Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor de 'Column' categorie

Wees niet bitter

donderdag, 18 juli, 2019

Kolossenzen 3:18-4:6

18 Vrouwen, erken het gezag van uw man, zoals past bij uw verbondenheid met de Heer. 19 Mannen, heb uw vrouw lief en wees niet bitter tegen haar. 20 Kinderen, gehoorzaam je ouders in alles, want dat is de wil van de Heer. 21 Vaders, vit niet op uw kinderen, want dat maakt ze moedeloos. 22 Slaven, gehoorzaam uw aardse meester in alles, niet met uiterlijk vertoon om bij de mensen in de gunst te komen, maar oprecht en met ontzag voor de Heer. 23 Wat u ook doet, doe het van harte, alsof het voor de Heer is en niet voor de mensen, 24 want u weet dat u van de Heer een erfenis als beloning zult ontvangen-uw meester is Christus! 25 Maar iedereen die onrecht doet zal daarvoor boeten, en daarbij wordt geen onderscheid gemaakt. 1 Meesters, geef uw slaven waar ze recht op hebben en wat redelijk is, want u weet dat ook u een meester hebt, in de hemel. 2 Blijf bidden en blijf daarbij waakzaam en dankbaar. 3 En bid dan ook voor ons, dat God deuren voor ons opent om het mysterie van Christus te verkondigen waarvoor ik gevangen zit, 4 en bid dat ik het mag onthullen zoals het moet. 5 Gedraag u wijs tegenover buitenstaanders en benut iedere gelegenheid, 6 en als u wilt weten hoe u op de mensen moet reageren: vriendelijk, maar beslist. (NBV)

Als je de Bijbel maar genoeg in stukjes knipt dan kom je vanzelf op teksten die je eigen gelijk onderstrepen. Aangezien het vertalerswerk meestal door mannen wordt gedaan en mannen eeuwenlang het baas zijn hebben opgeëist lees je dat ook terug in Bijbelvertalingen. Maar heel langzaam komt daar verandering in. Vandaag hebben we een voorbeeld van taalgebruik dat vandaag niet meer past maar vroeger nog erger was. Het gedeelte van vandaag begint met de oproep aan vrouwen om het gezag van hun man te erkennen. In de zeventiende eeuwse Statenvertaling staat hier een oproep aan vrouwen om hun man onderdanig te zijn. Gelukkig konden we gisteren nog lezen dat er in de Christelijke gemeente geen onderscheid is tussen mannen en vrouwen. Waar het om gaat is dat we vergeten dat het schrijven van Paulus in Kolosse voor een grote culturele schok gezorgd moet hebben. Dat staat niet direct in deze brief, dat staat in de brief aan Filemon die in de Bijbel is opgenomen, maar de schok is er niet minder om.

In het Romeinse Rijk moesten gevluchte slaven ter dood worden gebracht. Slaven moesten onderdanig zijn aan hun eigenaars en om te laten zien hoe machtig die eigenaars waren hadden ze het te zeggen over leven en dood van hun slaven. Paulus had aan de leider van de gemeente in Kolosse gevraagd om zijn gevluchte slaaf Onesimus niet te doden maar te verwelkomen als broeder. Dat is een radicale en revolutionaire omkering van alles wat geloofd werd in het Romeinse Rijk. Wij kunnen ons nauwelijks voorstellen hoe revolutionair dit geweest moet zijn. Nu volgt een brief om uit te leggen hoe een gemeente als Kolosse het nieuwe geloof in Jezus als de Christus, de gezalfde bevrijder, zou moeten verstaan. Voorop staat dat er binnen de gemeente geen verschillen bestaan. Dat betekent niet dat je de mensen wijs moet maken dat alle gewoonten, alle manieren van met elkaar omgaan nu ineens volkomen anders zijn geworden.

Mannen hadden in die samenleving gezag. In onze dagen zijn er drie culturele revoluties nodig geweest om daar een klein beetje verandering in aan te brengen en ook vandaag de dag klinkt het baas zijn van mannen over vrouwen helemaal niet vreemd in de oren, alleen ongewenst hebben we geleerd. Wie de oproepen van Paulus in dit gedeelte goed leest dan merk je dat Paulus niet vraagt aan de een en de ander om elkaars macht te erkennen en zich onvoorwaardelijk te onderwerpen, maar vraagt Paulus respect en liefde voor elkaar op te brengen. Het duidelijkst komt dat in de oproep aan slaven tot uiting. Hier klinkt zelfs de oproep van Jezus door om ook je vijanden lief te hebben. Voor slaven is er geen onderwerping maar respect de houding die Paulus vraagt. Iedereen die onrecht doet zal daarvoor moeten boeten schrijft Paulus, wat slecht is blijft slecht. En daarmee wordt iedereen, mannen, slavenhouders, ouders, bestuurders, machthebbers, maar ook vreemdelingen, vrouwen, slaven, kinderen en onderdanen, opgeroepen om respect aan elkaar te betonen. Een oproep om elkaar tot zijn of haar recht te laten komen. En daarmee zijn we bij het hart van het Christelijk geloof gekomen, heb God lief boven alles en je naaste als jezelf. Dat mogen we ook in deze verhoudingen elke dag doen, ook vandaag weer.

Bedrieg elkaar niet

woensdag, 17 juli, 2019

Kolossenzen 3:5-17

5 Laat dus wat aards in u is afsterven: ontucht, zedeloosheid, hartstocht, lage begeerten en ook hebzucht-hebzucht is afgoderij-,6 want om deze dingen treft Gods toorn degenen die hem ongehoorzaam zijn. 7 Vroeger hebt u ook die weg gevolgd en zo geleefd, 8 ¶ maar nu moet u alles wat slecht is opgeven: woede en drift, vloeken en schelden. 9 Bedrieg elkaar niet, nu u de oude mens en zijn leefwijze afgelegd hebt 10 en de nieuwe mens hebt aangetrokken, die steeds vernieuwd wordt naar het beeld van zijn schepper en zo tot inzicht komt. 11 Dan is er geen sprake meer van Grieken of Joden, besnedenen of onbesnedenen, barbaren, Skythen, slaven of vrijen, maar dan is Christus alles in allen. 12 Omdat God u heeft uitgekozen, omdat u zijn heiligen bent en hij u liefheeft, moet u zich kleden in innig medeleven, in goedheid, bescheidenheid, zachtmoedigheid en geduld. 13 Verdraag elkaar en vergeef elkaar als iemand een ander iets te verwijten heeft; zoals de Heer u vergeven heeft, moet u elkaar vergeven. 14 En bovenal, kleed u in de liefde, dat is de band die u tot een volmaakte eenheid maakt. 15 Laat in uw hart de vrede van Christus heersen, want daartoe bent u geroepen als de leden van één lichaam. Wees ook dankbaar. 16 Laat Christus’ woorden in al hun rijkdom in u wonen; onderricht en vermaan elkaar in alle wijsheid, zing met heel uw hart psalmen en hymnen voor God en liederen die de Geest u vol genade ingeeft. 17 Doe alles wat u zegt of doet in de naam van de Heer Jezus, terwijl u God, de Vader, dankt door hem. (NBV)

Je mag ook niks. Kijk nu eens naar het begin van dit Bijbelstukje. Daar zijn die stiekeme Christenen weer. Alles wat leuk is dat mag niet. Je mag theedrinken met vreemdelingen en je moet elkaar wel liefhebben maar elkaar aanraken is er niet bij. Geen wonder dat aan die Christenen wordt gezegd dat ze elkaar niet mogen bedriegen, want als je alles wat leuk is verboden hebt dan gaan gewone mensen dat vanzelf stiekem doen. Als we zo redeneren moeten we ons ook afvragen of we dat eigenlijk wel goed begrepen hebben. Want wat wordt er nu verboden. Zingen en dansen wordt niet verboden, vrijen met een ander ook niet, je verkleden om mensen te vermaken ook al niet. Zelfs toneelspelen of mensen op komische wijze een spiegel voorhouden wordt in dit Bijbelgedeelte niet verboden. Het gaat om een nader soort zaken. ontucht, zedeloosheid, hartstocht, lage begeerten. Om het in de taal van vandaag te zeggen het gaat om : “ikke, ikke, ikke en de rest kan stikke” Alle mensen zijn als voorwerpen om jou te plezieren en als ze dat niet willen dan dwing je hen er toe. Het is wat Christenen drijft om te kijken naar de seksindustrie. Daar worden mensen gehuurd om anderen te bevredigen. Op zich is dat al een rare verhouding tussen twee mensen, het zou toch veel leuker zijn als ze elkaar ook nog aardig vinden en samen één vlees zouden willen vormen zoals de Bijbel dat noemt.

Maar het is de manier van omgaan waarvoor mensen vanouds kunnen kiezen. Het wordt natuurlijk anders als vrouwen, soms ook als mannen, gedwongen worden zich te verhuren en de huuropbrengst niet henzelf ten goede komt maar degene die hen dwingt. Dan zijn mensen voorwerpen geworden die ingezet kunnen worden om winst te genereren, slaven die in de ogen van hun eigenaars niet meer waard zijn dan de opbrengst die ze kunnen genereren. Zo moet het dus niet. Mensen zijn oneindig veel meer waard. In Christelijke ogen hoort er geen verschil te zijn tussen slaven en vrijen, net zo min als er verschil zou moeten zijn tussen allochtonen en autochtonen. Paulus schreef zijn brief aan een gemeente die uit heel veel verschillende mensen bestond, Grieken, Joden, mensen die besneden waren als nakomelingen van Abraham, mensen die niet besneden waren, Barbaren, Skythen. Die laatste twee hoorden bij volkeren waarvan de namen scheldwoorden geworden waren. Paulus zegt dat we het anders moeten gaan doen omdat we bevrijders zijn geworden, in zijn taal in Christus zijn. Christus is het Griekse woord voor gezalfde en de vertaling van het Hebreeuwse woord messias dat naast gezalfde ook bevrijder betekent. Het gaat er dus niet om dat je niks mag maar dat je nergens toe gedwongen kan worden. Dat begint met zelf niemand ergens toe te dwingen.

Dat begint er mee mensen niet langer als voorwerp voor je eigen plezier te gebruiken maar van mensen te houden zoals je zou willen dat er van jou gehouden wordt. Als het moeilijk wordt met mensen is er medeleven, dat zou je zelf toch ook willen als een geliefde ziek wordt of dood gaat, dan is er goedheid, zachtmoedigheid, bescheidenheid en geduld. In onze dagen is zo leven behoorlijk moeilijk. Medeleven moet je wel opbrengen want je wordt gedwongen tot mantelzorg omdat de rijken aan goede professionele zorg niet langer mee willen betalen. Een band vormen met de vreemdelingen in ons midden is maar eng, die hebben rare geloven en willen ons dwingen wordt ons wijsgemaakt. Dat ook zij spreken over Jezus van Nazareth als iemand die Gods verhaal kwam vertellen, het verhaal van zorgzaamheid en liefde, wordt ons niet verteld. Als we gaan leven zoals Paulus ons voorhoudt gaan we vanzelf samen zingen. Het volk Israël heeft ons een heleboel liederen geschonken die juist hier over gaan. En daarna is er in de kerken een schat aan liederen te vinden uit de loop der eeuwen, tot op vandaag toe, die je warmte geven en die je graag meezingt. Elke dag opnieuw mogen we zo leven, ook vandaag weer.

Laat u niet veroordelen

dinsdag, 16 juli, 2019

Kolossenzen 2:16-3:4

16 Laat niemand u iets voorschrijven op het gebied van eten en drinken of het vieren van feestdagen, nieuwemaan en sabbat. 17 Dit alles is slechts een schaduw van wat komt-de werkelijkheid is Christus. 18 Laat u niet veroordelen door mensen die opgaan in zelfvernedering en engelenverering, zich verdiepen in visioenen of zich laten voorstaan op eigen bedenksels. 19 Zulke mensen richten zich niet naar het hoofd, van waaruit God het hele lichaam, door gewrichtsbanden en pezen ondersteund en bijeengehouden, doet groeien. 20 Als u met Christus dood bent voor de machten van de wereld, waarom laat u zich dan geboden opleggen alsof u nog in de wereld leeft? 21 ‘Raak dit niet aan, proef dat niet, blijf daarvan af’ 22 het zijn menselijke voorschriften en principes over zaken die door het gebruik vergaan. 23 Dat moet allemaal voor wijsheid doorgaan, maar het is zelfbedachte godsdienst, zelfvernedering en verachting van het lichaam; het heeft geen enkele waarde en dient alleen maar tot eigen bevrediging. 1 Als u nu met Christus uit de dood bent opgewekt, streef dan naar wat boven is, waar Christus zit aan de rechterhand van God. 2 Richt u op wat boven is, niet op wat op aarde is. 3 U bent immers gestorven, en uw leven ligt met Christus verborgen in God. 4 En wanneer Christus, uw leven, verschijnt, zult ook u, samen met hem, in luister verschijnen. (NBV)

Het woord “spiritualiteit” komt niet in de Bijbel voor. De Bijbel heeft het over de Geest en zowel in het Hebreeuws als in het Grieks is daar een helder woord voor dat levensadem betekent. De vraag is dus niet hoe jouw spiritualiteit er uit ziet, maar wat is jouw levensadem. Wat adem je in en wat brengt jouw adem jou tot spreken. Want juist door je adem spreek je, in woorden en in daden. Toch zijn er heel veel mensen die menen naast hun spreken en handelen er een aparte vorm van godsdienst, religie, op na te moeten houden. In onze dagen is er een grote verscheidenheid. De engelenverering waarover aan de gemeente in Kolosse wordt gesproken kennen we ook in onze dagen, dominees weten er aardige boeken over te schrijven om die verering gestalte te geven en in sommige kringen worden feestdagen van engelen gevierd. Ook zelfvernedering, spreken over visioenen die mensen ontvangen of eigen bedenksels zijn reden voor aparte religies. Er is zelfs een stroming ontstaan uit een science fiction boek.

Er is bij dit Bijbelgedeelte nog wel eens sterk gewezen op de tegenstelling tussen het “aardse” en het “hogere”. In Kolosse moet men zich niet bezig houden met het aardse maar met wat boven is wordt hen geschreven. Dat aardse kennen we, dat is onze concrete werkelijkheid, de wereld waarin we leven en die beheerst wordt door geweld, gelijk en hebzucht. Er wordt ons dan voorgehouden dat we dat hogere niet kennen. Dat ligt achter de wolken, dat is waar God woont en die is zelfs in de ruimte bij de sterren niet te vinden. Maar dat kan nooit aan de gemeente in Kolosse geschreven zijn. Allereerst wordt er geschreven dat de gelovigen bevrijdt zijn van de machten in de wereld. Voor de gelovigen in de dagen toen deze brief geschreven werd waren dat niet alleen de Keizer in Rome en zijn vertegenwoordigers, maar ook onzichtbare machten aan wie je moest offeren of waartegen je je moest beschermen met amuletten. De zogenaamde “geestelijke” wereld die ons nog al eens wordt voorgehouden als tegenstelling met de concrete wereld viel voor de gelovigen in Kolosse volstrekt met elkaar samen.

In Kolosse had zich een andere werkelijkheid voorgedaan. De werkelijkheid van Liefde en de vrijheid die dat met zich meebracht. Dat was de werkelijkheid van de Christus, de bevrijder, en de werkelijkheid van zijn Vader. Ze hadden een weggelopen slaaf niet ter dood gebracht zoals de wereld dat wilde maar opgenomen in hun gemeenschap zoals ze dat van Christus hadden geleerd. Dat was een breuk met het denken in wetten en regels die ongekend was. De manier van denken in wetten en regels was ook onder Farizeeën en Judeeërs gewoon geworden. Aan de gemeente in Kolosse wordt dan ook allereerst geschreven dat men in vrijheid met de richtlijnen voor de menselijke samenleving moest omgaan en zich niet moest laten oordelen zoals in het Romeinse Recht geoordeeld werd. De liefde voor mensen gaat boven de liefde voor regels. Ook in onze dagen brengt het gelovigen tot een radicaal andere houding in de wereld dan de wereld van ons verwacht. Mensen die zonder papieren in ons land aan het zwerven zijn gezet omdat ze volgens de regels moesten verdwijnen worden opgevangen en krijgen een nieuwe plaats in onze samenleving. Gelovigen die de Liefde voor de naaste voorop stellen zijn spreekbuis geworden voor de mensen die op deze manier monddood, uitgeprocedeerd, zijn gemaakt. Die Liefde is het hogere, is het hoogste, daarin te leven is pas leven, al het andere is de dood.

Hij heeft hen openlijk te schande gemaakt

maandag, 15 juli, 2019

Kolossenzen 2:6-15

6 Volg de weg van Christus Jezus, nu u hem als uw Heer aanvaard hebt. 7 Blijf in hem geworteld en gegrondvest, houd vast aan het geloof dat u geleerd is en wees vervuld van dankbaarheid. 8 Wees op uw hoede en laat u niet meeslepen door holle en misleidende theorieën die op menselijke tradities zijn gebaseerd en zich richten op de machten van de wereld en niet op Christus. 9 Want in hem is de goddelijke volheid lichamelijk aanwezig, 10 en omdat u één bent met hem, het hoofd van alle machten en krachten, bent ook u van die volheid vervuld. 11 In hem bent u ook besneden, niet door mensenhanden, maar met de besnijdenis van Christus, door het afleggen van het aardse lichaam. 12 Toen u gedoopt werd bent u immers met hem begraven, en met hem bent u ook tot leven gewekt, omdat u gelooft in de kracht van God die hem uit de dood heeft opgewekt. 13 U was dood door uw zonden en door uw onbesneden staat, maar God heeft u samen met Christus levend gemaakt toen hij ons al onze zonden kwijtschold. 14 Hij heeft het document met voorschriften waarin wij werden aangeklaagd, uitgewist en het vernietigd door het aan het kruis te nagelen. 15 Hij heeft zich ontdaan van de machten en krachten, hij heeft hen openlijk te schande gemaakt en in Christus over hen getriomfeerd. (NBV)

Er zijn van die stukken in de Bijbel die je eerst van het theologisch gebazel van eeuwen moet ontdoen voordat je hun schoonheid weer kan ontdekken. Vandaag hebben we weer zo’n stuk. Daarvan zullen zogenaamde voorgangers en predikanten zeggen dat het ze aantoont dat de brieven uit het Nieuwe Testament niet over maatschappelijke verhoudingen gaan maar om een persoonlijke verhouding tot God. Niets is minder waar en dat blijkt uit dit Bijbelgedeelte. Het begint met vast te stellen dat je de bevrijder Jezus van Nazareth als Keizer hebt aanvaard. Want het woord dat keurig met Heer wordt vertaald is hetzelfde als waarmee de Romeinse Keizer werd aangesproken en als God vereerd. En als je de gezalfde, Christos, vertaald met het Hebreeuwse Messias, gezalfde bevrijder, dan ben je helemaal thuis. Die Jezus van Nazareth heeft voor jou als gelovige dezelfde macht en positie als de Keizer in Rome.

Je mag blij zijn dat je bevrijd bent van de willekeur van aardse keizers en niet meer bang voor hun macht hoeft te zijn. Je hoeft het niet te doen met holle en misleidende theorieën over een geestenwereld of de macht van de sterren en hun invloed op jouw leven. Die theorieën komen nooit verder dan wat je toch al wist uit de wereld en houden je zeker niet een liefde voor die zelfs door de dood heen is vol te houden. Want op de manier waarop Jezus van Nazareth wist te sterven werd duidelijk waar het bij de God van Israël nu eigenlijk over gaat. En als je één bent met die Jezus van Nazareth dan kun je dat zelfde ook. Dan hoor je bij dat volk waarmee dat verbond is gesloten, want door je doop ben je ook door de dood heengegaan. Als je volwassen was toen je werd gedoopt heb jezelf voor die liefde gekozen en als je een kind was dan had je ouders die zo zeer van je hielden dat ze de verbondenheid met Jezus van Nazareth voor jou onontkoombaar vonden.

Het kruisigen van een onschuldige, maar vooral ook van de meest liefhebbende mens die ooit heeft bestaan zet alle machthebbers die lichtvaardig met het leven van anderen omgaan te schande. En de veroordeelde wordt daardoor tot meer mens gemaakt. Zijn grenzeloze liefde komt er des te meer door uit. Je weet natuurlijk best dat je geen Jezus van Nazareth bent. Zo goed doet dus niemand het. Maar aangezien je elke dag mag werken aan zijn droom van een nieuwe wereld, waarin alle tranen gedroogd zullen zijn, kan niemand jou veroordelen over wat je verkeerd doet. Wat er in de wereld verkeerd is en waaraan gewerkt moet worden ligt niet langer aan jou en hoeft ook niet langer zo te blijven. Elke dag opnieuw mogen we er aan werken dat het anders wordt, ook vandaag weer.

Hem verkondigen wij

zondag, 14 juli, 2019

Kolossenzen 1:24-2:5

24 Ik ben blij dat ik nu voor u lijd en dat ik in mijn lichaam mag aanvullen wat er nog aan Christus’ lijden ontbreekt, ten behoeve van zijn lichaam, de kerk, 25 waarvan ik de dienaar ben. Met het oog op u heeft God mij die dienende taak toevertrouwd, opdat zijn boodschap in al haar volheid verkondigd wordt: 26 het mysterie dat in alle eeuwen en voor alle generaties verborgen is geweest, maar nu aan zijn heiligen onthuld is. 27 Aan hen heeft God bekend willen maken hoe glorierijk dit mysterie is voor alle volken: Christus is in u, hij is uw hoop op goddelijke luister. 28 Hem verkondigen wij wanneer we iedereen waarschuwen en in alle wijsheid onderrichten, om iedereen tot volmaaktheid in Christus te brengen. 29 Daarvoor span ik mij in en strijd ik met zijn kracht, die volop in mij werkzaam is. 1 Ik wil dat u weet hoe zwaar de strijd is die ik voor u en de gelovigen in Laodicea voer, en voor alle anderen die mij nog nooit in levenden lijve hebben gezien. 2 Zo wil ik hen bemoedigen en hen in liefde bijeenhouden, opdat ze tot de volle rijkdom van allesomvattend inzicht komen, tot de kennis van Gods mysterie: Christus, 3 in wie alle schatten van wijsheid en kennis verborgen liggen. 4 Dit alles schrijf ik opdat niemand u met fraaie redeneringen op een dwaalspoor brengt. 5 Want hoewel ik lijfelijk niet aanwezig ben, ben ik in de geest wel bij u, en ik zie met vreugde hoe hecht u met elkaar verbonden bent en hoe onwrikbaar uw geloof in Christus is. (NBV)

Bespottelijk zullen vele lezers van deze brief uit de Christelijke gemeente verzucht hebben. Hebben ze het over een mysterie. Nu dat er mysteriën zijn dat wisten ze wel. Er waren zelfs mysterie godsdiensten. Er waren mysteriegenootschappen. En voor een lidmaatschap van zo’n godsdienst of zo’n genootschap moest je een lange weg van studie en inwijdingsriten afleggen voor je iets duidelijk werd van dat mysterie en je er bij mocht horen. Nu komt er zo’n Paulus, zo’n Joods mannetje en zijn navolgers, Joden meestal en ook nog wat Romeinen van dubieuze afkomst en die schrijven aan hun volgelingen dat het mysterie voor iedereen onthuld is. Dat je zonder lange studie en zonder ingewikkelde en geheimzinnige riten zo maar mee kunt doen. Dat druiste in tegen alle opvattingen over godsdienst die er in de dagen dat deze brief geschreven werd onder de mensen heerste. Nog steeds kennen we zich christelijk noemende stromingen en genootschappen waar eerst een serie riten en studies nodig zijn om er lid van te kunnen worden. Geheim blijft wie er lid zijn en waar het over gaat.

In de echte Christelijke gemeente is dat geen geheim. Daar kun je direct aan mee doen. Iedereen wordt tot volmaaktheid in Christus gebracht. Een mooie zin in oude kerkelijke taal die toch tegenwoordig wat uitleg nodig hebt. Christus waar hier over gesproken is een Grieks woord dat gezalfde betekent. Het wordt in het Nieuwe Testament van de Bijbel gebruikt als vertaling van het Hebreeuwse woord Messias, dat ook gezalfde betekent maar ook de betekenis van bevrijder had. De Messias was de bevrijder van alle onderdrukking. Die eerste Christenen betoogden dat iedereen vrij zou worden door die Christus. De Christelijke gemeenschap, de gemeente, was daarvoor voldoende. Daar kon je steun en liefde vinden om die vrijheid te beleven en anderen in die vrijheid mee te nemen. De eerste bevrijding was van de dood. Allerlei godsdienst hadden zich gericht op een vermijding van de dood, het ondergaan van de dood en het leven na de dood. De Christelijke gemeente niet. Die hadden het over het leven, het leven voor de dood. Dat leven stond in dienst van de liefde, vooral van de liefde voor mensen die dood dreigden te gaan. Slaven, zieken, slachtoffers van geweld, vreemdelingen die niet vertrouwd werden. die mensen telden in het dagelijks leven niet meer mee, behalve dan bij de Christenen, daar kwamen ze op de eerste plaats.

Die Christenen geloofden namelijk dat hun gemeenschappen zo konden uitgroeien dat iedereen aan zou meedoen. Dan krijg je toch een hele andere samenleving. Dan is de zorg voor de minsten geen last meer waarop je bezuinigen moet maar een vreugde waar je veel voor over wil hebben. Dan zijn mensen die anders praten of op een andere manier geloven geen bedreiging meer. Er is immers geen macht of kracht in deze wereld die een gelovige van de liefde van Christus kan afhouden. Binnen die Christelijke gemeenschap zijn alle verschillen tussen mensen weggevallen. De verschillen tussen man en vrouw, Jood en Heiden, arm en rijk, slaaf en vrije. De sleutel voor het leven in die Liefde ligt in Jezus van Nazareth. Hij leefde die absolute liefde aan ons voor. Die liefde hield zelfs stand door zijn dood heen. Die dood was niet het einde van zijn liefde maar een begin van het heersen op de hele aarde van die liefde. Hij bleef weigeren geweld te gebruiken, anderen te doden en zelfs aan het kruis vroeg hij zijn God vergeving voor wie hem dat hadden aangedaan. Zo mag je dus ook leven, niet in angst, niet in woede en geweld, maar in liefde. Als we dat allemaal zouden doen dan zou zelfs God op deze aarde willen wonen. Elke dag mogen we er opnieuw mee beginnen, ook vandaag weer.

Beeld van God, de onzichtbare

zaterdag, 13 juli, 2019

Kolossenzen 1:15-23

15 Beeld van God, de onzichtbare, is hij, eerstgeborene van heel de schepping: 16 in hem is alles geschapen, alles in de hemel en alles op aarde, het zichtbare en het onzichtbare, vorsten en heersers, machten en krachten, alles is door hem en voor hem geschapen. 17 Hij bestaat vóór alles en alles bestaat in hem. 18 Hij is het hoofd van het lichaam, de kerk. Oorsprong is hij, eerstgeborene van de doden, om in alles de eerste te zijn: 19 in hem heeft heel de volheid willen wonen 20 en door hem en voor hem alles met zich willen verzoenen, alles op aarde en alles in de hemel, door vrede te brengen met zijn bloed aan het kruis.21 Eerst was u van hem vervreemd en was u hem in al het kwaad dat u deed vijandig gezind, 22 maar nu heeft hij u door de dood van zijn aardse lichaam met zich verzoend om u heilig, zuiver en onberispelijk bij zich te brengen. 23 Maar dan moet u blijven geloven, onwrikbaar gegrondvest zijn in de hoop die het evangelie brengt, het evangelie dat u gehoord hebt en dat aan alle schepselen onder de hemel verkondigd is, en waarvan ik, Paulus, de dienaar ben geworden. (NBV)

In de Bijbel spelen liederen een belangrijke rol. Er is zelfs een heel Bijbelboek vol liederen en gedichten, het boek van de Psalmen, maar ook in bijna elk ander boek van de Hebreeuwse Bijbel en het Nieuwe Testament zijn liederen te vinden. In liederen zijn nu eenmaal andere dingen tot uiting te brengen dat logische redeneringen of feitelijke verhalen. In liederen kun je het gevoel tot uiting brengen dat de wereld om je heen oproept. Ook in onze dagen spelen liederen een grote rol. Er is een overvloed aan kerstmuziek dat gevoel van warmte en plezier oproept in een jaargetijde waarin het koud is en mensen op elkaar zijn aangewezen. In onze voetbalstadions is het samen zingen langzamerhand een belangrijk onderdeel van de wedstrijden geworden, het geeft de supporters het gevoel deel te krijgen aan het resultaat van het door hen bewonderde voetbalteam. Vandaag lezen we het lied dat aan de mensen in Kolosse in herinnering wordt gebracht. Het is een lied waarvan geleerden aannemen dat het gezongen werd in Joodse kringen waar het Grieks de belangrijkste voertaal was geworden. Voor ons is zo’n lied dan ook niet vanzelfsprekend mee te zingen.

Over wie gaat dit lied bijvoorbeeld? Het eerste deel, van de verzen 15 tot en met 20 zou over God gaan, maar vanaf vers 21 gaat het duidelijk over Jezus van Nazareth. Nu heeft de kerk pas na een paar honderd jaar uitgesproken dat de God van Israël en Jezus van Nazareth één in wezen waren, samen met de Heilige Geest overigens. Dat Goddelijke van Jezus van Nazareth is echter een beeld dat van begin af leefde bij de Christelijke gemeente. In de Evangeliën kun je dat terugvinden als daar verteld wordt dat Jezus zei dat niemand de Vader kon zien dan door hem. Dat voor de Schepping van hemel en aarde God al zijn Wijsheid had lezen we in het boek Spreuken waar de Wijsheid als apart persoon, een vrouw, wordt gepresenteerd. Dat Jezus als, goddelijke mens, al voor de schepping bij God bestond is dan ook niet zo vreemd. Het lijkt heel erg op het begin van het Evangelie naar Johannes waar het Woord, denk maar aan de scheppingswoorden, vlees is geworden en onder ons heeft gewoond. Zo wordt Jezus van Nazareth bezongen. Maar wat is dan de betekenis van een lied als dit. Het zingt over bloed en over verzoening, begrippen waar we tegenwoordig niet zo veel meer mee kunnen. Maar het zingt ook over de machten en de krachten, de heersers en de machthebbers in de wereld.

Volgens dit lied zijn al die machten en krachten onderworpen aan de macht van God, aan de kracht van Jezus die zich aan het kruis liet hangen. De gedachte er achter is dat de liefde van God, de liefde die we allemaal met onze naaste mogen delen, niet dood te krijgen is, door niks en niemand. Toen het volk Israël in slavernij in Egypte was moesten ze op een dag allemaal een lam slachten, het vlees roosteren en het bloed aan de deurposten smeren. Dat bloed zorgde er voor dat de dood aan hun deur voorbij ging en ze werden bevrijdt van slavernij. Zo zorgt het bloed van Christus aan het kruis dat de dood voorbijgaat aan zijn boodschap van liefde. In zijn Woord blijft hij leven en wij blijven in hem leven als we zijn Woord volgen, als wij ons leven inrichten zoals hij dat heeft aangegeven. De armen mogen we voorhouden dat hun onderdrukkers niet de macht in deze wereld hebben, hoeveel machtsvertoon ze ook ten toon spreiden. De liefde voor elkaar, het vormen van gemeenschappen waar iedereen zonder onderscheid aan mag meedoen, bevrijdt ons van de angst voor die machthebbers en daarmee bevrijdt het ons van armoede en onderdrukking. Zo mogen we ook vandaag dit lied meezingen.

U zult vrucht dragen

vrijdag, 12 juli, 2019

Kolossenzen 1:1-14

1 Van Paulus, door Gods wil apostel van Christus Jezus, en van onze broeder Timoteüs. 2 Aan de heiligen in Kolosse, gelovige broeders en zusters die één zijn in Christus. Genade zij u en vrede van God, onze Vader. 3 In al onze gebeden danken wij God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, voor u, 4 want we hebben gehoord dat u in Christus Jezus gelooft en alle heiligen liefhebt, 5 omdat u hoopt op wat in de hemel voor u gereedligt. Daarover hebt u gehoord toen aan u de waarheid verkondigd werd en het evangelie 6 u bereikte. Overal in de wereld draagt het vrucht en groeit het, ook bij u, vanaf de dag dat u over Gods genade hoorde en de ware betekenis ervan begreep. 7 Onze geliefde medewerker Epafras, die zich als trouw dienaar van Christus voor u inzet, heeft u daarin onderwezen. 8 En hij heeft ons verteld over de liefde die de Geest in u opwekt. 9 Daarom bidden wij onophoudelijk voor u, vanaf de dag dat we dat gehoord hebben. We vragen dat u Gods wil ten volle mag leren kennen door de wijsheid en het inzicht die zijn Geest u schenkt. 10 Dan zult u leven zoals het past tegenover de Heer, hem volkomen welgevallig. U zult vrucht dragen door al het goede dat u doet, uw kennis van God zal groeien 11 en u zult door zijn luisterrijke macht de kracht ontvangen om alles vol te houden en alles te verdragen. 12 Breng dus met vreugde dank aan de Vader. Hij stelt u in staat om te delen in de erfenis die alle heiligen wacht in het licht. 13 Hij heeft ons gered uit de macht van de duisternis en ons overgebracht naar het rijk van zijn geliefde Zoon, 14 die ons de verlossing heeft gebracht, de vergeving van onze zonden. (NBV)

Vandaag beginnen we te lezen in de brief aan de gemeente van Kolosse. Dat was een klein stadje dat lag in wat nu Turkije is. De stad bestaat niet meer want ze is voorzover bekend verwoest door een aardbeving. Aardbevingen, ook zware, komen vaak voor in Turkije weten we tegenwoordig. Maar in de dagen van Paulus lag hier een klein stadje waar ook een kleine Christelijke gemeente was ontstaan. Die gemeente kwam bij elkaar in het huis van Filemon en was gesticht door een bekende van Paulus, Epafras. Paulus had nogal wat ophef veroorzaakt in de gemeente van Kolosse. Hij zat zelf gevangen in Efeze dat niet zo heel ver van Kolosse vandaag lag. Op een dag kwam daar een weggelopen slaaf bij hem op bezoek. Een weggelopen slaaf was zijn leven niet zeker. Om het weglopen te ontmoedigen moesten weggelopen slaven gedood worden. Paulus schreef echter een briefje aan Filemon waarin hij vroeg om de slaaf, Onesimus heette die, weer op te nemen en wel als broeder in Christus. Dit briefje aan Filemon staat ook in de Bijbel. Het kan niet anders of het verzoek van Paulus heeft grote opzien gebaard. In de Christelijke gemeente waren slaven en vrijen elkaars gelijken maar buiten die gemeenten zeer zeker niet.

Het bevrijden van alle slaven zou een ernstige aanslag op de economie van het Romeinse Rijk betekenen. Vrijlating van slaven gebeurde dan ook bij uitzondering en de vrijgelaten slaaf bleef dan ook heel vaak in dienst van de eigenaar die hem had vrijgelaten. Maar duidelijk is geworden dat Filemon zijn broeder Onesimus hartelijk heeft ontvangen. Dat betekende ook een briefwisseling met de gemeente in Kolosse. Nu nemen zeer veel Bijbelgeleerden op goede gronden aan dat Paulus deze brief niet helemaal zelf heeft geschreven uit de gevangenis. De brief wordt toegeschreven aan een nauwe medewerker van Paulus, de jonge Timoteüs. In de aanhef van de brief lijkt het er al op of Timoteüs de brief heeft meegeschreven en ongetwijfeld zal er nauw contact geweest zijn over de inhoud en de onderwerpen die in de brief ter sprake komen. De brief begint, zoals gebruikelijk, met een dankzegging over het goede dat er over Kolosse te melden valt. Dat je weggelopen slaven moet ontvangen en gewoon weer voor je laten werken, zelfs als je broeder behandelen, moest je in het Romeinse Rijk niet al te luid verkondigen.

Maar de brief dankt de gemeente wel dat ze zo goed begrepen heeft wat de genade van God betekent. Het betekende in dit geval dat je een slaaf als je gelijke behandelde. Zijn fouten vergeeft zoals je mag geloven dat de God van Israël jouw fouten vergeeft. Kennelijk heeft het idee van Paulus dat in de Christelijke gemeente Joden en Heidenen, mannen en vrouwen, slaven en vrijen gelijken zijn en als het ware samen één huis bewonen overal in het Romeinse Rijk ingang gevonden. Voor de Judeeërs soms een moeilijke zaak. Hun heilige boek werd elke week aan de Heidenen voorgelezen. Als dat verschil weg viel zonder dat die Heidenen de spijswetten hoeven te houden, zich hoefden te laten besnijden en ook nog het verschil tussen slaven en vrijen wegviel dan was de unieke positie van Judeeërs in gevaar. Wij moeten dat kunnen navoelen. In onze dagen wordt ons gevraagd om samen te leven met Moslims die zeggen in dezelfde God als Christenen en Joden te geloven. Dat is lastig, het tast de overheersing van de cultuur door het Christelijk erfgoed aan. Maar zoals de Christenen in Kolosse zullen ook wij de liefde voor de naaste voorop moeten zetten, elke dag opnieuw.

Hun kinderen zullen het land bezitten

donderdag, 11 juli, 2019

Psalm 25

1 Van David. Naar u, HEER, gaat mijn verlangen uit, 2 mijn God, op u vertrouw ik, maak mij niet te schande, laat mijn vijanden niet triomferen. 3 Zij die op u hopen worden niet beschaamd, beschaamd worden zij die u achteloos verraden. 4 Maak mij, HEER, met uw wegen vertrouwd, leer mij uw paden te gaan. 5 Wijs mij de weg van uw waarheid en onderricht mij, want u bent de God die mij redt, op u blijf ik hopen, elke dag weer. 6 Denk aan uw barmhartigheid, HEER, aan uw liefde door de eeuwen heen. 7 Denk niet aan de zonden uit mijn jeugd, maar denk met liefde aan mij en laat uw goedheid spreken, HEER. 8 Goed en rechtvaardig is de HEER: hij wijst zondaars de weg, 9 wie nederig zijn leidt hij in het rechte spoor, hij leert hun zijn paden te gaan. 10 Liefde en trouw zijn de weg van de HEER voor wie de wetten van zijn verbond onderhouden. 11 Vergeef mij, HEER, mijn grote schuld, omwille van uw naam. 12 Aan wie in ontzag voor hem leven, leert de HEER de rechte weg te kiezen. 13 Hun leven verloopt in voorspoed en hun kinderen zullen het land bezitten. 14 De HEER is een vriend van wie hem vrezen, hij maakt hen vertrouwd met zijn verbond. 15 Ik houd mijn oog gericht op de HEER, hij bevrijdt mijn voeten uit het net. 16 Keer u tot mij en wees mij genadig, ik ben alleen en ellendig. 17 Mijn hart is vol van angst, bevrijd mij uit mijn benauwenis. 18 Zie mij in mijn nood, in mijn ellende, vergeef mij al mijn zonden. 19 Zie met hoe velen mijn vijanden zijn, hoe ze mij dodelijk haten. 20 Behoed mij en bevrijd mij, maak mij niet te schande, want ik schuil bij u. 21 Onschuld en oprechtheid mogen mij bewaren, op u is mijn hoop gevestigd. 22 God, verlos Israël, verlos het van al zijn angsten. (NBV)

Voor wie het Hebreeuws kan lezen is dit een leuke Psalm. Elk vers begint met de volgende letter uit het Hebreeuwse alfabet. Net zoiets als de coupletten van het Wilhelmus de naam Willem van Nassov vormen met hun eerste letters, maar dan in deze Psalm met het Hebreeuwse ABC. Het volgen van de wil van God is volgens de dichter van deze Psalm kennelijk een abc’tje. Maar vertalingen doen veel van de schoonheid van de Psalm verdwijnen. Sinds de vertaling uit 1951 begint de Psalm redelijk neutraal met de opmerking dat naar U Heer mijn verlangen uitgaat. De Statenvertaling had het nog over het opheffen van de ziel tot God, een beeld waar we ons nu wat minder bij kunnen voorstellen. Er is zelfs een vertaling die spreekt van het opheffen van mijn nietige leven. Maar de mooiste is waarschijnlijk de vertaling van de Naardense Bijbel die spreekt van het geven van je hele ziel en zaligheid aan de Ene.

En dat enthousiasme kan aanspreken zeker als je leest over het vertrouwen dat die hoop op de Ene niet beschaamd zal worden. Daarvoor moet je zoals deze Psalm zegt de wegen van God leren, met name de armen moeten die wegen leren. Het is de weg van alvast gaan beginnen te leven alsof het licht is gekomen, alsof dat Koninkrijk van recht en vrede er al is. Dat klinkt een beetje belachelijk en daarom de wens van de dichter om niet uitgelachen te worden. Delen met elkaar, zorgen voor de zwakke, voor de weduwe en de wees, voor de vreemdeling in ons midden. In het verhaal van God mag iedereen meedoen en iedereen die echt meedoet roept op om je aan te sluiten. De Psalm spreekt in dit verband van goedheid en rechtvaardigheid. Natuurlijk, ook de dichter is wel eens van die weg afgeweken. Daar blijf je niet onverschillig bij omdat God het je wel zal vergeven. Je hoopt op vergeving omdat je elk moment opnieuw de Weg mag gaan waartoe de Bijbel oproept.

De pijn die je hebt veroorzaakt door de mensen langs de kant van de weg te laten liggen, de pijn die je hebt veroorzaakt door mensen geen recht te doen, die pijn voel je zelf als je je realiseert waar het in het leven echt om gaat. Maar juist omdat je op de Weg van het goede mag terugkeren wordt die pijn geheeld en gaat de vreugde overheersen. Want dan weet je dat mensen toch recht zal worden gedaan, als jij het niet doet doet God het wel. De dichter van deze Psalm zinspeelt weer op de oude belofte uit het boek Jozua, aan iedere familie die het land kwijt raakt zal het land na 50 jaar weer worden teruggegeven. Daarom mag je er op vertrouwen dat de kinderen van de armen weer het land zullen bezitten. De armoede is geen natuurverschijnsel, je hoeft niet te wachten op een volgend leven om het te bestrijden. De opheffing uit de armoede, de bevrijding van de armen, kan vandaag nog beginnen, daar mag je met heel je ziel en zaligheid aan werken.

Dat zal haar niet worden ontnomen.

woensdag, 10 juli, 2019

Lucas 10:38-42

38 Toen ze verder trokken ging hij een dorp in, waar hij gastvrij werd ontvangen door een vrouw die Marta heette.39 Haar zuster, Maria, ging aan de voeten van de Heer zitten en luisterde naar zijn woorden. 40 Maar Marta werd helemaal in beslag genomen door de zorg voor haar gasten. Ze ging naar Jezus toe en zei: ‘Heer, kan het u niet schelen dat mijn zuster mij al het werk alleen laat doen? Zeg tegen haar dat ze mij moet helpen.’ 41 De Heer zei tegen haar: ‘Marta, Marta, je bent zo bezorgd en je maakt je veel te druk. 42 Er is maar één ding noodzakelijk. Maria heeft het beste deel gekozen, en dat zal haar niet worden ontnomen.’ (NBV)

Als je het Bijbelgedeelte van vandaag leest dan is het toch wel heel erg verbazend dat de rol van vrouwen in de Kerk zo lang de rol van Martha was en in sommige kerkgenootschappen de Maria’s nog steeds niet de erkenning krijgen die Jezus van Nazareth in zijn dagen aan Maria gaf. Dat zorgen van die Martha is natuurlijk niet geheel verkeerd, maar er waren ongetwijfeld ook mannen in de buurt die hadden kunnen helpen. Het belangrijkste op dat moment was het leren dat Maria deed. Horen hoe je je naaste lief kunt hebben als jezelf, weten wie je naaste is. Martha moet ook leren dat bedienen toch heel iets anders is dan dienen. Dat houden van je naaste als van jezelf ook kan betekenen dat je kiest voor jezelf ook al is dat voor de ander vervelend. Maria kiest voor zichzelf en geeft daarmee Martha de kans dat ook te doen.

Waren ze allebei aan het bedienen van al die mannen geslagen dan had zich de vraag naar de eerlijke taakverdeling nooit voorgedaan en hadden we er ook vandaag nog steeds niks van kunnen leren. Dat is nu anders. We weten dat de Maria uit dit verhaal niet anders werd behandeld dan de apostelen en de leerlingen van Jezus van Nazareth. Zonder er veel woorden aan vuil te maken maakt het Evangelie van Lucas duidelijk dat er geen onderscheid is op het moment dat je met het Evangelie van Jezus van Nazareth bezig bent. Vrouwen die theologie hebben gestudeerd, vrouwen die ouderling of diaken willen worden, vrouwen die willen preken en de eucharistie bedienen hebben daar dus net zo veel recht op als mannen.

Sterker nog, als vrouwen zich aandienen dan is dat anders dan in de wereld. In de wereld verdienen vrouwen in dezelfde functie minder dan mannen. In de wereld mogen de vrouwen de koffie schenken terwijl de mannen vergaderen, in de wereld mogen de vrouwen de toiletten schoonmaken voor de managers met topinkomens en extra bonussen, in een echte christelijke kerk wordt er geen onderscheid gemaakt tussen mannen en vrouwen. Door het verhaal van Jezus van Nazareth met Maria en Martha worden vrouwen bevrijd van hun bedienende rol die hen in de wereld maar al te vaak, en tot schade van die samenleving, wordt opgedrongen. Er is maar één ding noodzakelijk en dat is dat je jezelf leert waarderen zodat je je naaste nog meer kunt liefhebben. Dat is pas dienen en daar houdt het bedienen helemaal op om nooit meer terug te keren.

‘Wie is mijn naaste?’

dinsdag, 9 juli, 2019

Lucas 10:25-37

25 Er kwam een wetgeleerde die hem op de proef wilde stellen. Hij vroeg: ‘Meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?’ 26 Jezus antwoordde: ‘Wat staat er in de wet geschreven? Wat leest u daar?’ 27 De wetgeleerde antwoordde: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw kracht en met heel uw verstand, en uw naaste als uzelf.’ 28 ‘U hebt juist geantwoord, ‘zei Jezus tegen hem. ‘Doe dat en u zult leven.’ 29 Maar de wetgeleerde wilde zich rechtvaardigen en vroeg aan Jezus: ‘Wie is mijn naaste?’ 30 Toen vertelde Jezus hem het volgende: ‘Er was eens iemand die van Jeruzalem naar Jericho reisde en onderweg werd overvallen door rovers, die hem zijn kleren uittrokken, hem mishandelden en hem daarna halfdood achterlieten. 31 Toevallig kwam er een priester langs, maar toen hij het slachtoffer zag liggen, liep hij met een boog om hem heen. 32 Er kwam ook een Leviet langs, maar bij het zien van het slachtoffer liep ook hij met een boog om hem heen. 33 Een Samaritaan echter, die op reis was, kreeg medelijden toen hij hem zag liggen. 34 Hij ging naar de gewonde man toe, goot olie en wijn over zijn wonden en verbond ze. Hij zette hem op zijn eigen rijdier en bracht hem naar een logement, waar hij voor hem zorgde. 35 De volgende morgen gaf hij twee denarie aan de eigenaar en zei: “Zorg voor hem, en als u meer kosten moet maken, zal ik u die op mijn terugreis vergoeden.” 36 Wie van deze drie is volgens u de naaste geworden van het slachtoffer van de rovers?’ 37 De wetgeleerde zei: ‘De man die medelijden met hem heeft getoond.’ Toen zei Jezus tegen hem: ‘Doet u dan voortaan net zo.’ (NBV)

Vandaag lezen we met de kerk het overbekende verhaal over de Barmhartige Samaritaan mee. De man met zijn ezel en zijn denariën maakten zoveel indruk dat je je afvraagt wat daar nu meer aan toe te voegen is dan weer een hartstochtelijk verhaal met oproep om je naaste lief te hebben als jezelf. Toch kan de Nieuwe Vertaling een aanleiding zijn om het verhaal ook weer eens als nieuw te lezen. Want wat gebeurd er. Natuurlijk er is een geleerde die de wet goed kent. En er is Jezus van Nazareth die zegt dat je je niet alleen aan de wet moet houden maar in dit geval deze bijzondere richtlijn ook gewoon elke dag in de praktijk moet brengen. Maar wie is dan die naaste die je lief moet hebben als jezelf? De Samararitaan zijn we gewend te zeggen, die stopt, neemt het slachtoffer op zijn ezel en betaalt de verzorging in het hotel.

Maar Jezus vraagt wie de naaste is van het slachtoffer. Is dat een wedervraag op de vraag wie mijn naaste is? Is die geleerde dan soms het slachtoffer? Moeten we ons leren te verplaatsen in de positie van slachtoffers om te begrijpen wat het is om je naaste lief te hebben als jezelf? De bekende antiapartheidsstrijder Ds. Alan Boesak heeft in de jaren 70 in Kampen theologie gestudeerd. Toen hij met zijn gezin terugkeerde naar Zuid-Afrika hield iedereen z’n hart vast, zou dat goed gaan?. Hij heeft inderdaad zijn portie ellende gehad. Maar in Nederland was hij al met de strijd tegen apartheid begonnen. Nederlanders die Zuid-Afrikaanse sinasappels kochten hield hij voor dat zij Zuid-Afrikanen uitpersten. Niet in droge artikelen, nee Boesak kon onverwacht op een markt opduiken en dan rechtstreeks de kopers van de sinasappels aanspreken en hen confronteren met wat ze deden. Hun koopgedrag hield de blanke rijken rijk en daardoor de armen arm.

De boycot die ontstond hielp uiteindelijk mee het apartheidsregiem af te schaffen. Maar vragen wij ons vandaag nog af wie heeft geleden voor de goedkope producten die wij kopen? Welke kinderen onze sportschoenen hebben gemaakt en welke vingers tot bloedens toe werden geprikt om onze T-shirts te maken? Of zijn wij als de leviet en de priester op weg om onze taak goed te vervullen zonder op of omkijken naar de slachtoffers langs de weg? Zolang we onze stem niet verheffen tegen de onrechtvaardige handelsverhoudingen zijn we nog niet in de positie van het slachtoffer en kunnen we ons nog steeds afvragen wie onze naaste is. Pas als we weet hebben van de slachtoffers weten we ook van onze naaste. We zullen moeten gaan doen als de man die medelijden toonde met de naaste, want die zouden we zelf ook willen ontmoeten als het nodig is. Elke dag opnieuw mogen we dat doen, want elke dag zouden we hem zelf nodig kunnen hebben, ook vandaag.