om alle contact met de buitenwereld te verbreken. Als dat het geval is dan deugt die sekte niet. Jezus van Nazareth zorgde zelfs hangend aan het kruis nog voor zijn moeder, zijn broer Jacobus zou later nog de leider van de gemeente in Jeruzalem worden. Altijd staan de anderen voorop. Want voor je het weet heb je wel je slechte gewoonten afgeleerd maar komen er nog slechtere voor in de plaats. Dat is wat dit verhaal van Matteüs ons wil leren. Iedereen die de naaste liefheeft als zichzelf hoort bij de familie en alleen samen bouwen we aan de betere wereld die zal uitmonden in het Koninkrijk van God.

We zouden graag een teken van u zien

donderdag, 20 juli, 2017

Matteüs 12:33-42

33  Wanneer een boom goed is, dan zijn ook zijn vruchten goed. Is een boom daarentegen slecht, dan zijn ook zijn vruchten slecht. Want aan de vruchten herkent men de boom. 34  Addergebroed! Hoe kunt u iets goeds zeggen terwijl u zelf slecht bent? Waar het hart vol van is, daar loopt de mond van over. 35  Een goed mens haalt uit zijn schatkamer met goede dingen het goede te voorschijn, terwijl een slecht mens uit zijn schatkamer met slechte dingen het slechte te voorschijn haalt. 36  Ik zeg u: van elk nutteloos woord dat mensen spreken, zullen ze op de dag van het oordeel rekenschap moeten afleggen. 37  Want op grond van je woorden zul je worden vrijgesproken, en op grond van je woorden zul je worden veroordeeld.’ 38 ¶  Daarop reageerden enkele schriftgeleerden en Farizeeën met een vraag: ‘Meester, we zouden graag een teken van u zien.’ 39  Hij antwoordde: ‘Dit is een verdorven en trouweloze generatie. Ze verlangt een teken, maar zal geen ander teken krijgen dan dat van de profeet Jona. 40  Want zoals Jona drie dagen en drie nachten in de buik van een grote vis zat, zo zal de Mensenzoon drie dagen en drie nachten in het binnenste van de aarde verblijven. 41  Op de dag van het oordeel zullen de Ninevieten samen met deze generatie opstaan en haar veroordelen; want zij hadden zich bekeerd na de prediking van Jona, en hier ziet u iemand die meer is dan Jona! 42  Op de dag van het oordeel zal de koningin van het Zuiden samen met deze generatie opstaan en haar veroordelen; want zij was van het uiteinde van de aarde gekomen om te luisteren naar de wijsheid van Salomo, en hier ziet u iemand die meer is dan Salomo! (NBV)

Het zal toch heel veel mensen worst zijn of die Jezus nu wel of niet bestaan heeft, of dat die God waar ze het maar steeds over hebben wel of niet bestaat. Het was vroeger een rotzooitje in de wereld, het is nu een rotzooitje in de wereld en het zal altijd wel een rotzooitje in de wereld blijven, daar helpt kennelijk geen lieve Heer Jezus of God in de Hemel tegen. En zo is het natuurlijk ook. Jezus en die God van hem zijn geen wonderbaarlijke tovenaars die alles wel even ten goede zullen keren. Zo zit het niet in elkaar, al willen de ongelovigen ons dat wel doen geloven. Hoe vaak hoor je niet dat het bewijs dat God niet bestaat ligt in het feit dat je nergens aan kunt wijzen dat God iets doet. In de tijd van Jezus al vroegen de leiders van het volk aan hem om een teken dat hij inderdaad van God was. Jezus kon zich er vreselijk over opwinden. Ongelovigen hadden het soms beter door dan de mensen die de leiding hadden in de Tempel, die dag en nacht zouden moeten studeren in de verhalen van Mozes en de profeten.

Zelf geeft hij als voorbeeld het verhaal van Jona. Met veel moeite had God deze profeet in de heidense stad Nineve aan het preken gekregen, mensen bekeerd U, niet Uw winst, profijt of macht moet het uitmaken maar de liefde voor de zwakste in Uw samenleving. Toen ging Jona zitten wachten tot de stad zou vergaan. Dat zootje heidenen geloofde er immers niet in. Maar de bewoners van Nineve snapten het ineens en keerden hun samenleving om en die stad werd dus niet verwoest. Nog zo’n voorbeeld geeft Jezus. De Koningin van het Zuiden, in ons spraakgebruik de Koningin van Sheba, ging naar Koning Salomo en luisterde naar de wijsheid van Salomo. Die wijsheid vind je terug in het boek Spreuken, daar hebben we het hier ook al eens over gehad. Het begin van alle wijsheid is het ontzag voor God, dus het volgen van de Wet van heb je naaste lief als jezelf.

Die inwoners van Nineve en die Koningin van het Zuiden hadden het door. Nu de machthebbers nog. Toch willen ook sommige gelovigen tekenen en wonderen zien. Ze trekken naar tenten en hallen om daar te geloven in wonderbaarlijke genezingen, in mensen die uit rolstoelen opstaan na vreselijke ziekten of tumoren die op raadselachtige wijze verdwijnen. Ze vergeten dat ook de tovenaars van de Farao van Egypte hun stokken in slangen konden veranderen. Het beste teken van het bestaan van God vind je als mensen voor elkaar gaan zorgen, als ze alles voor elkaar over hebben, desnoods zichzelf. Dat is het echte voorbeeld dat Jezus van Nazareth ons gegeven heeft. Als je dus een teken wilt zien, kijk dan eens in een spiegel en vraag je af of je werkelijk net zoveel van de armste en de minste in je stad houdt als van de mens die je in de spiegel ziet. En zo niet, dan valt er nog veel werk voor je te doen.

Wie niet met mij samenbrengt

woensdag, 19 juli, 2017

Matteüs 12:22-32

22 ¶  Toen bracht men een blinde bij hem die bezeten was en niet kon spreken, en hij genas hem, zodat hij weer kon spreken en zien. 23  Alle omstanders stonden versteld en zeiden: ‘Zou híj de Zoon van David zijn?’ 24  Maar de Farizeeën die dit hoorden, zeiden tegen elkaar: ‘Hij kan die demonen alleen maar uitdrijven dankzij Beëlzebul, de vorst der demonen.’ 25  Jezus wist wat ze dachten en zei tegen hen: ‘Elk koninkrijk dat innerlijk verdeeld is wordt verwoest, en geen enkele stad of gemeenschap die innerlijk verdeeld is zal standhouden. 26  Als Satan Satan uitdrijft, keert hij zich tegen zichzelf. Hoe kan zijn koninkrijk dan standhouden? 27  En als ik inderdaad door Beëlzebul demonen uitdrijf, door wie drijven uw eigen mensen ze dan uit? Zij zullen dan ook uw rechters zijn!  28  Maar als ik door de Geest van God demonen uitdrijf, dan is het koninkrijk van God bij jullie gekomen. 29  Trouwens, hoe kan iemand het huis van een sterkere binnengaan en zijn inboedel roven, als hij die sterkere niet eerst heeft vastgebonden? Pas dan zal hij zijn huis kunnen leegroven. 30  Wie niet met mij is, is tegen mij, en wie niet met mij samenbrengt, drijft uiteen. 31  Daarom zeg ik u: elke zonde en elke godslastering kan de mensen worden vergeven, maar wie de Geest lastert kan niet worden vergeven. 32  En iedereen die iets ten nadele van de Mensenzoon zegt, zal worden vergeven. Maar wie kwaadspreekt van de heilige Geest zal niet worden vergeven, noch in deze wereld, noch in de komende. (NBV)

In het verhaal van Matteüs over Jezus van Nazareth dat we hier lezen gaat het over de samenleving die we zouden moeten willen. Jezus haalde allerlei gekkigheid uit mensen en stelde ze daarmee in de gelegenheid weer gewoon mee te doen in de samenleving. Ze zagen het weer zitten en konden in gesprek met de anderen. Het boze er uit drijven noemden ze dat. Maar heb je niet de boze nodig om het kwade te verdrijven? Met dieven vangt men immers dieven? Het antwoord van Jezus is simpel. Als het boze het kwade verdrijft blijft er weinig kwaad in de wereld over. Zou het kwade zichzelf opheffen? Het is het goede dat het kwade uitdrijft. Elke partij die onderling ruzie maakt gaat ten onder, die bestrijdt zichzelf. Dat geld voor een stad, een land en elke mensengemeenschap, zelfs politieke partijen of bewegingen gaan daaraan ten onder.

Daarom is het belangrijk dat we elkaar vast houden, Daarom is het belangrijk met elkaar in gesprek te gaan, elkaar op te zoeken. Daarom moeten we in onze eigen omgeving elke opmerking te lijf gaan waarmee anderen apart gesteld worden, uitgesloten worden van de samenleving. Dat samenbrengen is dus meer als een bijzaak. Het is een hoofdzaak. De geest waarin je de samenleving benadert, de geest waarin je de samenleving laat besturen is het belangrijkste waar je op moet letten. Je kunt God lasteren maar als je de Geest belastert waarin mensen mensen samen willen brengen dan is dat onvergeeflijk. We hoeven het misschien niet nog een keer te herhalen. Overtuigingen afwijzen in de hoop dat je daarmee de mensen niet kwetst die die overtuiging zijn toegedaan kan dus niet. Goede mensen letten op de goede dingen en kwade mensen zien alleen het kwade. Natuurlijk zijn er overtuigingen die verwerpelijk zijn.

Al in onze grondwet worden daarvan voorbeelden genoemd. Als iemand zich uitnemender acht dan andere mensen, wat voor geloof, sekse of seksuele voorkeur of handicap of leeftijd die mensen hebben dan kan het uiten van die mening tot een straf opgelegd door een rechter leiden. Mensen die op die manier voortdurend afgeven op anderen zijn als adderengebroed, kinderen van slangen die alleen gif kunnen verspreiden. Natuurlijk moet je niet zwijgen over wat verkeerd is, maar samen het goede nastreven, samen zorgen dat jongeren een goede plek in de samenleving krijgen, dat vrouwen niet aangerand maar gerespecteerd worden en zonder bedreiging volwaardig mee kunnen doen, dat arbeiders een rechtvaardig loon krijgen, dat eigenaars van huizen die huizen ook goed onderhouden, dat is het opbouwen van het Koninkrijk van God.

 

Is een mens niet veel meer waard

dinsdag, 18 juli, 2017

Matteüs 12:9-21

9  Hij trok weer verder en kwam in hun synagoge. 10  Daar stond iemand met een verschrompelde hand. Omdat ze Jezus wilden aanklagen, vroegen ze: ‘Is het toegestaan op sabbat te genezen?’ 11  Hij antwoordde: ‘Stel dat u maar één schaap hebt en dat valt op sabbat in een kuil, wie van u zou het niet vastgrijpen en het er weer uit halen? 12  En is een mens niet veel meer waard dan een schaap? Daaruit volgt dat we op sabbat goed mogen doen.’ 13  Toen zei hij tegen de man: ‘Steek uw hand uit.’ Hij stak hem uit en er kwam weer leven in, zijn hand werd weer even gezond als de andere. 14 ¶  De Farizeeën dropen af en besloten hem uit de weg te ruimen. 15  Jezus besefte dat en week uit naar elders. Grote massa’s mensen volgden hem, en hij genas hen allen. 16  Hij verbood hun uitdrukkelijk bekend te maken wie hij was. 17  Zo ging in vervulling wat gezegd is door de profeet Jesaja: 18  ‘Hier is de dienaar die ik mij gekozen heb, die ik liefheb en in wie ik vreugde vind. Ik zal hem vervullen met mijn geest, aan alle volken zal hij het recht verkondigen. 19  Hij zal geen woordenstrijd aangaan en op straat zijn stem niet verheffen. 20  Het geknakte riet breekt hij niet af, noch dooft hij de kwijnende vlam, totdat het recht dankzij hem overwint. 21  Op zijn naam zullen alle volken hun hoop vestigen.’ (NBV)

In hoeverre mag je op grond van je geloof de wet overtreden? We kennen allemaal het gezegde dat als het kalf verdronken is men de put dempt. In het bovenstaande Bijbelstuk gaat het over een schaap dat in een kuil valt. De wet die hier van toepassing is zegt dat je op de Sabbath, zeg maar de zondag, niet mag werken. Op overtreding van die wet stond de doodstraf. Erger kon het dus niet. Maar echt, dat schaap zou uit de put gehaald worden, zoveel is het bezit ons wel waard. En iemand genezen op de Sabbath? Jezus deed het. De autoriteiten van zijn tijd vonden het maar niks, zo openlijk de wet overtreden en, zo vertelt Matteüs, ze maakten plannen om Jezus uit de weg te ruimen. Hoe nu, Jezus en zijn volgelingen als voorlopers van Mohammed B. en de Hofstadgroep, die hun misdrijven ook als opdracht van God motiveerden? Nee dus, verre van dat. In de geschiedenis is er in de naam van “geloof” al heel wat bloed vergoten. Jezus van Nazareth zou er zelf een slachtoffer van worden. Later ook veel van zijn volgelingen.

En diezelfde volgelingen zouden over de hele wereld in naam van hun geloof bloed vergieten. Bijna tot op de dag van vandaag toe. De Islam is er later bijgekomen en doet hetzelfde als Joden en Christenen deden, en communisten en kapitalisten doen er niet voor onder. In elke religie vind je terug dat mensen hun religie met dwang willen opleggen aan anderen. Toch is het soort wetsovertreding waar we vandaag over lezen een geheel ander soort wetsovertreding. Wat Jezus laat zien is geen geweld tegen een bestaande samenleving, met willekeurige onschuldige doden als gevolg, maar liefde voor de mensen. Wat we voor ogen moeten houden is dat de wet er is voor de mensen en de mensen niet voor de wet.  We laten ons lang niet altijd de juiste betekenis van het verhaal tot ons doordringen. We zijn na al die eeuwen zo gewend om aan Jezus van Nazareth te denken als “God zelf”, of als “Christus Koning”, “de Almachtige” en zo dat we aan een Jezus op de vlucht alleen kunnen denken als aan dat kleine kind dat met zijn ouders vluchtte naar Egypte.

Maar ook in dit deel van het verhaal vluchtte Jezus van Nazareth voor de autoriteiten uit zijn tijd. Was dat “genezen” dan zijn werk? Dat “genezen” kan ook vertaald worden met dienen, hij diende hen allen. Dat sluit ook aan bij het citaat dat Matteüs gebruikt uit het boek van de profeet Jesaja om duidelijk te maken wat Jezus van Nazareth eigenlijk aan het doen was. Jezus van Nazareth was aan het recht verkondigen.  Het vasthouden aan hun unieke overtuiging dat delen met elkaar en zorg voor de minsten de grootste kans op overleving betekenden zouden in de geschiedenis steeds weer het volk van de overheersers bevrijden. In die overtuiging ging ook Jezus van Nazareth te werk. Het geknakte riet is weinig meer waard, een kwijnende vlam geeft niet meer voldoende licht, maar Jezus van Nazareth doet de zwakken weer recht. Zo werd hij de vervulling van de Wet van heb Uw naaste lief als Uzelf, de vervulling van een profetie als die van Jesaja. Maar hij riep ons op hem na te volgen, vandaag en morgen en elke dag opnieuw.

Barmhartigheid wil ik, geen offers

maandag, 17 juli, 2017

Matteüs 12:1-8

1 ¶  In die tijd liep Jezus op een sabbat door de korenvelden. Zijn leerlingen hadden honger en begonnen aren te plukken en ervan te eten. 2  Toen de Farizeeën dat zagen, zeiden ze tegen hem: ‘Kijk, uw leerlingen doen iets dat op sabbat niet mag.’ 3  Hij antwoordde: ‘Hebt u niet gelezen wat David deed toen hij en zijn metgezellen honger hadden, 4  hoe hij het huis van God binnenging en er met hen van de toonbroden at, terwijl noch hij noch zijn mannen daarvan mochten eten, alleen de priesters? 5  En hebt u niet in de wet gelezen dat de priesters die op sabbat in de tempel dienst doen en zo de sabbat ontwijden, onschuldig zijn? 6  Ik zeg u: hier gaat het om meer dan de tempel! 7  Als u begrepen had wat bedoeld wordt met: “Barmhartigheid wil ik, geen offers, ”dan zou u geen onschuldigen hebben veroordeeld. 8  Want de Mensenzoon is heer en meester over de sabbat.’ (NBV)

In de wereldbeweging voor internationale gerechtigheid klinkt het tegenwoordig van: “Wij willen geen liefdadigheid maar gerechtigheid.” Het had uit de Bijbel kunnen komen. De vraag is altijd wat je voorop zet: wetten, regels en fatsoen, of mensen. En als je mensen voorop stelt, gaat het dan alleen om je eigen mensen, je eigen volk, of zet je de armsten, de zwaksten in de wereld voorop. Matteüs vertelt daar een verhaal over dat gaat over de leerlingen die op de Sabbath, de dag dat je niet werken mag, toch zorgen voor hun eten, dat mocht dus niet. Die formele opstelling wijst Jezus af. Het gaat om de mensen niet om de regels. En daar moeten machthebbers het mee doen. Niet dat je nu ineens mag werken op de Sabbath, of bij ons de zondagsrust moet worden afgeschaft. De grootste uitvinding van Israël was nu eenmaal die Sabbath. Mensen leven niet bij werken alleen, mensen moeten samen kunnen komen en zich bezig houden met Liefde en met wat dat kan betekenen in hun dagelijks leven. Dat geldt niet alleen voor de Joden, dat geldt ook voor ons.

Daarom is bij ons de Zondag zo belangrijk. Niet omdat we dan niets zouden mogen, integendeel. Dit verhaal van Matteüs veroordeelt het niet mogen fietsen en het niet mogen voetballen op zondag. Juist op die ene dag van de week moeten mensen iets kunnen proeven van de Koninkrijk waar alle tranen gewist zullen zijn. Dat is een Koninkrijk van plezier en vreugde en samen delen. Het oefenen in samen delen is belangrijk voor de hele wereld. Kijk maar eens als de G8 weer eens bij elkaar is. Zij, de leiders van de rijkste landen in de wereld, hebben de kans om werkelijk iets te betekenen voor de allerarmsten en dan niet in de zin van offers, genadebrood, de kruimels van de tafel zeg maar, maar in de vorm van echte barmhartigheid, we sluiten de armsten niet buiten maar halen ze binnen. Afschaffen van de tariefmuren dus, weg met de westerse landbouwsubsidies voor een oneerlijke concurrentie op de wereldmarkt, en kwijtschelding van schulden.

Dat laatste zal er wel komen, maar durven die landen ook een stopzetting van de wapenhandel aan? Industrie lijkt toch weer belangrijker dan leven. Voorzichtig is voorgesteld om de schade aan ons milieu eens te gaan beperken, en wat blijkt, de Amerikanen willen daaraan alleen meedoen als hun industrie en oliemaatschappijen er aan kunnen verdienen. En als de olie op is moet de landbouw eerst produceren voor de biobrandstof en dan pas voor voedsel. Er wordt wel voorgesteld om de landbouw in arme landen beter te maken maar niet om de nadruk te leggen op voedsel voor de hongerenden. De discussie over echte normen en waarden, die in ons land helaas nog steeds over fatsoen gaat en niet over delen, moet dus maar even doorgaan. De volken van de wereld hebben afgesproken de armoede te halveren voor 2030, daar moet nog mee begonnen worden. In het verhaal van Jezus van Nazareth zou het voorop hebben moeten staan, laat het vandaag onze eerste inspanning zijn.

Ze zullen je bestrijden

zondag, 16 juli, 2017

Jeremia 15:10-21

10 ¶  ‘Wee mij! Ach moeder, dat u mij moest baren! Ik wek overal ergernis, iedereen bestrijdt mij. Ik ben niemands schuldeiser, en heb zelf geen schulden, toch word ik door iedereen vervloekt. 11  HEER, ik heb voor hen toch tot u gebeden, voor hen gepleit in tijden van rampspoed en nood? 12  Maar het ijzer en het brons uit het noorden doen hun vernietigend werk.’ 13  ‘Jullie rijkdommen en schatten laat ik plunderen, dat is de prijs voor de zonden die je overal beging. 14  Ik maak jullie tot slaaf van je vijanden in een onbekend land. Want het vuur van mijn toorn slaat uit, de vlammen zullen jullie verzengen.’ 15 ¶  ‘O HEER, u kent mij. Denk aan mij, bekommer u om mij, wreek mij op mijn achtervolgers. Heb met hen niet zo veel geduld dat het mij het leven kost. Weet dat ik omwille van u belasterd word. 16  Telkens als ik uw woorden hoorde, nam ik ze als voedsel tot mij. Uw woorden gaven mij een diepe vreugde, want ik behoor u toe, o HEER, God van de hemelse machten. 17  Nooit was ik in vrolijk gezelschap, nooit heb ik plezier gemaakt. Eenzaam was ik, door uw toedoen, u had mij immers volgegoten met uw woede. 18  Waarom blijft mijn lijden duren, is mijn wond niet te genezen, waarom wil hij maar niet helen? U hebt mij teleurgesteld, als een beek die drooggevallen is.’19  ‘Dit zegt de HEER: Als je bij mij terugkeert en ik je aanneem, zul je mij weer dienen. Als je waardige woorden spreekt, niets onwaardigs, zul je weer mijn zegsman zijn. Laat dit volk zich naar jou richten, jij mag je niet richten naar hen. 20  Ik maak jou voor dit volk tot een bronzen vestingmuur. Ze zullen je bestrijden, maar je niet overwinnen, want ik zal je ter zijde staan om je te beschermen en te redden- spreekt de HEER. 21  Ik zal je redden uit de handen van boosdoeners, ik bevrijd je uit de greep van geweldenaars.’(NBV)

Het valt niet mee als je opnieuw moet beginnen met de God van Israël. Je zou toch verwachten dat hij de kinderen had beschermd die in het vuur werden geworpen. Het gebeurde bij Moloch in de dagen van Jeremia, het gebeurde in Auswitz in de dagen voor ons en het gebeurt bij wrede oorlogen nog in onze dagen ook. Het antwoord van de God van Israël is niet de bescherming van die kinderen maar dood en verderf voor hen die het hebben gedaan of hebben toegelaten. Dat lot zou ons dus ook kunnen wachten. Het enige dat de profeet overblijft is het woord van zijn God, het woord dat mensen moet brengen op een andere weg, op de weg van het leven waarin je houdt van je naaste als van jezelf. Op die weg kan het je niet gebeuren dat kinderen in het vuur worden geworpen, je laat het niet gebeuren en je staat er tegen op. De profeet weet er in dit Bijbelgedeelte van mee te praten. De ellende en de pijn die het bij hem veroorzaakt is zo groot dat hij zelf wenst nooit geboren te zijn. De wanhoop te moeten spreken tegen mensen die niet hebben geluisterd en deze wreedheid geduld en gedaan hebben is zo groot dat hij, net als ooit Mozes deed, smeekt tot God verlost te worden van de taak het volk steeds maar weer de waarheid te moeten voorhouden.

Hoe kan het toch dat, als je wijst op de Weg van de God van Israël,  je steeds weer een volk tegen komt dat het tegendeel gaat doen. In onze dagen zijn er zoveel voorbeelden dat als je aan tafel gaat met de vreemdelingen in ons midden, als kerken maaltijden organiseren waarin buurtgenoten van diverse afkomst en diverse religies elkaar leren kennen, mensen tot elkaar weten te komen, dwars door alle verschillen heen en samen gaan werken aan leefbare en veilige buurten en wijken. We zien het, maar we zien tegelijk dat de angst tussen bevolkingsgroepen aangewakkerd wordt en dat de Heidenen in steeds grotere mate zich in ons parlement tegen vreemdelingen kunnen uitspreken. Je wordt er wanhopig van. Een pastor die een wandeling organiseert met toevallige deelnemers uit allerlei kerken en geloofsgemeenschappen komt tot de ontdekking dat mensen werkelijk met elkaar in gesprek raken, zelfs mensen die elkaar in het openbaar verketterd hebben.

De wanhoop van Jeremia kunnen we navoelen als we om ons heen zien en ervaren hoe het goede niet meer van het goede oproept maar schijnbaar ruimte maakt voor het kwade en meer van het kwade. Toch opent het slot van het gedeelte dat we vandaag lezen een ander perspectief. De ballingschap van het volk Israël is onontkoombaar. Maar voor de profeet wenkt een nieuwe toekomst. De God van Israël zal hem niet laten vallen als hij het goede blijft vertellen ook al gaat het schijnbaar onomkeerbaar geheel verkeerd. Als dat volk dan gaat luisteren naar hem dan zal het met dat volk ook goedkomen. Niet naar het volk luisteren, niet toegeven aan de angst voor vreemdelingen, niet denken dat er toch wel wat zit in die kwade redeneringen die zo fraai verwoord zijn, maar blijven bij het woord van God dat je je naaste lief moet hebben als jezelf en het goede moet doen en niet dan het goede. Dat mag voor elk van ons vandaag de richting zijn en de Weg aangeven waarlangs wij moeten gaan vandaag. Dan zal die God ook ons terzijde staan.

Hun zon gaat onder op klaarlichte dag

zaterdag, 15 juli, 2017

1 ¶  De HEER zei tegen mij: ‘Zelfs al zouden Mozes en Samuël voor mij staan, dan nog zou ik dit volk geen gehoor geven. Stuur het weg, laat het uit mijn ogen verdwijnen. 2  En als ze je vragen waar ze naartoe moeten, zeg dan: Dit zegt de HEER: Wie bestemd is voor de pest-naar de pest, wie bestemd is voor het zwaard-naar het zwaard, wie bestemd is voor de honger-naar de honger, wie bestemd is voor het ballingsoord-naar het ballingsoord. 3  Ik zal vier machten op hen afsturen-spreekt de HEER: het zwaard om te doden, honden om weg te sleuren, roofvogels en wilde dieren om te verscheuren en te verslinden. 4  Om wat koning Manasse van Juda, de zoon van Hizkia, in Jeruzalem heeft gedaan, maak ik hen tot een afschrikwekkend voorbeeld voor alle koninkrijken op aarde. 5  Jeruzalem, wie is nog met je begaan, wie zal om jou een klaaglied aanheffen, wie zal nog naar je toe komen en vragen hoe het met je is? 6  Je hebt me verlaten-spreekt de HEER -, je hebt me de rug toegekeerd. Daarom hef ik mijn hand op en sla ik je neer. Ik ben mijn mededogen moe. 7  Ik verjaag je uit de steden van het land, ik beroof je van je kinderen. Ik zal mijn volk ombrengen, want het heeft zijn leven niet gebeterd. 8  Er zullen meer weduwen zijn dan zandkorrels aan de zee. Op de moeders van jonge soldaten stuur ik geweldenaars af, op het heetst van de dag. Ik tref hen onverhoeds met angst en ontzetting. 9  Moeders die zeven kinderen hebben gebaard zullen bezwijken en in onmacht vallen. Hun zon gaat onder op klaarlichte dag, ze worden van hun hoop beroofd en staan te schande. En wie het overleeft, lever ik uit aan het zwaard, geef ik aan zijn vijanden prijs-  spreekt de HEER.’ (NBV)

Nood leert bidden. Mensen worden nog wel eens opgeroepen hun ellendige situatie onder ogen te zien en als ze het moeilijk hebben op hun knieën te vallen en God in hun nood aan te roepen. Helpt dat dan? Belooft de Bijbel dat God mensen in hun particuliere of eigen nood te hulp zal komen? Het lijkt er niet op als je dit gedeelte uit het boek van de profeet Jeremia leest. Het volk staat voor de Tempel God aan te roepen. Jeremia is daar om het volk het Woord van God te brengen. Het volk vertrouwt op de God van Israël die zijn kinderen nooit in de steek zal laten. Maar zo is God niet. Wie ook namens het volk de hulp van God zou inroepen het zou niet helpen. Natuurlijk God had naar Mozes geluisterd. Ook Samuël had zich het vuur uit de sloffen gelopen om het volk namens God de hulp te brengen die het nodig had. Twee maal moest er een koning gezalfd worden. Maar nu zou geen profeet en geen priester God kunnen vermurwen dit volk te helpen. Als het volk vraagt waar het dan heen moet dan is het antwoord dat het God koud laat, ijzig koud klinkt het dat er vele manieren zijn om dood te gaan, de pest, het zwaard, de hongerdood en de ballingschap.

Het zou uiteindelijk de ballingschap worden. Maar daarvoor zouden velen door het zwaard en door de pest om het leven komen. Wie kijkt naar het volk waartegen Jeremia spreekt, het Juda onder koning Manasse, moet geweldig schrikken. Juda, het volk van de God van Israël, is de schrik voor alle volken geworden. En waarom was dat dan? Want als we willen schrikken van Juda moeten we toch niet doen als Manasse. Die Koning, zo wordt verhaald, vereerde vruchtbaarheidsgoden als Baäl en Asjera, hij vereerde de zon, de maan en de sterren als goden. Het ergste was nog de aanbidding van de god Moloch, daar moest je kinderen aan offeren. Tegenstanders van zijn regiem werden ook omgebracht. Een dergelijk onmenselijk wreed regiem dat het legitimeerde met religieuze argumenten, het moest van zijn geloof, wordt door de God van Israël op de hardste manier veroordeeld. Alles wat met een dergelijke manier van doen te maken heeft moet uitgebannen worden uit de samenleving, weg van de aarde.

Wat er in een dergelijke samenleving overblijft zijn weduwen, die niet alleen man en vader hebben verloren maar ook hun kinderen zijn afgenomen. Dat staat in het tweede deel van de lezing van vandaag. Als nood leert bidden moeten we ons afvragen wanneer wij onze nood herkennen. Niet als de vijand voor de poort staat en we het zelf niet meer redden. Maar als kinderen onnodig sterven, zoals in Afrika omdat niemand een redelijk inkomen voor ze kan verdienen, als vrouwen hun man en hun vader verliezen en kinderloos achterblijven. Als aids voorlichting onbetaalbaar is, als medicijnen te duur zijn, als onrechtvaardige handelsverhoudingen mensen geen kans geven eerlijk beloond te worden voor hun arbeid. Dat wat Manasse deed gebeurd ook in onze dagen. Het geloof in de afgod van de vrije markt gebied dezelfde afschuwelijke gevolgen als Israël voor lief nam in de dagen van Jeremia. De God van Israël roept ons op ons in zijn vrijheid te zetten door te zorgen voor de armsten in de wereld. Daar kunnen we ook vandaag voor werken en voor die nood bidden helpt echt als we er voor werken.

Die profeten verkondigen leugens

vrijdag, 14 juli, 2017

Jeremia 14:11-22

11  De HEER zei tegen mij: ‘Bid niet voor het welzijn van dit volk. 12  Ook al vasten ze, ik zal niet naar hun smeekbeden luisteren. Ook al brengen ze brandoffers en graanoffers, die zullen mij niet behagen. Ik zal hen vernietigen met het zwaard, de honger en de pest.’ 13  Ik zei: ‘Ach HEER, mijn God, hun profeten verkondigen: “Het zwaard zal jullie bespaard blijven en jullie zullen geen honger lijden; ik schenk jullie blijvende vrede in dit land.”’ 14  De HEER antwoordde: ‘Die profeten verkondigen leugens, en dat in mijn naam. Ik heb hen niet gezonden, hun niets opgedragen, niet tot hen gesproken. De visioenen die ze profeteren zijn leugens, waarzeggerij, holle woorden en eigen verzinsels.15  Daarom-dit zegt de HEER over de profeten die ik niet gezonden heb, maar die in mijn naam profeteren dat dit land niet door het zwaard en de honger zal worden getroffen: Zij zullen zelf door het zwaard en de honger omkomen. 16  En de straten van Jeruzalem zullen bezaaid liggen met de lijken van hun toehoorders, geveld door de honger en het zwaard. Er zal niemand zijn die hen en hun vrouwen, zonen en dochters begraaft. Zo stort ik hun eigen kwaad over hen uit. 17 ¶  Zeg tegen hen: Laten mijn ogen vloeien van tranen,  nacht en dag.  Ogen, kom niet tot rust,  want mijn volk is deerlijk verwond,  niet te helen is zijn letsel. 18  Als ik naar de akkers ga, zie ik ze liggen, geveld door het zwaard. Als ik de stad in ga, zie ik ze liggen, uitgeteerd door de honger. Zelfs profeten, zelfs priesters komen terecht in een onbekend land.’ 19  ‘Hebt u Juda verworpen, hebt u van de Sion een afkeer gekregen? Waarom hebt u ons zo hard geslagen dat er geen genezing voor ons is? Wij hoopten op vrede, maar vrede bleef uit, wij verwachtten genezing, maar angst overviel ons. 20  HEER, wij bekennen onze schuld, en de schuld van onze voorouders: wij hebben tegen u gezondigd. 21  Maar verstoot ons toch niet, doe het niet, omwille van uw naam. Ontluister uw troon toch niet, denk aan uw verbond met ons, verbreek het niet. 22  Brengen die nietige goden van andere volken soms regen, of schenkt de hemel buien uit zichzelf? U, de HEER, onze God, doet dat toch? Wij vestigen onze hoop op u, want u hebt alles gemaakt.’ (NBV)

Ook in onze dagen zijn er van die zogenaamde christenen die verdedigen dat je een sterker land zou kunnen krijgen als je 1 miljard bezuinigt op de ontwikkelingssamenwerking. Ze zetten 10 duizenden verstandelijk gehandicapten op straat omdat het beter zou zijn voor de economie. Ze dwingen de gemeenten fors te bezuinigen op de uitkeringen voor de allerarmsten omdat er geen geld meer zou zijn. Maar de woonsubsidie voor de allerrijksten in het land handhaven ze en ze gedogen dat groepen in de samenleving tegen elkaar worden opgezet vanwege een verschillend geloof. De overeenkomsten met de dagen van Jeremia zijn duidelijk. Jeremia had zijn volk er op gewezen dat de afgoderij de spuigaten uit was gelopen met als dieptepunt het offeren van kinderen in het vuur aan de Moloch. God had hem gezegd dat het geen zin meer had dat het volk tot hem bad om ellende af te weren.

Dit volk had de ellende over zichzelf afgeroepen. Jeremia probeert nog een keer om het voor zijn volk op te nemen. Al die arme mensen konden er toch niks aan doen dat ze zo verkeerd deden want er waren profeten die in de naam van de God van Israël vertelden dat het goed ging met het volk als ze maar bondgenootschappen met grootmachten sloten en zorgden dat ze die grootmachten naar de mond praatten. Op eenzelfde manier wordt ook ons volk voor de gek gehouden. Maar net zoals het volk van Jeremia zich niet achter de valse profeten konden verschuilen kan ook ons volk zich niet verschuilen achter de profeten voor een sterker Nederland. Want iedereen weet dat Nederland zwakker wordt als het niet deelt. Iedereen weet dat het volk zwakker wordt als het de verschillen tussen de allerarmsten en de allerrijksten niet kleiner maakt maar jaar op jaar groter laat worden.

Het volk van Jeremia werd bedreigd door oorlog en geweld, de straten zouden bezaaid worden met lijken, het bloed zou door de straten van Jeruzalem vloeien. In onze dagen is het niet een openlijke oorlog die ons te wachten staat. Misschien dat het aantal terroristische aanslagen kan toenemen door het voortdurend haatzaaien waar niet tegen wordt opgetreden, maar ook die aanslagen zijn niet te vergelijken met een oorlog. Een economische dip is wel voorspelbaar. De koopkracht van de grote massa van mensen gaat achteruit, te beginnen met de gepensioneerden. En als er minder gekocht wordt hoeft er minder gemaakt en verkocht te worden en worden er meer mensen werkloos waardoor de koopkracht verder daalt. Het is een spiraal die zich gemakkelijk laat voorspellen en die we eerder hebben gezien. Het enige dat ons rest is het Woord van God blijven tonen, zorgen voor de zwaksten, in aktie komen voor de hongerenden, de naaste liefhebben als onszelf en zorgen dat ook de vreemdelingen worden opgenomen in onze samenleving. Dat kan ook vandaag weer.

Schud het stof van je voeten

donderdag, 13 juli, 2017

Matteüs 10:5-15

5 ¶  Deze twaalf zond Jezus uit, en hij gaf hun de volgende instructies: ‘Sla niet de weg naar de heidenen in en bezoek geen Samaritaanse stad. 6  Ga liever op zoek naar de verloren schapen van het volk van Israël. 7  Ga op weg en verkondig: “Het koninkrijk van de hemel is nabij.” 8  Genees zieken, wek doden op, maak mensen die aan huidvraat lijden rein en drijf demonen uit. Om niet hebben jullie ontvangen, om niet moeten jullie geven! 9  Neem in je beurs geen gouden, zilveren of koperen munten mee, 10  schaf je voor onderweg geen reistas aan, geen extra kleren, geen sandalen en geen stok, want een arbeider is het waard dat er in zijn onderhoud wordt voorzien. 11  In elke stad en in elk dorp waar je komt, moet je uitzoeken wie het waard is je te ontvangen; blijf daar dan tot je weer verder gaat. 12  Groet de bewoners van het huis dat je binnengaat. 13  Laat jullie vrede over dat huis komen als het dat waard is, maar als het dat niet waard is, laat dan die vrede naar je terugkeren. 14  En als ze je niet willen ontvangen noch naar je woorden willen luisteren, verlaat dan dat huis of die stad en schud het stof van je voeten. 15  Ik verzeker jullie: de dag van het oordeel zal voor het land van Sodom en Gomorra draaglijker zijn dan voor die stad. (NBV)

De 12 zendelingen die Jezus er op uit stuurt krijgen heel nauwkeurige instructies mee. Jezus zelf was net weggestuurd uit het 10 stedenland, omdat hij de gekkigheid van een paar bewoners aan varkens had verbonden die zich vervolgens van de rotsen hadden gestort, dus naar het buitenland mogen ze voorlopig niet gaan. Het blijft bij de mensen van hun eigen volk want die kunnen snappen waar het om gaat. Een koninkrijk waar de Thora, de leer van Mozes heerst, de wet van je naaste liefhebben als jezelf. Daarom mogen ze ook niks verdienen aan het brengen van de boodschap, aan het genezen van ziekten en het laten ophouden van allerlei gekkigheid. Zeker niet aan het wegnemen van kwellingen en aan het weerbaar maken van het volk, zoals je het “genezen van alle ziekten en kwalen” eigenlijk ook zou kunnen vertalen.

Van die plaatsen waar ze niet ontvangen worden moeten ze het stof van hun voeten schudden. Ofwel ze moeten opnieuw op weg gaan en zich niet laten besmetten door het negativisme waar men kennelijk voor kiest, we kunnen toch niet anders doen als we gewend zijn te doen klinkt het. Ook in onze dagen keren veel mensen zich van de politiek af. Problemen in de wereld zijn ingewikkeld en het kost moeite en energie je daarin te verdiepen. Dat het eigenlijk gaat om te zorgen voor minsten in de wereld wordt door de rijken en machtigen handig verborgen achter moeilijke woorden en ingewikkelde conflicten. Goedkopen slagzinnen lijken de keuze voor de juiste politiek makkelijker te maken. Populisten worden dus vandaag de dag populair, maar over zorg voor de zwakken, zorg voor weerbaarheid en bevrijding van kwelling hoor je niets meer. Verzet tegen onrechtvaardige verhoudingen is er nauwelijks, er wordt op zoveel terreinen tegelijk geknaagd dat de wortels van de samenleving op zijn voor we het weten.

Vergeleken bij hun einde zal het lot van Sodom en Gommorra nog zacht zijn, zei Jezus over de mensen die zijn zendelingen niet wilden ontvangen. Niet commercieel, vrede brengend, alle mensen liefhebbend, niemand weggooiend. Een koninkrijk dat ongeveer op alle fronten het tegendeel was van wat het onze aan het worden is. Natuurlijk willen mensen wel samen een volk vormen. De enorme massa’s die zich scharen achter een voetbalelftal dat namens ons land wint bewijst dat wel. De omvang lijkt op de massa die in de dagen van Jezus van Nazareth bij hem sterkte en bevrijding van kwelling zoekt. Wij zijn een rijk land, tienduizenden kunnen het zich permitteren een paar weken in Brazilië te verblijven. Maar wanneer lopen er bij ons Apostelen langs die de massa’s bewegen om te gaan delen met de minsten, te zorgen voor de zwaksten? Of zouden ze bij ons het stof van hun voeten moeten schudden?